ECLI:NL:RBNHO:2026:958
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Wijziging kinderbijdrage bij co-ouderschap met onderhoudsplicht stiefouders
De man verzocht de rechtbank om de kinderbijdrage voor zijn minderjarige kind te verlagen vanwege gewijzigde omstandigheden, waaronder een gewijzigde zorgregeling en een gestegen inkomen. De rechtbank stelde vast dat de zorgregeling was gewijzigd in een week-op-week-af regeling en dat dit een wijziging van omstandigheden vormde die een herbeoordeling rechtvaardigde.
De rechtbank beoordeelde de behoefte van het kind en de draagkracht van de man, de vrouw en hun respectievelijke stiefouders. De kinderopvangkosten werden niet als behoefteverhogend erkend omdat deze niet hoog genoeg waren volgens het Tremarapport. Hoewel het inkomen van de man was gestegen, werd dit niet meegenomen in de berekening van de behoefte omdat dit tot een lagere behoefte zou leiden.
De draagkracht van alle betrokkenen werd berekend en verdeeld naar rato van de behoefte van de minderjarige kinderen. De zorgkorting van 35% werd toegepast op het aandeel van de man. De rechtbank bepaalde dat de man een kinderbijdrage van €28,00 per maand moet betalen, met ingang van 8 juli 2025, geïndexeerd naar €29,29 per maand vanaf 1 januari 2026.
De rechtbank wees een terugbetalingsverplichting af omdat bijdragen in de kosten van kinderen doorgaans in de maand van betaling worden opgebruikt. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan in hoger beroep worden aangevochten bij het gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: De rechtbank wijzigt de kinderbijdrage van de man naar €28,00 per maand met ingang van 8 juli 2025, met jaarlijkse indexering.