ECLI:NL:RBNHO:2026:9102

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
15 juli 2026
Publicatiedatum
21 juli 2026
Zaaknummer
C/15/370829
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Benoeming voorlopig deskundige voor onderzoek gebreken woning na onvoltooide renovatie

Verzoekers hebben de rechtbank verzocht een voorlopig deskundigenbericht te gelasten vanwege gebreken aan hun woning, veroorzaakt door onvoltooide en ondeugdelijk uitgevoerde werkzaamheden door verweerder. Verweerder had geen bezwaar tegen het inschakelen van een deskundige, maar wel tegen de oorspronkelijke vraagstelling, waarna partijen een aangepaste vraagstelling overeenkwamen.

De door verzoekers voorgestelde deskundige was niet beschikbaar, waarna partijen gezamenlijk een andere deskundige, ir. G.W.N. Jol MSc., voorstelden die bereid was het onderzoek uit te voeren. De rechtbank stelde een voorschot op de kosten van €44.140,80 inclusief btw vast, dat door verzoekers betaald moet worden.

De rechtbank legt partijen de wettelijke verplichting op om mee te werken aan het deskundigenonderzoek en bepaalt de procedurele voorwaarden waaronder het onderzoek zal plaatsvinden, inclusief de wijze van rapportage en de mogelijkheid voor partijen om opmerkingen te maken op het concept-rapport. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en is op 15 juli 2026 in Alkmaar uitgesproken.

Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot benoeming van een voorlopig deskundige toe en stelt het voorschot op de kosten vast.

Uitspraak

RECHTBANK Noord-Holland

Civiel recht
Zittingsplaats Alkmaar
Zaaknummer / rekestnummer: C/15/370829 / HA RK 25-159
Beschikking van 15 juli 2026
in de zaak van

1.[verzoeker sub 1] ,

2.
[verzoekster sub 2],
te [woonplaats] ,
verzoekende partijen,
hierna samen te noemen: [verzoekers] ,
advocaat: mr. K. Straathof,
tegen
[verweerder],
te [woonplaats] ,
verwerende partij,
hierna te noemen: [verweerder] ,
advocaat: mr. M.J.M. Groen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift dat op 20 oktober 2025 door de rechtbank werd ontvangen met producties 1 tot en met 14;
- het verweerschrift met producties 1 tot en met 55;
- de mondelinge behandeling van 17 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
De beschikking is bepaald op vandaag.

2.De beoordeling van het verzoek

2.1.
[verzoekers] verzoeken de rechtbank een voorlopig deskundigenbericht te gelasten. [verzoekers] hebben aan [verweerder] de opdracht verstrekt tot renovatie dan wel verbouwing van hun woning. Tussen [verzoekers] en [verweerder] is een conflict ontstaan. Het werk aan de woning is niet afgemaakt en kent gebreken, aldus [verzoekers] . Daarom wordt verzocht om aan een deskundige de vraag voor te leggen of er gebreken zijn en – zo ja – welke gebreken er zijn en welke omvang deze hebben.
2.2.
[verweerder] heeft aangegeven geen bezwaar te hebben tegen het inschakelen van een deskundige. Ook bestond er geen bezwaar tegen de persoon van de door [verzoekers] voorgestelde deskundige. Wel had [verweerder] bezwaar tegen de door [verzoekers] voorgestelde vraagstelling. Tijdens de mondelinge behandeling van de zaak is de vraagstelling besproken en zijn partijen de hierna in de beslissing weergegeven vraagstelling overeengekomen.
2.3.
De rechtbank heeft naar aanleiding van de mondelinge behandeling van de zaak contact opgenomen met de door [verzoekers] voorgestelde deskundige. Deze deskundige heeft de rechtbank laten weten niet in de gelegenheid te zijn om het onderzoek uit te voeren. In de nadere correspondentie tussen partijen en de rechtbank hebben zowel [verzoekers] als [verweerder] voorgesteld om een andere deskundige – de heer ir. G.W.N. Jol MSc. (hierna: de deskundige) – te benoemen.
2.4.
De rechtbank heeft de deskundige aangeschreven en de deskundige heeft aan de rechtbank laten weten dat hij bereid en in staat is om het onderzoek uit te voeren. De rechtbank zal de deskundige benoemen. Aan deze deskundige zullen de onder de beslissing vermelde vragen worden voorgelegd.
2.5.
Op verzoek van de rechtbank heeft de deskundige een kostenindicatie opgesteld. De deskundige heeft het voorschot begroot op een bedrag van € 44.140,80 (inclusief btw). Partijen hebben de gelegenheid gekregen om op de kostenindicatie te reageren. Van [verzoekers] heeft de rechtbank vernomen dat zij zich niet tegen de hoogte van het voorschot verzetten. Van [verweerder] heeft de rechtbank – ook na herinnering – geen reactie op het voorschot ontvangen, zodat de rechtbank ervan uitgaat dat [verweerder] met het voorschot instemt. De rechtbank zal het voorschot vaststellen op een bedrag van € 44.140,80 (inclusief btw).
2.6.
De rechtbank wijst erop dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. De rechtbank zal deze verplichting uitwerken zoals hierna onder de beslissing omschreven. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de rechtbank daaraan de gevolgen verbinden die de rechtbank geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij.
2.7.
Als een partij op verzoek van de deskundige of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundige toestuurt, moet zij daarvan direct een afschrift aan de wederpartij verstrekken.
2.8.
De rechtbank ziet geen aanleiding om af te wijken van het uitgangspunt van de wet, dat het voorschot op de kosten van de deskundige in beginsel door de verzoekende partij moet worden gedeponeerd. Dit voorschot zal daarom door [verzoekers] moeten worden betaald.
2.9.
Partijen moeten erop voorbereid zijn dat de rechtbank na afloop van een of meer voorlopige bewijsverrichtingen op verzoek van partijen of een van hen of ambtshalve een (nieuwe) mondelinge behandeling kan bevelen om een schikking te beproeven of tot het geven van inlichtingen aan de rechtbank. Tijdens deze mondelinge behandeling kan de rechtbank ook de verdere behandeling van geschillen over de vordering met partijen bespreken.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
beveelt een voorlopig onderzoek door een deskundige voor de beantwoording van de volgende vragen:
Vraag 1:
Kunt u de huidige stand van het werk weergeven, uitgaande van de contractstukken, in die zin dat vastgesteld wordt wat door de aannemer nog niet is uitgevoerd én wat door de aannemer aan van de contractstukken afwijkende werkzaamheden is verricht?
Vraag 2:
Voldoet het door de aannemer uitgevoerde werk, gezien de stand waarin dat zich bevindt, aan de toepasselijke normen van goed en deugdelijk werk conform de toepasselijke regelgeving - waaronder doch niet beperkt tot - de NEN-normen en andere regelgeving?
Vraag 3:
Zo nee, op welk onderdeel of welke onderdelen schiet het werk tekort?
Vraag 4:
Wat schort er aan het onder 3 bedoelde uitgevoerde werk en op welke wijze zal dat hersteld kunnen/moeten worden om te voldoen aan hetgeen tussen partijen is overeengekomen en aan de norm van goed en deugdelijk werk en de geldende wet- en regelgeving?
a. Is het mogelijk een globale inschatting te maken van de herstelkosten van de hiervoor bedoelde uitgevoerde werkzaamheden? Kunt u bij benadering aangeven hoeveel manuren er nodig zijn om tot voltooiing van de werkzaamheden in overeenstemming met de contractstukken te komen?
Vraag 5:
Heeft u voor het overige opmerkingen naar aanleiding van hetgeen u heeft kunnen waarnemen?
3.2.
benoemt tot deskundige:
De heer ir. G.W.N. Jol MSc.
Bedrijfsnaam: EBMC Nederland BV
Telefoon: 0226-399320
E-mail: info@ebmcnederland.nl
Postadres: Stern 4
1721 DR Broek op Langedijk,
3.3.
bepaalt dat de griffier een kopie van deze beschikking aan de deskundige zal toezenden,
het voorschot
3.4.
stelt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige vast op € 44.140,80 (inclusief btw),
3.5.
bepaalt dat [verzoekers] het voorschot moeten overmaken
binnen twee wekenna de datum van de nog te ontvangen nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak,
3.6.
draagt de griffier op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het voorschot,
het onderzoek
3.7.
bepaalt dat [verzoekers] het procesdossier in afschrift aan de deskundige moeten toesturen,
3.8.
bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats,
3.9.
wijst de deskundige erop dat:
- de deskundige voor aanvang van het onderzoek kennis moet nemen van de Gedragscode voor gerechtelijk deskundigen in civielrechtelijke en bestuursrechtelijke zaken én van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (beide te raadplegen op https://www.rechtspraak.nl/),
- de deskundige het onderzoek pas begint na het bericht van de griffier omtrent betaling van het voorschot,
- de deskundige het onderzoek onmiddellijk staakt en contact opneemt met de griffier, als tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn,
- de deskundige bij het onderzoek de partijen in de gelegenheid moet stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het schriftelijk bericht vermeldt of aan dit voorschrift is voldaan, onder vermelding van de eventueel gemaakte opmerkingen en/of gedane verzoeken,
- de deskundige voor aanvang van het onderzoek kennis moet nemen van de Richtlijn voor gebruik van AI-toepassingen door gerechtelijk deskundigen (te raadplegen op www.lrgd.nl),
3.10.
bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige moeten verstrekken als de deskundige daarom vraagt, de deskundige toegang moeten verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundige ook voor het overige gelegenheid moeten geven om het onderzoek te verrichten,
het schriftelijk rapport
3.11.
draagt de deskundige op om uiterlijk vier maanden na het schriftelijk bericht van de griffier over de betaling van het voorschot een schriftelijk en ondertekend rapport in drievoud op de griffie van de rechtbank in te leveren, met een gespecificeerde declaratie,
3.12.
wijst de deskundige erop dat:
- uit het schriftelijk rapport moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd,
- de deskundige een concept van het rapport aan partijen moet toesturen, waarna partijen de gelegenheid krijgen binnen vier weken daarover bij de deskundige opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundige daarop moet vermelden,
3.13.
bepaalt dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben om op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapport te reageren,
3.14.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. B. de Metz, rechter, bijgestaan door de griffier M. Bouwen en in het openbaar uitgesproken op 15 juli 2026.