ECLI:NL:RBNHO:2026:8476

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
8 juli 2026
Publicatiedatum
9 juli 2026
Zaaknummer
11897821 \ CV EXPL 25-3454
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Tussenuitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230l BWArt. 22 RvArt. 139 RvRichtlijn 93/13/EEG
Verwijzingen
9 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toetsing oneerlijke bedingen in private leaseovereenkomst met vernietiging rentebeding

In deze zaak vordert Volkswagen Pon Financial Services B.V. betaling van openstaande leasetermijnen en bijkomende kosten van de gedaagde, die verstek liet gaan. De kantonrechter toetst ambtshalve de naleving van precontractuele informatieplichten en de redelijkheid van de algemene voorwaarden.

De precontractuele informatieplichten zijn volgens de rechter voldoende nageleefd. Vervolgens beoordeelt de kantonrechter de algemene voorwaarden op oneerlijke bedingen conform Richtlijn 93/13/EEG en het Dexia-arrest. Het beding dat de leasemaatschappij een ruime ontbindingsmogelijkheid geeft zonder redelijkheidstoets wordt vermoedelijk oneerlijk bevonden en vernietigd. Dit betekent dat de opzeggingsvergoeding gekoppeld aan dit beding niet kan worden toegewezen.

Het beding over aansprakelijkheid voor schade en verontreiniging bij inname van het voertuig wordt niet oneerlijk bevonden, mede vanwege de aanwezigheid van een Innameprotocol en een geschillenregeling met een onafhankelijke deskundige. Het rentebeding in de aanvullende voorwaarden wordt opnieuw vernietigd, conform eerdere jurisprudentie. De overige bedingen worden als eerlijk beoordeeld.

De eisende partij krijgt gelegenheid zich uit te laten over het voornemen tot vernietiging van het ontbindingsbeding en de gevolgen daarvan. De verdere beslissing wordt aangehouden tot na deze reactie.

Uitkomst: Het ontbindingsbeding wordt vermoedelijk vernietigd, het rentebeding wordt vernietigd, en de verdere beslissing wordt aangehouden.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknr./rolnr.: 11897821 \ CV EXPL 25-3454
Uitspraakdatum: 8 juli 2026
Tussenvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
Volkswagen Pon Financial Services B.V.
te Amersfoort
de eisende partij
gemachtigde: Jongejan Wisseborn gerechtsdeurwaarders
tegen
[gedaagde]
te [plaats]
de gedaagde partij
niet verschenen

1.De procedure

1.1.
De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.

2.De beoordeling

2.1.
De eisende partij vordert veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van
€ 7.905,78, te vermeerderen met de buitengerechtelijke incassokosten, de wettelijke rente en de proceskosten.
Ambtshalve toetsing van de precontractuele informatieplichten
2.2.
De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen een handelaar en een consument, anders dan een overeenkomst op afstand of buiten de verkoopruimte gesloten. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet de handelaar voldoen aan de wettelijke precontractuele informatieplichten van artikel 6:230l van het Burgerlijk Wetboek (BW). Dat aan deze plichten is voldaan, moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd. [1]
2.3.
De kantonrechter is van oordeel dat de eisende partij voldoende heeft toegelicht en onderbouwd dat is voldaan aan de precontractuele informatieplichten.
Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden
2.4.
De kantonrechter is, gelet op het Dexia-arrest [2] , gehouden om onderzoek te doen naar (mogelijk) oneerlijke bedingen in de toepasselijke algemene voorwaarden. Volgens Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten is een beding oneerlijk wanneer dit het evenwicht tussen de wederzijdse rechten en verplichtingen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort. De kantonrechter moet in iedere procedure over ieder onderdeel van de vordering beoordelen of daarover in de algemene voorwaarden afspraken zijn gemaakt en of die afspraken al dan niet oneerlijk zijn ten opzichte van de consument. Als de kantonrechter oordeelt dat een contractuele afspraak oneerlijk is, moet het beding worden vernietigd en moet de vordering op dat onderdeel worden afgewezen (ook als de eisende partij in de procedure een beroep doet op wettelijke bepalingen in plaats van op die contractuele afspraak).
2.5.
Uit de overgelegde stukken blijkt dat op de overeenkomst(en) de volgende algemene voorwaarden van de eisende partij van toepassing zijn verklaard: de ‘algemene voorwaarden keurmerk private lease’ van 1 december 2017 (hierna: de keurmerkvoorwaarden) en de ‘aanvullende voorwaarden’ van 1 december 2017 (hierna: de aanvullende voorwaarden).
2.6.
Artikel 22 van Pro de keurmerkvoorwaarden luidt als volgt:
‘Wat kan er verder gebeuren als het termijnbedrag of andere bedragen niet tijdig betaald worden?De leasemaatschappij kan de overeenkomst dan ontbinden. Dan moet u naast de openstaande bedragen ook een ontbindingsvergoeding betalen. Die is gelijk aan de opzeggingsvergoeding in artikel 47 eventueel Pro vermeerderd met de vertragingsrente en incassokosten voor zover deze zijn aangezegd. In de Aanvullende Voorwaarden kan echter een afwijkende regeling zijn opgenomen, die voorziet in een lagere ontbindingsvergoeding. Om de leaseovereenkomst wegens niet-betaling te kunnen ontbinden, moet de leasemaatschappij u eerst een aangetekende brief sturen, met een kopie per gewone brief of per e-mail. In die brief moet de leasemaatschappij u in de gelegenheid stellen alsnog binnen 14 dagen te betalen, onder mededeling dat zij anders de leaseovereenkomst mag ontbinden en dat u dan de hiervoor genoemde vergoeding verschuldigd wordt. Indien op het moment waarop die termijn afloopt, de leaseovereenkomst kan worden opgezegd, moet de leasemaatschappij u wijzen op de regeling van opzegging van artikel 46.’
2.7.
Dit beding wijkt ten nadele van de consument af van de wettelijke regeling omdat in de wettelijke regeling is bepaald dat alleen mag worden ontbonden als de tekortkoming zodanig ernstig is dat dit de ontbinding rechtvaardigt. Daar zit een redelijkheidstoets in die het beding niet kent. Integendeel, op grond van het beding kan de eisende partij bij het onbetaald laten van een leasetermijn of andere bedragen direct tot ontbinding overgaan en een ontbindingsvergoeding in rekening brengen, ook als zo’n ontbinding met haar gevolgen, gelet op de geringe aard van de tekortkoming, niet gerechtvaardigd zou zijn. Weliswaar staat in artikel 50 van Pro de keurmerkvoorwaarden dat de eisende partij gebruik kan maken van de wettelijke ontbindingsmogelijkheden, maar in het beding is niet opgenomen dat ook gebruik moet worden gemaakt van de wettelijke vereisten in het kader van ontbinding. Daarom is het beding vermoedelijk oneerlijk.
2.8.
De kantonrechter is voornemens om het beding te vernietigen. De kantonrechter wijst de eisende partij erop dat een eventuele vernietiging van het beding ook tot gevolg zal hebben dat de gevorderde opzeggingsvergoeding niet toewijsbaar is. De verschuldigdheid van deze vergoeding is in de keurmerkvoorwaarden immers aan dit beding gekoppeld. De eisende partij zal de gelegenheid krijgen om zich uit te laten over dit voornemen en de gevolgen daarvan voor (de hoogte van) de vordering.
2.9.
Artikel 62 van Pro de keurmerkvoorwaarden luidt als volgt:

Ben ik aansprakelijk voor bij inname van het voertuig geconstateerde schade, verontreiniging of ontbrekende toebehoren en documenten?(…) Als de schade niet is gemeld, beoordeelt de leasemaatschappij of deze volgens haar voor uw rekening komt. Daarbij hanteert ze de maatstaven zoals vermeld in de richtlijnen voor inname van de leasemaatschappij (hierna te noemen: Innameprotocol). In het Innameprotocol is namelijk een omschrijving opgenomen van de bij de inname van voertuigen meest geconstateerde schades en verontreinigingen. Daarbij is telkens vermeld in hoeverre dergelijke schade voor uw rekening komt. Staat de schade niet vermeld in het Innameprotocol, dan hanteert de leasemaatschappij onderstaande maatstaven. Verontreinigingen en schades die niet zijn omschreven in dit Innameprotocol komen voor uw rekening als die bij zorgvuldig gebruik van het voertuig naar redelijkheid niet als normaal zijn te beschouwen. Daarbij wordt rekening gehouden met de tijdsduur waarin u binnen de leaseperiode het voertuig in gebruik hebt gehad en het aantal kilometers dat er in de leaseperiode mee is gereden. U bent verder volledig aansprakelijk voor de kosten van vervanging van niet ingeleverde toebehoren, onderdelen en documenten.’
2.10.
Anders dan in eerdere zaken is de kantonrechter van oordeel dat het dit beding niet oneerlijk is. In het beding staat, samengevat, dat verontreinigingen en schades die niet zijn omschreven in het Innameprotocol voor rekening van de consument komen als deze bij zorgvuldig gebruik van het voertuig naar redelijkheid niet als normaal zijn te beschouwen. Weliswaar zijn de daarin opgenomen criteria voor de beoordeling van schades die niet in het Innameprotocol zijn opgenomen, zoals ‘naar redelijkheid’ en ‘normaal’, niet nader omschreven, maar dat maakt niet zonder meer dat het beding het evenwicht tussen de uit de overeenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen aanzienlijk verstoort ten nadele van de consument.
2.11.
Op grond van de wettelijke regeling is de huurder immers aansprakelijk voor schade aan het gehuurde door het tekortschieten in zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst en wordt in beginsel alle schade vermoed daardoor te zijn ontstaan. In het beding wordt gekozen om deze verplichting te concretiseren en in te vullen door een Innameprotocol in het leven te roepen waarin wordt verduidelijkt welke schades en verontreinigingen als (on)acceptabel worden beschouwd na inlevering van de auto. Van de eisende partij kan niet worden verwacht dat zij in dit Innameprotocol alle gevallen van schade en verontreiniging (uitputtend) beschrijft. Dat in het beding een restbepaling is opgenomen om dit te ondervangen, maakt dan ook niet dat de consument door het beding in een juridisch minder gunstige positie wordt geplaatst dan het wettelijk uitgangspunt. Bovendien voorzien de keurmerkvoorwaarden in een geschillenregeling waarbij een onafhankelijke deskundige kan worden ingeschakeld om de schade of verontreiniging te beoordelen, hetgeen ook een waarborg vormt tegen een eventuele te strenge beoordeling daarvan door de eisende partij. Het beding zal daarom in stand worden gelaten.
2.12.
In een eerdere zaak van de eisende partij heeft de kantonrechter het rentebeding in de aanvulling op artikel 20 van Pro de aanvullende voorwaarden oneerlijk bevonden en vernietigd en de vordering tot vergoeding van wettelijke rente daarom afgewezen. [3] De kantonrechter ziet geen reden om daar nu anders over te denken en vernietigt daarom dit beding. De gevorderde wettelijke rente zal daarom worden afgewezen.
2.13.
De overige bedingen uit de keurmerkvoorwaarden die verband houden met de vordering, te weten de artikelen 14, 15, 20, 21, 39, 41 en 47, zijn door de kantonrechter getoetst en niet oneerlijk bevonden.
2.14.
Het andere beding uit de aanvullende voorwaarden dat verband houdt met de vordering, te weten de aanvulling op artikel 47, is eveneens door de kantonrechter getoetst en niet oneerlijk bevonden.
Conclusie
2.15.
De eisende partij wordt in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten over het voorshands uitgesproken oordeel omtrent de oneerlijkheid van het hiervoor genoemde beding.
2.16.
Als aan de hierboven bedoelde opdracht niet of niet volledig wordt voldaan, zal de kantonrechter daaraan op grond van de artikelen 22 en 139 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering de gevolgen verbinden die hij geraden acht.
2.17.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
verwijst de zaak naar de rol van 5 augustus 2026 om de eisende partij in de gelegenheid te stellen zich bij akte uit te laten over het voorshands uitgesproken oordeel zoals hiervoor is overwogen;
3.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter

Voetnoten

1.Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1677.
2.HvJ EU 27 januari 2021, C‑229/19 en C‑289/19, ECLI:EU:C:2021:68 (Dexia).