Uitspraak
RECHTBANK Noord-Holland
1.De procedure
- het verweerschrift met tegenverzoek van Basecamp
2.De feiten
3.Het verzoek en het verweer
4.Tegenverzoeken
5.De beoordeling
€ 189,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Rechtbank Noord-Holland
Verzoeker heeft een kortlopende lening verstrekt aan Basecamp die niet is terugbetaald, waarna zij executoriaal beslag legde op aandelen van Basecamp in Basecamp Operations B.V. en Basecamp Italy B.V. Verzoeker verzocht toestemming voor verkoop van deze aandelen om haar vordering te verhalen.
Basecamp en NLI verzetten zich tegen het verzoek en stelden dat de aandelen geen waarde hebben en dat verzoeker geen belang heeft bij verkoop, mede omdat een crediteurenakkoord met bijna 80% van schuldeisers is bereikt. De rechtbank oordeelde dat het waarderingsrapport dat de aandelen op nihil waardeert niet doorslaggevend is, maar dat voorshands vaststaat dat de waarde van de aandelen niet hoger is dan de vordering van NLI, die een pandrecht van eerste rang heeft.
Verzoeker erkende dat zij bij verkoop geen uitkering zal ontvangen, maar stelde een afgeleid belang te hebben. De rechtbank vond dit onvoldoende onderbouwd en oordeelde dat verzoeker geen belang heeft bij executoriale verkoop. Daarom werden de verzoeken afgewezen. De tegenverzoeken van Basecamp en NLI tot opheffing van de beslagen werden niet-ontvankelijk verklaard omdat deze vorderingen bij dagvaarding moeten worden ingesteld.
Verzoeker werd veroordeeld in de proceskosten van Basecamp en NLI, maar niet in de volledige kosten omdat geen sprake was van evidente ongegrondheid of misbruik van procesrecht.
Uitkomst: Verzoek tot verkoop van inbeslaggenomen aandelen wordt afgewezen wegens onvoldoende belang van verzoeker.