ECLI:NL:RBNHO:2026:8357

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
7 juli 2026
Publicatiedatum
8 juli 2026
Zaaknummer
C/15/373740
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 474g RvArt. 3:303 BWArt. 6:119 BWArt. 261 RvArt. 282 lid 4 Rv
Verwijzingen
9 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot verkoop van inbeslaggenomen aandelen wegens onvoldoende belang

Verzoeker heeft een kortlopende lening verstrekt aan Basecamp die niet is terugbetaald, waarna zij executoriaal beslag legde op aandelen van Basecamp in Basecamp Operations B.V. en Basecamp Italy B.V. Verzoeker verzocht toestemming voor verkoop van deze aandelen om haar vordering te verhalen.

Basecamp en NLI verzetten zich tegen het verzoek en stelden dat de aandelen geen waarde hebben en dat verzoeker geen belang heeft bij verkoop, mede omdat een crediteurenakkoord met bijna 80% van schuldeisers is bereikt. De rechtbank oordeelde dat het waarderingsrapport dat de aandelen op nihil waardeert niet doorslaggevend is, maar dat voorshands vaststaat dat de waarde van de aandelen niet hoger is dan de vordering van NLI, die een pandrecht van eerste rang heeft.

Verzoeker erkende dat zij bij verkoop geen uitkering zal ontvangen, maar stelde een afgeleid belang te hebben. De rechtbank vond dit onvoldoende onderbouwd en oordeelde dat verzoeker geen belang heeft bij executoriale verkoop. Daarom werden de verzoeken afgewezen. De tegenverzoeken van Basecamp en NLI tot opheffing van de beslagen werden niet-ontvankelijk verklaard omdat deze vorderingen bij dagvaarding moeten worden ingesteld.

Verzoeker werd veroordeeld in de proceskosten van Basecamp en NLI, maar niet in de volledige kosten omdat geen sprake was van evidente ongegrondheid of misbruik van procesrecht.

Uitkomst: Verzoek tot verkoop van inbeslaggenomen aandelen wordt afgewezen wegens onvoldoende belang van verzoeker.

Uitspraak

RECHTBANK Noord-Holland

Civiel recht
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer / rekestnummer: C/15/373740 / HA RK 26-9
Beschikking van 7 juli 2026
in de zaak van
[verzoeker],
te [plaats],
verzoekende partij,
hierna ook te noemen: [verzoeker],
advocaat: mr. J. van Borssum Waalkes,
tegen
BASECAMP ECO-RESORTS B.V.,
statutair gevestigd te IJmuiden,
verwerende partij,
hierna te noemen: Basecamp,
advocaat: mr. C. van de Kraats,
en met als (andere) belanghebbende:
STICHTING ZEKERHEDEN NEDERLAND INVESTEERT
statutair gevestigd te Assen
hierna te noemen: NLI,
advocaat: mr. A.A. Zeilstra.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift van [verzoeker] met 20 producties
- 4 producties van Basecamp
- het verweerschrift, met tegenverzoek van NLI met 5 producties
- het verweerschrift met tegenverzoek van Basecamp
- de mondelinge behandeling van 26 mei 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Bij de mondelinge behandeling op 26 mei 2026 is namens [verzoeker] verschenen de directeur aandeelhouder [betrokkene 1] met mr. Van Borssum Waalkes. Namens Basecamp is verschenen [betrokkene 2] (bestuurder en middellijk aandeelhouder) met mr. Van der Kraats. Namens NLI is verschenen [betrokkene 3] (directielid en bevoegd NLI te vertegenwoordigen) met mr. Zeilstra. Ook is verschenen [betrokkene 4], deurwaarder.
1.3.
De mondelinge behandeling van de zaak heeft gelijktijdig plaatsgevonden met die in de zaak met nummer C/15/373706 / HA RK 26-7. In die zaak heeft [verzoeker] een vergelijkbaar verzoek ingediend voor toestemming tot verkoop van door [verzoeker] beslagen en door Basecamp gehouden aandelen in een andere vennootschap.
1.4.
De beschikking is bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
[verzoeker] B.V. is de persoonlijke investeringsmaatschappij van [betrokkene 1].
2.2.
Basecamp eco-resorts B.V.Basecamp is een houdstervennootschap en onderdeel van de Basecamp Groep. [betrokkene 2] is bestuurder van Basecamp. Basecamp ontwikkelt in binnen- en buitenland zogenoemde ‘eco-resorts’, kleinschalige parken in de natuur met duurzame tiny houses, vergaderruimtes en event spaces. Deze parken worden gedreven door – en in – een aantal werkmaatschappijen. Al dan niet middellijk houdt Basecamp de meerderheid van de aandelen in die werkmaatschappijen. Op deze wijze heeft Basecamp wereldwijd zeven locaties: de parken Pula en Sant’Antioco in Italië, twee parken in Nederland, twee parken in Tanzania en een park in Indonesië. Alleen de Nederlandse resorts zijn op dit moment volledig operationeel. De andere resorts zijn nog (deels) in ontwikkeling.
2.3.
Basecamp houdt (ook) alle aandelen in Basecamp Operations B.V. die op haar beurt alle aandelen houdt in de rechtspersoon naar Italiaans recht Basecamp Sardinia Operations S.r.l. Basecamp Sardinia Operations S.r.l. ontwikkelt en drijft het park in Sant’Antioco.
2.4.
NLI treedt op als zekerheidsgerechtigde voor zichzelf, investeerders, NLInvesteert B.V. en Stichting Beheer NL Investeert. Zij doet dit in het kader van het beheer en de uitwinning van zekerheden die zijn verstrekt voor specifieke leningovereenkomsten. NLI is zelf ook partij bij de overeenkomsten van geldlening en de zekerheden. NLInvesteert B.V. (hierna: NLInvesteert) is een bemiddelaar die via een online platform financieringen in het MKB begeleidt en bevordert met als beoogd resultaat het tot stand komen van leningsovereenkomsten tussen meerdere (anonieme) investeerders en geldnemers. Door bemiddeling van NLInvesteert zijn diverse leningen tot stand gekomen tussen enerzijds Basecamp en andere vennootschappen uit de Basecamp Groep en anderzijds groepen van investeerders vertegenwoordigd door Stichting Beheer NLInvesteert. Ook NLI is partij bij die overeenkomsten.
Op deze wijze hebben de door NLInvesteert aangedragen investeerders met verschillende overeenkomsten van geldlening in totaal € 5.800.000,00 aan leningen verstrekt aan de Basecamp Groep. Ook Basecamp heeft – net als vele andere vennootschappen uit de groep – als leningnemer getekend voor deze leningen. Met een notariële akte van 1 november 2023 heeft Basecamp ten behoeve van NLI een pandrecht, eerste in rang, gevestigd op de aandelen van Basecamp in Basecamp Operations.
2.5.
[verzoeker] heeft op 26 april 2024 een kortlopende lening van € 2.000.000,00 verstrekt aan Basecamp, welk bedrag door Basecamp zou worden aangewend (als overbrugging) voor de aankoop van het park te Sant’Antioco. De lening had een looptijd tot en met 31 oktober 2024. Voor deze lening werd Basecamp een eenmalige rente van 20% van de hoofdsom (€ 400.000,00) verschuldigd, te betalen bij het einde van de looptijd. In de overeenkomst van geldlening is vastgelegd dat de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [bedrijf 1] B.V. en [bedrijf 1] (met Basecamp) hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de nakoming van de verplichtingen van Basecamp uit de overeenkomst. [bedrijf 1] B.V. en [bedrijf 1] hebben hiervoor getekend.
Tot zekerheid voor al hetgeen [verzoeker] uit hoofde van de geldleningovereenkomst te vorderen mocht hebben zijn bij notariële akten de volgende zekerheden gevestigd:
een eerste recht van pandrecht op (kort gezegd) de aandelen van [bedrijf 1] in [bedrijf 1] B.V. en de aandelen van [bedrijf 1] B.V. in de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Basecamp Team B.V.;
een stil pandrecht op de vorderingen van [bedrijf 1] B.V. op (i) Basecamp Team B.V. en (ii) Basecamp.
2.6.
Na het verstrijken van de looptijd van de door [verzoeker] verstrekte lening is deze niet terugbetaald. [verzoeker] heeft geprobeerd haar vordering te incasseren. Omdat betaling uitbleef, heeft zij begin juni 2025 een kort geding aanhangig gemaakt bij de rechtbank Amsterdam om een executoriale titel te krijgen voor haar vorderingen uit de overeenkomst van geldlening. Ook heeft zij verzoekschriften ingediend om te komen tot uitwinning van haar hiervoor beschreven pandrechten op aandelen. Ter afwending van het kort geding en de uitwinning van de pandrechten zijn afspraken gemaakt over een “standstill-regeling”. In het kader van die regeling hebben Basecamp, [bedrijf 1] B.V. en [bedrijf 1] op 23 juni 2025 een notariële akte van schuldbekentenis afgegeven. Daarin hebben zij (voor zover van belang) verklaard dat zij uit hoofde van de hiervoor genoemde geldleningsovereenkomst jegens [verzoeker] hoofdelijk verbonden en voor het geheel aansprakelijk zijn voor € 2.234.191,00, dat [verzoeker] de lening heeft opgeëist en dat zij ter zake van betaling in verzuim verkeren.
2.7.
Basecamp is de “standstill-regeling” niet nagekomen. Daarop is [verzoeker] opnieuw gaan proberen haar vordering te incasseren. Op 2 december 2025 heeft [verzoeker] een grosse van de notariële schuldbekentenis doen betekenen aan Basecamp
2.8.
Daarna heeft [verzoeker] executoriaal derdenbeslag doen leggen op de inter-companyvorderingen van Basecamp op veertien groepsvennootschappen. Namens die groepsvennootschappen heeft [bedrijf 1] op 16 september 2025 een verklaring bij derdenbeslag afgegeven. Daarin staat onder meer dat Basecamp een rekening-courantvordering op Basecamp Development B.V. heeft van € 2.392.655,00 en een rekening-courantvordering op Basecamp Tanzania B.V. van € 3.848.608,00. Daarbij is een voorbehoud gemaakt om een aanvullende of gecorrigeerde verklaring te verstrekken zodra de jaarrekening 2024 zou zijn vastgesteld en de administratie 2025 zou zijn bijgewerkt. In november 2025 is een nieuw overzicht van leningen en rekening-courantverhoudingen overgelegd. Daaruit komt naar voren dat de beslagen per saldo circa 5 miljoen euro aan openstaande vorderingen op vennootschappen uit de groep hebben geraakt. Hier is nog niets van afgedragen.
2.9.
Op 24 november 2025 heeft [verzoeker] derdenbeslag doen leggen ten laste van Basecamp onder de ABN AMRO Bank. Uit de derdenverklaring blijkt dat dit beslag voor een bedrag van € 2.893,84 doel getroffen heeft.
2.10.
Op 20 december 2025 heeft [verzoeker] uit krachte van de notariële schuldbekentenis executoriaal beslag doen leggen op alle door Basecamp gehouden aandelen in Basecamp Italy B.V. Dit beslag is op 24 december 2025 aan Basecamp betekend. Basecamp Italy B.V. houdt aandelen in een Italiaanse dochtervennootschap waarin het park Pula wordt gedreven.
2.11.
Op 8 januari 2026 heeft [verzoeker] uit krachte van de notariële schuldbekentenis executoriaal beslag doen leggen op alle door Basecamp gehouden aandelen in Basecamp Operations B.V. Dit beslag is dezelfde dag aan Basecamp betekend.
2.12.
De deurwaarder heeft geen mededeling ontvangen van rechten die vóór de exploten op de beslagen aandelen zijn gevestigd.
2.13.
De leningnemers zijn hun verplichtingen uit de leningovereenkomsten met de investeerders van NLInvesteert niet nagekomen. Daarop heeft NLI deze leningovereenkomsten opgezegd en de uitstaande bedragen opgeëist. Per 15 januari 2026 heeft NLI een vordering op Basecamp (en andere vennootschappen in de groep) van € 5.178.794,88. Basecamp heeft NLI daarop gevraagd om een ‘standstillperiode’. In het kader van overleg heeft NLI daarop de executiemaatregelen voorlopig opgeschort. NLI heeft [verzoeker] verzocht de beslagen op de aandelen van Basecamp in Basecamp Italy B.V. en Basecamp Operations B.V. vrijwillig op te heffen. [verzoeker] heeft dit niet willen doen.

3.Het verzoek en het verweer

3.1.
[verzoeker] verzoekt de rechtbank (samengevat) om bij beschikking, uitvoerbaar bij voor raad:
-
I. op de voet van artikel 474g Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) te bepalen dat de beslagen aandelen in Basecamp Operations B.V. binnen 6 maanden onderhands mogen worden verkocht, waarna de beslagen aandelen binnen eenzelfde termijn van 6 maanden openbaar mogen worden verkocht;
II. te bepalen dat de heer [betrokkene 5], als gerechtsdeurwaarder verbonden aan gerechtsdeurwaarderskantoor [bedrijf 2] B.V., wordt aangewezen als gerechtsdeurwaarder belast met de executie;
III. Basecamp Operations B.V. te verbieden om tijdens de executiefase enig vermogensbestanddeel, anders dan in de gewone bedrijfsvoering, te vervreemden of te bezwaren, de aandelen in en aanspraken jegens haar (klein)dochtermaatschappijen daaronder begrepen, en Basecamp Operations B.V. te gebieden zich te onthouden van elke (rechts)handeling tot medewerking aan de vervreemding van enig vermogensbestanddeel door haar dochtermaatschappijen, behoudens voorafgaande toestemming van de deurwaarder of vervangende toestemming van de rechtbank, op straffe van een dwangsom van € 200.000,00 per overtreding;
IV. Basecamp eco-resorts B.V. en Basecamp Operations B.V. te bevelen om binnen één week na elk daartoe strekkend verzoek alle relevante gegevens over hun activa en passiva aan de deurwaarder ter beschikking te stellen en medewerking door haar (indirecte) dochters te bewerkstelligen, op straffe van een dwangsom van € 5.000,00 per dag tot een maximum van € 100.000,00 per verzoek;
V. Basecamp eco-resorts B.V. te veroordelen in de kosten van deze procedure, inclusief de nakosten.
3.2.
[verzoeker] voert (samengevat) het volgende aan. Basecamp heeft de kortlopende lening niet afgelost en is ook afspraken om (alsnog) te komen tot aflossing niet nagekomen. In een herstructureringsplan uit 2025 wordt de (ver)koopprijs van het park Pula geschat op € 1.000.000,00 en die van camping Sant’Antioco op € 6.200.000,00. Basecamp is zelf bezig geweest de mogelijkheden van verkoop te verkennen om de schulden te kunnen aflossen. Resultaat blijft echter uit. [verzoeker] heeft geen vertrouwen meer in Basecamp en haar bestuur, temeer omdat zij hoort dat er vorig jaar in Italië wel winst is gemaakt, maar dat die alleen is gebruikt voor nieuwe investeringen en niet om leningen (gedeeltelijk) af te lossen. Zij wil nu haar vordering verhalen door verkoop van de beslagen aandelen van Basecamp in Basecamp Operations B.V. (en Basecamp Italy B.V.). Omdat het voor de hand ligt dat de hoogste opbrengst wordt gerealiseerd bij onderhandse verkoop heeft het de voorkeur om deze optie zes maanden te verkennen. Als dat niet lukt, zullen de aandelen verkocht moeten worden met een openbare veiling.
Alleen als er zoveel mogelijk informatie beschikbaar is over de activa en passiva van Basecamp Operations B.V. en haar dochter kan de hoogste opbrengst worden gerealiseerd. Daarom moeten zowel Basecamp als Basecamp Operations B.V. veroordeeld worden om alle relevante gegevens te verstrekken. Om te waarborgen dat Basecamp en [bedrijf 1] de verkoop niet trachten te frustreren verzoekt [verzoeker] om een verbod een aantal handelingen te verrichten die af kunnen doen aan de waarde van de aandelen.
3.3.
Basecamp vindt dat de verzoeken van [verzoeker] moeten worden afgewezen. Zij voert het volgende aan. [bedrijf 3] B.V. heeft op 3 maart 2026 een waarderingsrapport opgemaakt waaruit volgt dat de aandelen in Basecamp Operations B.V. en de aandelen in Basecamp Italy B.V. niets waard zijn. Tegen de achtergrond dat de aandelen in Basecamp Operations B.V. niets waard zijn, heeft [verzoeker] geen ander belang bij verkoop van de aandelen dan Basecamp te dwarsbomen. De Basecamp Groep is bezig om een akkoord te bewerkstelligen met al haar schuldeisers. Met bijna 80% van de totale schuldenlast is een crediteurenakkoord bereikt. [verzoeker] weigert tot op heden akkoord te gaan met enig voorstel. Zij frustreert een regeling, waarbij het zelfs mogelijk is dat [verzoeker] haar vordering volledig betaald krijgt. Omdat [verzoeker] geen enkel belang heeft bij de verkoop van de aandelen moeten haar verzoeken worden afgewezen.
Om dezelfde redenen maakt [verzoeker] misbruik van haar bevoegdheid. De verkoop van de aandelen zal zeker geen “plus” opleveren waaruit een uitkering aan [verzoeker] kan worden gedaan. De verkoop zal – ten nadele van andere schuldeisers – alleen maar schade toebrengen aan de Basecamp Groep.
3.4.
NLI verzet zich als belanghebbende tegen de verkoop. Zij voert (samengevat) het volgende aan. NLI heeft een pandrecht van eerste rang op alle huidige en toekomstige aandelen die Basecamp houdt. Omdat de aandelen al in november 2023 aan NLI zijn verpand heeft zij een ouder en sterker recht op de aandelen. NLI heeft per 15 januari 2026 een vordering op Basecamp van € 5.178.794,88, terwijl de aandelen geen enkele liquidatiewaarde vertegenwoordigen. Daarmee heeft [verzoeker] geen rechtens te respecteren belang bij de gelegde beslagen en de verzoeken. Dat is reden voor NLI om te vragen de verzoeken van [verzoeker] af te wijzen.
NLI onderzoekt in nauw overleg met Basecamp en [bedrijf 1] de mogelijkheden van een standstill-regeling voor drie jaar. In dat kader is bedongen dat er een registeraccountant aan het bestuur van Basecamp wordt toegevoegd om de financiële administratie op orde te krijgen en [bedrijf 1] heeft hieraan gehoor gegeven. De accountant zal de functie enkel willen aanvaarden als duidelijk is dat de beslagen aandelen niet executoriaal worden verkocht. NLI monitort het proces zorgvuldig en zal – als Basecamp te veel van de regeling wil afwijken - ingrijpen. Ook [verzoeker] kan toetreden tot de Raad van Advies die toezicht houdt op de juiste uitvoering van de afspraken. De reden dat NLI bereid is in te stemmen met de regeling is dat het aanvragen van een faillissement voor haar investeerders en de overige schuldeisers niet de beste optie is. Als Basecamp meer tijd gegund wordt, zal dat mogelijk meer opleveren.

4.Tegenverzoeken

4.1.
Basecamp heeft ook een tegenverzoek ingediend. Zij verzoekt de door [verzoeker] gelegde beslagen op te heffen, dan wel [verzoeker] te veroordelen de gelegde beslagen op te heffen omdat [verzoeker] geen belang heeft bij die beslagen. met veroordeling van [verzoeker] in de volledige proceskosten van Basecamp.
4.2.
Ook NLI verzoekt om (primair) de door [verzoeker] gelegde executoriale beslagen op te heffen en (subsidiair) [verzoeker] te veroordelen de beslagen met onmiddellijke ingang op te heffen op straffe van een dwangsom. NLI voert daarbij aan dat [verzoeker] tot op heden weigert om de beslagen vrijwillig of te heffen, terwijl zij er geen belang bij heeft.

5.De beoordeling

De verzoeken van [verzoeker]
Beslag rechtsgeldig gelegd
5.1.
De rechtbank stelt vast dat [verzoeker] een vordering heeft op Basecamp uit hoofde van de notariële akte van schulderkenning en dat Basecamp deze vordering tot op heden niet (volledig) heeft betaald. Tussen partijen staat vast dat de grosse van deze notariële akte een executoriale titel is en dat die aan Basecamp betekend is. Omdat vervolgens niet betaald is, heeft [verzoeker] de mogelijkheid executoriaal beslag te leggen. Van die mogelijkheid heeft zij gebruik gemaakt door beslag te leggen op de aandelen van Basecamp in Basecamp Operations B.V. Het (exploot van) beslag dateert van 8 januari 2026. Het beslagexploot is dezelfde dag aan Basecamp betekend, binnen de termijn van acht dagen na beslaglegging. De rechtbank constateert aan de hand van de overgelegde beslagexploten verder dat het beslag op de aandelen in Basecamp Operations B.V. op rechtsgeldige wijze is gelegd.
Verzoek is tijdig ingediend
5.2.
Op grond van artikel 474g lid 1 Rv moet een verzoek om bij beschikking te bepalen, dat en binnen welke termijn tot verkoop en overdracht van de in beslag genomen aandelen kan worden overgegaan, op straffe van verval van het gelegde beslag, binnen één maand na het exploot van beslag worden gedaan. Het verzoekschrift is op 15 januari 2026 ter griffie van deze rechtbank ontvangen. Daarmee is het tijdig ingediend.
[verzoeker] heeft niet voldoende belang bij toewijzing van haar verzoeken
5.3.
Het meest verstrekkende verweer van Basecamp en NLI is dat [verzoeker] niet voldoende belang heeft bij de verkoop van de beslagen aandelen. Dit verweer slaagt.
5.4.
Zonder voldoende belang komt niemand een rechtsvordering toe. [1] Daarom moet een gevraagde toestemming om aandelen te verkopen worden geweigerd, als zij als executant onvoldoende belang heeft bij de executie. Hierna zal worden toegelicht dat [verzoeker] onvoldoende belang heeft bij de executoriale verkoop van de aandelen. Omdat [verzoeker] niet voldoende belang heeft, zullen haar verzoeken worden afgewezen.
5.5.
Basecamp heeft een externe waardering laten opstellen van haar deelnemingen in Basecamp Italy B.V. en Basecamp Operations B.V. In het waarderingsrapport van 3 maart 2026 van Hermes Claims Advisory (hierna: HCA) is de liquidatiewaarde van het aandelenbelang in Basecamp Italy B.V. én Basecamp Operations B.V. per 31 december 2025 op nihil gesteld. Deze waarde is bepaald door de waarden van de activa af te zetten tegen de schulden. De executiewaarde van de door Basecamp Sardinia Operations S.r.l. is daarbij gesteld op € 2.660.000,00 tot € 2.950.000,00, terwijl de schulden van Basecamp Sardinia Operations S.r.l. per 31 december 2025 € 5.785.734,00 bedragen. Die schulden zijn volgens het rapport ook hoger dan de prijs die kan worden verkregen als zonder tijdsdruk wordt verkocht.
5.6.
[verzoeker] voert aan dat het waarderingsrapport uitsluitend is opgesteld op basis van informatie die [bedrijf 1] zelf heeft verstrekt, dat de liquidatiewaarde iets anders is dan de potentiële overnameprijs en dat de opgenomen waarden al achterhaald zijn.
5.7.
De rechtbank is van oordeel dat het rapport van HCA geen deugdelijke grondslag is voor de conclusie dat de waarde van de aandelen in Basecamp Operations B.V. nihil is. HCA komt tot haar conclusie op basis van de aanname dat de informatie verkregen van [bedrijf 1] juist is. Waarop die aanname berust wordt niet duidelijk. Ook heeft er geen accountantscontrole plaatsgevonden en is niet duidelijk in hoeverre de gebruikte administratie een getrouw beeld geeft.
5.8.
Een actueel waarderingsrapport is in deze procedure echter niet nodig. Naar het oordeel van de rechtbank is voorshands genoegzaam gebleken dat de waarde van de aandelen in Basecamp Operations B.V. niet hoger is dan de vordering van NLI waarvoor een pandrecht van eerste rang is gevestigd. [verzoeker] heeft bij de zitting aangegeven dat zij ervan uitgaat dat bij een gunstig scenario er een gedeeltelijke aflossing van de pandhouder (NLI) kan komen, maar dat zij zelf ook in dat gunstige scenario niets zal ontvangen. Daarmee is het – ook voor [verzoeker] – voldoende aannemelijk dat er geen executie-overschot overblijft om enig bedrag aan [verzoeker] te voldoen. De rechtbank is daarom van oordeel dat [verzoeker] op dit moment geen belang heeft in de zin van artikel 3:303 BW Pro.
5.9.
[verzoeker] heeft gezegd dat zij nog een afgeleid belang heeft. Zij zegt dat executieverkoop van de in beslag genomen aandelen voor haar een mogelijk betere positie als schuldeiser zal opleveren omdat met de uitwinning van de pandrechten door NLI de totale schuldenlast van Basecamp zal afnemen (bijvoorbeeld door aflossing van intercompany-schulden door de koper). Ook geeft zij aan dat toestemming voor executie haar de mogelijkheid geeft om onder dwang met Basecamp tot een regeling te komen.
5.10.
Naar het oordeel van de rechtbank is onvoldoende dat het voortzetten van de executie kan worden gebruikt om Basecamp te bewegen tot een betaling of een regeling. Partijen hebben die mogelijkheid al verkend en [verzoeker] heeft voorstellen afgewezen tot een regeling die voor de schuldeisers van (bijna) 80% van de schuldenlast aanvaardbaar zijn. [2] Dat [verzoeker] een belang heeft bij (enkel) de afname van de schuldenlast van Basecamp door de verkoop van de aandelen – zonder dat er kans is op een uitbetaling aan [verzoeker] – heeft zij onvoldoende onderbouwd. Daarbij overweegt de rechtbank dat met de verkoop van de aandelen in Basecamp Operations B.V. (en Basecamp Italy B.V.) een groot deel van de mogelijke – al dan niet toekomstige – verdiencapaciteit van Basecamp verdwijnt.
5.11.
Omdat [verzoeker] niet voldoende belang heeft bij haar verzoek om de beslagen aandelen te mogen verkopen, zal dit verzoek worden afgewezen. De verzoeken II tot en met IV zien op voorzieningen en verplichtingen tijdens de executoriale verkoop van de aandelen. Bij de afwijzing van het verzoek de aandelen te mogen verkopen, moeten ook deze verzoeken worden afgewezen.
Proceskosten
5.12.
[verzoeker] wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de kosten van deze procedure van het door hem ingestelde verzoek. Basecamp heeft verzocht om [verzoeker] te veroordelen de werkelijk door Basecamp gemaakte proceskosten te betalen. De rechtbank ziet daartoe geen aanleiding.
5.13.
Basecamp heeft dit verzoek niet onderbouwd. Daarbij komt dat alleen in geval van buitengewone omstandigheden, waarbij gedacht moet worden aan misbruik van procesrecht of onrechtmatige daad, een volledige proceskostenveroordeling kan worden uitgesproken. Van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen is sprake als het instellen van de vordering (hier: het verzoek), gelet op de evidente ongegrondheid ervan, in verband met de betrokken belangen van de wederpartij achterwege had moeten blijven.
De rechtbank moet gelet op het door artikel 6 van Pro het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden gewaarborgde recht op toegang tot de rechter, terughoudendheid betrachten bij toewijzing van een reële proceskostenveroordeling.
5.14.
[verzoeker] heeft een executoriale titel en zij heeft een rechtsgeldig beslag gelegd op de aandelen van [verzoeker] in Basecamp Operations B.V. Die mag zij in beginsel uitwinnen. Pas na zorgvuldige beoordeling van alle omstandigheden is de rechtbank tot het oordeel gekomen dat de verzoeken van [verzoeker] in dit geval moeten worden afgewezen omdat zij geen belang heeft bij toewijzing. Van evidente ongegrondheid van de verzoeken van [verzoeker] is daarbij geen sprake.
5.15.
Daarom worden de kosten aan de zijde van zowel Basecamp als van NLI begroot op:
salaris advocaat € 1.306,00 (2 punten x tarief II)
nakosten
€ 189,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 1.495,00
5.16.
De door Basecamp verzochte wettelijke rente is eveneens toewijsbaar en wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
De tegenverzoeken tot opheffing van de beslagen
5.17.
Zowel Basecamp als NLI hebben bij wijze van tegenverzoek de rechtbank verzocht de door [verzoeker] gelegde executoriale beslagen op te heffen, dan wel [verzoeker] te veroordelen de beslagen op te heffen. Die verzoeken komen niet voor toewijzing in aanmerking. Daarbij wordt het volgende overwogen.
5.18.
Op de onderhavige verzoekschriftprocedure zijn de algemene bepalingen uit artikel 261 en Pro verder Rv van toepassing. Op zichzelf mag een verweerschrift (art. 282 lid 4 Rv Pro) een zelfstandig verzoek (een tegenverzoek) bevatten, maar een dergelijk verzoek moet dan wel betrekking hebben op het onderwerp van het oorspronkelijke verzoek. [3] Het is echter niet mogelijk om door middel van een tegenverzoek een geschil aan de rechter voor te leggen dat normaliter bij dagvaarding aan de rechter moet worden voorgelegd. Een vordering tot opheffing van een executoriaal beslag moet in beginsel bij dagvaarding worden ingesteld. Basecamp en NLI worden daarom niet ontvankelijk verklaard in hun tegenverzoeken. Omdat de tegenverzoeken maar een zeer klein onderdeel van het debat tussen partijen zijn geweest, ziet de rechtbank geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten die samenhangen met de tegenverzoeken.

6.De beslissing

De rechtbank
Inzake het verzoekschrift van [verzoeker]:
6.1.
wijst de verzoeken af,
6.2.
veroordeelt [verzoeker] in de proceskosten van Basecamp van € 1.495,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [verzoeker] niet tijdig aan deze proceskostenveroordeling voldoet en de beschikking daarna wordt betekend, dan moet [verzoeker] € 98,00 extra betalen plus de kosten van betekening. Als de proceskosten niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan, dan moet [verzoeker] daarover de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW Pro aan Basecamp betalen,
6.3.
veroordeelt [verzoeker] in de proceskosten van NLI van € 1.495,00. Als [verzoeker] niet tijdig aan deze proceskostenveroordeling voldoet en de beschikking daarna wordt betekend, dan moet [verzoeker] € 98,00 extra betalen plus de kosten van betekening,
6.4.
verklaart deze beschikking ten aanzien van de proceskostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.
Inzake de tegenverzoeken van Basecamp en NLI:
6.5.
verklaart Basecamp en NLI niet ontvankelijk in hun tegenverzoeken.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.A. Hoogkamer en in het openbaar uitgesproken op 7 juli 2026.
1155

Voetnoten

1.Artikel 3:303 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW).
2.Zie bijvoorbeeld het arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 23 september 2021, ECLI:NL:GHSHE:2021:2923.
3.Artikel 283 lid 4 Rv Pro.