ECLI:NL:RBNHO:2026:7857

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
26 juni 2026
Publicatiedatum
30 juni 2026
Zaaknummer
11902091
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14 WahvWet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriftenZondagswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Matiging boete wegens schending hoorplicht bij geslotenverklaring op feestdag

Betrokkene kreeg een boete voor het negeren van een geslotenverklaring die voor beide richtingen geldt. Hij voerde aan dat op Eerste Kerstdag, gezien als een zondag volgens de Zondagswet, de geslotenverklaring niet van toepassing zou zijn en dat de gemeente onvoldoende had gecommuniceerd over de handhaving op feestdagen.

De kantonrechter oordeelde dat de boete terecht was opgelegd, omdat de bebording duidelijk was en er geen uitzondering voor feestdagen op het bord stond. Het beroep op de Zondagswet werd verworpen omdat deze wet niet ziet op verkeersborden. Ook het eerdere gebruik van een beweegbare paal bood geen grond voor vertrouwen dat de geslotenverklaring op feestdagen niet gold.

Wel werd erkend dat de hoorplicht door de officier van justitie was geschonden, waardoor het beroep gedeeltelijk gegrond werd verklaard en de boete met 25% werd gematigd tot € 90,00. De kantonrechter vernietigde de eerdere beslissing van de officier van justitie en bepaalde dat het teveel betaalde bedrag aan betrokkene wordt terugbetaald.

Uitkomst: De boete wordt gematigd tot € 90,00 wegens schending van de hoorplicht, maar verder terecht opgelegd voor het negeren van de geslotenverklaring.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 11902091 \ WM VERZ 25-2424
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 26 juni 2026
Uitspraak op een beroep tegen een boete op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) en proces-verbaal van de zitting
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [betrokkene]
woonplaats : [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene)

De verkeersboete en het beroep

Aan betrokkene is een boete opgelegd voor een verkeersovertreding (een geslotenverklaring die boor beide richtingen geldt negeren (bord C1)).
Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen de boete. Het beroep is behandeld op de zitting van 12 juni 2026. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is ook verschenen.
Betrokkene heeft het beroep op de zitting toegelicht en gevraagd om het beroep gegrond te verklaren. Betrokkene heeft – kort omschreven – aangevoerd dat hij met zijn partner op Eerste Kerstdag naar de huisartsenpost gingen omdat hij zich niet goed voelde. Zij namen de kortste weg en dachten dat zij door mochten rijden. Volgens betrokkene wordt Eerste Kerstdag namelijk gezien als een zondag en verwijst hierbij naar artikel 1.1 van de Zondagswet. Bovendien heeft de gemeente niet duidelijk gecommuniceerd naar de bewoners dat de geslotenverklaring zou gelden op Eerste Kerstdag. Daarnaast gaat de gemeente volgens betrokkene voorbij aan haar eigen beleid.
De geslotenverklaring is ingesteld om het aantal verkeersdeelnemers tijdens de spitsuren terug te draaien. Het feit dat de geslotenverklaring ook op Eerste Kerstdag van kracht is, is hiermee niet in overeenstemming. Tenslotte is de officier van justitie niet ingegaan op zijn hoorverzoek.
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting erkend dat betrokkene had moeten worden gehoord en dat dit niet is gebeurd. Dat betekent dat het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond is, dat die beslissing moet worden vernietigd en de boete moet worden verlaagd met 25%. De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft meegedeeld de beslissing en het standpunt voor het overige te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep voor het overige ongegrond te verklaren. Daarbij heeft de vertegenwoordiger gesteld dat de gemeente Alkmaar deze wijze handhaven heeft ingesteld en dat de boete terecht is opgelegd. De Zondagswet heeft geen betrekking op de werking van de verkeersborden. Ook heeft de gemeente niets gecommuniceerd aan de bewoners over een uitzondering op de geslotenverklaring tijdens de feestdagen.
De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.
De beoordeling
De kantonrechter oordeelt dat de boete terecht is opgelegd. In het dossier bevinden zich flitsfoto’s van de gedraging en schouwrapporten van de bebording. Hieruit blijkt dat de overtreding is begaan en er is geen aanleiding om aan te nemen dat de bebording verwarrend of onduidelijk is.
Ook is de kantonrechter van oordeel dat de gemeente zich ten aanzien van de geslotenverklaring aan de Herenweg voldoende heeft ingespannen als het gaat om de communicatie over de wijzigingen aan deze handhavingslocatie en acht de kantonrechter een waarschuwingsperiode van twee weken, zoals door de gemeente is aangehouden, in dit geval voldoende. Voor een nadere uitleg hierover verwijst de kantonrechter betrokkene naar de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland. [1]
Het verweer dat de geslotenverklaring op feestdagen niet geldt, zoals in dit geval de Eerste Kerstdag, wordt verworpen. Uit de bebording ter plaatse blijkt dat de geslotenverklaring geldt op maandag tot en met vrijdag gedurende 6.00 – 9.00 uur en gedurende 16.00 – 19.00. Er staat op het bord geen uitzondering voor feestdagen. Het beroep op de Zondagswet gaat niet op, omdat deze wet geen betrekking heeft op toepassing van verkeersborden.
Ook zijn er naar het oordeel van de kantonrechter geen omstandigheden aannemelijk geworden op grond waarvan betrokkene redelijkerwijs ervan mocht uitgaan dat op een feestdag de geslotenverklaring niet geldt. Daartoe wordt het volgende overwogen.
De omstandigheid dat de geslotenverklaring voorheen werd gehandhaafd door middel van een beweegbare paal geeft daartoe geen aanleiding. Destijds, zo is in de hiervoor genoemde uitspraak overwogen, kwam de paal omhoog op de tijden dat de geslotenverklaring gold en blokkeerde dan feitelijk de toegang. Dat heeft er bij sommige verkeersdeelnemers kennelijk toe geleid dat ervan werd uitgegaan dat de geslotenverklaring niet (meer) zou gelden als de paal naar beneden stond. Die onjuiste aanname komt voor rekening en risico van de verkeersdeelnemer, gelet op de voldoende duidelijke bebording.
Voor zover is aangevoerd dat destijds de paal bij feestdagen omlaag zou staan, wordt dat verweer als onvoldoende onderbouwd gepasseerd. De gestelde situatie komt niet overeen met het feit dat de bebording van de geslotenverklaring sinds de digitale handhaving niet is gewijzigd. Hoe dan ook ziet de kantonrechter hierin geen aanleiding dat betrokkene erop mocht vertrouwen dat de geslotenverklaring op de dag van de gedraging (een woensdag) niet zou gelden.
Tot slot begrijpt de kantonrechter dat betrokkene vindt dat de gemeente Alkmaar voorbij gaat aan haar eigen beleid door ook te handhaven op Eerste Kerstdag. Echter, het is in dit kader niet aan de kantonrechter om het beleid van de gemeente te beoordelen. Als betrokkene vindt dat het beleid van de gemeente moet worden aangescherpt of aangepast, moet hij zich richten tot de wetgever en de politiek.
De kantonrechter volgt het standpunt van de officier van justitie dat de hoorplicht is geschonden en ziet aanleiding om de boete te matigen met 25%.
Het beroep is gelet op de matiging gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd zal worden gewijzigd.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;
‒ verklaart het beroep tegen de beschikking waarbij de boete is opgelegd gedeeltelijk gegrond en matigt de boete tot een bedrag van € 90,00 (met handhaving van de administratiekosten);
‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F.J. Lourens, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 Wahv Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending:

Voetnoten

1.Vgl. de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 27 mei 2026, te vinden op www.rechtspraak.nl met zoekterm ECLI:NL:RBNHO:2026:6200.