ECLI:NL:RBNHO:2026:7845

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
16 juni 2026
Publicatiedatum
30 juni 2026
Zaaknummer
15/151330-18
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:6:10 SvArt. 6:6:12 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging tbs-maatregel met dwangverpleging wegens recidiverisico en behandeltraject

De rechtbank Noord-Holland heeft op 16 juni 2026 besloten de tbs-maatregel met dwangverpleging van betrokkene met één jaar te verlengen. De maatregel was eerder opgelegd wegens poging tot diefstal met geweld in vereniging en poging tot doodslag, met een aanvangsdatum van 13 juli 2021. De verlenging volgt op een vordering van de officier van justitie, waarbij betrokkene en zijn raadsvrouw instemden.

De kliniek adviseerde de verlenging op basis van een uitgebreide risicotaxatie en behandelrapportage. Betrokkene, een 53-jarige man met een antisociale persoonlijkheidsstoornis en middelenstoornissen, vertoonde instabiliteit na een turbulente periode in een andere behandelsetting, maar stabiliseerde weer na terugplaatsing in de Oostvaarderskliniek. Hij is recent doorgestroomd naar de resocialisatieafdeling Sterreschans, waar hij stapsgewijs meer zelfstandigheid ontwikkelt.

De rechtbank acht het huidige verblijf en begeleidingsniveau noodzakelijk om het recidiverisico te beperken. De behandeling verloopt positief, maar er zijn nog vervolgstappen nodig richting een trainingswoning en mogelijke voorwaardelijke beëindiging. De rechtbank verwacht dat binnen een jaar voldoende informatie beschikbaar zal zijn om deze mogelijkheden te beoordelen en wijst de verlenging toe.

Uitkomst: De tbs-maatregel met dwangverpleging wordt met één jaar verlengd vanwege het hoge recidiverisico en het nog lopende behandeltraject.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Team Straf, zittingsplaats Alkmaar
Meervoudige kamer
Parketnummer: 15/151330-18
Uitspraakdatum: 16 juni 2026
Beslissing ex artikel 6:6:10, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering
op de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling (hierna ook: tbs) van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],
verblijvende in Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) de Oostvaarderskliniek (afdeling Sterreschans) te Almere,
hierna: de betrokkene,
met één jaar.

1.De procedure

Bij arrest van het gerechtshof Amsterdam van 26 augustus 2020 is aan de betrokkene de tbs-maatregel met bevel tot verpleging van overheidswege opgelegd, wegens, zakelijk weergegeven, poging tot diefstal met geweld in vereniging en poging tot doodslag.
De termijn van de tbs nam een aanvang op 13 juli 2021.
De termijn is verlengd, voor het laatst bij beslissing van deze rechtbank van 5 juni 2025 met één jaar.
De onderhavige vordering is op 23 april 2026 bij de rechtbank ingediend.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de processtukken, waaronder:
  • een advies als bedoeld in artikel 6:6:12, eerste lid, aanhef en onder a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van FPC de Oostvaarderskliniek (hierna: de kliniek) en onder meer ondertekend door [deskundige 1], plaatsvervangend hoofd van de instelling, van 17 april 2026;
  • een afschrift van de aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van de betrokkene als bedoeld in artikel 6:6:12, eerste lid, aanhef en onder b Sv.
Op 16 juni 2026 is de vordering op een openbare terechtzitting behandeld. De betrokkene is gehoord, alsmede de deskundige van de kliniek, te weten [deskundige 2], hoofd behandeling (hierna: de deskundige). Verder waren aanwezig de officier van justitie mr. M. Sobering en de raadsvrouw van de betrokkene mr. D.N.A. Brouns, advocaat te Amsterdam.
Na sluiting van het onderzoek ter terechtzitting heeft de rechtbank direct (mondeling) uitspraak gedaan.
Van het verhandelde tijdens deze zitting is afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt.

2.Het advies van de kliniek

Het advies van de kliniek houdt, voor zover relevant, het volgende in:
De betrokkene is een op dit moment 53-jarige man met een antisociale persoonlijkheidsstoornis met trekken van borderline en psychopathie. Daarnaast is sprake van een stoornis in alcohol- en amfetamine gebruik.
De betrokkene is op 3 december 2021 opgenomen in FPC de Oostvaarderskliniek waar hij zich sindsdien heeft ingezet voor zijn behandeling en de (on)begeleide verloven goed zijn verlopen. In het kader van de volgende stap in het traject, transmuraal verlof, is hij in maart 2025 overgeplaatst naar de Forensische Psychiatrische Afdeling (FPA) De Strandwal. Het verblijf in De Strandwal verliep vanaf het begin turbulent. De betrokkene gaf aan zich niet op zijn plek te voelen, voelde zich niet gehoord, ervaarde onduidelijkheid over de te volgen koers en verwachtte sneller door te stromen naar een Forensisch Beschermd Wonen. De plaatsing in De Strandwal heeft voor instabiliteit en vertraging gezorgd. De instabiliteit heeft voornamelijk gezorgd voor een terugval in gedrag passend bij zijn persoonlijkheidsproblematiek, voornamelijk in vijandigheid en antisociaal gedrag. Deze instabiliteit heeft niet gezorgd voor een terugval in middelengebruik. Gezien de verstoorde samenwerking en het daardoor onvoldoende kunnen uitvoeren van adequaat risicomanagement, is besloten tot een terugplaatsing in de Oostvaarderskliniek. De terugplaatsing binnen de kliniek heeft snel weer voor stabiliteit gezorgd, waarbij eenzelfde beeld wordt gezien als voor de transmurale plaatsing. Het lukt de betrokkene achteraf te reflecteren op zijn eigen aandeel in de situatie. In toenemende mate lukt het hem om meer vertrouwen te krijgen in de ander.
Probleeminzicht en adequate copingvaardigheden zijn door de behandeling toegenomen. De context (veel ondersteuning, klankbord, mogelijkheid tot het maken van fouten) heeft hierin vermoedelijk nog een doorslaggevend karakter. Fysieke agressie komt niet voor. Hoewel de betrokkene in de kern wantrouwend blijft naar de intenties van een ander en onenigheid met het behandelteam binnen de Oostvaarderskliniek kan voorkomen, blijven grote conflicten uit en laat hij zich bovendien relatief goed sturen.
Op basis van zijn functioneren en de risicotaxatie is hij recent doorgestroomd naar de resocialisatieafdeling Sterreschans, met als doel zijn zelfstandigheid verder te ontwikkelen en te toetsen welke begeleiding hij nodig heeft voor de toekomst. Gedurende zijn verblijf op resocialisatieafdeling Sterreschans kan de betrokkene zijn werkzaamheden buiten de kliniek voortzetten en stapsgewijs oefenen met toenemende vrijheden, in aanwezigheid van voldoende holding en veiligheid. Begeleiding zal gericht zijn op het versterken van zijn autonomie, het voorkomen van terugval en het ondersteunen van integratie in werk en sociaal leven. Hoewel hij een voortvarend traject doorloopt waarin beveiligingsniveau 4 niet meer passend is bij de vaardigheden en behoeften van de betrokkene, heeft hij nog de nodige vervolgstappen te zetten. De overgang naar Sterreschans is een belangrijke stap richting uitstroom naar een trainingswoning en uiteindelijk naar een eigen woning. Ook zullen de netwerkverloven worden uitgebreid naar overnachtingsverloven bij de ouders van de betrokkene. De verloven zijn tot op heden op een positieve manier verlopen. Het controleren op middelengebruik blijft belangrijk. De kliniek zal de reclassering betrekken zodra proefverlof of een voorwaardelijke beëindiging aan de orde komt. Als concreet zicht komt op doorstroom wordt Forensisch Psychiatrisch Toezicht aangevraagd. Vervolgens kan dan in gezamenlijkheid een goed moment voor de inzet van proefverlof worden bepaald.
Bij een positief beloop van het voorgenomen traject bestaat de mogelijkheid dat over een jaar een voorwaardelijke beëindiging van de maatregel aan de orde is. De inschatting is dat zonder toezicht, controle en ondersteuning vanuit het huidige kader de kans op recidive hoog is. De kliniek adviseert de tbs-maatregel met dwangverpleging te verlengen met één jaar.
De deskundige heeft bij de behandeling van de vordering ter terechtzitting, namens de kliniek, dit advies gehandhaafd en nader toegelicht. De deskundige heeft toegelicht dat de overgang naar FPA De Strandwal moeizaam is verlopen. Hierbij hebben meerdere factoren een rol hebben gespeeld, waaronder de omstandigheid dat De Strandwal, mede gelet op de doelgroep, geen passende behandelsetting is gebleken voor de betrokkene. Zijn aanwezigheid op de resocialisatieafdeling Sterreschans verloopt naar tevredenheid. Voor de betrokkene is het op dit moment van belang dat hij wordt ondersteund bij het aanbrengen van structuur en dat hij de mogelijkheid heeft om te sparren. De betrokkene kan op deze afdeling laten zien dat hij langere tijd stabiel kan functioneren. Een verblijf op de resocialisatieafdeling Sterreschans duurt gemiddeld zes tot negen maanden. Op termijn zal de reclassering worden betrokken. Als vervolgstap wordt gezocht naar een trainingswoning op een passende locatie. Het vervolg daarvan is afhankelijk van het verloop van het traject en de uitstroom. Het is van belang dat de betrokkene blijft werken en abstinent blijft van middelen.

4.Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gepersisteerd bij de vordering tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege met één jaar.

5.Het standpunt van de betrokkene en zijn raadsvrouw

De betrokkene is het eens met de vordering van de officier van justitie.
Namens de betrokkene heeft ook de raadsvrouw verzocht om de vordering tot verlenging van de termijn van de tbs met één jaar toe te wijzen. Zij heeft daarbij verzocht om in de overwegingen op te nemen dat het wenselijk is dat vóór het einde van de gestelde termijn een maatregelrapport beschikbaar is, om de mogelijkheid en haalbaarheid van een voorwaardelijke beëindiging te kunnen onderzoeken.

6.De beoordeling

De rechtbank is, gelet op de stukken en het verhandelde ter terechtzitting, van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen op dit moment de verlenging van de termijn van de tbs vereist. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat de tbs is opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.
De rechtbank kan zich verenigen in het verlengingsadvies van de kliniek en de daarin getrokken conclusies en zal deze overnemen. Gelet op de inhoud van dit advies is de rechtbank van oordeel dat het huidige verblijf en begeleidingsniveau noodzakelijk zijn om het recidiverisico te beperken. Dat risico wordt zonder het huidige tbs-kader ingeschat als hoog.
De rechtbank stelt op grond van het advies en van wat de deskundige hierover tijdens de zitting heeft verklaard vast dat de behandeling van de betrokkene positief verloopt. De betrokkene handhaaft zich tot dusver goed op de resocialisatieafdeling Sterreschans. Tegelijkertijd moeten er nog stappen worden gezet in het tbs-traject van de betrokkene. Waar het de komende maanden om gaat, is stabilisatie in de nieuwe omgeving, waar de betrokkene onder begeleiding stapsgewijs kan oefenen met meer vrijheid en zijn zelfstandigheid verder kan ontwikkelen. Bij een positief verloop zal een vervolgplek in de vorm van een trainingswoning worden gezocht en zal ook de reclassering worden betrokken. Naar verwachting van de deskundigen is één jaar voldoende tijd om – bij een positief verloop – deze stappen te zetten. De rechtbank verlengt de tbs dan ook met één jaar.
Gelet op het advies en de toelichting op zitting gaat de rechtbank ervan uit dat als de betrokkene de positieve lijn voortzet bij de nog te nemen stappen, dat ten tijde van de volgende zitting over een jaar alle benodigde informatie beschikbaar zal zijn over de mogelijkheid en haalbaarheid van een voorwaardelijke beëindiging van de maatregel.

7.De beslissing

De rechtbank:
- wijst de vordering van de officier van justitie toe en
verlengtde termijn van de terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege van
[betrokkene]met
één jaar.
Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum
Deze beslissing is gegeven door
mr. L.M. Nieuwenhuijs, voorzitter,
mrs. G.M.G. Hink en N.M.L. Rogmans, rechters,
in tegenwoordigheid van de griffier, mr. D. Koppe,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 16 juni 2026.