Uitspraak
De kantonrechter wijst de door de verhuurder gevorderde huurbeëindiging toe op grond van dringend eigen gebruik en overweegt (ten overvloede) dat die beëindiging ook op grond van de algemene belangenafweging zou zijn geslaagd. Het vonnis wordt gelet op de omstandigheden van dit geval uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
1.De procedure
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord tevens houdende voorwaardelijke eis in reconventie
- de aanvullende productie zijdens NOVA Dreef
- de pleitaantekeningen die beide partijen hebben overgelegd en voorgedragen.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
Dat geldt hier al helemaal omdat de huurovereenkomst vanaf 1960 aan (de familie van) [gedaagde] wordt verhuurd. Daarbij heeft [gedaagde] er ook rekening mee moeten houden dat het gehuurde zich bevindt in een verouderd winkelcentrum dat op enig moment gerenoveerd zou moeten worden, hetgeen zou kunnen leiden tot het einde van de huur. Weliswaar is aannemelijk dat het niet makkelijk zal zijn om in de nabijheid van het gehuurde een andere ruimte te vinden, maar dat dit onmogelijk is, is niet gebleken. [gedaagde] lijkt ook niet actief te hebben gezocht omdat hij zich kennelijk en mogelijk in het licht van zijn naderende pensioen neerlegt bij liquidatie van de slijterij. Verder heeft [gedaagde] weliswaar aangevoerd dat hij de slijterij na zijn pensioen aan zijn dochter zou willen overdoen, maar de realiteit van dat plan heeft hij niet onderbouwd. Ten slotte is van belang dat NOVA Dreef aan [gedaagde] een tegemoetkoming van
€ 15.000 is aangeboden. Het subsidiaire verweer van [gedaagde] kan dus ook niet slagen.
maar die herontwikkeling is niet gebaseerd op beleid van de overheid of de gemeente.
Van afbraak van het gehuurde in het algemeen belang of een onteigeningssituatie, waarop artikel 7:309 BW Pro betrekking heeft, is geen sprake. NOVA Dreef gaat het gehuurde renoveren en dan verhuren.