Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Procesverloop
2.De uitgangspunten
De officier van justitie heeft verweer gevoerd tegen het verzoek. Deze verzoekschriftprocedure is de hoofdzaak bij dit wrakingverzoek.
(i) een opsomming geeft van de stukken die zich in het procesdossier bevinden;
(ii) de officier van justitie opdraagt om ervoor zorg te dragen dat de raadsman van verzoeker over deze stukken beschikt;
(iii) aan de raadsman van verzoeker een nadere termijn geeft om inhoudelijk te reageren;
(iv) bepaalt dat de officier van justitie binnen twee weken na ontvangst daarvan, kan reageren op de reactie van de raadsman van verzoeker.
Het bericht van 28 november 2025 sluit af met de volgende zinsnede:
“Na ontvangst van de reactie van het OM zal de rechtbank schriftelijk, buiten zitting zoals afgesproken ter terichtzitting op 14 november jl., een beslissing nemen.”
“Ik wijs u er verder op dat een eerlijk proces met zich meebrengt dat er geen stukken aan de
“Geachte voorzitter, ik verzoek u vriendelijk op onderstaande te reageren. Ik verwijs verder naar het arrest van de HR van 6 januari 2026 met nummer ECLI:NL:HR:2026:16 (…). Hieruit volgt dat van de raadkamerbehandeling een proces-verbaal moet worden opgemaakt.”
3.Het standpunt van verzoeker
4.De beoordeling
Daarvan is in dit geval geen sprake.