ECLI:NL:RBNHO:2026:7135
Rechtbank Noord-Holland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter-commissaris wegens ontbreken vooringenomenheid
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter-commissaris die in de hoofdzaak het verzoek tot het horen van een getuige had afgewezen. Verzoeker stelde dat de rechter in haar motivering een waardeoordeel had gegeven over zijn verklaring, wat de schijn van vooringenomenheid zou wekken.
De wrakingskamer overwoog dat de afwijzing van een verzoek tot het horen van een getuige een tussenbeslissing betreft en dat het gesloten stelsel van rechtsmiddelen meebrengt dat een dergelijke beslissing geen grond kan vormen voor wraking. Ook de motivering van de beslissing, hoezeer deze een waardering van bewijsmiddelen bevat, leidt niet tot een vermoeden van partijdigheid.
De wrakingskamer concludeerde dat noch uit de beslissing noch uit de motivering een aanwijzing voor vooringenomenheid blijkt. De door verzoeker aangevoerde omstandigheden zijn onvoldoende om de onpartijdigheid van de rechter in twijfel te trekken. Het wrakingsverzoek is daarom kennelijk ongegrond en wordt afgewezen.
De rechtbank beveelt dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter-commissaris wordt afgewezen wegens ontbreken van vooringenomenheid.