Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:7057

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
3 juni 2026
Publicatiedatum
15 juni 2026
Zaaknummer
10981034 \ CV EXPL 24-1631
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Verstek
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230m BWArt. 6:230o lid 2 BWArt. 6:230v lid 3 BWArt. 6:230v lid 7 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijke vermindering betalingsverplichtingen wegens schending informatieplichten bij reservering en abonnement Greenwheels

De zaak betreft een geschil tussen Collect Car B.V. (Greenwheels) en een consument over de nakoming van betalingsverplichtingen uit een reserveringsovereenkomst en een abonnementsovereenkomst. De consument was niet verschenen, waardoor verstek werd verleend. De rechtbank heeft ambtshalve de (pre)contractuele informatieplichten van Greenwheels getoetst.

De rechtbank concludeert dat Greenwheels niet heeft voldaan aan de informatieplicht omtrent de bestelknop zoals bedoeld in artikel 6:230v lid 3 BW, omdat de knop onvoldoende duidelijk maakte dat het aanklikken een betalingsverplichting inhield. Ook ontbrak een concrete bestelbevestiging aan de consument, wat een schending van artikel 6:230v lid 7 onder a BW inhoudt. Andere precontractuele informatieplichten zijn wel voldoende nageleefd.

Als sanctie vermindert de rechtbank de betalingsverplichting van de consument met 40% voor de reserveringsovereenkomst en met 60% voor de abonnementsovereenkomst. De doorbelaste verkeersboetes blijven volledig voor rekening van de consument. De buitengerechtelijke kosten en een te hoog berekende rente worden afgewezen. De consument wordt veroordeeld tot betaling van een bedrag van €4.518,83 plus wettelijke rente en proceskosten.

Uitkomst: De betalingsverplichtingen van de consument worden verminderd met 40% en 60% wegens schending van informatieplichten, terwijl verkeersboetes volledig voor rekening van de consument blijven.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10981034 \ CV EXPL 24-1631
Uitspraakdatum: 3 juni 2026
Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de besloten vennootschap
Collect Car B.V.,handelend onder de naam
greenwheels
te Rotterdam
de eisende partij
gemachtigde: mr.drs. J.J.F.M. Konings
tegen
[gedaagde]
wonende te gemeente [plaats]
de gedaagde partij
niet verschenen

1.De procedure

1.1.
Op 27 augustus 2025 is een tussenvonnis gewezen. Ter uitvoering van dat tussenvonnis heeft de eisende partij een akte (hierna: de akte) ingediend.

2.De verdere beoordeling

de reserveringsovereenkomst
2.1.
De eisende partij is in de gelegenheid gesteld om zich bij akte uit te laten over de vraag of, en hoe zij de gedaagde partij voorafgaand aan het sluiten van de reserveringsovereenkomst heeft gewezen op de in artikel 6:230m lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) bedoelde informatie, of de bestelknop voldeed (artikel 6:230v lid 3 BW) en of de overeenkomst aan de gedaagde partij op een duurzame gegevensdrager is verstrekt en of in die overeenkomst alle essentiële informatie is vermeld (artikel 6:230v lid 7 BW).
2.2.
De eisende partij heeft naar aanleiding van het tussenvonnis in de akte het digitale bestelproces voor het afsluiten van de reserveringsovereenkomst toegelicht. De kantonrechter zal hieronder beoordelen of de eisende partij in dat proces heeft voldaan aan haar (pre)contractuele informatieverplichtingen.
Ambtshalve toetsing van informatieplichten:
de bestelknop
2.3.
De eisende partij stelt dat de bijzondere verplichting uit artikel 6:230v lid 3 BW niet van toepassing is op de reserveringsovereenkomst. Volgens de eisende partij geldt deze regeling alleen voor bestelknoppen waarbij de gebruiker direct een betalingsverplichting aangaat. Bij een reserveringsovereenkomst is dat niet het geval, omdat de betalingsverplichting pas ontstaat bij aanvang van het gebruik van de auto of bij een te late annulering. Verder is het reserveringsproces zodanig ingericht dat de consument zich bewust is van mogelijke financiële verplichtingen, aldus de eisende partij.
2.4.
De kantonrechter volgt deze redenering niet. Uit de schermafdrukken van het bestelproces blijkt dat een reservering tot stand komt door te klikken op de knop “
Reserveer deze auto”. Dit is geen volledig vrijblijvende reservering: als de consument niet of niet tijdig annuleert is hij aan de reservering gebonden en is hij verplicht ervoor te betalen. Daarmee is sprake van een bestelknop in de zin van artikel 6:230v lid 3 BW. Met de vermelding “
Reserveer deze auto” is naar het oordeel van de kantonrechter geen duidelijke mededeling gedaan dat de consument met het aanklikken van die knop een (eventueel toekomstige) betalingsverplichting aangaat. Daarmee is niet voldaan aan de verplichting van artikel 6:230v lid 3 BW. Dat het reserveringsproces volgens de eisende partij zodanig is ingericht dat de consument zich bewust is van mogelijke financiële verplichtingen maakt dit niet anders. Om te beoordelen of de handelaar aan zijn informatieverplichting heeft voldaan, moet immers alleen rekening worden gehouden met de woorden op de bestelknop (of soortgelijke functie) waarmee de consument het bestelproces afrondt. Er mag geen acht worden geslagen op de verdere omstandigheden van het bestelproces. [1]
2.5.
De conclusie is dat niet is voldaan aan de verplichting van artikel 6:230v lid 3 BW. Voor deze schending zal een sanctie worden toegepast.
Ambtshalve toetsing van de overige precontractuele informatieplichten
2.6.
De kantonrechter is van oordeel dat de eisende partij voldoende heeft toegelicht en onderbouwd dat is voldaan aan de overige precontractuele informatieplichten.
Ambtshalve toetsing van de contractuele informatieplicht
2.7.
De eisende partij stelt dat zij heeft voldaan aan de contractuele informatieplicht van artikel 6:230v lid 7 onder a BW. Zij heeft echter geen bevestiging van de bestelling van de gedaagde partij overgelegd, maar een voorbeeld van een bestelbevestiging. Dit is onvoldoende. Om te kunnen vaststellen dat is voldaan aan artikel 6:230v lid 7 onder a BW moet een aan de gedaagde partij verzonden bestelbevestiging worden overgelegd die voldoet aan de eisen van dat artikel. Dat wil zeggen een concrete, daadwerkelijk aan de gedaagde partij verzonden bestelbevestiging. Die ontbreekt in dit geval.
2.8.
De kantonrechter is daarom van oordeel dat de eisende partij niet aan de contractuele informatieplicht van artikel 6:230v lid 7 onder a BW heeft voldaan en zal daarvoor een sanctie toepassen.
Tussenconclusie
2.9.
Gelet op het bovenstaande en het tussenvonnis van 27 augustus 2025 is de conclusie dat de eisende partij zowel ten aanzien van de abonnementsovereenkomst als de reserveringsovereenkomst meerdere informatieplichten heeft geschonden en dat daarvoor een sanctie wordt toegepast. De sanctie zal alleen worden toegepast op die onderdelen van de vordering die voortvloeien uit de betreffende overeenkomst.
Welke sanctie hoort hierbij?
de reserveringsovereenkomst
2.10.
De kantonrechter moet aan de schending van de informatieplichten, inclusief artikel 6:230v lid 3 BW, gevolgen verbinden door passende maatregelen te nemen die de consument effectieve rechtsbescherming bieden. Die maatregelen moeten doeltreffend, afschrikwekkend en evenredig zijn. [2] De kantonrechter zal daarom op grond van de hiervoor vastgestelde schendingen de reserveringsovereenkomst(en) met toepassing van de sanctierichtlijn [3] gedeeltelijk vernietigen in die zin dat de betalingsverplichting van de consument die daaruit voortvloeit wordt verminderd met 40%. De doorbelaste verkeersboetes (met eventuele verhoging) komen echter geheel voor rekening van de gedaagde partij. De consumentenbescherming gaat niet zo ver dat ook deze kosten vanwege het niet voldoen aan informatieplichten (deels) voor rekening van de eisende partij zouden moeten blijven.
de abonnementsovereenkomst
2.11.
De schending met betrekking tot het herroepingsrecht heeft tot gevolg dat de herroepingstermijn van veertien dagen is verlengd tot het moment waarop alle ontbrekende gegevens alsnog op de voorgeschreven wijze aan de gedaagde partij zijn verstrekt, maar ten hoogste met twaalf maanden (artikel 6:230o lid 2 BW). Omdat deze termijn al is verstreken en niet is gesteld of gebleken dat de gedaagde partij de overeenkomst binnen die termijn heeft willen herroepen, zal aan dit gebrek enkel de hieronder te noemen sanctie worden verbonden.
2.12.
De kantonrechter zal op grond van de in het tussenvonnis vastgestelde schendingen de abonnementsovereenkomst met toepassing van de sanctierichtlijn gedeeltelijk vernietigen in die zin dat de betalingsverplichting van de gedaagde partij die daaruit voortvloeit wordt verminderd met 60%.
Wat is toewijsbaar?
2.13.
Uit productie 3 bij de dagvaarding blijkt dat de hoofdsom van € 6.507,05 voor een bedrag van € 1.561,50 bestaat uit doorbelaste (verhoogde) verkeersboetes. Dat bedrag wordt volledig toegewezen. Verder bestaat de hoofdsom uit een bedrag van € 4.895,55 aan ritkosten, administratiekosten voor bekeuringen en voor aanmaningen en een boete voor het te laat inleveren van de auto en uit een bedrag van € 50,00 aan abonnementskosten. Gelet op het voorgaande is een bedrag van € 4.518,83 aan hoofdsom toewijsbaar (€ 1.561,50 + € 4.895,55 x 0.6 + € 50,00 x 0.4).
2.14.
De buitengerechtelijke kosten worden afgewezen (zie r.o. 2.7 van het tussenvonnis van 28 augustus 2024).
2.15.
Ook de vordering tot vergoeding van de verschenen rente zal worden afgewezen omdat de eisende partij die rente (gelet op de toewijsbare hoofdsom) over een te hoog bedrag heeft berekend. De wettelijke rente zal worden toegewezen over de toewijsbare hoofdsom vanaf de dag van de dagvaarding.
Conclusie en proceskosten
2.16.
De vordering wordt gedeeltelijk toegewezen.
2.17.
De gedaagde partij wordt grotendeels in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. De gevorderde rente over de proceskosten zal worden toegewezen ingaande de 15e dag na de datum van betekening van dit vonnis.
De kosten van de aktes blijven voor rekening van de eisende partij, omdat de eisende partij de toelichting op het nakomen van de informatieplichten al bij dagvaarding had moeten geven.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 4.518,83 te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 12 februari 2024 tot aan de dag van de gehele betaling;
3.2.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:
dagvaarding € 113,54
griffierecht € 524,00
salaris gemachtigde € 360,00 ,
vermeerderd met de wettelijke rente over de proceskosten ingaande de 15e dag na de datum van betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;
3.3.
verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter

Voetnoten

1.HvJ EU 7 april 2022, ECLI:EU:C:2022:269 (Fuhrmann), punt 28.
2.Hoge Raad 4 oktober 2024, ECLI:NL:HR:2024:1366 en Hoge Raad 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1677.
3.Richtlijn Sanctiemodel informatieplichten, te vinden op rechtspraak.nl.