ECLI:NL:RBNHO:2026:6975
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verdeling gemeenschappelijke woning en geldvorderingen na beëindiging affectieve relatie
Partijen, die een affectieve relatie hadden en gezamenlijk eigenaar waren van een woning, zijn in 2024 uit elkaar gegaan zonder afspraken over de verdeling van de woning. De rechtbank bepaalt dat de woning eerst door de man mag worden overgenomen tegen een actuele marktwaarde, gevolgd door de vrouw, en bij uitblijven van overname wordt de woning verkocht aan een derde. De rechtbank regelt de procedure voor taxatie, verkoop en verdeling van de opbrengst.
De man krijgt het exclusief gebruik van de woning vanaf 1 mei 2026 en draagt vanaf die datum alle eigenaars- en gebruikerslasten. Vorderingen over gebruiksvergoeding en lasten worden tussen partijen verrekend. De man vordert vergoeding van investeringen in de woning, maar de rechtbank wijst deze af wegens onvoldoende bewijs van afspraken en onrechtvaardigde verrijking.
De vrouw krijgt een lening van €6.500,- terugbetaald door de man. De rechtbank wijst de overige vorderingen af en compenseert de proceskosten tussen partijen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en legt vast dat medewerking aan de verdeling verplicht is, met toepassing van artikel 3:300 BW Pro bij weigering.
Uitkomst: De rechtbank stelt de verdeling van de woning vast, kent exclusief gebruik toe aan de man, wijst vergoedingsvorderingen af en veroordeelt de man tot terugbetaling van een lening aan de vrouw.