Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:6933

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
11 juni 2026
Publicatiedatum
11 juni 2026
Zaaknummer
15/191631-23
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WWMArt. 13 WWMArt. 26 WWMArt. 31 WWMArt. 55 WWM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling medeplegen wapenhandel en bezit professioneel vuurwerk

De rechtbank Noord-Holland heeft op 11 juni 2026 uitspraak gedaan in de zaak tegen een verdachte geboren in 2000, die werd verdacht van meerdere feiten met betrekking tot wapens en vuurwerk.

De tenlastelegging omvatte het voorhanden hebben van wapens en munitie, medeplegen van de overdracht van een machinegeweer MG42 en een essentieel onderdeel daarvan, het zonder erkenning onderhandelen over en regelen van transacties voor wapens, en het voorhanden hebben van professioneel vuurwerk. De rechtbank verklaarde feiten 1, 2 primair, 3 primair en 4 bewezen, maar sprak de verdachte vrij van het bedrijfsmatig handelen onder feit 3 wegens ontbreken van het bestanddeel 'in de uitoefening van een bedrijf'.

De rechtbank oordeelde dat de verdachte medepleger was bij de overdracht van het vuurwapen, mede op basis van WhatsApp-berichten en zijn actieve betrokkenheid. De wapens betroffen onder meer een FN Browning, een Umarex gaspistool, een Luger pistool, een stiletto, een boksbeugel en diverse munitie. Het professioneel vuurwerk werd onveilig opgeslagen in de slaapkamer van de verdachte.

Bij de strafoplegging hield de rechtbank rekening met de ernst van de feiten, de persoonlijke omstandigheden van de verdachte als first offender met een stabiel leven, en de overschrijding van de redelijke termijn. De opgelegde straf bestaat uit 180 dagen gevangenisstraf waarvan 135 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en een taakstraf van 180 uur, verminderd met 20 uur wegens termijnoverschrijding.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 180 dagen gevangenisstraf waarvan 135 dagen voorwaardelijk en 180 uur taakstraf wegens medeplegen wapenoverdracht en bezit professioneel vuurwerk.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Team Straf, zittingsplaats Alkmaar
Meervoudige strafkamer
Parketnummer: 15/191631-23 (P)
Uitspraakdatum: 11 juni 2026
Tegenspraak
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 28 mei 2026 in de zaak tegen:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 2000 te [geboorteplaats] ,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het [adres] .
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie
mr. J.A. Huibers en van wat de verdachte en zijn raadsman, mr. J. van Wijk, advocaat te Eindhoven, naar voren hebben gebracht.

1.Tenlastelegging

Aan de verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging en kort samengevat, ten laste gelegd dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan:
Feit 1
het voorhanden hebben van wapens en munitie op 7 november 2023 te Hoorn;
Feit 2
primair
het medeplegen van het overdragen van een vuurwapen en/of een essentieel onderdeel van een vuurwapen, te weten een slagpin, aan een ander in de periode van 30 november 2022 tot en met 7 april 2023 te Hoorn en/of Zwaag;
subsidiair
medeplichtigheid aan het overdragen van een vuurwapen en/of een essentieel onderdeel van een vuurwapen, te weten een slagpin, aan een ander in de periode van 30 november 2022 tot en met 7 april 2023 te Hoorn en/of Zwaag;
Feit 3
primair
het medeplegen van het zonder erkenning onderhandelen over en/of transacties regelen voor de aankoop en/of verkoop en/of levering van meerdere wapens, in de periode van 15 maart 2022 tot en met 18 december 2022 te Hoorn en/of Zwaag;
subsidiair
medeplichtigheid aan het zonder erkenning onderhandelen over en/of transacties regelen voor de aankoop en/of verkoop en/of levering van meerdere wapens, in de periode van 15 maart 2022 tot en met 18 december 2022 te Hoorn en/of Zwaag;
Feit 4
het medeplegen van het opslaan en/of voorhanden hebben van professioneel vuurwerk bestemd voor particulier gebruik op 7 november 2023 te Hoorn.
De volledige tenlastelegging is opgenomen in bijlage I bij dit vonnis en geldt als hier ingevoegd.

2.Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3.Beoordeling van het bewijs

3.1
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de onder 1, 2 primair, 3 primair en 4 ten laste gelegde feiten.
3.2
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich ten aanzien van feiten 1 en 4 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Ten aanzien van feit 2 heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat het subsidiair ten laste gelegde feit bewezen kan worden. Ten aanzien van feit 3 heeft de raadsman zich primair op het standpunt gesteld dat de verdachte moet worden vrijgesproken, nu de verdachte niet kan worden gezien als een beroepsmatige wapenmakelaar. Subsidiair heeft hij zich op het standpunt gesteld dat de verdachte partieel moet worden vrijgesproken van de 6 floberts en karabijnen.
3.3
Oordeel van de rechtbank
3.3.1
Redengevende feiten en omstandigheden
Feiten 1 en 4
De rechtbank komt tot een bewezenverklaring van de onder 1 en 4 ten laste gelegde feiten. Ten aanzien van feit 4 is de rechtbank van oordeel dat er onvoldoende bewijs is voor het medeplegen. De verdachte heeft de feiten voor het overige bekend en door of namens hem is geen vrijspraak hiervoor bepleit. Gelet op artikel 359, derde lid, laatste volzin, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) zal ten aanzien van deze feiten daarom worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen, opgenomen in bijlage II, op grond waarvan de rechtbank tot een bewezenverklaring is gekomen.
Feiten 2 en 3
De rechtbank komt tot een bewezenverklaring van de onder 2 primair en 3 primair ten laste gelegde feiten op grond van de bewijsmiddelen die in bijlage II bij dit vonnis zijn opgenomen. Hieronder zal de rechtbank uitleggen hoe zij tot een bewezenverklaring is gekomen
3.3.2
Bewijsoverweging feit 2
De verdachte heeft ten aanzien van feit 2 verklaard dat het klopt dat hij betrokken is geweest bij de overdracht van, kort gezegd, het machinegeweer MG42 (hierna: het vuurwapen). Hij heeft verklaard dat het vuurwapen van hem was en dat hij een ontbrekende slagpin heeft geregeld en opgestuurd.
De raadsman heeft bepleit dat geen sprake is geweest van medeplegen, maar hoogstens van medeplichtigheid aan de overdracht.
De rechtbank verwerpt dit verweer en overweegt daartoe het volgende. Reeds op grond van het eigendom van het wapen en het voor de overdracht door zijn broer, de [medeverdachte] , ter beschikking stellen daarvan geldt dat de verdachte een wezenlijke bijdrage heeft geleverd. Daar komt bij dat de verdachte ook actief betrokken is geweest bij de uitvoering van de overdracht. Uit WhatsApp-gesprekken tussen de verdachte en zijn broer volgt dat de verdachte, op verzoek van zijn broer, aan de koper foto’s heeft gestuurd van het vuurwapen. Vervolgens heeft hij het vuurwapen en andere spullen meegenomen naar de locatie om aan de koper te laten zien. Later blijkt de slagpin van het vuurwapen te missen en de medeverdachte zegt dat de verdachte dit met de koper moet regelen. De verdachte heeft deze slagpin via de post opgestuurd. De rechtbank is van oordeel dat de verdachte met de voornoemde gedragingen een wezenlijke bijdrage aan de overdracht van het vuurwapen en de slagpin heeft geleverd. Anders dan de raadsman is de rechtbank dan ook van oordeel dat er tussen de verdachte en zijn broer sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking bij deze overdracht, en dus van medeplegen.
De rechtbank stelt vast dat uit het dossier niet volgt hoe het vuurwapen conform de Wet wapens en munitie (WWM) gecategoriseerd moet worden. Evenwel is de rechtbank van oordeel dat dit niet aan een bewezenverklaring van het feit in de weg staat. Op grond van de WhatsApp-berichten, een proces-verbaal waarin het vuurwapen geduid wordt en de ontbrekende slagpin staat voor de rechtbank vast dat het geleverde wapen een vuurwapen is. Onder deze omstandigheden gaat de rechtbank ervan uit dat het vuurwapen kan worden gecategoriseerd als een categorie III-wapen (onder 1e) als bedoeld in de WWM, en niet als een vuurwapen van categorie III, onder 2e (zijnde toestellen voor beroepsdoeleinden die geschikt zijn om projectielen af te schieten, zoals in de – nader omschreven en gewijzigde – tenlastelegging is opgenomen). Er is immers sprake van een vuurwapen in de vorm van een (machine)geweer, welke niet als een categorie II wapen kan worden aangemerkt.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 2 primair ten laste gelegde feit.
3.3.3
Bewijsoverweging feit 3
De verdachte heeft verklaard dat het klopt dat hij heeft gesproken over en foto’s heeft gestuurd van een Mauser K98 en een Luger gasdrukpistool. De verdachte heeft ontkend dat hij de tenlastegelegde 6 floberts en/of karabijnen heeft verhandeld.
De raadsman heeft primair bepleit dat de verdachte niet heeft gehandeld in de uitoefening van een bedrijf, wat wel nodig is voor een bewezenverklaring onder artikel 9 WWM Pro, waardoor de verdachte moet worden vrijgesproken. Subsidiair heeft de raadsman bepleit dat de verdachte partieel moet worden vrijgesproken van de 6 floberts en karabijnen.
Juridisch kader
De tenlastelegging is toegesneden op artikel 9, eerste lid, WWM. Artikel 9, eerste lid, WWM stelt, voor zover voor de beoordeling van deze zaak van belang, strafbaar het zonder erkenning […]
in de uitoefening van een bedrijfuitwisselen, verhuren of anderszins ter beschikking stellen, herstellen, beproeven of verhandelen van een wapen of munitie. Dit verbod richt zich dus kort gezegd op bedrijfsmatige wapenhandel. Uit het arrest van de Hoge Raad van 27 oktober 2020 (ECLI:NL:2020:1693) volgt dat handelen
in de uitoefening van een bedrijfin de zin van artikel 9, eerste lid, WWM zowel door natuurlijke personen als rechtspersonen kan worden verricht. Met andere woorden ook particulieren kunnen bedrijfsmatig in wapens handelen.
De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of dat wat ten laste is gelegd bewezen kan worden verklaard. De rechtbank acht bewezen dat de verdachte zonder erkenning de Mauser K98 en het Luger gasdrukpistool heeft verhandeld. Dit volgt uit de WhatsApp-gesprekken tussen de verdachte en zijn broer. Ook heeft de verdachte aan een (potentiële) koper foto’s van de Mauser K98 toegezonden. Met de raadsman is de rechtbank van oordeel dat de WhatsApp-gesprekken over 6 floberts en/of karabijnen onvoldoende concreet zijn, zodat daaruit niet kan worden afgeleid dat sprake is geweest van het verhandelen van deze wapens. En hoewel uit het procesdossier niet volgt hoe de wapens conform de WWM gecategoriseerd moeten worden, staat voor de rechtbank ook vast dat het ging om twee wapens in de zin van de WWM, die kunnen worden gecategoriseerd als wapens in de zin van artikel 2, eerste lid, categorie III, onderdeel 1, WWM, en in de zin van artikel 2, eerste lid, categorie I, onderdeel 7, WWM.
Gelet op het voorgaande komt de rechtbank tot een bewezenverklaring van wat in feit 3 primair is ten laste gelegd. Met het oog op de bewezenverklaring kan onbesproken blijven of de verdachte de wapens
in de uitoefening van een bedrijfheeft verhandeld, nu dit niet ten laste is gelegd. De rechtbank zal onder 4 nader ingaan op de vraag of sprake is van het strafbaar verhandelen zoals bedoeld in artikel 9 WWM Pro.
3.4
Bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1, 2 primair, 3 primair en 4 ten laste gelegde feiten heeft begaan, in die zin dat
Feit 1Hij op 7 november 2023 te Hoorn,
- een vuurwapen in de zin van artikel 2 lid 1 categorie Pro III onder 1 Wet Wapens en Munitie te weten een FN Browning, model 1922, kaliber 7.65mm en
- een vuurwapen in de zin van artikel 2 lid 1 categorie Pro III onder 1 Wet Wapens en Munitie te weten een gaspistool van het merk UMAREX, model Colt Government 1911 A1, kaliber 9mm P.A.K. en
- een vuurwapen in de zin van artikel 2 lid 1 categorie Pro I sub 7 Wet Wapens en Munitie, te weten een pistool van het merk “Luger", model: “P08” en
- een wapen in de zin van artikel 2 lid 1 sub Pro 1 Wet Wapens en Munitie, te weten een stiletto en
- een wapen in de zin van artikel 2 lid Pro I sub 3 Wet Wapens en Munitie, te weten een boksbeugel en
- munitie in de zin van artikel 2 lid 2 categorie Pro II Wet Wapens en Munitie, te weten 50 stuks pyrotechnische munitie en
- diverse soorten munitie, te weten:
- 617 kogelpatronen (munitie in de zin van artikel 2 lid 2 categorie Pro III Wet Wapens en Munitie ) en
- 6 stuks lichtspoormunitie (munitie in de zin van artikel 2 lid 2 categorie Pro II onder 3 Wet Wapens en Munitie ) en
- 29 stuks hagelmunitie (munitie in de zin van artikel 2 lid 2 categorie Pro III Wet Wapens en Munitie ) en
- 22 stuks P.A.K. (Pistole Automatik Knall) munitie van het merk: “Umarex” kaliber 9mm (munitie in de zin van artikel 2 lid 2 categorie Pro III Wet wapens en Munitie),
voorhanden heeft gehad.
Feit 2 primair
Hij in de periode van 30 november 2022 tot en met 7 april 2023 te Hoorn en/of Zwaag tezamen en in vereniging met een ander een vuurwapen in de zin van artikel 2 lid Pro 1, categorie III Wet Wapens en Munitie, te weten een machinegeweer MG42 of Maschinengewehr 1942 (officieel "Universal-Maschinengewehr Modell 42") en een essentieel onderdeel van een vuurwapen (in de zin van artikel 2 lid Pro 1, categorie III Wet Wapens en Munitie juncto artikel 3 lid 1 Wet Pro Wapens en Munitie), te weten een slagpin voor voornoemd vuurwapen heeft overgedragen aan [naam 1] .
Feit 3 primair
hij in de periode van 15 maart 2022 tot en 18 december 2022 te Hoorn en/of Zwaag tezamen en in vereniging met een ander zonder erkenning heeft onderhandeld over en/of (een) transactie(s) heeft geregeld voor de aankoop en/of verkoop en/of levering van wapens,
en het feit heeft begaan met betrekking tot een vuurwapen in de zin van artikel 2 lid 1 van Pro categorie III, onderdeel 1°, te weten een vuurwapen in de vorm van een geweer, en een vuurwapen in de zin van artikel 2 lid 1 categorie Pro I sub 7 Wet Wapens en Munitie voor zover deze niet vallen onder categorie II sub 2°, 3° of 6°, te weten:
- een Mauser K98 (“K98”), kaliber 7.92 x 57 mm en
- Luger gasdrukpistool.
Feit 4
hij op 7 november 2023 te Hoorn, al dan niet opzettelijk,
- 1 x knalvuurwerk “Super Size No. 1” en
- 4, althans één of meer, stuks knalvuurwerk (Gold Thunder) en
- 47, althans één of meer, stuks knalvuurwerk (Dumbum) en
- 6, althans één of meer, knalstrengen (Traca) en
- 1x Shell 6 inch mortierbom en
- 9x Shell 3 inch mortierbom,
in elk geval professioneel vuurwerk bestemd voor particulier gebruik, heeft opgeslagen en voorhanden heeft gehad.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.
Wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4.De strafbaarheid van feit 3

Zoals de rechtbank onder 3.3.3 uiteen heeft gezet gaat het bij artikel 9, eerste lid, WWM om het bedrijfsmatig verhandelen van vuurwapens. De rechtbank stelt vast dat het bestanddeel
in de uitoefening van een bedrijfontbreekt in de tenlastelegging. Het onder feit 3 bewezenverklaarde is zonder dit bestanddeel niet te kwalificeren als een strafbaar feit. De verdachte zal om die reden voor het onder dit feit ten laste gelegde worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

5.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten 1, 2 en 4

De andere bewezenverklaarde feiten leveren op:
feit 1
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd,
en
handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd,
en
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd;
feit 2 primair
medeplegen van het handelen in strijd met artikel 31, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie III, meermalen gepleegd;
feit 4
overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan, meermalen gepleegd.
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het onder de feiten 1, 2 en 4 bewezenverklaarde is dus strafbaar.

6.Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dan ook strafbaar.

7.Motivering van de sanctie

7.1
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 22 maanden, met aftrek van de tijd die de verdachte in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft gezeten.
7.2
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft verzocht bij de op te leggen straf rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. De verdachte is een ‘first offender’, hij is nog jong en hij heeft zijn leven op orde. Daarnaast is in deze zaak sprake van een hobbymatige context en heeft de verdachte een beperkte rol gehad. Ten slotte moet rekening worden gehouden met de overschrijding van de redelijke termijn. Gelet hierop heeft de raadsman verzocht om aan de verdachte een gevangenisstraf op te leggen die gelijk is aan de duur van het voorarrest, eventueel aangevuld met een taakstraf.
7.3
Oordeel van de rechtbank
Bij de beslissing over de straffen die aan de verdachte moeten worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
Ernst van de feiten
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan overtredingen van de WWM. De verdachte heeft zich in eerste plaats schuldig gemaakt aan het medeplegen van het overdragen van een automatisch vuurwapen en het voorhanden hebben van twee vuurwapens, een nepvuurwapen, munitie, een stiletto en een boksbeugel. Het voorhanden hebben van wapens en het overdragen van vuurwapens brengt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen met zich mee. De verdachte heeft verklaard dat hij veel interesse had in het verzamelen van oorlogsspullen, waaronder wapens en munitie. De regelgeving omtrent (antieke) wapens en munitie is complex. Bij de afweging welke wapens en munitie de verdachte wel en niet voorhanden mag hebben wordt extra zorgvuldigheid verwacht en de verdachte moet zich ervan vergewissen dat de wapens en munitie voldoen aan de geldende regelgeving.
Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een aanzienlijke hoeveelheid zwaar vuurwerk zonder daarover gespecialiseerde kennis te hebben. Het vuurwerk lag onder meer in de slaapkamer van de verdachte waarbij hij geen veiligheidsmaatregelen had getroffen. Door het vuurwerk op deze manier in de slaapkamer te bewaren, heeft de verdachte voor zowel zichzelf als zijn medebewoners, omwonenden en goederen een zeer gevaarlijke situatie in het leven geroepen.
Persoon van de verdachte
Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank gelet op het strafblad van de verdachte (Uittreksel Justitiële Documentatie van 4 mei 2026), waaruit blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld. Hij is aan te merken als een first offender.
De rechtbank heeft verder kennisgenomen van het reclasseringsrapport van 14 mei 2026, waarin de reclassering adviseert aan de verdachte een straf op te leggen zonder bijzondere voorwaarden. De verdachte heeft kort gezegd zijn leven op orde. Hij heeft een relatie, woont bij zijn ouders, werkt samen met zijn vader in een eigen bedrijf en werkt daarnaast af en toe als sportinstructeur. Hij heeft zich na zijn aanhouding niet langer met het verzamelen van spullen die met de oorlog verband houden bezig gehouden. De reclassering ziet geen noodzaak om met interventies of toezicht de risico’s – die als laag worden gezien – te beperken of het gedrag te veranderen.
Op te leggen straffen
Bij het bepalen van de hoogte van de straffen heeft de rechtbank gekeken naar de straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd en naar de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht. De rechtbank is van oordeel dat gelet hierop en gelet op de ernst van de bewezen verklaarde feiten, in beginsel zonder meer een (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf van enige duur gerechtvaardigd is.
Daar staat tegenover dat het een bijzondere zaak betreft. De verdachte en zijn broer hebben aangegeven dat zij een voorliefde delen voor historische oorlogsspullen en deze verzamelen onder meer door op plekken van veldslagen met metaaldetectors grondonderzoek te doen. De rechtbank neemt deze achtergrond in aanmerking en ziet de feiten daarmee in een ander licht. Verder is de verdachte eind december 2023 geschorst uit voorlopige hechtenis en heeft hij een aantal maanden elektronische monitoring gehad. De verdachte heeft zich gehouden aan de bijzondere voorwaarden en is niet meer in aanraking gekomen met politie en justitie. Gelet op deze omstandigheden ziet de rechtbank ruimte om de aan de verdachte op te leggen onvoorwaardelijke gevangenisstraf te beperken tot de duur van het voorarrest. Daarnaast zal de rechtbank een voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, gecombineerd met een taakstraf.
Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van 180 dagen moet worden opgelegd. De rechtbank zal echter bepalen dat een deel van deze straf, te weten 135 dagen, vooralsnog niet ten uitvoer zal worden gelegd en zal daaraan een proeftijd verbinden van twee jaren, zodat de verdachte ervan wordt weerhouden zich voor het einde van die proeftijd schuldig te maken aan een strafbaar feit. Ook is de rechtbank van oordeel dat een taakstraf van 200 uren moet worden opgelegd.
Redelijke termijn
De rechtbank neemt bij de straftoemeting in aanmerking dat de redelijke termijn is overschreden. In artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is het recht van iedere verdachte gewaarborgd om binnen een redelijke termijn te worden berecht. Als uitgangspunt geldt dat de behandeling van een zaak ter terechtzitting moet zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaren nadat de op zijn redelijkheid te beoordelen termijn is aangevangen, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden.
De verdachte is op 7 november 2023 aangehouden. Naar het oordeel van de rechtbank is dat het moment geweest waarop de redelijke termijn in deze zaak is aangevangen. Van bijzondere omstandigheden is in deze zaak geen sprake. De rechtbank wijst vonnis op 11 juni 2026. Daarmee is de redelijke termijn overschreden met zeven maanden. De rechtbank is van oordeel dat deze overschrijding matiging van de op te leggen taakstraf tot gevolg moet hebben.
De rechtbank zal daarom de hierboven genoemde taakstraf met twintig uren verminderen en legt dus een taakstraf op voor de duur van 180 uren, te vervangen door 90 dagen hechtenis.

8.Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:
artikel 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 47, 57, 62 van het Wetboek van Strafrecht;
artikel 13, 26, 31, 55 van de Wet wapens en munitie;
artikel 1a, 2, 6 van de Wet op de economische delicten;
artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer en artikel 1.2.2 van het Vuurwerkbesluit.

9.Beslissing

De rechtbank:
Verklaart bewezen dat de verdachte de onder 1, 2 primair, 3 primair en 4 ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4 weergegeven.
Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.
Stelt vast dat het onder 3 primair ten laste gelegde feit geen strafbaar feit oplevert en ontslaat de verdachte daarvoor van alle rechtsvervolging.
Bepaalt dat de onder 1, 2 primair en 4 bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 4. vermelde strafbare feiten opleveren.
Verklaart de verdachte hiervoor strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van
180 (honderdtachtig) dagen, met bevel dat van deze straf een gedeelte, groot 135 dagen,
nietten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de verdachte voor het einde van de op twee jaren bepaalde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Bepaalt dat de tijd die de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Veroordeelt de verdachte tot het verrichten van
180 (honderdtachtig) urentaakstraf die bestaat uit het verrichten van onbetaalde arbeid, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door 90 dagen hechtenis.
Heft op het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.
Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum
Dit vonnis is gewezen door:
mr. L. Boonstra, voorzitter,
mr. G.M.G. Hink en mr. N. Ćulafić, rechters,
in tegenwoordigheid van de griffier mr. L. Verheul,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 11 juni 2026.
Bijlage I
De tenlastelegging
Feit 1Hij op of omstreeks 7 november 2023 te Hoorn, in elk geval in Nederland,
- een vuurwapen in de zin van artikel 2 lid 1 categorie Pro III onder 1 Wet Wapens en Munitie te weten een FN Browning, model 1922, kaliber 7.65mm (A.12.03.002) en/of
- een vuurwapen in de zin van artikel 2 lid 1 categorie Pro III onder 1 Wet Wapens en Munitie te weten een gaspistol van het merk UMAREX, model Colt Government 1911 A1, kaliber 9mm P.A.K. (A.12.04.002) en/of
- een vuurwapen in de zin van artikel 2 lid 1 categorie Pro I sub 7 Wet Wapens en Munitie, te weten een pistool van het merk “Luger", model: “P08” (A.12.09.009) en/of
- een wapen in de zin van artikel 2 lid 1 sub Pro 1 Wet Wapens en Munitie, te weten een stiletto (A.12.05.001) en/of
- een wapen in de zin van artikel 2 lid Pro I sub 3 Wet Wapens en Munitie, te weten een boksbeugel (A.12.05.002) en/of
- munitie in de zin van artikel 2 lid 2 categorie Pro II Wet Wapens en Munitie, te weten 50 stuks pyrotechnische munitie (A.12.05.003) en/of
- diverse soorten munitie, te weten:
- 617 kogelpatronen (munitie in de zin van artikel 2 lid 2 categorie Pro III Wet Wapens en Munitie - A.12.01.001) en/of
- 6 stuks lichtspoormunitie (munitie in de zin van artikel 2 lid 2 categorie Pro II onder 3 Wet Wapens en Munitie - A.12.01.001) en/of
- 29 stuks hagelmunitie (munitie in de zin van artikel 2 lid 2 categorie Pro III Wet Wapens en Munitie - A.12.03.001) en/of
- 22 stuks P.A.K. (Pistole Automatik Knall) munitie van het merk: “Umarex” kaliber 9mm (munitie in de zin van artikel 2 lid 2 categorie Pro III Wet wapens en Munitie - A.12.09.002),
voorhanden heeft gehad.
Feit 2primair
Hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 30 november 2022 tot en met 7 april 2023 te Hoorn en/of Zwaag, in ieder geval in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en) een vuurwapen in de zin van artikel 2 lid Pro 1, categorie 3 onder 2 WWM te weten een machinegeweer MG42 of Maschinengewehr 1942 (officieel "Universal-Maschinengewehr Modell 42") en/of een essentieel onderdeel van een vuurwapen (in de zin van artikel 2 lid Pro 1, categorie III onder 1 Wet Wapens en Munitie juncto artikel 3 lid 1 Wet Pro Wapens en Munitie), te weten een slagpin voor voornoemd vuurwapen heeft overgedragen aan [naam 1] (ZD [verdachte] ).
subsidiair
[medeverdachte] op of omstreeks 18 december 2022 te Hoorn en/of Zwaag, in ieder geval in Nederland,
- een vuurwapen in de zin van artikel 2 lid Pro 1, categorie 3 onder 2 WWM te weten een machinegeweer MG42 of Maschinengewehr 1942 (officieel "Universal-Maschinengewehr Modell 42") heeft overgedragen aan [naam 1]
tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 30 november 2022 tot en met 7 april 2023 te Hoorn en/of Zwaag, in ieder geval in Nederland meermalen, althans eenmaal (telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door
- een machinegeweer MG42 of Maschinengewehr 1942 (officieel "Universal-Maschinengewehr Modell 42") mee te nemen naar [naam 2] op 18 december 2022 en/of aan die [medeverdachte] ter beschikking te stellen en/of
- foto’s van voornoemd vuurwapen te verstrekken aan [naam 1] en/of
- een slagpin voor voornoemd vuurwapen (een essentieel onderdeel van een vuurwapen in de zin van artikel 2 lid Pro 1, categorie III onder 1 Wet Wapens en Munitie juncto artikel 3 lid 1 Wet Pro Wapens en Munitie), te verstrekken aan [naam 1] .
Feit 3primair
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 15 maart 2022 tot en 18 december 2022 te Hoorn en/of Zwaag, in ieder geval in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en) zonder erkenning heeft onderhandeld over en/of (een) transactie(s) heeft geregeld voor de aankoop en/of verkoop en/of levering van één of meer wapens of munitie,
en het/de feit(en) heeft begaan met betrekking tot (een) vuurwapen(s) in de zin van artikel 2 lid 1 van Pro categorie III, onderdeel 1° (te weten (een) vuurwapen(s) in de vorm van (een) gewe(e)r(en) en/of (een) revolver(s) en/of (een) pisto(o)l(en) en/of een vuurwapen in de zin van artikel 2 lid 1 categorie Pro I sub 7 Wet Wapens en Munitie voor zover deze niet valt/vallen onder categorie II sub 2°, 3° of 6°, te weten:
- 6 Floberts en/of karabijnen en/of
- een Mauser K98 (“K98”), kaliber 7.92 x 57 mm en/of
- Luger gasdrukpistool.
subsidiair[medeverdachte] op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 15 maart 2022 tot en 18 december 2022 te Hoorn en/of Zwaag, in ieder geval in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en) zonder erkenning heeft onderhandeld over en/of (een) transactie(s) heeft geregeld voor de aankoop en/of verkoop en/of levering van één of meer wapens of munitie,
en het/de feit(en) heeft begaan met betrekking tot (een) vuurwapen(s) in de zin van artikel 2 lid 1 van Pro categorie III, onderdeel 1° (te weten (een) vuurwapen(s) in de vorm van (een) gewe(e)r(en) en/of (een) revolver(s) en/of (een) pisto(o)l(en) en/of een vuurwapen in de zin van artikel 2 lid 1 categorie Pro I sub 7 Wet Wapens en Munitie voor zover deze niet valt/vallen onder categorie II sub 2°, 3° of 6°, te weten:
- 6 Floberts en/of karabijnen en/of
- een Mauser K98 (“K98”), kaliber 7.92 x 57 mm
tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 15 maart 2022 tot en 18 december 2022 te Hoorn en/of Zwaag, in ieder geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal (telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door
- 6 Floberts en/of karabijnen en/of een Mauser K98 (“K98”) mee te nemen naar [naam 2] op 18 december 2022 en/of aan die [medeverdachte] ter beschikking te stellen en/of
- foto’s van voornoemde vuurwapens te verstrekken aan [naam 1] .
Feit 4
hij op of omstreeks 7 november 2023 te Hoorn, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), al dan niet opzettelijk,
- 1 x knalvuurwerk “Super Size No. 1” (A.12.07.003 - PV C.O.V. - Bijlage 5) en/of
- 4, althans één of meer, stuks knalvuurwerk (Gold Thunder) (A.12.07.OO1 PV C.O.V.
- Bijlage 11) en/of
- 47, althans één of meer, stuks knalvuurwerk (Dumbum) (A.12.07.001 PV C.O.V. - Bijlage 12), en/of
- 6, althans één of meer, knalstrengen (Traca) (A.12.06.001 - PV C.O.V. – bijlage 35) en/of
- 1x Shell 6 inch mortierbom (A.12.07.002 - PV C.O.V. – bijlage 19) en/of
- 9x Shell 3 inch mortierbom (A.12.07.001 – PV C.O.V. - bijlagen 29 en 31),
in elk geval professioneel vuurwerk bestemd voor particulier gebruik, heeft opgeslagen en/of voorhanden heeft gehad.
Bijlage II
De bewijsmiddelen
(…)