Op 7 januari 2026 heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Noord-Holland uitspraak gedaan in een zaak betreffende een verzoek om een voorlopige voorziening. Verzoekers, bewoners van een woning in Purmerend, hebben bezwaar gemaakt tegen de sluiting van hun woning op grond van artikel 13b van de Opiumwet. De burgemeester had op 9 december 2025 besloten de woning te sluiten voor de duur van drie maanden, omdat er een professionele hennepkwekerij was aangetroffen. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen, omdat het bezwaar van verzoekers bij de huidige stand van zaken geen redelijke kans van slagen leek te hebben. De voorzieningenrechter overwoog dat de burgemeester bevoegd was om tot sluiting over te gaan en dat de sluiting noodzakelijk en evenwichtig was, gezien de ernst van de situatie en de risico's voor de openbare orde. De voorzieningenrechter benadrukte dat het oordeel voorlopig is en niet bindend voor een eventueel bodemgeding. De uitspraak is openbaar gedaan en er staat geen hoger beroep of verzet open.