ECLI:NL:RBNHO:2026:68

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
7 januari 2026
Publicatiedatum
7 januari 2026
Zaaknummer
HAA 25/5773
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening sluiting woning op basis van Opiumwet

Op 7 januari 2026 heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Noord-Holland uitspraak gedaan in een zaak betreffende een verzoek om een voorlopige voorziening. Verzoekers, bewoners van een woning in Purmerend, hebben bezwaar gemaakt tegen de sluiting van hun woning op grond van artikel 13b van de Opiumwet. De burgemeester had op 9 december 2025 besloten de woning te sluiten voor de duur van drie maanden, omdat er een professionele hennepkwekerij was aangetroffen. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen, omdat het bezwaar van verzoekers bij de huidige stand van zaken geen redelijke kans van slagen leek te hebben. De voorzieningenrechter overwoog dat de burgemeester bevoegd was om tot sluiting over te gaan en dat de sluiting noodzakelijk en evenwichtig was, gezien de ernst van de situatie en de risico's voor de openbare orde. De voorzieningenrechter benadrukte dat het oordeel voorlopig is en niet bindend voor een eventueel bodemgeding. De uitspraak is openbaar gedaan en er staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 25/5773

uitspraak van de voorzieningenrechter van 7 januari 2026 in de zaak tussen

[verzoeker] en [verzoekers] , uit [plaats] , verzoekers

(gemachtigde: mr. S.N. de Jager),
en

de burgemeester van de gemeente Purmerend, de burgemeester

(gemachtigde: mr. L.C. Dankbaar).

Samenvatting

1.1.
Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over sluiting van de woning van verzoekers op grond van artikel 13b van de Opiumwet voor de duur van drie maanden. Verzoekers zijn het hier niet mee eens. Zij hebben bezwaar gemaakt en verzoeken om een voorlopige voorziening.
1.2.
De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af omdat het bezwaar bij de huidige stand van zaken geen redelijke kans van slagen lijkt te hebben. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

Procesverloop

2.1.
Bij besluit van 9 december 2025 heeft de burgemeester de woning van verzoekers op het adres [adres] in [plaats] op grond van artikel 13b, eerste lid, aanhef en onder a, van de Opiumwet gesloten voor drie maanden, ingaande per 15 december 2025. Verzoekers hebben hiertegen op 11 december 2025 bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
2.2.
De voorzieningenrechter heeft op 11 december 2025 een ordemaatregel getroffen in die zin dat het besluit van 9 december 2025 is geschorst tot de inhoudelijke uitspraak op het verzoek om voorlopige voorziening.
2.3.
De burgemeester heeft op 22 december 2025 op het verzoek gereageerd met een verweerschrift.
2.4.
Verzoekers hebben op 22 december 2025 hun gronden van bezwaar en hun verzoek om voorlopige voorziening aangevuld.
2.5.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 24 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen verzoeker [verzoeker] , de gemachtigde van verzoekers en de gemachtigde van de burgemeester.

Totstandkoming van het besluit

3.
3.1.
Verzoekers wonen op het adres [adres] in [plaats] , waarvan verzoeker [verzoeker] sinds 2011 eigenaar is.
3.2.
De politie heeft op 12 november 2025 een onderzoek ingesteld op het adres van verzoekers. Er is toen een in werking zijnde hennepkwekerij aangetroffen en ontmanteld.
3.3.
Van dit onderzoek is op 13 november 2025 een bestuurlijke rapportage opgemaakt. Daarin is onder meer gerapporteerd dat op de zolder van het pand een professionele hennepkwekerij is aangetroffen met in totaal 115 planten. Geconcludeerd is dat sprake is geweest van meerdere oogsten. Er moeten wekelijks/dagelijks personen naar de kwekerij toegekomen zijn om deze te verzorgen. Ook voor de opbouw zijn meerdere personen nodig geweest. Er was een zeer grote gevaarzetting qua elektriciteit, de aansluiting daarvan. De aarde van de kabels was niet aangesloten en geeft een zeer groot gevaar op elektrocutie. Verder werd alle zuurstof uit de ruimte onttrokken door inblaas van CO2-gas. Er is verder sprake van diefstal van stroom. Als risico’s voor de omgeving zijn genoemd: brandgevaar, water- en stankoverlast, blootstelling aan het drugsmilieu en kans op rippen. Voorts is op 5 december 2025 een rapport opgemaakt specifiek betreffende de gevaarzetting van de aangetroffen situatie op het punt van brandgevaar, explosiegevaar, kortsluiting en elektrocutie.
3.4.
Op 27 november 2025 heeft de burgemeester het voornemen geuit om de woning voor de duur van drie maanden te gaan sluiten. Hierop hebben verzoeker zelf en nadien ook zijn gemachtigde een zienwijze ingediend. Ook is een mondelinge toelichting gegeven op de zienswijze.
3.5.
De burgemeester heeft op 9 december 2025 besloten om de woning van verzoekers met ingang van 15 december 2025 te sluiten voor de duur van drie maanden. De burgemeester acht zich bevoegd om tot sluiting van de woning over te gaan. Er is, gelet op de hoeveelheid planten, sprake van een ernstig geval in de termen van het door verweerder gehanteerde beleid. Sluiting is volgens de burgemeester een geschikt middel om het doel te bereiken. Verder acht de burgemeester sluiting ook noodzakelijk. De beoogde doelen kunnen niet worden bereikt met een minder ingrijpende maatregel. Daarbij betrekt de burgemeester dat er sprake is van een gevaar voor de openbare orde, er sprake is van een zeer grote gevaarzetting die niet moet worden herhaald, dat de woning in een voor drugscriminaliteit kwetsbare wijk ligt, de hennepteelt een professioneel karakter heeft, dat er sprake is van feiten en omstandigheden die duiden op feitelijke handel in of vanuit de woning, dan wel een loop naar de woning en dat de woning feitelijk bekend staat als drugspand. Voorts acht de burgemeester de signaalfunctie van de sluiting van de woning van belang. De sluiting is volgens de burgemeester ook evenwichtig. De zienswijze geeft de burgemeester geen aanleiding om anders te beslissen.

Bezwaar en verzoek om voorlopige voorziening

4.
4.1.
Verzoekers betwisten in bezwaar de juistheid van de inhoud van de bestuurlijke rapportage en die van het rapport van 5 december 2025. Deze bevatten weinig tot geen objectieve gegevens. Onderbouwing van de bevindingen ontbreekt. Er staan feitelijke onjuistheden in en er worden feiten in het voordeel van de burgemeester verdraaid.
4.2.
Volgens verzoeker is er geen noodzaak de woning te sluiten. De burgemeester heeft dit slechts in zijn algemeenheid gesteld. Van ernstige openbare orde verstoring is geen sprake nu van loop van en naar de woning niet is gebleken. Onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat sprake is geweest van handel in drugs. De aanleiding van de controle was een positieve netmeting en geen melding van een omwonende uit de politiesystemen. Het tijdverloop in combinatie met het ontbreken van meldingen maakt dat niet zomaar kan worden aangenomen dat sluiting noodzakelijk is. Verder was volgens verzoeker geen sprake van gevaarzetting. Er is daarbij geen herhalingsgevaar. Verzoeker heeft de woning schoongemaakt en opgeruimd.
4.3.
De sluiting is ook niet evenwichtig. Verzoekers wijzen daarbij op wat is aangevoerd in de zienswijze. Sluiting zal zorgen voor het einde van hun verblijf in Nederland. Zij hebben hier geen netwerk en zullen naar Portugal moeten verhuizen. Dat betekent dat hun dochter uitgeschreven moet worden bij het kinderdagverblijf en verzoekster behandelingen in verband met haar ernstige gezondheidsproblematiek moet staken. De burgemeester gaat er ten onrechte vanuit dat verzoekers een opvanglocatie of tijdelijke huisvesting op reisafstand van het kinderdagverblijf kunnen vinden. De als gevolg van de sluiting noodzakelijke emigratie van het gezin is niet meegewogen. De gevolgen zijn zeer verstrekkend. Als verzoekers moeten emigreren zal de burgemeester bovendien ook een langere begunstigingstermijn moeten geven.
4.4.
Zij verzoeken de voorzieningenrechter het besluit tot woningsluiting te schorsen tot zes weken na bekendmaking van de beslissing op het bezwaar. Volgens hen is sprake van een spoedeisend belang en heeft hun bezwaar een redelijke kans van slagen.
Verweer van de burgemeester
5. In aanvulling op de overwegingen zoals genoemd in het primaire besluit licht de burgemeester nogmaals toe dat het middel van sluiting in dit geval noodzakelijk en geschikt is. Er kan zijns inziens niet worden volstaan met een minder zwaar middel. De kwekerij was zeer professioneel opgezet, zoals blijkt uit de aangetroffen apparatuur en de kwaliteit van de hennepplanten. Niet aannemelijk is dat verzoeker deze zonder hulp van buitenaf heeft opgezet. Er zijn minimaal vijf oogsten geweest, zo verklaren Liander en de politie. Omdat sprake is geweest van meerdere oogsten is het aannemelijk dat de woning een rol vervult binnen de keten van drugshandel als professionele teeltlocatie. Alleen de zichtbare sluiting van de woning kan dit volgens de burgemeester doorbreken. De risico’s van rippen en overig geweld vanuit het criminele circuit worden met een sluiting ook beperkt. Verder is de wijk waarin de woning ligt in het recente verleden al meerdere keren geconfronteerd met onder meer Opiumwetovertredingen in woningen en drugshandel op straat. Ook was er vorig jaar nog sprake van ernstig geweld, zoals aanslagen met explosies, in verband met een hennepplantage. Voor herstel van de gevoelens van onveiligheid van omwonenden is een zichtbare sluiting eveneens noodzakelijk en geschikt. De sluiting is ook evenwichtig. Daartoe overweegt de burgemeester dat verzoekers een verwijt kunnen worden gemaakt. Verzoeker heeft de kwekerij mede opgezet en geëxploiteerd. Verzoekster moet hiervan op de hoogte zijn geweest. Zij hebben hiermee het risico genomen op ingrijpende gevolgen, ondanks de aanwezigheid van hun dochtertje en huisdieren. Uit de beschikbare medische informatie volgt niet dat verzoekster een bijzondere binding met de woning heeft. Eventuele psychische begeleiding kan verder ook vanuit een andere plek geschieden en zelfs op afstand. De aanwezigheid van het minderjarige kind en de huisdieren is ook onder ogen gezien. Het kind is nog zo jong dat de impact van de sluiting niet zo groot op haar zal zijn dat die daarom onevenwichtig is. Dat verzoekers niet over de financiële middelen zouden beschikken om voor de duur van de sluiting vervangende woonruimte te vinden is niet onderbouwd. Uit informatie van de Stichting Kinderopvang [plaats] volgt dat pas na meer dan twee maanden afwezigheid van het kind met de ouders wordt overlegd over het beschikbaar houden van de plek. Er is verder door de gemeente hulp geboden bij het zoeken naar vervangende woonruimte. Uit het gesprek dat is dat kader is gehouden volgt dat verzoekers een netwerk hebben in Portugal. Zij kunnen daar voor drie maanden terecht, als de woning niet voor 12 januari 2026 wordt gesloten. De burgemeester kan zich er, bij wijze van minnelijke oplossing, in vinden als de woning om die reden pas op 12 januari 2026 wordt gesloten. Ter zitting is toegezegd dat met verzoekers ook kan worden meegedacht over een andere sluitingsdatum.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

6.
6.1.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat er geen aanleiding is om een voorlopige voorziening te treffen. Zij overweegt daartoe het volgende.
6.2.
Bij de vraag of er een voorlopige voorziening moet worden getroffen is allereerst van belang dat sprake is van een spoedeisend belang. Verder speelt bij de beoordeling de kans van slagen van het bezwaar van verzoekers een rol en dienen de belangen van de betrokken partijen hierbij te worden betrokken.
6.3.
Gelet op de omstandigheid dat de woning van verzoekers zonder het treffen van een voorlopige voorziening zal worden gesloten is naar het oordeel van de voorzieningenrechter sprake van een voldoende spoedeisend belang.
6.4.
Naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter heeft het bezwaar van verzoekers echter bij de huidige stand van zaken geen redelijke kans van slagen. Het besluit van de burgemeester om tot sluiting van de woning van verzoekers over te gaan lijkt vooralsnog stand te kunnen houden. Daartoe overweegt de voorzieningenrechter als volgt.
Bevoegdheid
7.
7.1.
Allereerst is de voorzieningenrechter van oordeel dat de burgemeester de informatie die is verkregen van de politie en uit het rapport van 5 december 2025 aan de besluitvorming ten grondslag heeft mogen leggen. Voor twijfel aan de juistheid van de daarin genoemde bevindingen is vooralsnog geen aanleiding. Het door verzoeker opgestelde rapport met kanttekeningen op voornoemde rapportages acht de voorzieningenrechter daartoe onvoldoende. Ook de overige door eiser genoemde vermeende onjuistheden leiden de voorzieningenrechter vooralsnog niet tot een ander oordeel.
7.2.
Uit deze informatie volgt voorts in ieder geval genoegzaam dat in de woning van verzoekers een professioneel opgezette in werking zijnde hennepplantage is aangetroffen, bestaande uit 115 planten. Daarnaast volgt hieruit dat sprake was van gevaarzetting De burgemeester is naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter dan ook reeds hierom bevoegd om tot sluiting van de woning over te gaan.
Gebruikmaking van de bevoegdheid
8.
8.1.
De bestuursrechter toetst voorts aan de hand van de beroepsgronden of de burgemeester tot zijn besluit heeft mogen komen. Gelet op de forse inbreuk die een woningsluiting kan maken op grondrechten van de bewoners, zal de evenredigheidstoetsing bij woningsluitingen op grond van artikel 13b van de Opiumwet doorgaans indringend zijn.
8.2.
De evenredigheidsbeoordeling bestaat uit een beoordeling van geschiktheid, noodzaak en evenwichtigheid van het besluit.
Geschiktheid
9. De voorzieningenrechter is vooralsnog van oordeel dat de burgemeester navolgbaar heeft gemotiveerd dat de sluiting gelet op het tijdsverloop in samenhang bezien met de overige omstandigheden van het geval, een geschikt middel is. Voldoende gemotiveerd is dat de burgemeester de na te streven doelen met de sluiting (nog) kan bereiken.
Noodzaak
10. De burgemeester heeft zich naar het oordeel van de voorzieningenrechter verder ook op het standpunt mogen stellen dat sluiting van de woning noodzakelijk is en dat hij gelet op de beoogde doelen niet met een minder ingrijpend middel dan sluiting van de woning had kunnen volstaan. Daarbij heeft hij mogen betrekken dat het om een professioneel opgezette kwekerij ging die al enige tijd in gebruik was, dat de woning daarmee deel uitmaakt van het drugscircuit en dat het pand in een voor drugscriminaliteit kwetsbare wijk ligt. Eveneens kan de burgemeester worden gevolgd in zijn standpunt dat met het ontmantelen van de hennepkwekerij en het opruimen en schoonmaken van de zolderverdieping (nog) niet alle doelen zijn bereikt. Hetgeen verzoeker daartegenover heeft gesteld is vooralsnog onvoldoende voor een ander oordeel.
Evenwichtigheid
11.1.
Bij de vraag of de sluiting evenwichtig is kunnen verschillende omstandigheden van belang zijn. De burgemeester moet bijvoorbeeld – onder meer – de mate van verwijtbaarheid van de degenen die door de sluiting worden getroffen beoordelen en beoordelen in hoeverre aan hen kan worden tegengeworpen dat zij zelf het risico op ingrijpende gevolgen van hun handelen of nalaten hebben genomen. Daarnaast is van belang of de bewoners een bijzondere binding met de woning hebben en wat de gevolgen voor hen zijn van het voor de duur van de sluiting elders moeten verblijven. Verder is van belang hoelang de woning gesloten blijft en of de bewoners na de sluiting weer van de woning gebruik kunnen maken.
11.2.
In wat verzoekers hebben aangevoerd ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding voor het oordeel dat de sluiting in dit geval niet evenwichtig zou zijn. De burgemeester kan bij de huidige stand van zaken worden gevolgd in de ten aanzien hiervan gemaakte belangenafweging. Zoals door verzoeker is verklaard is hij weloverwogen tot het besluit gekomen om de hennepkwekerij te plaatsen. Hij heeft vooronderzoek gepleegd naar de mogelijke gevolgen voor hem en zijn gezin als deze kwekerij zou worden ontdekt. Desondanks is hij tot plaatsing overgegaan. Daarmee kan gevolgd worden dat verzoeker een verwijt gemaakt kan worden. Van een bijzondere binding met de woning is vooralsnog niet gebleken. Dat de (opnieuw op te starten) behandeling voor de (psychische) gesteldheid van verzoekster afhankelijk is van de ononderbroken beschikbaarheid van juist deze woning is niet aannemelijk. Ook hebben verzoekers de conclusie van de burgemeester dat het dochtertje van verzoekers ondanks de sluiting van de woning gebruik kan blijven maken van de kinderopvang niet voldoende weerlegd. Daarbij acht de voorzieningenrechter van belang dat, mede gelet op de vaag gebleven financiële situatie van verzoekers, niet zonder meer kan worden gevolgd dat verzoekers niet in staat zouden zijn om voor de duur van drie maanden vervangende woonruimte binnen Nederland te kunnen vinden. Tot slot is van belang dat het pand een koopwoning betreft en dat verzoekers deze na de sluiting zonder meer weer kunnen betreden.

Conclusie en gevolgen

12. Gelet op het voorgaande heeft het bezwaar vooralsnog geen redelijke kans van slagen. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Dat betekent dat de burgemeester bij ongewijzigde omstandigheden tot sluiting van de woning over mag gaan. Hierbij wijst de voorzieningenrechter de burgemeester wel op de ter zitting gedane toezegging dat met verzoekers zal worden meegedacht over de sluitingsdatum. Voor teruggave van het betaalde griffierecht of vergoeding van de door verzoekers gemaakte proceskosten is bij deze uitkomst geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Ludwig, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van F. Voskamp, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 7 januari 2026.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.