6.3.Oordeel van de rechtbank
Bij de beslissing over de sancties die aan verdachte moeten worden opgelegd, heeft
de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van de verdachte, zoals uit
het onderzoek op de zitting en de hieronder te noemen persoons- en adviesrapportages
is gebleken.
De ernst van de feiten
De verdachte heeft zich samen met de minderjarige medeverdachte, in opdracht, schuldig gemaakt aan het teweegbrengen van een explosie door een VBC bestaande uit zes cobra’s en zes flessen wasbenzine aan te steken bij de voordeur van een woning aan [adres] in Purmerend. De explosie vond rond 04:00 uur in de nacht plaats, een tijdstip waarop mensen doorgaans liggen te slapen, zo ook de slachtoffers in deze zaak als de bewoners in de naastgelegen woningen. De explosie heeft een hevige brand veroorzaakt die zich snel verspreidde, waarbij de slachtoffers uit hun woningen moesten vluchten. De getroffen woningen, met daarin ook persoonlijke bezittingen van emotionele waarde, zijn grotendeels verwoest dan wel zeer ernstig beschadigd. De beoogde woning op nummer [nummer] is compleet verwoest en ook de naastgelegen woningen hebben grote (bouwkundige) schade opgelopen.
Daarnaast is bij de brand het minderjarige slachtoffer [de benadeelde partij 1] ( [de benadeelde partij 1] ) levensgevaarlijk gewond geraakt. Zijn broer [de benadeelde partij 3] heeft hem uit de brandende woning gered, waarna hij bij buren onder de douche is gezet om zijn ernstige brandwonden te koelen. Zijn moeder en omwonenden zijn hiervan getuige geweest.
[de benadeelde partij 1] heeft als gevolg van brandwonden ruim twee weken in coma gelegen. 55% van zijn lichaam is verbrand. Hij heeft meerdere operaties en een intensief revalidatieproces moeten ondergaan.
Vasstaat dat [de benadeelde partij 1] en zijn gezin de rest van hun leven geconfronteerd zullen worden met de gevolgen van de explosie. [de benadeelde partij 1] is niet helemaal hersteld. Mogelijk zal hij nog meer hersteloperaties moeten ondergaan, aangezien hij nog jong is en nog niet is uitgegroeid. Wat dit voor gevolgen gaat hebben voor zijn toekomst is nog niet duidelijk. Hoe dan ook zal [de benadeelde partij 1] de rest van zijn leven worden herinnerd aan de explosie. Ook geestelijk heeft de explosie grote gevolgen voor [de benadeelde partij 1] gehad als ook voor zijn moeder en broer, zoals is gebleken uit de op zitting voorgedragen slachtofferverklaringen. De moeder van [de benadeelde partij 1] heeft lange tijd in de overlevingsstand geleefd, omdat zij er voor haar zoons wilde en moest zijn. Mede hierdoor heeft zij nog geen behandeling kunnen ondergaan voor de psychische impact van de gebeurtenissen. Ook [de benadeelde partij 3] , die het leven van zijn broertje heeft gered, functioneert tot op de dag van vandaag niet zoals voor de explosie.
Op de directe buren, een gezin bestaande uit een moeder en twee (puber)kinderen, heeft
de explosie ook grote impact gehad. Ook hun woning is verwoest geraakt en zij zijn getuige geweest van het feit dat [de benadeelde partij 1] door zijn broer brandend uit de woning werd getrokken. Uit de op zitting voorgedragen slachtofferverklaringen blijkt dat deze gebeurtenissen tot op de dag van vandaag grote impact hebben op het gezin. Ook in de maatschappij leiden dergelijke explosies vaak tot gevoelens van onrust en onveiligheid, te meer nu dit feit midden in de nacht heeft plaatsgevonden.
De verdachte en de medeverdachte zouden voor de opdracht een bedrag van € 3.500,00 krijgen, een bedrag dat in het niet valt bij de schade die is ontstaan en de gevolgen voor
de slachtoffers. De verdachte kende de slachtoffers niet. Hij heeft zich enkel laten leiden door geld, zonder stil te staan bij de ernstige gevolgen die zijn handelen had kunnen hebben en ook daadwerkelijk heeft gehad.
Positief is dat de verdachte oprechte spijt heeft betuigd en een mediationtraject is aangegaan met een aantal slachtoffers. Dit vergt moed. Op de zitting is daarnaast gebleken dat dit voor de slachtoffers zeer helpend is in het verwerkingsproces.
De verdachte heeft zich ook schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een
machete. Dergelijke wapens worden vaak gebruikt bij het plegen van strafbare feiten en het bezit daarvan is daarom strafbaar gesteld.
Persoonlijke omstandigheden
Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank gelet op het op naam van de verdachte staand Uittreksel Justitiële Documentatie van 3 april 2026 waaruit blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor verboden wapenbezit. Bij de strafoplegging ligt het zwaartepunt voor de rechtbank echter bij de explosie en de gevolgen hiervan.
Het eerder genoemde psychologische rapport van 16 juli 2025, houdt onder meer - kort samengevat - het volgende in:
Het risico op recidive is hoog, omdat een grote hoeveelheid risicofactoren en weinig beschermende factoren bestaan. De verdachte heeft extern opgelegde structuur, toezicht, begeleiding en behandeling nodig om tot verandering te komen. Essentieel is dat hij wordt behandeld voor middelengebruik en het versterken van zijn copingvaardigheden. Ook moet aandacht zijn voor zijn vriendenkeuzes, het leren stilstaan bij de gevolgen van zijn gedrag en dient de gewetensontwikkeling te worden gestimuleerd. De verdachte lijkt 24/7 toezicht nodig te hebben, om vanuit daar om te leren omgaan met meer vrijheden. Bij [verblijfplaats] kan aan de verdachte de nodige begeleiding worden geboden. Daarnaast wordt behandeling bij een forensische polikliniek zoals Kairos noodzakelijk geacht.
Verder heeft de rechtbank kennis genomen van de adviesrapportage van de Raad van
13 mei 2026, waaruit onder meer - kort samengevat - het volgende blijkt:
De Raad ziet een kwetsbare jongen met een belast verleden. Sinds zijn schorsing op
5 september 2025, verblijft hij bij [verblijfplaats] in [plaats] . Hij heeft baat bij de intensieve begeleiding die hem wordt geboden. Er wordt aan de verdachte door
Rubixzorg een forensisch dagprogramma geboden en ambulante behandeling vanuit Kairos.
De verdachte zet positieve stappen en is bezig om zijn leven op de rit te krijgen. Hij wil niets meer met criminaliteit te maken hebben en laat dit ook zien in zijn houding en gedrag. De verdachte houdt zich aan alle afspraken en regels en heeft ook zijn elektronische monitoring niet geschonden. Daarnaast is hij mediation met een aantal slachtoffers aangegaan en is hij bereid mee te werken aan een preventieprogramma dat de slachtoffers willen maken.
De Raad heeft hierop op de zitting aangevuld dat het recidive risico van hoog naar midden is gegaan door de positieve ontwikkeling van de verdachte. Dat het recidive risico nog niet laag is, heeft vooral te maken met feit dat hij nog behandeling nodig heeft voor zijn problematiek. De Raad heeft er echter vertrouwen in dat de verdachte met hulp in staat is om zijn positieve ontwikkeling voort te zetten.
De Raad adviseert om aan de verdachte op te leggen een onvoorwaardelijk jeugddetentie gelijk aan zijn voorarrest. De Raad acht het niet passend als de verdachte terug moet naar de jeugdgevangenis, omdat dit zijn positieve ontwikkeling kan doorkruisen. Verder adviseert de Raad om nog een onvoorwaardelijke werkstraf op te leggen, zodat de verdachte ook nu nog consequenties ervaart van zijn gedrag. De eerder door de psycholoog gegeven adviezen, zoals ITB Harde Kern, elektronisch toezicht en een gedragsbeïnvloedende maatregel, acht de Raad niet langer passend gelet op de positieve stappen die de verdachte heeft gezet. Er worden voldoende beschermende factoren gezien in het leven van de verdachte die vertrouwen geven voor de toekomst. De inzet van jeugdreclassering is voorliggend, omdat aan de verdachte op die manier duidelijke kaders geboden kunnen worden en ingezet kan worden op het verder terugbrengen van het risico op recidive.
Als bijzondere voorwaarden heeft de Raad geadviseerd om te bepalen dat:
- de verdachte bij [verblijfplaats] in [plaats] of een soortgelijke instelling verblijft;
- de verdachte zich aan de regels houdt van [verblijfplaats] of de soortgelijke instelling;
- de verdachte meewerkt aan het vinden en behouden van een passende dagbesteding in de vorm van werk en/of school;
- de verdachte meewerkt aan behandeling vanuit Kairos of een soortgelijke instelling, gericht op emotieregulatie en het versterken van zijn vaardigheden;
- de verdachte zal op geen enkele wijze – direct of indirect – contact hebben met de medeverdachten;
- de verdachte zich houdt aan de aanwijzingen van de Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond.
De Raad voor de Kinderbescherming adviseert de rechtbank te bevelen dat de bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar zijn.
De straf
Gelet op de ernst van de feiten is de enige passende straf naar het oordeel van de rechtbank jeugddetentie.
Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf voor de
duur van
220 dagenmoet worden opgelegd. De rechtbank zal echter bepalen dat een gedeelte daarvan, te weten 35 dagen, vooralsnog niet ten uitvoer zal worden gelegd en zal daaraan een proeftijd verbinden van twee jaren, opdat verdachte ervan wordt weerhouden zich voor het einde van die proeftijd schuldig te maken aan een strafbaar feit. De rechtbank zal aan het voorwaardelijk gedeelte de bijzondere voorwaarden verbinden, zoals reeds zijn vermeld.
De straf is lager dan de eis van de officier van justitie, omdat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring van poging moord dan wel doodslag komt.
Dadelijke uitvoerbaarheid voorwaarden
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een misdrijf dat is gericht tegen de onaantastbaarheid van het lichaam van meerdere personen, te weten het teweegbrengen
van een explosie met onder meer gevaar voor zwaar lichamelijk letsel en levensgevaar tot gevolg. Gelet op het risico op recidive, dat op ‘midden’ wordt ingeschat, is de rechtbank van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom een dergelijk misdrijf zal begaan. Daarom zal de rechtbank bevelen dat de hierna te stellen voorwaarden en het uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn.