Uitspraak
RECHTBANK Noord-Holland
1.[gedaagde 2], H.O.D.N. [bedrijf 1],
2. de commanditaire vennootschap
[gedaagde 4],
1.De procedure in de hoofdzaak
2.De procedure in de vrijwaringszaak
3.De feiten
Brand- en waterschadeen wordt het schadebedrag geschat op € 50.000,00. De vraag of de schade kan worden hersteld wordt met ja beantwoord. Als eventuele extra opmerking is ogenomen:
Ook schade op verzekering Bedrijfsschade, Huurderbelang, Glas. Onderaan het formulier is opgenomen:
werknemer van verzekerde is gewond geraakt bij de brand.
Bij je zuster als werkgever ligt dat iets anders. Op grond van art. 7:658 BW Pro is de bewijslast bij haar omgedraaid. Doordat jij tijdens je werk letsel hebt opgelopen moet je zuster (lees: haar verzekeraar) in haar hoedanigheid van werkgever aantonen dat ze afdoende maatregelen heeft genomen om zo’n brand te voorkomen.
Dekking van een aanspraak
Hij deelde mij mede dat zij dit royement zullen aanvechten. Tevens sommeert hij de verzekering tot uitkering over te gaan. Naar verwachting zal hierover moeten worden geprocedeerd aangezien de verzekering tot op heden iedere medewerking weigert. Omdat de verzekeraar als standpunt inneemt dat er geen geldige verzekeringsovereenkomst was afgesloten tijdens het ongeval, moeten wij vooralsnog de uitkomst van deze procedure afwachten. Pas in het geval de rechter oordeelt dat de verzekering ten tijde van het ongeval onverkocht van kracht was, kunnen wij met de aansprakelijkstelling verder doorpakken.
4.Het geschil
5.De beoordeling
Werknemer van verzekerde is gewond geraakt bij de brand.Vervolgens heeft [gedaagde 2] per e-mail aan de verzekeraar gevraagd om hem te bevestigen dat alle verzekeringen dekking boden. Volgens [eiser] staat daarmee vast dat tijdens de looptijd van de verzekering tijdig melding aan de verzekeraar is gemaakt van feiten en omstandigheden waaruit de aanspraak van [eiser] kon volgen.