Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:6291

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
6 mei 2026
Publicatiedatum
1 juni 2026
Zaaknummer
12013156 / EJ VERZ 20-63
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 45 lid 8 splitsingsakteHR 10-11-2023, ECLI:NL:HR:2023:1535
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot nietigverklaring besluiten VvE-ALV over onderhoudsbijdrage

De zaak betreft een verzoek van een lid van de Vereniging van Eigenaars (VvE) om de besluiten genomen tijdens de algemene ledenvergadering (ALV) van 18 november 2025 nietig te verklaren. Het verzoek richt zich op de vraag of de oproeping van de vergadering correct was, of de financiële onderbouwing voor de onderhoudsbijdrage tijdig aan de leden is verstrekt en of de vaststelling van de onderhoudsbijdrage conform de splitsingsakte heeft plaatsgevonden.

Na een begeleidingsgesprek en schriftelijke uitwisseling van standpunten en bijlagen tussen partijen, heeft de kantonrechter de procedure schriftelijk afgedaan. De kantonrechter oordeelt dat de oproeping van de ALV tijdig en op juiste wijze is gedaan, waarbij digitale oproeping niet is uitgesloten door de splitsingsakte. De financiële onderbouwing is volgens de kantonrechter op een zorgvuldige en transparante wijze aan de leden bekendgemaakt, waarbij de stapsgewijze procedure passend was.

Ten aanzien van de vaststelling van de onderhoudsbijdrage is vastgesteld dat de procedure conform de splitsingsakte is gevolgd. De rekenkundige juistheid van de bijdrage kon niet worden getoetst, maar er waren geen aanwijzingen voor fouten. De kantonrechter concludeert dat het verzoek tot nietigverklaring van de besluiten moet worden afgewezen en bepaalt dat partijen ieder hun eigen proceskosten dragen.

Uitkomst: Het verzoek tot nietigverklaring van de besluiten van de ALV van 18 november 2025 wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./repnr.: 12013156 EJ VERZ 25-63
Uitspraakdatum: 6 mei 2026
Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:
[verzoeker]
wonende te [plaats]
verzoekende partij
verder te noemen: [verzoeker]
procederend in persoon
tegen
[verweerder]
gevestigd te [plaats]
verwerende partij
verder te noemen: [VVE]
vertegenwoordigd door [betrokkene], voorzitter bestuur [VVE]

1.Het procesverloop

1.1.
[verzoeker] heeft een verzoekschrift ingediend, ter griffie ingekomen op 11 december 2025. [verzoeker] verzoekt om de besluiten die zijn genomen in de gehouden algemene ledenvergadering (ALV) van [VVE] van 18 november 2025 nietig te verklaren.
1.2.
Naar aanleiding van het verzoekschrift heeft op 2 februari 2026 een begeleidingsgesprek plaatsgevonden met mevrouw mr. S. Leijen-Westra, gerechtsauditeur bij het project VoorRecht-rechtspraak, tussen [verzoeker] en de voorzitter van het bestuur van [VVE], de heer [betrokkene], namens verwerende partij. In het gesprek hebben partijen afspraken gemaakt over de gewenste afdoening van het verzoek.
1.3.
Partijen hebben het volgende afgesproken:
- partijen zullen de kantonrechter gezamenlijk verzoeken schriftelijk (dus zonder zitting) te beslissen op het verzoekschrift, met name op de vraag of de door het bestuur gevolgde procedure ter vaststelling van de onderhoudsbijdrage juist is geweest;
- het standpunt van het bestuur over de gevolgde procedure zal als bijlage bij dit verzoek worden gevoegd;
- het bestuur zal bij de andere leden informeren of zij nog aanvullingen hebben voor de kantonrechter;
- de uitkomst van deze ronde onder de leden wordt ook als bijlage bij het gezamenlijke verzoek gevoegd.
1.4.
[verzoeker] heeft op 17 maart 2026 een aanvullend verzoek ingediend. [VVE] heeft op 23 maart 2026 een aanvullend verzoek ingediend, met daarbij gevoegd bijlage I t/m X, waarop [verzoeker] bij brief van 26 maart 2026 nog heeft gereageerd. De VvE heeft bij brief van 23 april 2026 een laatste reactie gegeven.

2.De vraagpunten

2.1.
Partijen vragen de kantonrechter om schriftelijk te beslissen op de volgende punten:
Is de ALV van 18 november 2025 op de juiste wijze uitgeschreven?
Is de financiële onderbouwing voor de vaststelling van de onderhoudsbijdrage tijdig aan de leden kenbaar gemaakt?
Is de onderhoudsbijdrage conform de splitsingsakte vastgesteld.

3.De beoordeling

3.1.
Blijkens bijlage II bij de brief van [VVE] van 23 maart 2026 is de uitnodiging voor de ALV van 18 november 2025 inclusief de agenda op 31 oktober 2025 digitaal aan de leden verstuurd, met uitzondering van de leden die te kennen hebben gegeven de correspondentie van het bestuur op papier te willen ontvangen. Zij hebben de stukken in hun brievenbus ontvangen. Blijkens bijlage IX bij genoemde brief is op de ALV van 13 mei 2025 een voorstel aangenomen over het (in beginsel) digitaal toesturen van stukken van de VvE.
[verzoeker] stelt dat het digitaal versturen van de oproeping voor een VvE-vergadering in strijd is met artikel 45 lid 8 van Pro de splitsingsakte.
De Hoge Raad heeft uitgemaakt dat de vergadering van eigenaars langs elektronische weg kan worden bijeengeroepen, tenzij die wijze van oproepen in de statuten voldoende duidelijk wordt uitgesloten (HR 10-11-2023, ECLI:NL:HR:2023:1535). Naar het oordeel van de kantonrechter is dit laatste in casu niet het geval. Artikel 45 lid 8 van Pro de splitsingsakte schrijft weliswaar voor dat de oproeping schriftelijk plaatsvindt, maar dit sluit digitale oproeping niet uit. De ALV van 18 november 2025 is dan ook op de juiste wijze, en overigens ook tijdig, uitgeschreven.
3.2.
In bijlage II bij de brief van [VVE] van 23 maart 2026 heeft het bestuur gedetailleerd uiteengezet welke procedure is gevolgd en welke onderbouwende stukken daarbij aan de leden zijn verstrekt om uiteindelijk te komen tot voorstellen voor de vaststelling van de onderhoudsbijdrage. Het bestuur heeft uiteengezet dat, alvorens uiteindelijk te kunnen komen tot concrete voorstellen voor de vaststelling van de onderhoudsbijdrage, eerst het MJOP met een meerjarige liquiditeitsbegroting moet worden vastgesteld en moet worden bepaald welke onderhoudswerkzaamheden en welke vervangingen anders, later of eerder kunnen worden uitgevoerd. In de oproep voor de ALV van 18 november 2025 is duidelijk vermeld dat pas als de ALV het MJOP en de meerjarige liquiditeitsbegroting heeft goedgekeurd, tijdens de ALV de begroting en de eigen bijdrage voor 2026 zullen worden vastgesteld en ter goedkeuring aan de vergadering worden voorgelegd. Naar het oordeel van de kantonrechter is dit een zorgvuldige en transparante procedure, waarmee de financiële onderbouwing voor de vaststelling van de onderhoudsbijdrage tijdig aan de leden bekend is gemaakt. Dat de begroting en de onderhoudsbijdrage eerst ter vergadering zijn gepresenteerd en toegelicht, is door de gevolgde stapsgewijze procedure onvermijdelijk en heeft er kennelijk ook niet aan in de weg gestaan dat de begroting en de onderhoudsbijdrage zonder tegenstemmen en met slechts een onthouding door de ALV van 18 november 2025 zijn goedgekeurd.
3.3.
De vraag of de onderhoudsbijdrage conform de splitsingsakte is vastgesteld is op twee manieren te lezen: procedureel en rekenkundig. In artikel 11 van Pro de splitsingsakte is geregeld volgens welke procedure de begroting, de jaarrekening en de voorschotbijdragen worden vastgesteld. Uit bijlage II bij de brief van 23 maart 2026 valt af te leiden dat het bestuur van [VVE] deze procedure heeft gevolgd, hetgeen heeft geleid tot het goedkeurende besluit van de ALV. In artikelen 8 van de splitsingsakte is geregeld voor welke breukdelen de afzonderlijke appartementseigenaren gerechtigd zijn tot het gebouw en verplicht tot bijdrage in de schulden en (onderhouds)kosten. Of de rekenkundige exercitie om de begroting via deze breukdelen om te rekenen naar de verschillende onderhoudsbijdragen goed is uitgevoerd, is voor de kantonrechter zonder de benodigde rekentools niet na te gaan. Aangenomen mag worden dat de appartementseigenaren die aan de stemming hebben deelgenomen geen reden hebben gezien te twijfelen aan de juistheid van de berekeningen.
3.4.
Uit het voorgaande volgt dat de drie onder 2.1. vermelde vragen alle bevestigend worden beantwoord. De conclusie is dan ook dat het initiële verzoek om de besluiten die zijn genomen in de ALV van 18 november 2025 nietig te verklaren, dient te worden afgewezen.
3.5.
De kantonrechter is van oordeel dat het, gezien de wijze van afdoening van het initiële verzoekschrift, redelijk is dat partijen ieder de eigen proceskosten dragen.

4.De beslissing

De kantonrechter:
4.1.
stelt vast:
  • dat de ALV van 18 november 2025 op de juiste wijze is uitgeschreven;
  • dat de financiële onderbouwing voor de vaststelling van de onderhoudsbijdrage tijdig aan de leden van [VVE] kenbaar is gemaakt;
  • dat de onderhoudsbijdrage conform de splitsingsakte is vastgesteld;
4.2.
wijst het verzoek om de besluiten die zijn genomen in de ALV van 18 november 2025 nietig te verklaren af;
4.3.
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
Deze beschikking is gegeven door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.