Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:6183

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
26 mei 2026
Publicatiedatum
29 mei 2026
Zaaknummer
12168253 VV EXPL 26-45
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:271 oud BWArt. 48 Woningwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontruiming wegens beëindiging huurovereenkomst gekoppeld aan woonbegeleidingsovereenkomst

Elan Wonen verhuurt sinds 5 maart 2024 een woning aan een cliënt die tevens een woonbegeleidingsovereenkomst heeft met een zorgorganisatie. Beide overeenkomsten zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en hebben een maximale duur van twee jaar. De huurovereenkomst eindigt automatisch bij het einde van de woonbegeleidingsovereenkomst.

Elan Wonen heeft tijdig de huurder geïnformeerd dat de huurovereenkomst per 4 maart 2026 eindigt. Ondanks begeleiding en meerdere evaluatiegesprekken is er sprake van aanhoudende overlast door bezoek van de huurder, wat het vertrouwen in zelfstandig wonen ondermijnt. De huurder betwist de beëindiging en ontruiming, maar kan geen rechten ontlenen aan het convenant tussen zorgorganisaties en woningcorporaties.

De kantonrechter oordeelt dat de huurovereenkomst rechtsgeldig is geëindigd en dat de huurder zonder recht of titel in de woning verblijft. Het belang van Elan Wonen om de woning beschikbaar te stellen aan andere kwetsbare personen weegt zwaarder dan het belang van de huurder. De ontruimingsvordering wordt toegewezen en de huurder wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De huurovereenkomst is geëindigd en de huurder moet de woning ontruimen binnen veertien dagen.

Uitspraak

RECHTBANKNOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats [plaats 2]
Zaaknummer: 12168253 \ VV EXPL 26-45
Vonnis in kort geding van 26 mei 2026
in de zaak van
STICHTING ELAN WONEN,
te [plaats 2],
eisende partij,
hierna te noemen: Elan Wonen,
gemachtigde: mr. R. Boekhoff,
tegen

1.[gedaagde 1],2. [gedaagde 2],

Beiden vennoten van de vennootschap onder firma
[bedrijf 1], in hun hoedanigheid van bewindvoerder(s) van
[betrokkene 3]
te [plaats 1],
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: de bewindvoerder,
gemachtigde: mr. B. Mous.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- aanvullende producties van Elan Wonen
- producties van de bewindvoerder
- de mondelinge behandeling van 12 mei 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald op heden.

2.De feiten

2.1.
Elan Wonen verhuurt aan de bewindvoerders sinds 5 maart 2024 voor een bepaalde tijd van twee jaar de woning aan het adres [adres] te [plaats 2] (verder: het gehuurde).
Tegelijkertijd heeft [bedrijf 2] (verder: [bedrijf 2]) een zogeheten “Woonovereenkomst voor bepaalde tijd behorend bij huurovereenkomst begeleid wonen voor bijzondere doelgroepen” (verder: woonbegeleidingsovereenkomst) gesloten met [betrokkene 3].
2.2.
In de huurovereenkomst staat:
IN AANMERKING NEMENDE ALS VOLGT:a. Verhuurder stelt zich mede ten doel met voorrang woonruimte te verhuren aan mensen uit bijzondere doelgroepen. Het betreft mensen die volgens de zorgorganisatie – naast eventuele behandeling – in aanmerking komen voor woonbegeleiding gericht op sociale rehabilitatie en die deze nodig hebben om (weer) zelfstandig te leren wonen.b. Huurder behoort tot bij ministeriële regeling vastgestelde doelgroep waarvoor toegelaten instellingen op grond van artikel 48 van Pro de Woningwet deze huurovereenkomst voor bepaalde tijd voor de duur van twee jaren of korter mogen sluiten. (…)
e. De woonbegeleidingsovereenkomst (eventueel met behandelingsovereenkomst) is aan deze huurovereenkomst gehecht en vormt daarmee een onlosmakelijk geheel.
(…)
g. Verhuurder verhuurt de woning niet aan huurder als reguliere woonconsument, maar als cliënt van de zorgorganisatie ten behoeve van de woonbegeleiding.
i. Verhuurder stelt de woning aan huurder ter beschikking voor de duur van de woonbegeleiding en (de duur van) deze huurovereenkomst is afhankelijk van en gekoppeld aan duur van) de woonbegeleidingsovereenkomst.
j. Bij het einde van de woonbegeleidingsovereenkomst, op welke grond dan ook, eindigt ook deze huurovereenkomst. Huurder is verplicht de huurovereenkomst op te zeggen bij beëindiging van de woonbegeleidingsovereenkomst.
(…)
l. De woning wordt door verhuurder aan huurder verhuurd onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat daadwerkelijk woonbegeleiding door de zorgorganisatie plaatsvindt.
(…)
o. Bij correcte nakoming van de woonbegeleidingsovereenkomst en van deze huurovereenkomst zal verhuurder huurder aansluitend een reguliere huurovereenkomst aanbieden, indien de zorgorganisatie daarover positief heeft geadviseerd.
(…)
r. Bij strijdigheid tussen de voorgaande en de volgende bepalingen, de huurovereenkomst en/of de woonbegeleidingsovereenkomst prevaleren de voorwaarden en de volgende bijzondere bepalingen.
(…)
- de huurovereenkomst en de woonbegeleidingsovereenkomst zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.
- iedere vorm van opzegging van de woonbegeleidingsovereenkomst brengt tevens met zich mee dat de huurovereenkomst eindigt. (…)
De Huurperiode
- de huurperiode is met ingang van 5 maart 2024 aangegaan voor de duur van de woonbegeleidingsovereenkomst van twee jaar.
2.3.
In de woonbegeleidingsovereenkomst staat:
- Uitsluitend in het kader van de begeleiding, gericht op resocialisatie en een zo zelfstandig mogelijk bestaan aangaande wonen, werken en welzijn, krijgt cliënt de beschikking over de woning [adres], [postcode] [plaats 2], hierna te noemen 'de woning' om daarin begeleiding te krijgen;
- Cliënt huurt de woning rechtstreeks van wooncorporatie Elan Wonen hierna te noemen 'verhuurder' volgens de als bijlage bijgevoegde huurovereenkomst begeleid wonen voor bijzondere doelgroepen, welke huurovereenkomst begeleid wonen voor bijzondere doelgroepen onlosmakelijk is verbonden aan de begeleidingsovereenkomst;
- Cliënt huurt de woning niet als reguliere woonconsument, maar als cliënt van de zorgorganisatie en uitsluitend in het kader van begeleiding;
-In de relatie tussen partijen overheerst het zorgelement;
(…)
-Een voorwaarde voor het mogen blijven beschikken over de woning is dat cliënt begeleiding en eventueel behandeling accepteert door de zorgorganisatie en een voorwaarde voor het krijgen van begeleiding door de zorgorganisatie is dat cliënt zich houdt aan de bepalingen in de huurovereenkomst en de algemene voorwaarden;
(…)
1 Duur van de overeenkomst
1.1
De overeenkomst wordt aangegaan voor de duur van twee jaar. De duur van de overeenkomst is onlosmakelijk verbonden met de duur van de huurovereenkomst begeleid
wonen voor bijzondere doelgroepen zodat bij beëindiging van de huurovereenkomst begeleid wonen voor bijzondere doelgroepen door wie dan ook en om wat voor reden dan ook, de woonovereenkomst eveneens eindigt.(…)2. Verplichtingen cliënt(…)f. Cliënt dient bij het einde van de begeleiding de woning te verlaten, tenzij de verhuurder aansluitend een reguliere huurovereenkomst aanbiedt.
(…)
3.3
De zorgorganisatie spant zich in, in geval van beëindiging van de huurovereenkomst, om voor de cliënte alternatieve opvang en/of zorg te bewerkstelligen.”
2.4.
Zorgorganisaties, welzijnsorganisaties, woningcorporaties en gemeenten in regio IJmond en Zuid-Kennemerland hebben een Convenant Uitstroomregeling Pact gesloten (verder: het convenant). Daarin staat:
Artikel 6 Passend Pro wonen met een driehoekscontract
(…)
b. De duur van het driekhoekscontract is maximaal 24 maanden. Na 24 maanden wordt de huurovereenkomst omgezet naar een huurcontract voor onbepaalde tijd. Een driehoekscontract kan, van rechtswegen, niet worden verlengd.
(…)
e. De woonbegeleider is (gedurende de looptijd van het driekhoekscontract) verantwoordelijk voor het naleven van de afspraken met de woningcorporatie en de cliënt, waarbij deze een signalerende rol rondom het welzijn en gezondheid van de begeleide cliënt inneemt. Dit betekent dat de woonbegeleider bij calamiteiten het eerste aanspreekpunt voor de woning corporatie is.
(…)
Inspanningsverplichting zorgorganisaties
(…)- De zorgorganisatie is medeverantwoordelijk voor een passende oplossing wanneer het zelfstandig wonen niet heeft geleid tot een zelfstandig huurcontract.
Inspanningsverplichtingen woningcorporaties
(…)- De corporatie en woonbegeleider oordelen tijdig gezamenlijk of het driehoekscontract kan worden omgezet in een zelfstandig huurcontract en zo niet, welke woonoplossing voor deze persoon voor handen is eventueel na overleg aan de Casuïstiektafel. Uiteindelijk bepaalt de corporatie of het contract kan worden omgezet.
2.5.
Op 16 december 2025 heeft Elan Wonen een overlastmelding ontvangen van een omwonende, waarna Elan Wonen een buurtonderzoek heeft opgestart.
2.6.
De wijkregisseur heeft over [betrokkene 3] verklaard:
(…) Vanaf het beging (startgesprek) heeft Elan Wonen mevrouw gewaarschuwd voor (drugs)overlast: ‘Houdt vrienden uit het circuit buiten de deur’. Inwoning is gedurende 2 jaar niet toegestaan. Mevrouw gaf aan dat ze dit begrijpt en wil haar woning niet weer kwijt.
Desondanks liet mevrouw vanaf het begin een verslaafde vriend in huis. (…) Mevrouw heeft hiervoor tijdens het 1e evaluatiegesprek een mondeling waarschuwing van Elan Wonen gekregen.
Normaliter vinden 2 evaluatiegesprekken gedurende 2 jaar plaats, maar in dit geval zijn vaker gesprekken gepland omdat het direct niet goed verliep. Mevrouw is zorgmijdend, heeft geen contact met de buren en heeft geen ruimte voor dagbesteding.
(…)Echter, op 16 december 2025 ontvangt Elan Wonen opnieuw een overlastmelding van een omwonende en start daarop een buurtonderzoek. De vriend van mevrouw is continu in de woning en in het complex aanwezig, hij handelt in fietsen. Fietsen staan op de galerij en voor het complex. Mevrouw en haar vriend hebben regelmatig hooglopende ruzies. Op 16 december 2025 belt mevrouw hiervoor zelf de politie. Ook de buurman heeft de politie gebeld. Ondanks de extra evaluatiegesprekken ziet Elan Wonen geen permanente verbetering en heeft geen vertrouwen dat mevrouw overlastgevende bezoek buiten de deur weet te houden. Zelf geeft ze tijdens het laatste gesprek aan dat ze mensen die hulp nodig hebben niet buiten laat staan.
(…) In overleg met de begeleiding van [bedrijf 2] en [betrokkene 2], ketenregisseur complexe casuïstiek van de gemeente [plaats 2], wordt gezocht naar een locatie voor Beschermd Wonen.
2.7.
De wijkbeheerder van Elan Wonen heeft over [betrokkene 3] verklaard:
(…) Gedurende de woonperiode van mevrouw zijn er regelmatig bewoners van dezelfde verdieping naar mij toegekomen om aan te geven dat er vaak allerlei “schimmige” figuren over de galerij lopen. Sommige wisten dit te koppelen aan ‘de buurvrouw van nummer [adres]’ en sommige wilden dit niet zeggen of wisten niet waar het vandaan kwam. Zo is er bijvoorbeeld vaker bij een buurman aangebeld midden in de nacht omdat mevrouw [betrokkene 3] haar bezoek niet binnenliet of zij zelf haar sleutel was vergeten. (…)
2.8.
De wijkregisseur van [plaats 2]-[wijk] heeft op 30 maart 2026 verklaard:
(…) Als wijkregisseur ben ik verantwoordelijk voor het sociaal beheer van onze woningen in [plaats 2] . Het voeren van evaluatiegesprekken met bewoners van PACT-woningen en de begeleiding/hulpverlening behoren tot mijn taken. Tijdens de evaluatiegesprekken is de begeleiding ([bedrijf 2], [betrokkene 1]) aanwezig. Bij het eindgesprek is daarnaast [betrokkene 2] van de gemeente [plaats 2] aanwezig. (…) Normaliter vinden 2 evaluatiegesprekken gedurende 2 jaar plaats, maar in dit geval zijn vaker gesprekken gepland omdat het direct niet goed verliep. (…) In overleg met de begeleiding van [bedrijf 2] en [betrokkene 2], ketenregisseur complexe casuïstiek van de gemeente [plaats 2], wordt gezocht naar een locatie voor Beschermd Wonen. Een afspraak met Zorg in Holland is gemaakt. Om dakloosheid van mevrouw te voorkomen gaat Elan Wonen akkoord met een langer verblijf van mevrouw in de woning met een maximum van 3 maanden (tot 4 juni 2026). (…)
2.9.
Op 29 januari 2026 heeft Elan Wonen aan [betrokkene 3] te kennen gegeven dat de huurovereenkomst per 4 maart 2026 zal eindigen. In de brief staat:
(…) De huurovereenkomst eindigt op 4 maart 2026 en wordt niet voortgezet. De huurovereenkomst is aangegaan voor bepaalde tijd, namelijk voor de duur van de woonbegeleidingsovereenkomst van 2 jaar. De einddatum is dus 4 maart 2026. De beslissing om de huurovereenkomst niet voort te zetten hebben wij genomen, omdat u zich niet hebt gehouden aan de afspraken over het weren van overlastgevend bezoek. Uw bezoek, waarvoor u verantwoordelijk bent, veroorzaakt aanhoudende (drugs gerelateerde) overlast, bestaande uit o.a. pakketjes aannemen, aanbellen bij omwonenden, schreeuwen, bonken, slaan met deuren en stallen van fietsen op de galerij.
2.10.
Om [betrokkene 3] tijd te gunnen om een beschermd wonen locatie te vinden en dakloosheid te voorkomen heeft Elan Wonen aan [betrokkene 3] in een vaststellingsovereenkomst aangeboden het gehuurde tot uiterlijk 4 juni 2026 te mogen blijven gebruiken. Dit aanbod heeft [betrokkene 3] niet geaccepteerd.

3.Het geschil

3.1.
Elan Wonen vordert – samengevat – ontruiming van het pand aan [adres] te [plaats 2].
3.2.
Elan Wonen legt aan de vordering ten grondslag dat sprake is van een huurovereenkomst voor bepaalde tijd en Elan Wonen tijdig te kennen heeft gegeven dat zij de huurovereenkomst niet wenste te verlengen. De huurovereenkomst is daarmee van rechtswege geëindigd.
3.3.
De bewindvoerder voert aan dat sprake is van een gemengde overeenkomst waarbij het zorgelement overheerst en de begeleidingsovereenkomst is niet opgezegd. De bewindvoerder betwist dat sprake is geweest van (ernstige of structurele) overlast die een ontruiming rechtvaardigt. Het standpunt van Elan Wonen dat de driehoeksovereenkomst niet is nageleefd, blijkt niet uit de stukken.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
De kantonrechter stelt in dit kader voorop dat een bij voorlopige voorziening bevolen ontruiming een maatregel is, die diep ingrijpt in het gebruiksrecht en de daarmee verbonden huurbescherming van de huurder. Bij de beoordeling van een dergelijke vordering moet - volgens vaste jurisprudentie - grote terughoudendheid worden betracht, gelet op de omstandigheid dat in een kortgedingprocedure geen plaats is voor een - diepgaand - onderzoek naar bestreden feiten en gezien de vergaande, veelal onomkeerbare gevolgen van een ontruiming in kort geding, zoals in deze zaak aan de orde is.
4.2.
De goederen van [betrokkene 3] staan onder bewind. De bewindvoerder vertegenwoordigt [betrokkene 3] in en buiten rechte zodat de bewindvoerder de formele procespartij is [1] . In het vervolg zal over [betrokkene 3] zelf worden gesproken, in plaats van de bewindvoerder.
4.3.
Het gaat hier om een huurovereenkomst waaraan een woonbegeleidings-overeenkomst is verbonden. De woning in kwestie is door Elan Wonen ter beschikking gesteld in verband met een tussen meerdere partijen gesloten convenant. Het is de bedoeling van het convenant om kwetsbare personen met voorrang op andere kandidaat huurders tijdelijk een woning te verschaffen zodat zij gedurende twee jaar kunnen laten zien dat zij, nadat zij in die twee jaar ook begeleiding ontvangen, in staat zijn om zelfstandig te wonen. Als dat lukt, klapt de huurovereenkomst na twee jaar om tot een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd. Als dat niet lukt, dan eindigt de huur en zal in een andere vorm van huisvesting, met een andere vorm van begeleiding, moeten worden voorzien.
4.4.
In de huurovereenkomst is bepaald dat het gehuurde “uitsluitend in het kader van de begeleiding, gericht op resocialisatie en een zo zelfstandig mogelijk bestaan aangaande wonen, werken en welzijn” ter beschikking is gesteld aan [betrokkene 3], dat de huurovereenkomst onlosmakelijk is verbonden aan de begeleidingsovereenkomst en dat in de relatie tussen partijen het zorgelement overheerst. Dergelijke bepalingen staan ook in de woonbegeleidingsovereenkomst. Daarmee staat voldoende vast dat sprake is van een koppeling tussen de huurovereenkomst en de woonbegeleidingsovereenkomst. Daarmee is sprake van een gemengde overeenkomst. Daarvoor geldt dat de voor elk van de beide overeenkomsten gegeven bepalingen naast elkaar van toepassing zijn, behoudens voor zover deze bepalingen niet verenigbaar zijn of de strekking daarvan in verband met de aard van de overeenkomst zich tegen toepassing verzet.
4.5.
Van belang is dat zowel de huurovereenkomst als de woonbegeleidings-overeenkomst zijn aangegaan voor een periode van twee jaar. Blijkens beide overeenkomsten eindigt niet alleen de huur als de begeleiding eindigt, maar eindigt ook de begeleiding als de huur eindigt. Bij het einde van de begeleiding moet [betrokkene 3] de woning verlaten tenzij Elan Wonen aansluitend een reguliere huurovereenkomst aanbiedt. Hoewel volgens [betrokkene 3] ook na 4 maart 2026 nog sprake is geweest van begeleiding door [bedrijf 2], gaat de kantonrechter ervan uit dat die begeleiding stopt zodra vast komt te staan dat [betrokkene 3] de woning moet verlaten, althans dat een andere vorm van begeleiding in beeld komt, te weten begeleid wonen in een daarvoor bestemde woning (zie 3.3 van de woonbegeleidingsovereenkomst). Dat volgt immers ook uit het convenant.
4.6.
Voor een huurovereenkomst die is aangegaan voor de bepaalde tijd van twee jaar (in de zin van artikel 7:271 oud Pro BW) geldt dat deze eindigt als de verhuurder niet eerder dan drie maanden en uiterlijk één maand voor het verstrijken van de overeengekomen bepaalde tijd de huurder schriftelijk informeert over het einde van de huur. Als de verhuurder dat niet doet, wordt de huur voor onbepaalde tijd verlengd. Vast staat dat Elan wonen bij brief van 29 januari 2026 (en dus tijdig) aan [betrokkene 3] heeft laten weten dat de huur eindigt. Daarmee is de huur per 4 maart 2026 geëindigd en kan [betrokkene 3] niet in het gehuurde blijven.
4.7.
Het verweer van [betrokkene 3] dat, gelet op hetgeen in het convenant is overeengekomen, de huurovereenkomst voor bepaalde tijd is omgeklapt naar een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd, kan niet slagen. Ten eerste is [betrokkene 3] geen partij bij dat convenant en kan zij daaraan geen rechten ontlenen. Ten tweede volgt uit het convenant dat de beide overeenkomsten maximaal twee jaar kunnen duren, dat verlenging niet mogelijk is en dat het uiteindelijk de verhuurder is die bepaalt of het contract kan worden omgezet naar een contract voor onbepaalde tijd.
4.8.
Gelet op het voorgaande kan het betoog van [betrokkene 3] dat de overlast die zij zou hebben veroorzaakt (of nog veroorzaakt) de ontruiming niet rechtvaardigt, ook niet slagen. Uitgangspunt is immers dat de huurovereenkomst voor bepaalde tijd van rechtswege eindigt nu Elan Wonen de aanzeggingsverplichting in acht heeft genomen en dat het uitsluitend aan Elan Wonen is om te beslissen of zij de huur voor onbepaalde tijd wil voortzetten. Kennelijk is Elan Wonen van oordeel dat [betrokkene 3] ondanks de geboden begeleiding onvoldoende in staat is om zelfstandig te wonen omdat zij er niet in slaagt ongewenste personen buiten de woning te houden.
4.9.
Ten slotte kan ook het betoog van [betrokkene 3] dat er geen verslagen of berichten vanuit de zorgbegeleiding zijn overgelegd waaruit blijkt dat de begeleiding niet succesvol is afgerond, ook niet tot een ander oordeel leiden. Uit het verslag van de wijkregisseur blijkt immers dat er meer evaluatiegesprekken hebben plaatsgevonden dan gewoonlijk het geval is omdat de huur niet goed verliep. Verder blijkt daaruit dat in overleg met [bedrijf 2] en de ketenregisseur wordt gezocht naar een locatie voor beschermd wonen, waaruit afgeleid kan worden dat ook de zorgbegeleiding van oordeel is dat [betrokkene 3] (nog) niet zelfstandig kan wonen.
4.10.
De conclusie is daarom dat de huurovereenkomst tussen Elan Wonen en [betrokkene 3] is geëindigd en dat [betrokkene 3] zonder recht of titel in de woning verblijft. Elan Wonen heeft er belang bij om de woning weer tot haar beschikking te krijgen omdat zij daarmee andere personen die zich in een moeilijke positie bevinden, de kans kan geven om te laten zien dat zij zelfstandig kunnen wonen. Dat belang weegt zwaarder dan dat van [betrokkene 3] bij behoud van de woning, ook omdat zij bij een zorgbegeleidingsorganisatie in beeld is en deze op zoek zou gaan naar een begeleid wonen plek. De vordering tot ontruiming zal daarom worden toegewezen.
4.11.
[betrokkene 3] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Elan Wonen worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
125,57
- griffierecht
139,00
- salaris gemachtigde
577,00
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
985,57

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] in hun hoedanigheid van bewindvoerders van [betrokkene 3] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis de woning aan de [adres] te [plaats 2] te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van Elan Wonen zijn, en de sleutels af te geven aan Elan Wonen,
5.2.
veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] in hun hoedanigheid van bewindvoerders van [betrokkene 3] in de proceskosten van € 985,57, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde 1] en [gedaagde 2] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Dijk en in het openbaar uitgesproken op 26 mei 2026.