Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter van 4 mei 2026 in de zaak tussen
[verzoekster] , uit [plaats 1] , verzoekster
Samenvatting
Inleiding
Bij besluit van 10 maart 2026 is verzoekster per 9 februari 2026 ingeschreven met een briefadres in de Basisregistratie Personen (BRP) op het adres [adres] te [plaats 1] .
Standpunt van verzoekster
Verzoekster voert nader aan dat zij als een nomade leeft en zich noodgedwongen tussen gemeenten verplaatst, omdat zij niet langdurig op een openbare locatie kan verblijven. Verzoekster stelt dat een situatie waarin geen enkele gemeente zich verantwoordelijk acht, onverenigbaar is met de doelstelling van de PW. Ter zitting heeft zij in aanvulling hierop gesteld dat indien er desondanks geen recht op bijstand zou bestaan sprake is van dringende redenen als bedoeld in artikel 16, van de PW zodat alsnog tot bijstandsverlening moet worden overgegaan.
Standpunt van het college
“Nu leef ik gewoon her en der, maar wat u zegt, niet in Zaandam”.
Bij de beoordeling van de vraag of er recht bestaat op bijstand geldt een ruimer begrip. In dat kader dient te worden beoordeeld of zij haar hoofdverblijf heeft binnen de gemeente waar de aanvraag is ingediend, of dat de plaats is waar zij haar zwaartepunt van haar persoonlijke leven heeft. Het college heeft geconstateerd aan de hand van de onderzoeksbevindingen en de verklaringen van verzoekster dat verzoekster niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij haar hoofdverblijf in de gemeente had/heeft.