6.3Oordeel van de rechtbank
De rechtbank heeft hiervoor overwogen dat de bewezenverklaring niet aan de verdachte kan worden toegerekend. Omdat de verdachte tijdens de bewezen verklaarde feiten volledig ontoerekeningsvatbaar was, kan aan hem geen straf worden opgelegd. Wel kan een maatregel aan de verdachte worden opgelegd.
De rechtbank is van oordeel dat – gelet op de aard en de ernst van de bewezen verklaarde feiten, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte – oplegging van de maatregel tbs met dwangverpleging passend en geboden is. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.
Ernst van de feiten
De verdachte heeft zich op 11 november 2024 in de DekaMarkt in Heemskerk schuldig gemaakt aan een zware mishandeling en een poging tot zware mishandeling. De verdachte heeft daar twee willekeurige slachtoffers onverhoeds met een mes gestoken terwijl zij hun boodschappen deden en hen vervolgens in hulpeloze toestand achtergelaten. De verdachte heeft beide slachtoffers hiermee letsel toegebracht waar zij nog altijd de gevolgen van ondervinden. Uit de slachtofferverklaring die slachtoffer [slachtoffer 1] op zitting heeft voorgedragen is de impact die dit alles op haar heeft gehad op indringende wijze verwoord. Zij wordt door het litteken op haar onderarm dagelijks herinnerd aan de steekpartij en ondervindt nog steeds beperkingen aan haar arm bij het verrichten van dagelijkse bezigheden. Ook slachtoffer [slachtoffer 2] heeft op indringende wijze op zitting met haar slachtofferverklaring een verklaring afgelegd over de impact die het handelen van de verdachte op haar heeft gehad en hoe dit haar tot op heden beperkt in haar werk, sport en sociale leven. Uit de slachtofferverklaringen komt naar voren dat beide slachtoffers door de steekpartij niet alleen lichamelijke (pijn)klachten, maar ook psychisch letsel, dat zich onder meer uit in herbelevingen en angstgevoelens, hebben opgelopen en dit nog altijd ervaren. Deze aanval heeft dan ook veel impact gehad op de slachtoffers. Door zijn handelen heeft de verdachte op grove wijze inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van de slachtoffers. Daarnaast zijn ook omstanders getuige geweest van de gevolgen van deze grove geweldpleging in de openbare ruimte, hetgeen ook bij hen gevoelens van onveiligheid heeft teweeggebracht.
De persoon van de verdachte
De rechtbank heeft gekeken naar het op naam van de verdachte staand strafblad (Uittreksel Justitiële Documentatie), gedateerd 17 januari 2025. Hierop staan geen eerdere veroordelingen vermeld.
Daarnaast heeft de rechtbank bij de beantwoording van de vraag of aan de verdachte een tbs-maatregel moet worden opgelegd de hierboven onder 5.2 genoemde Pro Justitia rapportage betrokken. Uit deze rapportage komt, in aanvulling op wat daarover is vermeld onder 5.2, onder meer het volgende naar voren:
Door beide deskundigen wordt het risico op recidive op (onvoorspelbare) geweldsdelicten als hoog ingeschat, ook op de korte termijn. Het recidiverisico wordt vooral bepaald door de chronische schizoaffectieve stoornis, die vooralsnog onvoldoende behandeld is, waarbij betrokkene in het verleden meermaals plotseling agressief (zelfbeschadigend) gedrag heeft laten zien vanuit psychotische belevingen. Het ten laste gelegde vond plaats terwijl betrokkene reeds in een steunende omgeving verbleef (in een instelling), en hij reeds voor de schizoaffectieve stoornis werd behandeld (medicamenteus). Bij een toename van een psychotische ontregeling met oordeels- en kritiekstoornissen neemt de kans op een (ernstige) gewelddadige recidive snel toe, oplopend naar hoog als ‘de stem’ hem helemaal in zijn greep heeft.
Samenhangend met de schizoaffectieve stoornis en zijn autismespectrumstoornis zijn er aanhoudend problemen op alle levensgebieden. De klinische items over het afgelopen half jaar laten zien dat het functioneren van betrokkene in belangrijke mate bepaald werd door de ernstige psychische stoornis, waarbij er sprake is van affectieve, gedragsmatig en cognitieve instabiliteit. Betrokkene ontvangt medicatie voor de ernstige psychische stoornis, wat enig effect heeft, maar waarbij de psychotische symptomen nog wel blijven bestaan. Er zijn problemen op het gebied van behandeltrouw (wisselend) en responsiviteit (het effect van medicatie op zijn toestandsbeeld). De risicohanteringsitems (risicofactoren voor de toekomst) laten, indien betrokkene nu onbehandeld in de maatschappij zou terugkeren, een zeer ongunstig beeld zien. Het risico op geweld wordt hoog ingeschat. Het risico op acuut dreigend geweld wordt eveneens hoog ingeschat, aangezien bekend is dat betrokkene psychotisch is ondanks medicamenteuze behandeling en zich tijdens detentie ook incidenten hebben voorgedaan, in dreigende uitspraken, maar ook in ernstig zelfbeschadigend gedrag.
Onderzoekers stellen op basis van de klinische inschatting dat er nauwelijks beschermende
factoren aanwezig zijn.
Vanwege de chronische en hardnekkige aard van de beschreven psychopathologie en het
gebrek aan responsiviteit wordt een langer durend behandeltraject noodzakelijk geacht.
Gezien het slechts minimaal aanwezige ziekte-inzicht bij betrokkene, het ontbreken van een
duurzame wens om medicatie (volledig) volgens voorschrift te nemen, de tot dusver beperkte
responsiviteit van behandeling in de afgelopen jaren, in combinatie met het hoge recidiverisico waarbij er rekening moet worden gehouden dat ook binnen een behandelsetting voldoende beveiliging moet zijn voor mensen in zijn buurt, adviseren onderzoekers betrokkene de maatregel van ter beschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege op te leggen.
De rechtbank heeft ook acht geslagen op het reclasseringsadvies van 20 januari 2026. De reclassering heeft zich aangesloten bij het advies van de gedragsdeskundigen.
De op te leggen maatregel
De rechtbank kan zich vinden in de conclusies van de deskundigen en maakt deze tot de hare. De rechtbank is verder van oordeel – conform de standpunten van de officier van justitie en de raadslieden – dat het unanieme advies van de deskundigen tot opleggen van de tbs-maatregel met dwangverpleging moet worden gevolgd, met name gelet op de ernst van de stoornissen van de verdachte, het hoge recidiverisico en de noodzaak van hoge mate van beveiliging tijdens de verwachte langdurige behandeling.
De rechtbank stelt vast dat aan de wettelijke eisen daartoe is voldaan. Bij de verdachte bestond ten tijde van het plegen van de feiten een ziekelijke stoornis van de geestvermogens. De bewezenverklaarde feiten betreffen misdrijven waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld. Naar het oordeel van de rechtbank eist, gelet op al het voorgaande, de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de oplegging van de maatregel.
Uit de bewezenverklaring en de hierover vermelde omstandigheden volgt dat de maatregel wordt opgelegd voor misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen, zodat de totale duur van de terbeschikkingstelling niet is beperkt tot de duur van vier jaren.