Eisers vorderen drie keer betaling van een contractuele boete van gedaagde wegens vermeende schending van de zorgplicht bij aanneemwerkzaamheden. Zij stellen dat gedaagde ondeugdelijk werk heeft geleverd bij twee projecten en onrechtmatig direct aan een opdrachtgever heeft gefactureerd bij een derde project.
Gedaagde betwist de ondeugdelijkheid van het werk en stelt dat hij het afronden van een project mocht opschorten vanwege een nog openstaande betaling van eiser. De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende concreet heeft gesteld dat het plaatsen en schilderen van twee ramen onderdeel was van de oorspronkelijke opdracht, waardoor geen sprake is van ondeugdelijk werk bij het project in Heemstede.
Voor het project in Amstelveen is onvoldoende onderbouwd dat de gebruikte glaslatten niet in overleg met de opdrachtgever zijn gekozen. De opschorting door gedaagde wordt als proportioneel beoordeeld. Het boetebeding ziet niet op het direct factureren aan opdrachtgevers, zodat ook die vordering faalt.
De vorderingen van eiser worden afgewezen en de tegenvordering van gedaagde tot betaling van een bedrag van € 946 wordt toegewezen. Beide partijen worden veroordeeld in de proceskosten.