Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:5571

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
29 april 2026
Publicatiedatum
19 mei 2026
Zaaknummer
12159407 \ CV EXPL 26-1916
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:233 BWRichtlijn 93/13/EEG
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding huurovereenkomst en betalingsregeling wegens huurachterstand sociale woonruimte

De Stichting Ymere heeft [gedaagden] gedagvaard wegens een huurachterstand van €5.560,30 op de sociale huurwoning aan een adres te [plaats]. Ymere vordert ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming en betaling van de achterstand vermeerderd met incassokosten, rente en proceskosten.

[gedaagden] erkent de huurachterstand en geeft aan dat de gemeente helpt met betalingen. De kantonrechter beoordeelt ambtshalve de algemene voorwaarden en het huurprijswijzigingsbeding, en verklaart deze niet oneerlijk. De totale vordering bedraagt €7.257,86 inclusief rente en kosten.

Partijen komen ter zitting overeen dat de huurovereenkomst onder opschortende voorwaarde wordt ontbonden, waarbij [gedaagden] een betalingsregeling van maandelijkse termijnen van €300,00 moet nakomen. Bij niet-nakoming is de ontbinding definitief en volgt ontruiming binnen één maand na betekening van het vonnis.

De kantonrechter veroordeelt [gedaagden] tot betaling van de vordering, ontruiming bij vervulling van de opschortende voorwaarde en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: De huurovereenkomst wordt onder opschortende voorwaarde ontbonden en een betalingsregeling vastgesteld om ontruiming te voorkomen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
zaak/rolnr.: 12159407 \ CV EXPL 26-1916
datum uitspraak: 29 april 2026
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de stichting
Stichting Ymere
te Amsterdam
eiseres
hierna te noemen: Ymere
gemachtigde mr. D. Bernard (Van der Hoeden / Mulder)
tegen

1.[gedaagde 1]

2. [gedaagde 2]
beiden wonenden te [plaats]
gedaagden
hierna te noemen: [gedaagden]
procederend in persoon

1.De procedure

1.1.
Ymere heeft [gedaagden] gedagvaard op 23 maart 2026. [gedaagden] heeft mondeling geantwoord. Op 16 april 2026 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden, waarbij aanwezig waren mr. D. Bernhard namens Ymere en [gedaagden]. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen naar voren hebben gebracht. Vonnis is bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
[gedaagden] huurt van Ymere de woonruimte aan het adres [adres] te ([postcode]) te [plaats] tegen een maandelijkse huurprijs van € 724,91, bij vooruitbetaling te voldoen.
2.2.
[gedaagden] heeft ondanks aanmaning niet alle huurtermijnen voldaan. Per 23 maart 2026 had [gedaagden] een huurachterstand van € 5.560,30.

3.Het geschil

3.1.
Ymere vordert ontbinding van de huurovereenkomst met betrekking tot de aan [gedaagden] verhuurde woonruimte, ontruiming van het gehuurde en veroordeling van [gedaagden] tot betaling van de huurachterstand tot en met maart 2026, vermeerderd met buitengerechtelijke incassokosten, de wettelijke rente, een gebruiksvergoeding voor iedere maand dat het gehuurde in gebruik blijft en de proceskosten.
3.2.
Ymere legt aan de vordering ten grondslag dat [gedaagden] tekortschiet in de nakoming van de huurovereenkomst, welke tekortkoming ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde rechtvaardigt.
3.3.
[gedaagden] erkent de huurachterstand. Hij voert verder aan de gemeente helpt met het betalen van de rekeningen.

4.De beoordeling

Ambtshalve toetsing van de huurovereenkomst en de algemene voorwaarden
4.1.
Gelet op de hoogte van de huur bij aanvang van de huurovereenkomst is sprake van sociale huur. In de huurovereenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing verklaard. [1]
4.2.
Omdat het hier gaat om een professionele verhuurder en een consument-huurder, moet de kantonrechter ambtshalve beoordelen of in de algemene voorwaarden bedingen zijn opgenomen die oneerlijk zijn ten opzichte van een consument (in de zin van artikel 3 van Pro de Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (hierna: de richtlijn)). Dit kan immers gevolgen hebben voor (de hoogte van) de vordering. Artikel 6:233 onder Pro a van het Burgerlijk Wetboek (BW) bepaalt dat een beding dat onredelijk bezwarend is, vernietigbaar is.
4.3.
Bedingen waaraan de huurder gebonden is zonder dat daarover afzonderlijk is onderhandeld, zijn oneerlijk als deze in strijd met de goede trouw het evenwicht tussen de rechten en plichten die de huurder op grond van de overeenkomst heeft, aanzienlijk verstoren in het nadeel van de huurder. [2] Het gaat om een beoordeling van de bedingen op het moment dat de overeenkomst werd gesloten. Of de verhuurder de huurder ook daadwerkelijk aan die bedingen houdt, of in de praktijk alleen naleving van wettelijke bepalingen verlangt, is niet relevant. Als een beding wegens onredelijkheid wordt vernietigd, kan de verhuurder niet terugvallen op een eventuele wettelijke regeling over het zelfde onderwerp.
4.4.
Gelet op het voorgaande heeft de kantonrechter het huurprijswijzigingsbeding getoetst en dit niet oneerlijk bevonden.
De huurovereenkomst wordt onder opschortende voorwaarde ontbonden
4.5.
De huurachterstand tot en met maart 2026 bedraagt € 5.680,76 (€ 9.225,87 huurachterstand + € 120,46 incassokosten -/- € 3.665,57 aan deelbetalingen). [gedaagden] erkent de verschuldigdheid hiervan. Daarnaast is [gedaagden] rente en proceskosten verschuldigd. De proceskosten bedragen € 1.577,10 bestaande uit € 154,10 voor de dagvaarding, € 559,00 aan griffierecht, € 720,00 voor salaris gemachtigde en € 144,00 aan nakosten. De totale vordering bedraagt € 7.257,86.
4.6.
Partijen zijn ter zitting het volgende overeengekomen. De huurovereenkomst zal onder opschortende voorwaarde worden ontbonden. Dit betekent dat [gedaagden] nog een kans krijgt om de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van de woonruimte te voorkomen door de volgende regeling na te komen:
  • [gedaagden] betaalt aan Ymere € 7.257,86, te voldoen in maandelijkse termijnen van € 300,00. De eerste termijn moet uiterlijk betaald zijn op 1 juni 2026 en de verdere termijnen moeten voor iedere eerste van de maand worden betaald. De aflossingen moeten worden overgemaakt aan de gemachtigde van Ymere op rekeningnummer [rekeningnummer] ten name van [bedrijf] gerechtsdeurwaarders en juristen onder vermelding van dossiernummer [nummer];
  • de lopende huurtermijnen van € 724,91 moeten steeds tijdig, telkens uiterlijk voor de eerste van de maand waarop de huur betrekking heeft, worden betaald op het gebruikelijke bankrekeningnummer van Ymere;
  • als [gedaagden] de regeling niet op tijd of anderszins niet volledig nakomt of de lopende huur niet op tijd of niet volledig is betaald, is de opschortende voorwaarde vervuld. Het (restant van het) bedrag van € 7.257,86 is dan direct opeisbaar en de huurovereenkomst is dan per direct ontbonden. In dat geval dient [gedaagden] de woonruimte te ontruimen met alle zich daarin bevindende personen en goederen, voor zover deze goederen niet eigendom van Ymere zijn, te verlaten en met afgifte van de sleutels ter volledige en vrije beschikking van Ymere te stellen.
4.7.
Gelet op de ingrijpende gevolgen voor [gedaagden] wordt de ontruimingstermijn gesteld op één maand na betekening van dit vonnis.
4.8.
De vordering zal overeenkomstig het voorgaande worden toegewezen.

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
ontbindt de huurovereenkomst onder de opschortende voorwaarde dat [gedaagden] de regeling (zoals weergegeven onder r.o. 4.6) niet op tijd of anderszins niet volledig nakomt of de lopende huur niet op tijd of niet volledig is betaald;
5.2.
veroordeelt [gedaagden] voor het geval dat de in nr. 5.1 bedoelde opschortende voorwaarde is vervuldom binnen één maand na betekening van dit vonnis de woonruimte aan het adres [adres] ([postcode]) te [plaats] te ontruimen en leeg op te leveren en de sleutels over te dragen aan Ymere;
5.3.
veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk, in die zin dat als de een betaalt de ander zal zijn bevrijd, om aan Ymere te betalen € 7.257,86, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 maart 2026 over € 5.560,30 in hoofdsom althans , na ontvangen betalingen, over het gedeelte van de nog openstaande hoofdsom, tot de dag van de volledige betaling;
5.4.
veroordeelt [gedaagden] daarnaast hoofdelijk, in die zin dat als de een betaalt de ander zal zijn bevrijd, om aan Ymere te betalen € 724,91 voor iedere maand of gedeelte daarvan dat [gedaagden] de woonruimte in gebruik houdt nadat de huurovereenkomst definitief is ontbonden;
5.5.
bepaalt dat wat na 16 april 2026 aan Ymere is voldaan op de hiervoor genoemde bedragen in mindering strekt;
5.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
5.7.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.W. Koenis en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter

Voetnoten

1.Algemene huurvoorwaarden versie mei 2024.
2.Hoge Raad 10 februari 2023, ECLI:NL:HR:2023:198, r.o. 3.8.2.