Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
[adres] ,
1.Het verloop van de procedure
7 mei 2026.
2.2. De voorafgaande veroordeling
9 mei 2015;
1 januari 2019.
3.De vordering van het openbaar ministerie
€ 146.652,47en aan de veroordeelde de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van dat bedrag ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.