ECLI:NL:RBNHO:2026:4902

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
30 april 2026
Publicatiedatum
6 mei 2026
Zaaknummer
11287270 CB VERZ 24-103 ZK
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:385 BWArt. 1:391 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Opheffing curatele wegens ontbreken opvolgend curator ondanks noodzaak curatele

De curator heeft verzocht om ontslag vanwege een onwerkbare situatie, mede veroorzaakt door het intensieve contact van betrokkene met de curator. Betrokkene is niet verschenen bij zittingen en familieleden, waaronder moeder en halfbroer, hebben verweer gevoerd dat curatele noodzakelijk blijft vanwege het ziektebeeld van betrokkene.

Na meerdere zittingen en inspanningen om een opvolgend curator te vinden, is dit niet gelukt. De beoogd opvolgend curator heeft zich teruggetrokken vanwege het gebrek aan contact en de afstand tot betrokkene. De kantonrechter erkent de noodzaak van curatele, maar ziet geen alternatieven meer.

Daarom wijst de kantonrechter het verzoek tot ontslag van de curator toe en heft de curatele op, met ingang van twee weken na de beschikking. De curatele wordt uitgeschreven uit het Centraal curatele- en bewindregister en de beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De kantonrechter wijst het verzoek tot ontslag van de curator toe en heft de curatele op wegens het ontbreken van een opvolgend curator.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Zittingsplaats Haarlem
zaaknummer : 11287270 CB VERZ 24-103 ZK
dossiernummer : CB 2186
datum : 30 april 2026

beschikking op een verzoek tot opheffing van curatele

op verzoek van:
[verzoeker] h.o.d.n. [bedrijf],
[adres 1],
hierna te noemen: verzoeker,
met betrekking tot:

[betrokkene],

geboren te [plaats 2] op [geboortedatum] 1998,
wonende te [postcode] [plaats 1], [adres 2],
hierna te noemen: betrokkene.

procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
  • het verzoek (met bijlagen), ontvangen op 26 augustus 2024;
  • het verweer van moeder, ontvangen op 17 september 2024;
  • het verweer van de halfbroer, ontvangen op 17 september 2024;
  • de aanvullende verklaringen van verzoeker, ontvangen op 13 november 2024,
12 augustus 2025 en 2 december 2025;
  • de brief van de griffier aan verzoeker, verzonden op 9 mei 2025;
  • de email van de voorgestelde opvolgende curator, ontvangen op 23 februari 2026;
  • de brief van de griffier aan de ouders van betrokkene, verzonden op 16 maart 2026.
Het verzoek is mondeling behandeld op 8 mei 2025. Daarbij waren aanwezig verzoeker, de moeder van betrokkene en de halfbroer van betrokkene. Een tweede mondelinge behandeling vond plaats via Teams op 11 maart 2026. Daarbij waren aanwezig verzoeker en de mogelijk opvolgend curator. Betrokkene is bij beide zittingen, hoewel behoorlijk opgeroepen, zonder afbericht niet verschenen. Moeder en halfbroer zijn, hoewel behoorlijk opgeroepen, zonder afbericht niet verschenen op de tweede zitting op 11 maart 2026.

beoordeling

Verzoeker vraagt om ontslag als curator van betrokkene. Voor verzoeker is de curatele niet werkbaar. Het is niet mogelijk gebleken om met betrokkene tot werkbare afspraken te komen. Met name het grote (tijds)beslag dat betrokkene legt op de curator en haar kantoor door soms tot wel honderd keer per dag naar het kantoor te bellen, zorgt voor een onwerkbare situatie. Daarbij ziet verzoeker dat betrokkene veel stress ervaart van het contact met de curator.
Moeder voert verweer. Wat haar betreft is het noodzakelijk dat curatele in stand blijft. Gelet op het ziektebeeld van betrokkene blijft curatele nodig ter bescherming van betrokkene, aldus moeder. Moeder vreest dat er grote problemen zullen ontstaan zonder curatele.
Ook de halfbroer van betrokkene voert verweer. Hij vindt dat de curatele in stand moet blijven omdat betrokkene de bescherming van curatele nodig heeft. In het verleden is gebleken dat het voor de familie niet mogelijk is om als curator van betrokkene op te treden, volgens de halfbroer.
Naar aanleiding van de zitting van 8 mei 2025 is het verzoek voor langere tijd aangehouden aangehouden om partijen in gelegenheid te stellen een andere curator te vinden. Dat is tot op heden niet gelukt. De beoogd opvolgend curator die op enig moment bereid leek te de huidige curator op te volgen, heeft aangegeven dat hij hiertoe niet langer bereid is. Dit komt vooral doordat betrokkene al het contact afhoudt en er tot op heden geen kennismaking heeft plaatsgevonden. Ook woont betrokkene buiten het werkgebied van de beoogde opvolgend curator en daardoor zijn regelmatige bezoeken lastig.
Bij beide zittingen is door de aanwezige partijen erkend en benadrukt dat de bescherming van curatele noodzakelijk is en blijft. Ook de kantonrechter onderschrijft de wenselijkheid en de noodzaak van de curatele. Bij brief van 16 maart 2026 heeft de griffier de ouders van betrokkene medegedeeld dat de kantonrechter voornemens is om de curatele op te heffen bij gebreke aan een opvolgend curator. Daarbij zijn de ouders tot 2 april 2026 in gelegenheid gesteld om een bereidverklaring in te dienen om zelf tot curator te worden benoemd. De ouders hebben van die gelegenheid geen gebruik gemaakt.
De kantonrechter constateert dat het ondanks de inspanningen van betrokken partijen niet mogelijk is gebleken om een curator te vinden die de curatele wil overnemen. Er zijn naar het oordeel van de kantonrechter geen alternatieven meer. Nu de huidige curator in zijn ontslagverzoek volhardt en er geen opvolgend curator kan worden gevonden, zal de kantonrechter op de voet van artikel 1:385 van Pro het Burgerlijk Wetboek het verzoek tot ontslag toewijzen, waardoor de curatele tot een einde zal komen.

beslissing

De kantonrechter:
  • wijst het verzoek toe;
  • ontslaat, met ingang van twee weken na de datum van deze beschikking, als curator [verzoeker] h.o.d.n. [bedrijf];
  • heft de curatele ten behoeve van
  • deelt mee dat deze beschikking binnen tien dagen na de datum van deze beschikking door de griffier wordt bekendgemaakt in de Staatscourant;
  • deelt mee dat de curatele wordt uitgeschreven uit het Centraal curatele- en bewindregister, zoals bedoeld in artikel 1:391 van Pro het Burgerlijk Wetboek;
  • verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.P. de Valk, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken.
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam:
a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.