ECLI:NL:RBNHO:2026:4844

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
6 mei 2026
Publicatiedatum
4 mei 2026
Zaaknummer
12140997
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 194 RvArt. 195 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing inzageverzoek verslagen onderzoek grensoverschrijdend gedrag in ontbindingsprocedure

In deze zaak verzoekt Samsung de arbeidsovereenkomst met de werknemer te ontbinden wegens verwijtbaar handelen en een verstoorde arbeidsverhouding. De werknemer vraagt incidenteel inzage in verslagen van interviews die een extern onderzoeksbureau heeft afgenomen in een onderzoek naar vermeend grensoverschrijdend gedrag.

De kantonrechter oordeelt dat de werknemer voldoende belang heeft bij inzage in deze verslagen om haar verweer tegen het ontbindingsverzoek te kunnen onderbouwen. Het rapport van het onderzoeksbureau is gebaseerd op deze verslagen, maar de werknemer heeft deze niet ontvangen, wat leidt tot ongelijkheid en strijd met het equality of arms-beginsel.

Samsung voert aan dat het belang bij sociale veiligheid en anonimiteit van geïnterviewden zwaarder weegt, maar de kantonrechter vindt het belang van de werknemer zwaarder, mede vanwege het fundamentele recht op hoor en wederhoor. Samsung mag de verslagen gepseudonimiseerd verstrekken.

De kantonrechter veroordeelt Samsung om binnen een week de verslagen te verstrekken en in de proceskosten van het inzageverzoek. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad. De hoofdzaak wordt aangehouden voor verdere beslissing.

Uitkomst: De kantonrechter veroordeelt Samsung tot het verstrekken van de verslagen van interviews aan de werknemer, met mogelijkheid tot pseudonimisering, en wijst het inzageverzoek toe.

Uitspraak

RECHTBANKNOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer / rekestnummer: 12140997 \ AO VERZ 26-36
Beschikking in het incident van 6 mei 2026
in de zaak van
SAMSUNG ELECTRONICS BENELUX B.V.,
te Schiphol,
verzoekster in de hoofdzaak, verweerster in het incident
hierna te noemen: Samsung,
gemachtigde: mr. W.M. Engelsman en mr. T. van Nieuwstadt,
tegen
[verweerster],
te [plaats] ,
verweerster in de hoofdzaak, verzoekster in het incident,
hierna te noemen: [verweerster] ,
gemachtigde: mr. J.W. Janssens.
De zaak in het kort
In deze zaak verzoekt de werkgever om ontbinding van de arbeidsovereenkomst met de werknemer, primair op grond van verwijtbaar handelen of nalaten (e-grond), subsidiair op grond van verstoorde arbeidsverhouding (g-grond) en meer subsidiair op grond van een combinatie van die gronden (i-grond). Werknemer heeft een incidenteel verzoek ingediend om de werkgever te bevelen afschrift te verstrekken van bepaalde bescheiden. De kantonrechter wijst het inzageverzoek toe, omdat werknemer daarbij voldoende belang heeft en niet is gebleken van gewichtige redenen die zich tegen de verstrekking verzetten.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift, binnengekomen op 16 maart 2026, met producties 1 t/m 28
- de akte houdende incidenteel verzoek met producties 1 t/m 9
- het verweer incidenteel verzoek met producties 29 t/m 34.
1.2.
De beschikking in het incident is bepaald op vandaag.

2.Feiten

2.1.
[verweerster] is sinds [datum in dienst] bij Samsung werkzaam als [functie].
2.2.
Op 2 juni 2025 heeft Samsung een anonieme melding (hierna: de Melding) ontvangen van (twee) ‘anonymous concerned employees’, waarin ten aanzien van [verweerster] beschuldigingen zijn geuit over (onder meer) een belangenconflict en niet-integer handelen met betrekking tot de stage van haar dochter bij Samsung, herhaaldelijk grensoverschrijdend gedrag (intimidatie en pesten) jegens collega’s, en het manipuleren van feedback en confronteren van ondergeschikten die negatieve feedback hadden gegeven over haar leiderschapsstijl. De melders drongen er bij Samsung op aan om onmiddellijk actie te ondernemen om verdere schade te voorkomen.
2.3.
Samsung heeft vervolgens besloten om haar klokkenluidersregeling toe te passen. De meldingsbeheerder (de onpartijdige persoon die overeenkomstig die regeling bevoegd is om meldingen te behandelen) heeft een vooronderzoek ingesteld. Daarna is aan de Raad van bestuur van Samsung geadviseerd nader onderzoek te laten verrichten.
2.4.
De Raad van Bestuur heeft besloten het onderzoek te laten uitvoeren door een extern onderzoeksbureau, Hoffmann Bedrijfsrecherche B.V. (hierna: Hoffmann).
2.5.
Vanaf 27 juli 2025 heeft Hoffmann interviews afgenomen met diverse betrokkenen: eerst met de twee melders van de klachten (oud-werknemers) en daarna met zes andere oud-werknemers, waarna één van deze oud-werknemer de afgelegde verklaring weer heeft ingetrokken.
2.6.
Op 5 september 2025 heeft Hoffmann een Management Letter gestuurd aan Samsung met enkele preliminaire bevindingen. Op basis daarvan heeft de Raad van Bestuur besloten dat het onderzoek moest worden voortgezet en ook moest worden uitgevoerd onder de huidige werknemers van Samsung. Nadat het preliminaire onderzoek was afgerond heeft Samsung [verweerster] van het onderzoek op de hoogte gesteld. De namen van de oud-werknemers die zijn geïnterviewd, zijn niet aan [verweerster] bekend gemaakt. In verband met het vervolgonderzoek is [verweerster] op 30 september 2025 onder doorbetaling van salaris op non-actief gesteld.
2.7.
Op 2 en 7 oktober 2025 heeft Hoffmann [verweerster] geïnterviewd. Op 9 oktober 2025 heeft [verweerster] (op verzoek van Hoffmann) een lijst met namen gestuurd van 9 werknemers die over de zaak gehoord konden worden. In de daaropvolgende periode heeft Hoffmann 13 huidige werknemers van Samsung geïnterviewd. De namen van de werknemers die door Hoffmann zijn geïnterviewd, zijn niet aan [verweerster] bekend gemaakt.
2.8.
Op 29 oktober 2025 heeft Hoffmann [verweerster] desgevraagd inzage gegeven in de Melding.
2.9.
Op 4 november 2025 heeft [verweerster] Samsung gevraagd om haar alle door Samsung aan Hoffmann verstrekte documenten en de verslagen van alle interviews die in het kader van het onderzoek hebben plaatsgevonden te verstrekken. Samsung heeft hieraan geen gehoor gegeven.
2.10.
Op 20 november 2025 heeft Hoffmann een conceptrapport aan (de gemachtigde van) [verweerster] gestuurd. Op 27 november 2025 heeft (de gemachtigde van) [verweerster] schriftelijk haar reactie op het conceptrapport gegeven. Op 28 november 2025 heeft Hoffmann het definitieve rapport opgeleverd. Bij het rapport zijn geen gespreksverslagen gevoegd van de interviews die Hoffmann in het kader van het onderzoek heeft gehouden.
2.11.
Bij (kort geding) vonnis [1] van 28 november 2025 heeft de kantonrechter Samsung veroordeeld om aan [verweerster] een afschrift te verstrekken van de feitelijke documentatie waarnaar Hoffmann in haar conceptrapport verwijst. [2] De vordering om ook andere stukken - waaronder de gespreksverslagen van de interviews van Hoffmann – te verstrekken, is afgewezen. Dat zou naar het oordeel van de kantonrechter
‘in dit stadium - waarin nog geen disciplinaire maatregelen jegens [verweerster] zijn genomen en [verweerster] dus mogelijk zal terugkeren naar de werkvloer - in strijd zijn met de zorgvuldigheid die Samsung jegens de gehoorde (oud-)werknemers in acht moet nemen.
2.12.
In een gesprek op 11 december 2025 heeft Samsung aan [verweerster] toegelicht dat zij het gedrag en werkwijze van [verweerster] zoals beschreven in het rapport in hoge mate zorgwekkend en ernstig verwijtbaar acht en dat [verweerster] daarom niet gehandhaafd kan worden in haar positie. Diezelfde dag heeft Samsung een voorstel gedaan om de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden te beëindigen, welk voorstel [verweerster] op 12 december 2025 heeft afgewezen.
2.13.
In de periode van 24 december 2025 tot en met 13 maart 2026 hebben partijen geprobeerd om in mediation tot een oplossing buiten rechte te komen, maar dat is niet gelukt.

3.Het verzoek in de hoofdzaak

3.1.
In de hoofdzaak verzoekt Samsung de kantonrechter om de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst per de vroegst mogelijke datum te ontbinding op de e-, g-, i- danwel enige andere grond. Verder verzoekt Samsung om te bepalen dat de ontbinding het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen van [verweerster] , waardoor de transitievergoeding niet, althans subsidiair maximaal de transitievergoeding verschuldigd is. Tot slot verzoekt Samsung om [verweerster] te veroordelen om aan haar de onderzoekskosten van € 67.020,55 (met btw en rente) en de proceskosten te vergoeden.
3.2.
Samsung legt (samengevat) aan het verzoek ten grondslag dat [verweerster] de volgend verwijten moeten worden gemaakt: (1) het stelselmatig vertonen van grensoverschrijdend gedrag, bestaande uit intimidatie, pesten en negeren van ondergeschikten en/of collega’s, (2) het niet integer handelen ten aanzien van de stage van haar dochter, door niet transparant te zijn, haar leidinggevende niet op voorhand over de stage te informeren, niet het gebruikelijk ‘approval-pad’ te volgen bij het aangaan en verlengen van de stage en door de stagevergoeding niet aan te passen aan het deeltijdskarakter van de stage, (3) het manipuleren van negatieve feedback en confronteren van werknemers met hun opmerkingen en feedback op de giftige leiderschapsstijl van [verweerster] en (4) dat verschillende externe partijen niet meer met Samsung willen samenwerken zolang [verweerster] daar in haar functie zit. Subsidiair stelt Samsung zich op het standpunt dat [verweerster] door haar handelen het vertrouwen van Samsung is verloren en daarmee een duurzaam verstoorde arbeidsrelatie heeft veroorzaakt. Meer subsidiair stelt Samsung zich op bet standpunt dat sprake is van een combinatie van voornoemde omstandigheden die zodanig is dat in redelijkheid van Samsung niet kan worden verlangd de arbeidsovereenkomst voort te zetten.

4.Het verzoek in het incident

4.1.
In het incident verzoekt [verweerster] de kantonrechter om, bij tussenbeschikking en uitvoerbaar bij voorraad, Samsung te bevelen om binnen drie dagen na de datum van de beschikking, op straffe van een dwangsom, een afschrift van de volgende bescheiden over te leggen:
(i) alle verslagen van alle interviews die door Hoffmann zijn afgenomen,
(ii) de originele klacht van 2 juni 2025, op zodanige wijze dat zichtbaar is aan wie deze klacht is gericht,
(iii) de twee mails die Samsung op 3 oktober 2025 aan de HoD’s en naar de afdeling van [verweerster] over de afwezigheid van [verweerster] zond.
4.2.
[verweerster] legt (samengevat) aan het verzoek ten grondslag dat zij recht en belang heeft bij inzage in de verzochte stukken voor het onderbouwen van haar verweer/ vorderingen in de ontbindingsprocedure. Samsung stoelt haar ontbindingsverzoek met name op het rapport van Hoffmann, waar de gespreksverslagen aan ten grondslag liggen. Omdat [verweerster] de verslagen niet heeft, kan zij zich niet verweren tegen de (algemene en deels feitelijk onjuiste) stellingen van Hoffmann. Zij kan ook niet controleren of de door Hoffmann gepresenteerde ‘feiten’ en conclusies daadwerkelijk uit de gespreksverslagen volgen. Er is bovendien geen sprake van ‘equality of arms’ doordat de gemachtigde van Samsung de verslagen wél heeft. In de gegeven omstandigheden weegt het belang van [verweerster] zwaarder dan het belang van Samsung om de verslagen niet te overleggen.
4.3.
Samsung verweert zich tegen het inzageverzoek en concludeert tot afwijzing daarvan. Daartoe voert Samsung (samengevat) aan dat het belang van Samsung bij sociale veiligheid binnen haar organisatie en de veiligheid en het welzijn van haar (oud)werknemers prevaleert boven het belang van [verweerster] bij inzage. De contra-expertise die Samsung heeft laten uitvoeren onderschrijft dat het feitenrelaas gestoeld is op de aangeleverde gespreksverslagen en dat er geen grond is om deze vertrouwelijke verslagen met [verweerster] te delen. De gespreksverslagen zijn voor het beoordelen van de ontslaggronden niet nodig, omdat er - ook wanneer de inhoud van de gespreksverslagen wordt ‘weggedacht’ - al voldoende feiten vaststaan die de ontbinding van de arbeidsovereenkomst kunnen dragen. Het gepseudonomiseerd verstrekken van de gespreksverslagen biedt geen oplossing, omdat de interviews vanwege de daarin genoemde voorbeelden ook zonder de namen van de geïnterviewden te vermelden eenvoudig tot de personen herleidbaar zijn.

5.De beoordeling in het incident

5.1.
Het gaat in deze zaak om de vraag of Samsung afschrift moet verstrekken van door [verweerster] verzochte bescheiden. Blijkens het verweerschrift heeft Samsung de onder 4.1. (ii) en (iii) genoemde bescheiden inmiddels vrijwillig verstrekt. Het gaat in deze procedure dus alleen nog om het verzoek tot het verstrekken van alle verslagen van alle interviews die door Hoffmann zijn afgenomen.
Juridisch kader inzagerecht
5.2.
In artt. 194 en 195 Rv is het (vernieuwde) inzagerecht vastgelegd. Daarin is bepaald dat een partij bij een rechtsbetrekking recht heeft op inzage, afschrift of uittreksel van bepaalde gegevens over die rechtsbetrekking tegenover degene die over die gegevens beschikt. Daaruit zijn de volgende voorwaarden te destilleren: (1) degene die informatie van een ander verlangt, moet partij zijn bij een rechtsbetrekking, (2) de partij moet voldoende belang bij het informatieverzoek hebben, en (3) de informatie moet voldoende bepaald zijn. Het uitgangspunt is de nieuwe regeling is ‘toewijzen’, tenzij (4) gewichtige reden zich tegen het verstrekken van de informatie verzetten of (5) degene die over de gegevens beschikt zich op een verschoningsrecht kan beroepen.
5.3.
Tussen partijen is niet in geschil dat er tussen hen een rechtsbetrekking bestaat en dat de informatie voldoende bepaald is, waardoor is voldaan aan de onder (1) en (3) genoemde voorwaarden. Wel in geschil is of [verweerster] voldoende belang bij de inzage heeft en of er zich een gewichtige reden voordoet die zich verzet tegen verstrekking van het rapport (voorwaarden (2) en (4)).
Voldoende belang
5.4.
De kantonrechter is van oordeel dat [verweerster] voldoende belang heeft bij inzage in de gespreksverslagen om haar verweer tegen het ontbindingsverzoek van Samsung te kunnen onderbouwen. Daartoe is het volgende redengevend.
5.5.
Samsung heeft ontbinding van de arbeidsovereenkomst verzocht omdat [verweerster] zich schuldig zou hebben gemaakt aan de onder rov 3.2. genoemde gedragingen. Samsung heeft haar beslissing om het dienstverband met [verweerster] te willen beëindigen gebaseerd op de bevindingen van Hoffmann zoals vastgelegd in het definitieve rapport. [3] Het rapport is als volgt opgebouwd. In Hoofdstuk 1 staat een introductie waarin het doel van het onderzoek is beschreven, te weten: het verkrijgen van zoveel mogelijk relevante informatie terzake de Melding en in hoeverre de in de Melding geuite beschuldigingen aan het adres van [verweerster] door feiten worden ondersteund. Vervolgens bevat Hoofdstuk 2 een samenvatting van de bevindingen (‘findings’). In Hoofdstuk 3 en 4 staan de bevindingen van het ‘preliminary’ onderzoek respectievelijk het ‘follow-up’ onderzoek.
5.6.
De bevindingen uit het rapport zijn - in elk geval voor wat betreft het gestelde grensoverschrijdend gedrag - gebaseerd op interviews met 7 oud-werknemers (waaronder de twee anonieme melders) en 13 huidige werknemers. De namen en functies van de geïnterviewden zijn niet vermeld en de verslagen van de interviews zijn niet integraal in het rapport opgenomen of bij het rapport bijgevoegd. Het valt de kantonrechter op dat de bevindingen voornamelijk een weergave (lijken te) zijn van algemene waardeoordelen, kwalificaties en belevingen van de geïnterviewden zelf, zonder dat daarbij (voorbeelden van) concrete gedragingen en/of uitlatingen van [verweerster] zijn vermeld waarop die oordelen, kwalificaties of belevingen zijn gebaseerd. Uit het rapport kan worden afgeleid dat in de interviews wel concrete voorbeelden zijn gegeven, maar dat die door Hoffmann bewust niet met [verweerster] zijn gedeeld om de anonimiteit van de geïnterviewden te beschermen.
5.7.
Het belang van [verweerster] is erin gelegen inzicht te krijgen in de feiten en omstandigheden waarop de bevindingen in het rapport (die weer zijn gebaseerd op de interviews) zijn gebaseerd. De kantonrechter is van oordeel dat [verweerster] zich terecht op het standpunt stelt dat zij, zonder inzicht daarin, niet in staat is zich voldoende tegen het ontbindingsverzoek van Samsung te verweren en/of haar eventuele verzoek om toekenning van een billijke vergoeding te onderbouwen. Hierdoor ontstaat een ongelijkheid tussen partijen, wat een eerlijk proces in gevaar brengt en strijd oplevert met het equality of arms beginsel en de goede procesorde. Daaraan doet niet af dat Samsung zelf ook niet over de verslagen beschikt. Waar het om gaat is dat Hoffmann haar bevindingen wél op de verslagen heeft gebaseerd, terwijl [verweerster] de inhoud van die verslagen daarvan niet kent en zich daartegen dus niet deugdelijk kan verweren. De huidige situatie is anders dan ten tijde van het kort geding [4] omdat destijds het (concept)rapport van Hoffman nog niet was opgeleverd en nog niet bekend was of Samsung arbeidsrechtelijke maatregelen jegens [verweerster] zou treffen.
5.8.
Samsung meent dat er geen noodzaak voor inzage is, omdat in een door haar uitgevoerde contra-expertise is geconcludeerd dat het rapport van Hoffmann door de gespreksverslagen wordt gedragen en dat er geen grond is om de verslagen met [verweerster] te delen. De kantonrechter gaat hier niet in mee. Ten eerste is het niet aan een door Samsung ingehuurd recherchebureau, maar aan de rechter om aan de hand van de wettelijke vereisten te toetsen of een inzageverzoek moet worden toegewezen. Ten tweede geeft ook de contra-expertise geen inzage in de feiten en omstandigheden waarop de bevindingen in het rapport (die weer zijn gebaseerd op de interviews) zijn gebaseerd. Het bezwaar dat [verweerster] zich zonder inzage niet deugdelijk tegen het ontbindingsverzoek kan verweren, is daarmee dus niet weggenomen.
5.9.
Samsung heeft verder aangevoerd dat [verweerster] geen belang bij inzage in de verslagen heeft, omdat er ook zonder die verslagen voldoende feiten vaststaan die de ontbinding van de arbeidsovereenkomst kunnen dragen. Dit verweer slaagt niet. Samsung heeft aan het ontbindingsverzoek immers meerdere verwijten (waaronder dat terzake het grensoverschrijdend gedrag) ten grondslag gelegd, waardoor de kantonrechter al die verwijten aan de aangevoerde ontslaggronden zal moeten toetsen. Indien Samsung dat niet wenselijk acht, dan had zij het ontbindingsverzoek moeten beperken tot de verwijten die volgens haar ook zonder de verslagen voldoende vaststaan.
5.10.
De conclusie is dat er voldoende belang bij inzage in de gespreksverslagen bestaat, waardoor [verweerster] in beginsel recht heeft op een afschrift van de verslagen en Samsung verplicht is deze aan haar te verstrekken.
Gewichtige reden
5.11.
Samsung stelt dat een gewichtige reden zich verzet tegen het verstrekken van de gespreksverslagen. Of een dergelijke gewichtige reden bestaat, dient door de rechter met afweging van alle betrokken belangen, gemotiveerd te worden beslist. Het ligt op de weg van Samsung die zich op het bestaan van die gewichtige reden beroept, te stellen en zo nodig aannemelijk te maken waarin dat belang bestaat. Daarbij dient de opgave zo specifiek te zijn dat de rechter zich een oordeel kan vormen over de gerechtvaardigdheid van het beroep. [5]
5.12.
Samsung heeft aangevoerd dat haar belang bij sociale veiligheid in de organisatie en de veiligheid en het welzijn van (oud)werknemers zwaarder moet wegen dan het belang van [verweerster] bij inzage in de verslagen. De gewichtige reden waarop Samsung zich beroept bestaat uit de persoonlijke belangen van de geïnterviewden, aan wie anonimiteit is toegezegd om te voorkomen dat zij worden blootgesteld aan mogelijke repercussies door [verweerster] . Dat de angst voor repercussies reëel is, blijkt volgens Samsung uit het handelen van [verweerster] tijdens en na het onderzoek en uit de contra-expertise waarin wordt geconstateerd dat meerdere geïnterviewden bang waren voor repercussies en dit hebben geïllustreerd met voorbeelden.
5.13.
De kantonrechter is van oordeel dat het belang van [verweerster] bij kennisname van de verslagen zwaarder weegt dan het hiervoor weergegeven belang van Samsung. Het belang van [verweerster] is groot nu haar baan en reputatie op het spel staan. In het kader van het fundamentele recht op hoor- en wederhoor moet [verweerster] kennis kunnen nemen van alle gegevens die aan de bevindingen ten grondslag liggen. Anonimiteit moet daarbij zoveel als mogelijk worden gemeden. Zeker bij zware beschuldigingen, waaraan door de werkgever verstrekkende gevolgen worden verbonden, mag van de werkgever een zwaarwegende reden worden verwacht voor het inbrengen van anonieme verklaringen. In het geval van Samsung zijn overigens niet alleen de namen van de geïnterviewden geheim gehouden, maar zijn helemaal geen verklaringen/verslagen met [verweerster] gedeeld.
5.14.
Samsung heeft het zwaarwegende belang hiervoor onvoldoende onderbouwd. Het is begrijpelijk dat Samsung geïnterviewden wil beschermen tegen mogelijke repercussies, maar op basis van de thans beschikbare informatie kan de kantonrechter niet vaststellen of de vrees daarvoor gegrond is. Daarbij is van belang dat de voorbeelden waarop de geïnterviewden zich kennelijk baseren bij de kantonrechter niet bekend zijn. Verder is van belang dat een deel van de geïnterviewden (7) niet meer bij Samsung werkt waardoor repercussies niet voor de hand liggen. Van de geïnterviewden die nog wel bij Samsung werken, hebben 8 van de 13 aangegeven dat zij geen signalen van sociale onveiligheid herkennen en 5 van de 13 aangegeven dat zij wel signalen van sociale onveiligheid herkennen. Onduidelijk is of deze 5 geïnterviewden me die signalen (ook) doelen op repercussies van [verweerster] en of zij hier zelf mee te maken hebben gehad of dat zij er alleen over hebben gehoord van anderen.
5.15.
Gedane toezeggingen dat geïnterviewden anoniem kunnen blijven, staan niet aan het wettelijk inzagerecht in de weg, nog daargelaten dat [verweerster] gemotiveerd heeft betwist dat aan alle geïnterviewden toezeggingen zijn gedaan. Daarvan is niet gebleken en ook de inhoud van de toezeggingen is onbekend. [verweerster] heeft er in dat verband terecht op gewezen dat in artikel 2.2 van het ‘Protocol Grensoverschrijdend Gedrag op de Werkvoer van de Nederlandse Veiligheidsbranche’, waaraan Hoffmann zich gebonden acht, is bepaald dat in principe geen anonimiteit kan worden gegarandeerd omdat gespreksverslagen beschikbaar moeten zijn ten behoeve van eventuele juridische procedures.
5.16.
Tot slot is de kantonrechter het niet met Samsung eens dat uit het handelen van [verweerster] tijdens en na het onderzoek volgt dat de vrees voor repercussies terecht is. In de door Samsung aangehaalde voorbeelden is geen sprake van repercussies van [verweerster] uit hoofde van haar (leidinggevende) functie, maar lijkt veeleer sprake te zijn van een poging van [verweerster] om zich, als werknemer van Samsung, tegen de aantijgingen van Samsung te verweren, althans deze in een bepaalde context te plaatsen.
Conclusie: Verstrekking (onder voorwaarden)
5.17.
De conclusie is dat het verzoek van [verweerster] moet worden toegewezen. Samsung zal worden veroordeeld om aan [verweerster] afschrift te verstrekken van alle verslagen van alle interviews die door Hoffmann zijn afgenomen. De kantonrechter ziet geen aanleiding om aan de veroordeling een dwangsom te verbinden, omdat zij er gelet op de uitlatingen in het verweer in incident vanuit gaat dat Samsung vrijwillig aan de veroordeling zal voldoen.
5.18.
De kantonrechter ziet in dit stadium van de procedure wel aanleiding om Samsung – indien zij dit wenst - toe te staan de verslagen gepseudonimiseerd, volgens de pseudonimiseringsrichtlijn van de rechtspraak [6] , te verstrekken. Gelet hierop stelt de kantonrechter de termijn waarbinnen de verslagen verstrekt moeten worden op een week na de datum van deze beschikking.
Proceskosten in het incident
5.19.
Samsung wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten van het inzageverzoek. Deze kosten worden aan de zijde van [verweerster] begroot op € 577,00 aan salaris gemachtigde.

6.De beslissing

De kantonrechter
In het incident
6.1.
veroordeelt Samsung om binnen een week na heden alle verslagen van alle interviews die door Hoffmann zijn afgenomen aan [verweerster] te verstrekken, waarbij het Samsung is toegestaan de verslagen te pseudonimiseren volgens de pseudonimiseringsrichtlijn van de rechtspraak;
6.2.
veroordeelt Samsung in de proceskosten in het incident, aan de zijde van [verweerster] begroot op € 577,00;
6.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
6.4.
wijst het meer of anders gevorderde af;
In de hoofdzaak
6.5.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.I.V. Scherpenhuijsen Rom en in het openbaar uitgesproken op bovengenoemde datum.

Voetnoten

1.Rechtbank Noord-Holland, 27 november 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:15820.
2.Deze stukken zijn bij e-mail van 1 december 2025 aan (de gemachtigde van) [verweerster] verstrekt.
3.Zie randnummer 13 en 72 in verzoekschrift en de brief van 11 december 2025 (productie 26 bij verzoek).
4.Zie 2.11 bij Feiten.
5.HR 28 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1985.