Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 april 2026 in de zaak tussen
[naam 1] , wonende te [woonplaats] , belanghebbende
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
- 998
- 998
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Holland
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de aanslag inkomstenbelasting 2023 vanwege de weigering van een multiplier voor giften aan christelijke instellingen, die geen culturele instellingen zijn. Zij stelt dat dit onderscheid discriminerend is en in strijd met het gelijkheidsbeginsel en internationale verdragsbepalingen.
De rechtbank stelt vast dat de wetgever bewust heeft gekozen voor een fiscale stimulans uitsluitend voor giften aan culturele instellingen, met als doel de culturele sector te ondersteunen. Dit onderscheid is niet gebaseerd op geloof of godsdienst en is niet evident van redelijke grond ontbloot. De regeling beperkt ook niet de godsdienstvrijheid.
De rechtbank concludeert dat giften aan culturele instellingen en aan andere algemeen nut beogende instellingen geen gelijke gevallen zijn. De keuze van de wetgever valt binnen de ruime beoordelingsvrijheid bij fiscale faciliteiten. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter A.A. Fase op 23 april 2026 te Haarlem.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de multiplier voor giften aan niet-culturele instellingen wordt ongegrond verklaard.