Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:372

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
9 januari 2026
Publicatiedatum
21 januari 2026
Zaaknummer
HAA 25/1058
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 Verordening reclamebelasting Haarlemmermeer 2024Art. 4 Verordening reclamebelasting Haarlemmermeer 2024Art. 5 Verordening reclamebelasting Haarlemmermeer 2024Art. 6 Verordening reclamebelasting Haarlemmermeer 2024Art. 227 Gemeentewet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging aanslag reclamebelasting voor kleurstelling pand als openbare aankondiging

Eiseres exploiteert een uitzendbureau en evenementenhal en bezit een pand met een grijs-groene kleurstelling en geelgekleurde kozijnen, deuren en dakranden. Verweerder legde voor 2024 een aanslag reclamebelasting op van €7.500, gebaseerd op een oppervlakte van circa 194 m² openbare aankondiging.

Eiseres betwist de aanslag en stelt dat de kleurstelling geen openbare aankondiging vormt en dat de oppervlakte onjuist is vastgesteld. Zij beroept zich ook op het gelijkheidsbeginsel vanwege een nabijgelegen school met gele kozijnen die geen aanslag kreeg. Verweerder handhaafde de aanslag en stelde dat de bedrijfskleuren onderdeel zijn van de huisstijl en dus reclame.

De rechtbank overweegt dat de gele kleur onderdeel is van de huisstijl en herkenbaar is voor het publiek, waardoor het een openbare aankondiging vormt. De oppervlaktebepaling door een extern bureau wordt als juist beoordeeld. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat schoolgebouwen expliciet zijn vrijgesteld in de Verordening. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de aanslag.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de aanslag reclamebelasting van €7.500 voor de kleurstelling van het pand als openbare aankondiging.

Uitspraak

Rechtbank noord-holland

Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 25/1058

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 januari 2026 in de zaak tussen

[eiseres] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. P.J.L.J. Duijsens),
en

de heffingsambtenaar van Cocensus, verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft aan eiseres voor het jaar 2024 een aanslag reclamebelasting opgelegd.
Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar de aanslag gehandhaafd.
Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Eiseres heeft nadien nog nadere stukken ingediend, deze zijn door de rechtbank aan verweerder toegezonden.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 22 december 2025 te Haarlem.
Namens eiseres is verschenen haar gemachtigde en [naam 1] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [naam 2] .

Overwegingen

Feiten
1. Eiseres exploiteert een uitzendbureau en een evenementenhal en heeft een pand in eigendom dat is gelegen aan de [adres] te [vestigingsplaats] . De muren van het pand zijn grijs en groen gekleurd en de raam- en deurkozijnen, (rol)deuren, dakranden en boeidelen zijn geel gekleurd. De logo’s en handelsnamen van het bedrijf zijn aangebracht op borden voor en op het pand en bevatten eveneens de identieke kleur geel.
2. Met dagtekening 31 december 2024 is een aanslag reclamebelasting ten bedrage van € 7.500 aan eiseres opgelegd voor het hebben van openbare aankondigingen die zichtbaar zijn vanaf de openbare weg, berekend naar een grondslag van tussen de 100 en 200 m².
Geschil
3. In geschil is of de aanslag reclamebelasting terecht en tot de juiste hoogte aan eiseres is opgelegd. Meer specifiek is in geschil of het uiterlijk van het pand een openbare aankondiging is in de zin artikel 2 van Pro de Verordening reclamebelasting Haarlemmermeer 2024 (hierna: de Verordening).
4. Eiseres stelt zich op het standpunt dat de aanslag ten onrechte is opgelegd. Eiseres voert daartoe aan dat de kleurstelling van het pand geen openbare aankondiging is die zichtbaar is vanaf de openbare weg en subsidiair dat het aantal vierkante meters niet klopt. Eiseres verzoekt de rechtbank het beroep gegrond te verklaren, de uitspraak op bezwaar te vernietigen en de aanslag reclamebelasting te vernietigen, dan wel te verminderen.
5. Verweerder stelt zich op het standpunt dat de aanslag terecht en tot de juiste hoogte aan eiseres is opgelegd. De bedrijfskleuren zijn volgens verweerder een reclamevoorwerp en dus terecht in de heffing betrokken. De totale afmeting van de reclame is door een extern bureau terecht vastgesteld op 194,4 m², aldus verweerder. Verweerder concludeert tot ongegrondverklaring van het beroep.
Beoordeling van het geschil
Opmerking vooraf
6. Ter zitting heeft eiseres het standpunt dat de aanslag niet aan de juiste belastingplichtige is opgelegd ingetrokken.
Juridisch kader
7. In artikel 227 van Pro de Gemeentewet is vastgelegd dat ter zake van openbare aankondigingen die zichtbaar zijn vanaf de openbare weg, reclamebelasting kan worden geheven.
8. De gemeente Haarlemmermeer heeft van deze bevoegdheid gebruik gemaakt en heeft op 23 november 2023 de Verordening vastgesteld. Met ingang van 1 januari 2024 wordt er in de gemeente Haarlemmermeer belasting geheven ter zake van openbare aankondigingen die zichtbaar zijn vanaf de openbare weg met een oppervlakte van meer dan 25 vierkante meter. In de Verordening is verder – voor zover hier van belang – het volgende opgenomen:

Artikel 1 Definities Pro
In deze verordening wordt verstaan onder:
a. aankondiging
:een openbare aankondiging in letters, cijfers, tekens, symbolen, logo’s, vormen, kleuren of een reclamevoorwerp, of een combinatie daarvan, zichtbaar vanaf de openbare weg;
b. bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, en welke naar omstandigheden beoordeeld bij elkaar horen;
c. gevel: het gedeelte van een gebouw dat, met uitzondering van het dak, van buitenaf zichtbaar is;
d. openbare aankondiging: een aankondiging is openbaar indien het publiek vanaf de openbare weg de aankondiging visueel kan waarnemen;
e. weg: weg als bedoeld in artikel 1m eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet.
[…]

Artikel 4 Vrijstellingen Pro

[…]
e. openbare aankondigingen die zijn aangebracht op schoolgebouwen, zorginstellingen, ziekenhuizen, onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard die in gebruik zijn bij organisaties met niet-commerciële doelstellingen, welke gebouwen als zodanig in gebruik zijn en die betrekking hebben op de functie van het gebouw;
[…]

Artikel 5 Maatstaf Pro van heffing en belastingtarief

1. De reclamebelasting wordt geheven naar de oppervlakte van de openbare aankondiging.
2. Het tarief bedraagt per kalenderjaar waarin het belastbaar feit zich voordoet:
Voor openbare aankondigingen die zichtbaar zijn van de openbare weg gelden de volgende tarieven voor de opgetelde oppervlakten:
• tot 25 m2 – € 0 per m2;
• tussen 25 m2 en 50 m2 - € 750 euro;
• tussen 50 m2 en 100 m2 - € 2.500 euro;
• tussen 100 m2 en 200 m2 - € 7.500 euro;
• tussen 200 m2 en 400 m2 - € 15.000 euro; en
• groter dan 400 m2 € - 30.000 euro.

Artikel 6 Berekening Pro van de oppervlakte van een openbare aankondiging

1. De oppervlakte van een openbare aankondiging wordt bepaald op het product van de grootste lengte vermenigvuldigd met de grootste breedte van de openbare aankondiging.
2. Indien de openbare aankondiging wordt gedaan op een zuil, bord, vlag, (span)doek, poster of soortgelijk aankondigingsvoorwerp, wordt de oppervlakte van de openbare aankondiging bepaald op de oppervlakte van het voorwerp, voor- en achterzijde tezamen, waarop de openbare aankondiging wordt gedaan. Indien het aankondigingsvoorwerp verschillende zijden heeft met openbare aankondigingen, wordt de oppervlakte van iedere zijde afzonderlijk berekend.
3. Indien het voorwerp niet rechthoekig is, wordt de oppervlakte van het voorwerp bepaald door de lengte of de hoogte en de breedte van de denkbeeldige rechthoek die het voorwerp omsluit.
4. Indien de openbare aankondiging bestaat in het aankondigingsvoorwerp zelf, wordt de oppervlakte van de openbare aankondiging bepaald op de oppervlakte van het voorwerp. Indien het voorwerp niet rechthoekig is, wordt de oppervlakte van het aankondigingsvoorwerp bepaald door de lengte of de hoogte en de breedte van de denkbeeldige rechthoek die het voorwerp omsluit. Indien het aankondigingsvoorwerp geen zijden heeft, wordt de in de vorige zin berekende oppervlakte vermenigvuldigd met 2.
5. Conform de systematiek van artikel 16 van Pro de Wet waardering onroerende zaken worden voor de toepassing van dit artikel openbare aankondigingen die bij één gebouw of gedeelte daarvan behoren, aangemerkt als één openbare aankondiging. Indien meerdere gebouwen of gedeelten daarvan naast elkaar zijn gelegen en tezamen worden gebruikt door één belastingplichtige, worden de openbare aankondigingen die bij deze bouwwerken of gedeelten daarvan behoren voor de toepassing van dit artikel aangemerkt als één openbare aankondiging.
[…]”
Openbare aankondiging
9. Vaststaat dat de raam- en deurkozijnen, (rol)deuren, dakranden en boeidelen van het gebouw geel zijn. Eiseres stelt dat dit geen openbare aankondiging is die zichtbaar is vanaf de openbare weg. Eiseres heeft in de pleitnota aangevoerd dat uit de jurisprudentie volgt dat kleurvlakken vooral dan belastbaar zijn als ze in context een herkenbare mededeling vormen (huisstijl, logo-effect) en minder als het slechts achtergrond of afwerking is. Eiseres heeft daarbij in het bijzonder gewezen op de uitspraak van de rechtbank Alkmaar van 19 juli 2012, ECLI: NL: RBALK:2012: BX4279. De gele kleur van de kozijnen is volgens eiseres vooral decor en is geen herkenbare merkuitstraling of boodschap en kan niet met het bedrijf geassocieerd worden. Ter zitting heeft eiseres nog aanvullend verklaard dat zij niet bewust voor de gele kleur heeft gekozen, maar dat de architect van het pand dit heeft bedacht en dat geel nu eenmaal de kleur van de bouwmaterialen was. De oppervlakte van de dakranden en kozijnen dienen daarom niet te worden meegenomen in de grondslag voor de reclamebelasting.
10. De rechtbank overweegt dat de Verordening in artikel 1 een Pro nadere omschrijving geeft van wat onder het begrip ‘openbare aankondiging’ moet worden verstaan, namelijk een openbare aankondiging in letters, cijfers, tekens, symbolen, logo’s, vormen, kleuren of een reclamevoorwerp, of een combinatie daarvan, zichtbaar vanaf de openbare weg (artikel 1 onder Pro a), een aankondiging is openbaar indien het publiek vanaf de openbare weg de aankondiging visueel kan waarnemen (artikel 1 onder Pro d).
11. De rechtbank overweegt voorts dat de gele kleur onderdeel is van de huisstijl van eiseres en gebruikt is in de logo’s van eiseres en in de gestileerde handelsnamen. De gele kleur is onderscheidend en daarmee typerend voor de bedrijven die eiseres exploiteert en herkenbaar voor het publiek. De rechtbank is van oordeel dat de geelgekleurde delen, in combinatie met de andere bedrijfsaanduidingen, een tot het publiek gerichte mededeling is, welke erop is gericht de belangstelling van het publiek te trekken voor hetgeen wordt aangekondigd (vgl. Gerechtshof Amsterdam, 9 januari 2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:203). De rechtbank concludeert dat aan eiseres terecht een aanslag reclamebelasting is opgelegd en dat de geelgekleurde delen van het pand van eiseres daarbij terecht door verweerder tot de openbare aankondiging zijn gerekend.
12. Tot de gedingstukken behoren foto’s en oppervlakteberekeningen die gemaakt zijn door een extern bureau dat is ingeschakeld door verweerder voor het bepalen van de afmetingen. Uit deze stukken volgt dat de totale oppervlakte van de openbare aankondiging uitkomt op een totaal van afgerond 194 m². De stelling van eiseres dat de openbare aankondiging hooguit zou kunnen bestaan uit de (handels)naam die op het pand is aangebracht, omdat de kleuren niet zichtbaar zijn vanaf de openbare weg, kan de rechtbank niet volgen, omdat uit de foto’s die zijn gemaakt vanaf de openbare weg, de kleuren van het pand te zien zijn. In het licht van de door verweerder overgelegde stukken is de enkele stelling van eiseres dat verweerder van onjuiste afmetingen is uitgegaan, zonder nadere (schriftelijke) onderbouwing daarvan, onvoldoende voor de rechtbank om aannemelijk te achten dat verweerder is uitgegaan van een onjuiste heffingsgrondslag en de aanslag als gevolg daarvan tot een te hoog bedrag is opgelegd. Naar het oordeel van de rechtbank is verweerder bij het opleggen van de aanslag terecht uitgegaan van het tarief behorend bij een oppervlakte tussen de 100 en de 200 vierkante meter.
Gelijkheidsbeginsel
13. Eiseres wijst erop dat zich vlakbij het pand van eiseres een schoolgebouw bevindt, waarvan de kozijnen geel zijn en dat aan deze school geen aanslag reclamebelasting is opgelegd. De rechtbank begrijpt dat eiseres hiermee een beroep heeft willen doen op het gelijkheidsbeginsel en overweegt als volgt.
14. Er is sprake van schending van het gelijkheidsbeginsel indien aan het niet opleggen van een aanslag bij andere belastingplichtigen een begunstigend beleid ten grondslag ligt of een oogmerk tot begunstiging, of, indien dat niet het geval is, in een meerderheid van de met eiseres vergelijkbare gevallen een juiste wetstoepassing achterwege is gebleven. Op eiseres rust in dezen de bewijslast.
15. De rechtbank overweegt dat, zoals verweerder ter zitting terecht heeft gesteld, in artikel 4 van Pro de Verordening expliciet is opgenomen dat de reclamebelasting niet wordt geheven voor openbare aankondigingen die zijn aangebracht op schoolgebouwen. Het geval van eiseres is daarom niet vergelijkbaar met het geval van de school en is daarom niet ten onrechte anders behandeld. Nu eiseres ten aanzien van het gelijkheidsbeginsel verder niets naar voren heeft gebracht, kan haar beroep op het gelijkheidsbeginsel niet slagen.
Conclusie
16. Op grond van al hetgeen hiervoor is overwogen komt de rechtbank tot de conclusie dat het beroep ongegrond verklaard dient te worden.
Proceskosten
17. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. van Walderveen, rechter, in aanwezigheid van
mr. I. Kroesemeijer, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 9 januari 2026.
griffier rechter
Een afschrift van deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert, is een afschrift per post verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam (belastingkamer).
U kunt digitaal beroep instellen via www.rechtspraak.nl. Daar klikt u op “Formulieren en inloggen”. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.
Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:
1. bij het hogerberoepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.
2. het hogerberoepschrift moet, indien het op papier wordt ingediend, ondertekend zijn. Verder moet het ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. de datum van verzending;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;
d. de redenen waarom u het niet eens bent met de uitspraak (de gronden van het hoger beroep).