Belanghebbende ontving een vergunning voor de sloop van een kantoorpand en de bouw van 823 woningen. Vervolgens nam het college van B en W een huisnummerbesluit met 840 nieuwe adressen en legde een legesaanslag van €77.448 op. Belanghebbende stelde dat zij geen huisnummerbesluit had aangevraagd en dat de legesverordening onverbindend was.
De rechtbank oordeelde dat de aanvraag van een huisnummerbesluit vormvrij is en uit mailverkeer bleek dat belanghebbende op het besluit had aangedrongen, wat als aanvraag kon worden gezien. De vermeende juridische onjuistheid in de legesverordening was niet relevant voor deze zaak omdat de situatie waarop die betrekking had zich niet voordeed.
Verder was verweerder erin geslaagd met een programmabegroting aannemelijk te maken dat de geraamde legesbaten niet hoger waren dan de lasten. Belanghebbende had geen concrete kostenposten aangewezen die onterecht waren. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
De uitspraak werd gedaan door rechter G.H. de Soeten op 26 maart 2026 te Haarlem. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam.