Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
[verzoekster] , uit Wormer, verzoekster,Wettelijk vertegenwoordiger: [wettelijk vertegenwoordiger]
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de voorzieningenrechter
3.3. Het college heeft in maart 2025 besloten om door M. Groot-Nibbelink (hierna: Groot-Nibbelink) nader onderzoek te laten verrichten. Groot-Nibbelink rapporteert dat verzoekster, ten opzichte van de doelen in het zorgplan, een positieve ontwikkeling doormaakt, dat de behandelmogelijkheden onvoldoende zijn benut en heeft het aantal begeleidingsuren opnieuw gewaardeerd. Het college heeft de adviezen overgenomen en de indicatie wordt als gevolg hiervan bij het besluit van 12 november 2025 met ingang van 1 januari 2026 per maand afgebouwd tot 7,5 uur per week in juni 2026.
5 september 2024 bekend zijn geworden en zodanig van aard zijn dat dit een herziening rechtvaardigt (zie ook artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht). Er is ook niet gebleken van een goede reden voor het verrichten van een nieuw onderzoek. Het was immers te voorzien ten tijde van het nemen van dat besluit, dat verzoekster, na het afronden van haar opleiding in 2024, naar de dagbesteding zou gaan. De gemelde stapjes naar verbetering, worden kleine stapjes genoemd. Dit past in het beeld zoals destijds door JPH Consult is gerapporteerd.
Zoals de rechtbank in de uitspraak van 4 juni 2024 reeds heeft overwogen (r.o. 26) is deze deskundigheid ook bij de stappen 3 en 4 van belang. Onder die omstandigheden is naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter niet navolgbaar waarom, als al aanleiding zou bestaan voor een nieuw onderzoek, JPH Consult, die bekend is met de casus van verzoekster en als ter zake deskundig is beoordeeld, niet is ingeschakeld.
Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter kon het college het bestreden besluit gelet op het voorgaande niet baseren op het rapport van Groot-Nibbelink.