ECLI:NL:RBNHO:2026:3509
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijke toewijzing beroep tegen weigering parkeervergunning en dwangsom niet tijdig beslissen
Eiser vroeg een bewonersparkeervergunning aan voor zijn nieuwe woning, maar het college weigerde deze op grond van een omgevingsvergunning die het adres uitsloot van parkeerrechten. Eiser maakte bezwaar en stelde het college in gebreke wegens niet tijdig beslissen. De rechtbank oordeelt dat het beroep op het vertrouwensbeginsel en de hardheidsclausule niet slaagt, omdat de belangenafweging in het nadeel van eiser uitvalt.
Wel is geoordeeld dat de ingebrekestelling van 14 december 2024 prematuur was, maar de mail van 1 maart 2025 wel als geldige ingebrekestelling moet worden aangemerkt. Hierdoor heeft het college dwangsommen verbeurd wegens het niet tijdig beslissen op het bezwaar. De rechtbank bepaalt dat het college aan eiser €677,- aan dwangsommen moet vergoeden.
Het beroep is daarmee gedeeltelijk gegrond: de weigering van de parkeervergunning blijft in stand, maar het college moet de dwangsommen vergoeden. Tevens moet het college het griffierecht van €194,- aan eiser vergoeden. De uitspraak is gedaan door rechter E.J. van Keken op 7 april 2026.
Uitkomst: Het beroep wordt gedeeltelijk gegrond verklaard: de parkeervergunning wordt geweigerd, maar het college moet €677,- aan dwangsommen en €194,- griffierecht aan eiser vergoeden.