Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
:
1.Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 4 februari 2026;
- de brief van de GI aan de ouders van 29 december 2025 (perspectiefbesluit);
- de brief van de Raad voor de Kinderbescherming ‘Toetsing voorgenomen besluit
- het verweerschrift van de ouders met bijlagen van 20 februari 2026;
- een verzoekschrift tevens verweerschrift van de ouders van 20 februari 2026;
- de brief van de GI van 2 maart 2026 van therapeutische pleegzorg over
- de moeder;
- [vertegenwoordiger van de GI] en [vertegenwoordiger van de GI] , als vertegenwoordigers van de GI;
- de pleegouders van [de minderjarige 1] ;
- de pleegouders van [de minderjarige 2] ;
- de pleegmoeder van [de minderjarige 3] ;
- de pleegouders van [de minderjarige 4] .
2.De feiten
3.Het verzoek
4.De standpunten van de ouders
5.De beoordeling
Gebleken is dat de hulpverlening voor de ouders en de kinderen om meerdere redenen niet goed van de grond is gekomen, zodat er nog onvoldoende zicht is op de problematiek van de ouders en de kinderen. De conclusie dat het perspectief van de kinderen niet bij de ouders ligt, is daarom naar het oordeel van de rechtbank prematuur, ook gezien de relatief korte duur van de machtiging uithuisplaatsing tot op heden. De rechtbank acht het perspectiefbesluit daarmee niet zorgvuldig voorbereid en onvoldoende onderbouwd en gemotiveerd.”
6.De beslissing
[de minderjarige 1] ,
[de minderjarige 3]en
[de minderjarige 1],
[de minderjarige 2],
[de minderjarige 3]en
[de minderjarige 4]in een voorziening voor pleegzorg, met ingang van 16 maart 2026 tot 16 maart 2027;
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.