Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
- de verdachte en zijn raadsvrouw J.J.C. Engels, advocaat te Heerhugowaard;
- de aangever [de benadeelde partij] (hierna: het slachtoffer of de benadeelde partij) en zijn raadsvrouw mr. M.F. van der Sleen, advocaat te Alkmaar
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
4.Kwalificatie en strafbaarheid van het feit
5.Strafbaarheid van verdachte
6.Motivering van de sancties
De verdachte heeft met zijn handelen een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer en hem (samen met anderen) pijn en letsel toegebracht. Het slachtoffer is tijdens het schoppen en slaan door de groep zelfs even buiten bewustzijn geweest en heeft meerdere breuken in zijn gezicht en een hersenschudding opgelopen.
7.Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
- de kosten van het verstrekken van medische informatie: € 15,93;
- reiskosten: € 20,59;
- beschadigde spullen en gemist genot: € 1.606,95 en
- smartengeld: € 45.000,-.
Met betrekking tot de materiële schade waarvoor geen bewijsstukken kunnen worden overgelegd, is de rechtbank verzocht gebruik te maken van de schattingsbevoegdheid. [1] De benadeelde partij verzoekt de toe te wijzen schade hoofdelijk op te leggen. De vordering moet worden beschouwd als een voorschot op de definitief te bepalen schade, omdat het slachtoffer nog niet volledig is hersteld.
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
twee maanden.
nietten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van twee jaren.
120 (honderdtwintig) urentaakstraf in de vorm van een werkstraf, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door 60 (zestig) dagen jeugddetentie.
[de benadeelde partij]geleden schade tot een bedrag van € 11.018,52 (elfduizend en achttien euro en tweeënvijftig eurocent), bestaande uit € 10.000,- voor de immateriële en € 1.018,52 voor de materiële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 26 juni 2024 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [de benadeelde partij] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting. Bepaalt dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door een van de medeverdachten is betaald, de verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.
0 dagengijzeling, met dien verstande dat toepassing van de vervangende jeugddetentie de betalingsverplichting niet opheft.