Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:3272

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
25 maart 2026
Publicatiedatum
26 maart 2026
Zaaknummer
11573665 \ CV EXPL 25-1447
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 lid 3 Verordening (EG) nr. 261/2004Art. 7 Verordening (EG) nr. 261/2004Art. 8 Verordening (EG) nr. 261/2004Art. 9 Verordening (EG) nr. 261/2004
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing compensatie- en kostenvergoeding passagiers wegens vluchtvertraging door buitengewone omstandigheden

De passagiers hebben een vervoersovereenkomst met de vervoerder gesloten voor een vlucht van Keflavik naar Amsterdam op 5 februari 2023, die met meer dan drie uur vertraging aankwam. Zij vorderden compensatie op grond van Verordening (EG) nr. 261/2004 en vergoeding van kosten voor maaltijden, verfrissingen en hotelovernachtingen.

De vervoerder betwistte de verschuldigdheid van de kosten voor maaltijden en verfrissingen en stelde dat hotelkosten reeds waren betaald. Tevens voerde hij aan dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk zware windstoten op Keflavik, waardoor de gezagvoerder de vlucht uit veiligheidsoverwegingen uitstelde.

De kantonrechter oordeelde dat de passagiers onvoldoende concreet hadden onderbouwd welke kosten zij hadden gemaakt en dat de vervoerder aannemelijk had gemaakt dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden waarop hij geen invloed had. Ook had de vervoerder alle redelijke maatregelen getroffen om de vertraging te beperken.

Daarom werden de vorderingen afgewezen en werden de passagiers veroordeeld tot betaling van de proceskosten. Het vonnis is gewezen door kantonrechter S.N. Schipper en uitgesproken op 25 maart 2026.

Uitkomst: De vorderingen van de passagiers worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en aannemelijke buitengewone omstandigheden.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11573665 \ CV EXPL 25-1447
Uitspraakdatum: 25 maart 2026
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

1.[eiser 1]2. [eiser 2]beiden wonende te [plaats 1]

3. [eiser 3]wonende te [plaats 2]

4. [eiser 4]

5. [eiser 5]beiden wonende te [plaats 3]
6. [eiser 6]wonende te [plaats 4]
7. [eiser 7], wonende te [plaats 3]

8. [eiser 8]

9. [eiser 9]beiden wonende te [plaats 5]
10. [eiser 10]11. [eiser 11]beiden wonende te [plaats 6]
eisers
hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers
gemachtigde: mr. R. Bos (ProBe-ASP B.V., handelende onder de naam Aviclaim)
tegen
de commanditaire vennootschap
Transavia Airlines C.V.
gevestigd te Schiphol
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. G.I. Niesert (LVH Advocaten)
De zaak in het kort
De passagiers vorderen compensatie en vergoeding van kosten van maaltijden en verfrissingen en hotelkosten van de vervoerder. De vervoerder heeft de verschuldigdheid van de kosten voor de maaltijden en verfrissingen gemotiveerd betwist. Daarnaast voert hij aan dat hij de hotelkosten al heeft betaald. Ook voert hij aan dat hij niet hoeft te compenseren omdat de vertraging van de vlucht het gevolg was van (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden. Het verweer slaagt en de vorderingen worden afgewezen.

1.Het procesverloop

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek, tevens wijziging grondslag eis;
- de conclusie van dupliek;
- de akte eisers.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
De passagiers hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 5 februari 2023 vervoeren van Keflavik, IJsland, naar Amsterdam-Schiphol Airport, met vlucht HV6886 (hierna: de vlucht).
2.2.
De passagiers zijn met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming.
2.3.
De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.
2.4.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.

3.Het geschil

3.1.
De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 4.692,27, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van vertraging van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 594,23 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;
- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente;
- de nakosten.
3.2.
De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 400,- per persoon. [1] Daarnaast stellen zij dat passagiers sub 3, sub 4, sub 5, sub 6 en sub 7 vanwege de vertraging kosten hebben gemaakt voor maaltijden en verfrissingen en dat passagiers sub 10 en sub 11 vanwege de vertraging kosten hebben gemaakt voor een hotelovernachting. Zij stellen dat de vervoerder gehouden is hen deze kosten te vergoeden op grond van hun recht op verzorging. [2]
3.3.
De vervoerder voert verweer. Op het verweer wordt ingegaan bij de beoordeling van het geschil.

4.De beoordeling

4.1.
De passagiers stellen, zonder nadere toelichting, dat passagiers sub 3, sub 4, sub 5, sub 6 en sub 7 vanwege de vertraging kosten hebben gemaakt voor eten en drinken. Zij vorderen hiervoor een bedrag van € 125,77. De vervoerder heeft deze vorderingen gemotiveerd betwist. De passagiers hebben daar niet meer op gereageerd.
4.2.
Naar het oordeel van de kantonrechter hebben de passagiers dan ook onvoldoende concreet gesteld en onderbouwd waar deze kosten precies betrekking op hebben, door welke passagier deze kosten zijn gemaakt en dat dit kosten betreffen voor maaltijden en verfrissingen die voor vergoeding in aanmerking komen. [3] Weliswaar hebben de passagiers producties bij de dagvaarding overgelegd, maar zonder toe te lichten welke delen daarvan relevant zijn voor welk standpunt. Producties kunnen stellingen enkel ondersteunen en niet vervangen. Het is niet aan de kantonrechter om eigenhandig op zoek te gaan naar informatie. [4] Het was dus aan de passagiers om concreet aan te geven welke informatie waar in welke productie te vinden is. Omdat zij dit hebben nagelaten, zal dit gedeelte van de vordering als onvoldoende onderbouwd worden afgewezen.
4.3.
De passagiers hebben daarnaast een bedrag van € 166,50 gevorderd voor hotelkosten voor passagiers sub 10 en sub 11. De vervoerder stelt dat hij dit bedrag al heeft betaald. De passagiers hebben dit niet weersproken. Daarom zal dit gedeelte van de vordering eveneens worden afgewezen.
4.4.
Bij conclusie van repliek hebben de passagiers een aanvullende grondslag aan hun vordering ten grondslag gelegd. De kantonrechter begrijpt dat zij stellen dat de vervoerder al een dag van tevoren wist dat de vlucht in kwestie uitgesteld zou worden tot de volgende dag. Op dat moment had hij hen ook de keuze moeten bieden voor terugbetaling van de ticketkosten. Dit heeft hij niet gedaan en daarom moet hij hen compenseren.
4.5.
De vervoerder heeft daar tegenin gebracht dat hij hen die keuze wel degelijk heeft geboden. Hij heeft de passagiers namelijk een e-mail verzonden. Daarin staat ‘Click here for an overview of your rights’. Met de daarin opgenomen link worden de passagiers gewezen op hun rechten. De passagiers hebben echter gekozen om alsnog mee te vliegen met de vlucht.
4.6.
De kantonrechter stelt het volgende voorop. De Verordening biedt gestandaardiseerde rechten bij annulering, vertraging of instapweigering en biedt in beginsel geen grondslag voor het vorderen van schadevergoeding. Het Hof heeft echter geoordeeld dat een passagier van een geannuleerde vlucht zich, om compensatie te verkrijgen, kan beroepen op de niet-nakoming door de luchtvaartmaatschappij van onder meer haar verplichting om bijstand te bieden. [5] Hieronder valt ook haar plicht om informatie te verstrekken. Deze compensatie is wel beperkt tot hetgeen, gelet op de specifieke omstandigheden van het geval, noodzakelijk, passend en redelijk is om het verzuim van de luchtvaartmaatschappij om bijstand te bieden, goed te maken. [6]
4.7.
Naar het oordeel van de vervoerder hebben de passagiers, gelet op de gemotiveerde betwisting door de vervoerder, in dit geval onvoldoende concreet gesteld en onderbouwd dat de vervoerder hen geen bijstand heeft geboden door hen niet de mogelijkheid van terugbetaling te geven. Daarmee kunnen zij niet op deze grondslag aanspraak maken op compensatie, nog daargelaten of het gehele compensatiebedrag in dit geval noodzakelijk, passend en redelijk zou zijn om dit eventuele verzuim om bijstand te bieden, goed te maken.
4.8.
Vast staat dat de passagiers met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming zijn aangekomen. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de vertraging het gevolg is geweest van (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. [7] Volgens vaste rechtspraak van het Hof is een omstandigheid buitengewoon als deze niet inherent is aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en hij daar ook geen invloed op kon uitoefenen. [8]
4.9.
De vervoerder heeft een beroep op buitengewone omstandigheden gedaan. Hij voert aan dat de vlucht in kwestie onderdeel was van de rotatievlucht Amsterdam – Keflavik – Amsterdam (vluchtnummers HV6885 en HV6886). Op de dag waarop zowel vlucht HV6885 van Amsterdam naar Keflavik als de vlucht in kwestie zouden worden uitgevoerd was sprake van zware windstoten op de luchthaven van Keflavik. Onder deze omstandigheden achtte de gezagvoerder het te gevaarlijk om vlucht HV6885 uit te voeren. Daarom heeft de gezagvoerder besloten vlucht HV6885 uit te stellen tot een dag later. Deze vertraging werkte door op de vlucht in kwestie. De passagiers betwisten dit.
4.10.
Naar het oordeel van de kantonrechter heeft de vervoerder met de door hem overgelegde stukken en zijn toelichting daarop voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat de vertraging van vlucht HV6885 van Amsterdam naar Keflavik grotendeels het gevolg was van de slechte weersomstandigheden op de luchthaven van Keflavik. Dergelijke omstandigheden zijn niet inherent aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en hij heeft daar ook geen invloed op. Daarnaast heeft hij eveneens voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat deze vertraging doorwerkte op de vlucht in kwestie. Dit betekent dat de vertraging van de vlucht in kwestie het gevolg was van (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden.
4.11.
Resteert de vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging te voorkomen en te beperken. De vervoerder stelt in dit verband dat hij de omstandigheden niet kon voorkomen omdat hij immers geen invloed heeft op het weer. Hij is vertrokken zodra het weer het toeliet. Hiermee heeft hij de vertraging zo veel mogelijk beperkt. De inzet van een ander toestel of een andere bemanning zou de vertraging niet hebben verminderd.
4.12.
Het verweer slaagt. Niet valt in te zien wat er onder deze omstandigheden meer of anders van de vervoerder mocht worden verwacht. De passagiers hebben in dit verband ook niets aangevoerd. Daarmee heeft hij alle redelijke maatregelen getroffen. De vorderingen zullen worden afgewezen.
4.13.
De passagiers zullen in het ongelijk worden gesteld. Daarom zullen zij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten komen voor rekening van de passagiers, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt.

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
wijst de vordering af;
5.2.
veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 720,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder,
en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 180,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt;
5.3.
verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter

Voetnoten

1.Artikel 7 van Pro de Verordening.
2.Artikel 9 van Pro de Verordening.
3.Zoals bedoeld in artikel 9 van Pro de Verordening.
4.HR 10 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:404.
5.Zoals bedoeld in artikel 8 van Pro de Verordening.
6.HvJEU 8 juni 2023, C-49/22, ECLI:EU:C:2023:454.
7.Artikel 5 lid 3 van Pro de Verordening.
8.Zie onder meer HvJEU 22 december 2008, C-549/07, ECLI:EU:C:2008:771.