4.4Bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1 tot en met 4 ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat
1.
hij op 6 januari 2020 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne;
2.
hij in de periode van 7 december 2019 tot en met 13 januari 2020 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten:
- het opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland brengen, en
- het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren,
van een hoeveelheid cocaïne,
- zich en een ander gelegenheid en inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen,
- voorwerpen, vervoermiddelen en gelden voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte wist dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit,
meerdere encryptische chat-gesprekken te voeren, waarin wordt gesproken over, contact wordt onderhouden over en/of informatie/inlichtingen wordt uitgewisseld over
- de vaarroute en aankomstdatum en plaats/ligging van het zeeschip, genaamd Aquataine, met aan boord cocaïne en
- het voornemen tot/de wijze van/moment van de uithaal, verder vervoer en verkoop van die cocaïne en
- het voornemen tot betalen, vergoeden en het aansturen van (een) perso(o)n(en) om dat zeeschip te volgen/in de gaten te houden en die cocaïne van boord van dat zeeschip te halen en (verder over de weg) te vervoeren en
- met een persoon af te spreken om deze één kilogram te geven als die uithaal van die cocaïne is gelukt en
- één of meer perso(o)n(en) geld te betalen (ten behoeve van die [voorgenomen] uithaal, verder vervoer en/of verkoop/verdeling van die inkomende en/of ingekomen hoeveelheid verdovende middelen/ cocaïne aan boord van dat zeeschip,
één cryptotelefoon en een werkboot en een werkbus en geldbedragen voorhanden te hebben (ten behoeve van de uitvoering van die [voorgenomen] uithaal/vervoer van die inkomende en/of ingekomen cocaïne aan boord van dat zeeschip en/of ten behoeve van betaling van [een] perso[o]n[en] die betrokken werden/waren bij het volgen/in de gaten houden van dat zeeschip en/of die [voorgenomen] uithaal van die inkomende en/of ingekomen cocaïne aan boord van dat zeeschip);
3.
hij op 28 juni 2024 in de gemeente Amsterdam tezamen en in vereniging met anderen een auto (BMW) en een portemonnee en pasjes en creditcards en een visacard en een id-card en contant geld, die aan een ander dan aan verdachte en zijn mededaders toebehoorde, te weten aan [slachtoffer] of autoverhuurbedrijf " [naam] ", heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,
terwijl deze diefstal werd vergezeld van geweld tegen [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, welk geweld hierin bestond dat verdachte en zijn mededaders,
- terwijl die [slachtoffer] in een auto zat
- naar die [slachtoffer] zijn gegaan en vervolgens een portier van die auto hebben opengetrokken en een ruit van een portier van die auto hebben ingeslagen en die [slachtoffer] hebben vastgepakt en uit die auto hebben getrokken;
4.
hij op 6 september 2025 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, een reisdocument, te weten een Nederlands paspoort met documentcode [nummer] ten name van (hem verdachte) [verdachte] , waarvan hij, verdachte, wist dat deze vervalst was, voorhanden heeft gehad en opzettelijk gebruik van heeft gemaakt (door op luchthaven Schiphol bij een uitreiscontrole op 6 september 2025 voornoemd paspoort te overhandigen aan een medewerker van de Koninklijke Marechaussee).
Hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.