ECLI:NL:RBNHO:2026:2608

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
13 maart 2026
Publicatiedatum
12 maart 2026
Zaaknummer
12038412 \ AO VERZ 25-168
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:611 BWArt. 7:668 lid 1 BWArt. 7:668 lid 3 BWArt. 7:669 lid 1 BWArt. 7:671b BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging ontslag op staande voet wegens onvoldoende ondersteuning bij alcoholverslaving werknemer

Werknemer trad in november 2024 in dienst bij werkgever als rioolmonteur. Gedurende het dienstverband verscheen hij regelmatig te laat of niet op het werk, wat verband hield met een alcoholverslaving en drugsgebruik. Werkgever was of had moeten zijn op de hoogte van deze verslaving, maar bood onvoldoende ondersteuning.

Na meerdere waarschuwingen verleende werkgever op 24 oktober 2025 ontslag op staande voet wegens herhaaldelijk ongeoorloofd verzuim. Werknemer betwistte de geldigheid van het ontslag en vorderde vernietiging, loonbetaling, transitie- en aanzegvergoeding. Werkgever voerde verweer en stelde dat het ontslag rechtsgeldig was en dat er geen sprake was van een verslaving die hem bekend was.

De kantonrechter oordeelde dat werknemer daadwerkelijk kampte met een alcoholverslaving, dat werkgever hiervan op de hoogte was of had moeten zijn, en dat werkgever onvoldoende hulp had geboden. Het ontslag op staande voet was daarom niet rechtsgeldig. De arbeidsovereenkomst werd geacht voort te duren tot het einde van de termijn, waarna werknemer recht had op loonbetaling, wettelijke verhoging, transitie- en aanzegvergoeding. Het contractuele relatiebeding werd ongeldig verklaard. Het voorwaardelijk tegenverzoek van werkgever werd niet-ontvankelijk verklaard.

Uitkomst: Het ontslag op staande voet wordt vernietigd en werkgever wordt veroordeeld tot loonbetaling, transitie- en aanzegvergoeding.

Uitspraak

RECHTBANKNOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer / rekestnummer: 12038412 \ AO VERZ 25-168
Beschikking van 13 maart 2026
in de zaak van
[verzoeker]
wonende te [plaats]
verzoeker
hierna te noemen: [verzoeker]
gemachtigde: mrs. E. Zuidema en J.T. Willemsen
tegen
[verweerder], handelend onder de naam
[bedrijf]
gevestigd te [plaats]
verweerder
hierna te noemen: [verweerder]
gemachtigde: mr. D. Swildens

1.De zaak in het kort

Vernietiging ontslag op staande voet. Werknemer verschijnt regelmatig niet of te laat op het werk als gevolg van een alcoholverslaving. Werkgever had van de verslaving op de hoogte kunnen, dan wel moeten zijn. Werkgever heeft werknemer onvoldoende ondersteuning geboden om van zijn verslaving af te komen. Een dringende reden voor het ontslag ontbreekt daarom. Toewijzing verzoeken tot o.a. loondoorbetaling, transitievergoeding en aanzegvergoeding.

2.De procedure

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met producties 1 tot en met 14,
- het verweerschrift met 1 productie,
- het verweerschrift op voorwaardelijk tegenverzoek ex artikel 7:671b BW, tevens houdende aanvulling principaal primair verzoek, met producties 15 tot en met 18,
- de mondelinge behandeling van 10 februari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,
- de pleitnota van [verzoeker].
2.2.
De beschikking is bepaald op vandaag.

3.De feiten

3.1.
[verweerder] exploiteert een onderneming die zich bezighoudt met het verhelpen van
(acute) rioolproblemen bij klanten.
3.2.
[verzoeker], geboren op [geboortedatum] 2001, is op 25 november 2024 in dienst getreden bij [verweerder] op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van zeven maanden, in de functie van rioolmonteur, voor 40 uren per week en tegen een salaris van € 2.647,05 bruto exclusief emolumenten. De arbeidsovereenkomst is na afloop stilzwijgend met zeven maanden verlengd tot 25 januari 2026. Op de arbeidsovereenkomst is de cao voor het Technisch Installatiebedrijf van toepassing. In de arbeidsovereenkomst is onder meer het volgende opgenomen:
“(..)Artikel 17: relatiebeding Pro
17.1
Het is de werknemer verboden om gedurende een periode van twaalf maanden na afloop van het dienstverband op enigerlei wijze zakelijke contacten aan te gaan of te onderhouden met relaties van de werkgever.
17.2
Relaties van werkgever zijn alle natuurlijke en rechtspersonen waarmee werkgever gedurende een periode van twaalf maanden voorafgaande aan de beëindiging van de arbeidsovereenkomst zakelijke contacten heeft onderhouden, daaronder begrepen (rechts)personen waarmee de werkgever in onderhandeling is (geweest) om diensten en/of producten aan te leveren.
17.3
Bij overtreding van het in 17.1 bepaalde verbeurt de werknemer aan de werkgever een dadelijk en ineens zonder sommatie of ingebrekestelling opeisbare boete van € 2.500 per overtreding en € 250 voor elke dag dat de overtreding voortduurt, zonder dat de werkgever gehouden zal zijn schade te bewijzen en onverminderd het recht van de werkgever om schadevergoeding te vorderen, indien en voor zover de schade het bedrag van de boeten overtreft. (..)”
3.3.
In de brief van [verweerder] aan [verzoeker] 8 januari 2025 staat onder meer het volgende opgenomen:
“(..) Met deze brief willen ik je officieel waarschuwen vanwege het herhaaldelijke te laat komen op het werk.
Op 27 december 2025 hebben ik je reeds een mondelinge waarschuwing gegeven vanwege het te laat komen en u met een dranklucht op de werkvloer verschijnen. (..)”
3.4.
In de periode tussen de onder 3.3 genoemde brief en de hierna onder 3.6 te citeren brief hebben partijen onder andere de volgende WhatsApp-berichten uitgewisseld:
“(..) [17-05-2025, 03:19:05] [verzoeker]: Jo [verweerder] ik ben beland op een feestje ik ga niet heel veel waard zijn vandaag sorry man maar ik ga niet komen (..)
[11-06-2025, 21:51:03] [verzoeker]: Jo [verweerder] ik weet niet of je nog wakker bent maar ik voel me echt verkankerd man ik wil me echt ziek melden
[11-06-2025, 21:51:35] [verweerder]: Kutje cola
[11-06-2025, 21:52:10] [verzoeker]: Ja gvd man
[11-06-2025, 21:52:24] [verzoeker]: Maar me lichaam doet echt pijn gwn
[11-06-2025, 21:52:27] [verweerder]: Hou er rekening mee pikkie, doe wel je wekker zetten en laat morgen ochtend ff weten of t echt niet gaat. (..)”
3.5.
In een ambulanceverslag van 14 juni 2025, 22.47, betreffende [verzoeker] staat onder andere het volgende opgenomen:
“(..) Notitie: (..) Man, Niet bij kennis, Ademt. Overdosis / Vergiftiging (Inname) Code: 23D2I Bewusteloos Verklaring melder: broertje heeft drugs gebruikt. Heeft mogelijk overdosis gehad. Is niet wekbaar. Dit was expres (intentie om zichzelf letsel toe te brengen).
(..)
Gebeurtenis: Events: [verzoeker] is al ruim 24 uur aan het feesten geweest met veel gebruik van alcohol en drugs. Sterke drank en bier daarbij 3MMC en MDMA. Hoeveelheid is onbekend. [verzoeker] is een bekend met drugs gebruik volgens vader die aanwezig is. Wij treffen [verzoeker] aan op bed in zijn eigen urine. Reageerd op onze aanrakingen. (..) Na metingen hr wakker gemaakt en was erg boos en geïrriteerd. (..) Hij wil geen hulp en ziet niet de ernst in van zijn situatie. (..)”
3.6.
De waarschuwingsbrief van [verweerder] aan [verzoeker] van 16 juli 2025 vermeldt onder meer:
“(..) Met deze brief informeren wij u over uw vierde officiële waarschuwing in verband met uw herhaaldelijk te laat komen en ziekte zonder adequate afmelding. Dit gedrag is in strijd met onze bedrijfsregels en heeft een negatieve impact op de bedrijfsvoering en uw collega’s.
In de eerdere communicatie met betrekking tot uw punctualiteit en ziekteverzuim hebben wij u op de volgende data gewaarschuwd:
1. 8 januari 2025
2. 27 januari 2025
3. 5 juni 2025
Wij hebben recentelijk geconstateerd dat u in de periode van 30 juni tot en met 31 juni 2025 ziek was, waarbij u zich pas op de laatste dag omstreeks 13:00 heeft afgemeld. Het is ons ter ore gekomen dat uw ziekteverzuim verband houdt met een verdenking van een ongepaste handeling op zondag 29 juni 2025. Deze manier van afmelden is onaanvaardbaar en niet in overeenstemming met onze afmeld-procedures zoals beschreven in de arbeidsovereenkomst art. 10.1.
Daarnaast heeft u op dinsdag 15 juli 2025 wederom te laat uw werkplek bereikt (09:36 uur), met een vertraging van totaal 2 uur. Toen u op woensdag 16 juli 2025 opnieuw zonder bericht te laat op het werk verscheen het besluit om geen loon in te houden is omdat op beide dagen de mogelijkheid is geweest om over te werken ter compensatie van deze uren.
Wij willen u er opnieuw op wijzen dat het niet tijdig komen en het onvoldoende communiceren van uw ziekte ernstige gevolgen kan hebben voor de organisatie en uw teamleden. Wij verzoeken u dringend deze waarschuwing en reeds aangeboden hulp ter harte te nemen en de nodige stappen te ondernemen om uw punctualiteit te verbeteren.
Mocht u ondersteuning nodig hebben of als er persoonlijke omstandigheden zijn die uw punctualiteit beïnvloeden, dan kunt u daarvoor terecht bij uw leidinggevende. (..)”
3.7.
In de periode tussen de onder 3.6 opgenomen brief en de onder 3.8 weergegeven e-mail hebben partijen onder andere de volgende WhatsApp-conversaties gevoerd:
“(..) [30-06-2025, 12:54:05] [verzoeker]: Ik heb de huisarts net gebeld maar de assistente is nu niet bereikbaar door werkzaamheden maar ik word terug gebeld om 14:50 ik ga dan een afspraak maken om een bloed of urine test te doen (..)
[18:31:49]: De huis arts zegt dat een test doen geen nut heeft omdat je vaak nu al niks meer terug kan vinden maar ze raden aan om goed rust te nemen en contact te houden met hun voor het geval er nog iets gebeurt
[01-07-2025, 06:50:21] [verzoeker]: Jo [verweerder] ik blijf thuis vandaag ik heb de hele nacht niet geslapen ik me lichaam voelt alsof het aangereden is overal pijn en ik ben de hele nacht al aan het overgeven (..) Ga dat mezelf niet aan doen
[01-07-2025, 06:53:34] [verweerder]: Geen probleem ik meld je ziek pikkie. (..)
[23-08-2025, 07:32:47] [verzoeker]: Yoo weet dat het last minute is maar ik probeer al een uur m’n nest uit te komen maar voel me echt te beroerd. Probeer je niet te naaien ofzo maar ga het echt niet redden vandaag ben echt doodziek sorry
[23-08-2025, 07:59:22) [verweerder]: Burrr… ☹ (..)
[26-09-2025, 06:27:42] [verzoeker]: Hey [verweerder] ik weet niet of je nog ligt te slapen maar ik wil me echt ziekmelden heb vannacht geen oog dicht gedaan ik heb geen thermometer maar het voelt als koorts
[29-09-2025, 01:26:41] [verzoeker]: Jo [verweerder] ik word net wakker ik ben zoveel mogelijk aan het slapen maar ik ben nog steeds echt ziek, me telefoon word ook steeds slechter en blijft soms ook uitvallen in de oplader dus ik wou nu alvast even laten weten dat ik er morgen ook niet ben voor het geval ik weer gezeik heb met me telefoon. Ik denk wel dat ik er dinsdag gewoon weer ben.
[29-09-2025, 05:34:41] [verweerder]: Top dank voor je bericht
[29-09-2025, 07:52:39] [verweerder]: Gelukkig heb je wel je wekker nog
[30-09-2025, 07:36:07] [verzoeker]: Ik heb geen oog dicht gedaan ik blijf nog 1 dag ziek thuis. (..)
[02-10-2025, 07:17:44) [verzoeker]: Kan je me mis alstublieft ophalen kga net kkr hard op me bek van de trap (..)
[24-10-2025, 11:35:35] [verzoeker]: Hi ik heb het weer verkankerd ik neem wel om betaald een dag vrij ♂
[11:48:27] [verweerder]: Ik verwacht je gwn zomin de zaak en tot die tijd is het inderdaad ongeoorloofd afwezig.
[15:17:44] [verweerder]: Ik ben eerder van vakantie terug gekomen en ben al even aan het wachten op je hoelaat denk je op de zaak te zijn..??
[15:18:26] [verzoeker]: Ik kom niet naar de zaak ik zie je maandag
[15:18:35] [verweerder]: Ik wil alles vandaag afronden
[15:19:13] [verzoeker]: Ik niet ik ben ziek
[15:20:34] [verweerder]: Je kan het op een normale manier afronden toch.?
[15:26:36] [verzoeker]: Ja gewoon op maandag ik ben nu bij me vriendin (..)”
3.8.
Op 26 oktober 2025 heeft [verzoeker] de volgende e-mail aan [verweerder] verstuurd:
“(..) Hierbij meld ik mij officieel per 26 oktober 2025 ziek. Vanwege de huidige situatie is het voor mij op dit moment niet redelijkerwijs mogelijk om mijn werkzaamheden voort te zetten. Ik verzoek hierbij een consult met de bedrijfsarts (..)”
3.9.
In de brief van [verweerder] van 24 oktober 2025, die zij op 26 oktober 2025 per e-mail naar [verzoeker] heeft verstuurd, staat onder meer het volgende:
“(..)
Hierbij delen wij u mede dat wij u per direct ontslag op staande voet verlenen. Aanleiding hiervoor is dat u herhaaldelijk, en zonder geldige reden of voorafgaande reden, ongeoorloofd afwezig bent geweest van uw werk.
U bent in de vijfde officiële schriftelijke waarschuwing uitdrukkelijk geïnformeerd dat bij een volgende overtreding ontslag op staande voet de enige mogelijke consequentie zou zijn.
Desondanks bent u in de tussentijd nog meerdere malen te laat verschenen, welke incidenten toen nog mondeling zijn afgedaan. De situatie is thans onhoudbaar geworden.
Het ontslag op staande voet kon op 24 oktober niet persoon aan u worden medegedeeld, omdat u ondanks verzoek daartoe niet op kantoor wilde verschijnen. Dit gedrag vormt een dringende reden in de zin van artikel 7:678 BW Pro, waardoor voortzetting van de arbeidsovereenkomst voor ons onaanvaardbaar is.
Wij beëindigen de arbeidsovereenkomst dan ook met onmiddellijke ingang. Alle niet-gewerkte arbeidstijd van de afgelopen periode, inclusief de uren in de benoemde vijfde officiële waarschuwing wegens ongeoorloofde afwezigheid, zal worden aangemerkt als ongeoorloofd verzuim en volledig op uw loon worden ingehouden.
Voorts wijzen wij u erop dat het concurrentiebeding zoals opgenomen in artikel 17.1 tot en met 17.3 van uw arbeidsovereenkomst onverkort van kracht blijft.U blijft derhalve gebonden aan de daaruit voortvloeiende verplichtingen en beperkingen(..)”
3.10.
In een verklaring van [betrokkene 1], schoonmoeder van [verzoeker], van 21 december 2025, schrijft zij onder meer:
“(..) Toen ik op visite was bij mijn overbuurman, vertelde hij mij dat zijn zoon was benaderd door iemand genaamd [betrokkene 2]. [betrokkene 2] gaf daarbij aan dat hij handelde in opdracht van zijn werkgever, [verweerder], die tevens de werkgever is van [verzoeker]. De zoon van mijn overbuurman kreeg het verzoek om te kijken of [verzoeker] bij mij thuis zou zijn, met de vraag of [verzoeker] zich bij mijn dochter bevond. Daarbij werd de suggestie gewekt dat [verzoeker] mogelijk niet ziek zou zijn. (..) Daarnaast werd mij meegedeeld dat het nieuwe vriendje van mijn dochter, [verzoeker], alcohol- en drugsverslaafd zou zijn en een schuld van circa €20.000 zou hebben bij de betreffende werkgevers. Dit werd aan mij gebracht in de vorm van een waarschuwing, met de strekking dat [verzoeker] een slechte invloed zou zijn op mijn dochter. (..) Door deze handelwijze werd [verzoeker] in een negatief daglicht geplaatst, zowel bij mijn buren als bij mij. (..)”
3.11.
In een verklaring van [betrokkene 3], moeder van [verzoeker], van 22 januari 2026, schrijft zij onder meer:
“(..) Daarnaast vertelde [verzoeker] dat zijn werkgever openlijk en herhaaldelijk zijn persoonlijke problemen, waaronder schulden en verslaving, met anderen deelde, inclusief anekdotes en filmpjes. Het maakte de werkgever niets uit dat [verzoeker] zichzelf kapot dronk en gebruikte, zolang hij maar op tijd op zijn werk verscheen.
(..)
Op een zaterdagavond kregen wij onverwacht bezoek van zijn werkgever. Hij kwam ons mededelen dat hij [verzoeker] op staande voet zou ontslaan omdat het “niet goed met hem ging”.
Wij hebben hem gevraagd waarom hij dit aan ons kwam vertellen, aangezien [verzoeker] een volwassen man is waar wij geen zeggenschap over hebben. Ook vroegen wij waarom hij koos voor ontslag op staande voet en niet voor regulier ontslag. Zijn antwoord was dat hij anders nog een maand loon zou moeten doorbetalen, omdat hij daarvoor volgens het contract te laat was.
Tijdens dit gesprek vertelde hij ons bovendien dat hij een afspraak had gemaakt met de huisbaas van [verzoeker]: zodra hij [verzoeker] zou ontslaan, zou de huisbaas hem op straat zetten, omdat [verzoeker] de woning via hem had gekregen. Met andere woorden: geen werk, geen inkomen en geen woning. (..) Wij vonden dit zeer vreemd, temeer daar hij tegelijkertijd beweerde zich grote zorgen te maken om [verzoeker]. (..)”

4.Verzoek

4.1.
[verzoeker] verzoekt de kantonrechter, na aanvulling van het verzoek bij het verweerschrift op voorwaardelijk tegenverzoek, tevens houdende aanvulling principaal primair verzoek, om bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
Primair:
I. het gegeven ontslag op staande voet te vernietigen;
II. [verweerder] te veroordelen tot (door)betaling van achterstallig salaris van 26 oktober 2025 tot het moment waarop de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zal zijn geëindigd ter hoogte van € 2,647,05 bruto per maand exclusief emolumenten;
III. [verweerder] te veroordelen tot betaling van de wettelijke verhoging van 50% over het onder II. genoemde bedrag;
IV. [verweerder] te veroordelen tot het overleggen van deugdelijke salarisspecificaties vanaf 26 oktober 2025 tot aan de dag waarop de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zal zijn geëindigd, uiterlijk 14 dagen na betekening van de in de deze zaak te geven beschikking, op straffe van een te verbeuren dwangsom van € 250,- per dag dat [verweerder] hierin tekortschiet met een maximum van
€ 10.000,-;
V. [verweerder] te veroordelen tot betaling van de wettelijke transitievergoeding aan [verzoeker] ad € 1.337,02 bruto binnen veertien dagen na de in deze af te geven beschikking;
VI. [verweerder] te veroordelen tot betaling aan [verzoeker] van de aanzegvergoeding ad
€ 2.647,05 bruto binnen veertien dagen na de in deze af te geven beschikking;
VII. [verweerder] te veroordelen tot betaling aan [verzoeker] van de wettelijke rente vanaf het tijdstip van opeisbaarheid van de hiervoor genoemde vergoedingen tot aan de dag van algehele voldoening;
Subsidiair:
VIII. aan [verzoeker] een billijke vergoeding toe te kennen ten laste van [verweerder];
IX. [verweerder] te veroordelen tot het betalen van de wettelijke transitievergoeding aan [verzoeker] ter hoogte van € 1.018,14 bruto;
X. [verweerder] te veroordelen tot betaling van de vergoeding wegens onregelmatige opzegging van € 3.412,13 bruto;
XI. [verweerder] te veroordelen tot het overleggen en betalen van een deugdelijke en correcte eindafrekening salarisspecificaties, uiterlijk 14 dagen na betekening van de in deze zaak te geven beschikking, op straffe van een te verbeuren dwangsom van € 250,- per dag dat [verweerder] hierin tekortschiet met een maximum van € 10.000;
Meer subsidiair:
XII. [verweerder] te veroordelen tot betaling aan [verzoeker] van de wettelijke transitievergoeding ter hoogte van € 1.018,14 bruto;
Zowel primair, subsidiair en meer subsidiair:
XIII. voor recht te verklaren dat het contractuele relatiebeding niet geldig is en, voor zover nodig, het relatiebeding geheel te vernietigen;
XIV. [verweerder] te veroordelen in de kosten van dit geding, het salaris van de gemachtigde en de nakosten daaronder begrepen;
XV. de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4.2.
[verzoeker] legt hieraan het volgende ten grondslag. Er is geen sprake van een rechtsgeldig ontslag op staande voet, omdat een dringende reden daarvoor ontbreekt. [verzoeker] is verslaafd aan alcohol, soms in combinatie met verdovende middelen. Deze verslaving moet volgens [verzoeker] worden aangemerkt als ziekte, omdat het zijn werk beïnvloedde. Het te laat komen was steeds het directe gevolg van het alcohol- en/of middelengebruik de avond (of dag) ervoor. [verweerder] wist dat het niet goed ging met [verzoeker], maar heeft hem desondanks niet of nauwelijks geholpen met zijn verslavingen. Dit had op grond van de op hem rustende zorgplicht wel mogen worden verwacht. Er is verder bij het verlenen van het ontslag op staande voet geen rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van [verzoeker]. Indien [verweerder] daar wel acht op had geslagen, had zij redelijkerwijs niet tot de conclusie kunnen komen dat een ontslag op staande voet gerechtvaardigd was. [verweerder] had kunnen en moeten volstaan met een minder verstrekkend arbeidsrechtelijk middel, zoals een loonopschorting of schorsing. Het ontslag is daarom ten onrechte verleend. Er is ook ten onrechte geen hoor en wederhoor toegepast.
4.3.
[verweerder] voert verweer. Het ontslag op staande voet is volgens hem wel degelijk rechtsgeldig verleend. Binnen het korte dienstverband is bij [verzoeker] een patroon ontstaan van te laat komen en ongeoorloofde afwezigheid. [verweerder] heeft [verzoeker] om die reden vijf officiële waarschuwingen moeten verstrekken. In de waarschuwingen is expliciet vermeld wat van [verzoeker] werd verwacht en welke consequenties aan herhaling verbonden zouden zijn. [verweerder] betwist dat er sprake was van een alcoholverslaving of andere medische problematiek die daarnaast voor [verweerder] kenbaar was. Er is geen diagnose, geen behandeling, geen melding bij een bedrijfsarts en geen andere objectieve vastlegging waaruit volgt dat [verzoeker] kampte met een verslavingsprobleem. De omstandigheden in onderlinge samenhang bezien, leveren volgens [verweerder] het beeld op van een werknemer die ondanks herhaalde waarschuwingen structureel tekortschiet in zijn kernverplichting om tijdig op het werk te verschijnen, in een onderneming waar dat essentieel is voor de bedrijfsvoering.

5.Voorwaardelijk tegenverzoek

5.1.
Voor zover de kantonrechter overgaat tot vernietiging van het ontslag op staande voet, verzoekt [verweerder] de kantonrechter:
I. De arbeidsovereenkomst van [verzoeker], primair op grond van artikel 7:669 lid 1 jo Pro. lid 3 sub e BW en subsidiair op grond van artikel 7:669 lid 1 jo Pro. lid 3 sub g BW, te ontbinden en daarbij te bepalen dat de arbeidsovereenkomst op een zo kort mogelijke termijn eindigt en te bepalen dat aan [verzoeker] geen transitievergoeding, noch een billijke vergoeding toekomt,
II. [verzoeker] te veroordelen in de kosten van deze procedure, het salaris van gemachtigde daaronder begrepen.
5.2.
[verweerder] stelt dat het [verzoeker] (ernstig) verweten kan worden dat hij, na reeds vijfmaal schriftelijk en expliciet te zijn gewaarschuwd, in oktober 2025 wederom ongeoorloofd afwezig was. De arbeidsovereenkomst kan daarom op die grond worden ontbonden. Subsidiair verzoekt [verweerder] de arbeidsovereenkomst te ontbinden wegens een verstoorde arbeidsverhouding. De arbeidsverhouding tussen [verweerder] en [verzoeker] is, door het structurele gedrag van [verzoeker], bestaande uit ongeoorloofde afwezigheid en een gebrek aan communicatie omtrent deze afwezigheid, ernstig en onherstelbaar beschadigd.
5.3.
[verzoeker] concludeert primair tot niet-ontvankelijkheid van [verweerder] in haar voorwaardelijke tegenverzoeken, omdat de arbeidsovereenkomst van [verzoeker] op 25 januari 2026 reeds van rechtswege is geëindigd. Voor zover de verzoeken wel ontvankelijk zijn, dienen zij subsidiair te worden afgewezen, omdat er geen sprake is van verwijtbaar handelen van [verzoeker]. Omdat er geen arbeidsverhouding meer is, kan deze bovendien ook niet verstoord zijn. Ten overvloede merkt [verzoeker] nog op dat een eventuele verstoorde arbeidsverhouding is te wijten aan [verweerder], doordat hij zich onder meer (onnodig) tot de familie en de verhuurder van [verzoeker] heeft gewend om hen te vertellen over zijn ontslag, zijn schulden en zijn verslaving. Meer subsidiair dient, indien de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden, rekening te worden gehouden met de opzegtermijn en moet [verweerder] worden veroordeeld tot betaling aan [verzoeker] van de wettelijke transitievergoeding. In alle gevallen dient [verweerder] veroordeeld te worden in de kosten van de onderhavige procedure, het salaris gemachtigde en de (na) kosten daaronder begrepen, aldus [verzoeker].

6.De beoordeling

Het verzoek
6.1.
Het gaat om de vraag of het ontslag op staande voet moet worden vernietigd en of [verweerder] (o.a.) moet worden veroordeeld tot (na)betaling van loon. De kantonrechter oordeelt dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is en legt uit waarom.
beoordelingskader
6.2.
Een ontslag op staande voet is alleen geldig als daarvoor een dringende reden is. [1] Het is een uiterst middel, met verstrekkende gevolgen voor de werknemer. Daarom mag een ontslag op staande voet pas worden gegeven als niet kan worden volstaan met een andere, minder ingrijpende sanctie. Er moet sprake zijn van zodanige daden, eigenschappen of gedragingen van de werknemer, dat van de werkgever niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst met de betreffende werknemer te laten voortduren. [2] De kantonrechter moet bij de beoordeling van de geldigheid van het ontslag op staande voet alle omstandigheden van het geval in aanmerking nemen, in onderling verband en samenhang, waaronder begrepen de persoonlijke omstandigheden van de werknemer. [3] Een van die (persoonlijke) omstandigheden kan gelegen zijn in ziekte van de werknemer. Deze ziekte kan verzachtend uitwerken op de beoordeling of zich een dringende reden voordoet. Daarbij weegt mee dat niet in zijn algemeenheid kan worden gezegd dat de gevolgen van een alcoholprobleem in het kader van de beoordeling van een dringende reden rechtens voor rekening van de werknemer komen. [4]
6.3.
Uitgangspunt is dat de in de ontslagbrief vermelde reden maatgevend is voor de beoordeling van de vraag of het ontslag op staande voet rechtsgeldig is gegeven. Met andere woorden: de ontslagbrief (3.9) fixeert de dringende reden. De dringende reden die [verweerder] heeft gegeven is dat [verzoeker]
‘herhaaldelijk en zonder geldige reden of voorafgaande reden, ongeoorloofd afwezig is geweest van het werk.’De kantonrechter zal deze reden hierna bespreken.
6.4.
[verzoeker] heeft erop gewezen dat hij ten tijde van het ontslag op staande voet leed aan een alcoholverslaving, soms in combinatie met (andere) verdovende middelen, en (dus) ziek was. Door zijn alcoholproblematiek is [verzoeker] een aantal keer te laat op het werk verschenen. Ter onderbouwing van deze problematiek heeft [verzoeker] onder meer het ambulanceverslag, vermeld onder 3.5, overgelegd. [verweerder] heeft ter zitting verklaard inmiddels te erkennen dat [verzoeker] kampte met een structureel verslavingsprobleem. [verweerder] betwist evenwel dat hij destijds bekend was met de gestelde alcoholverslaving.
was bij [verzoeker] sprake van een alcoholverslaving of van een structureel alcoholprobleem?
6.5.
De kantonrechter overweegt als volgt. Het ligt allereerst op de weg van [verzoeker] om voldoende aannemelijk te maken dát sprake is van een structureel alcoholprobleem (en niet van incidenteel teveel alcoholgebruik). Naar het oordeel van de kantonrechter is daarvoor niet vereist dat (ook) de medische diagnose van een alcoholverslaving is gesteld. [verzoeker] heeft ter onderbouwing van zijn verslaving gesteld dat hij dagelijks dronk en dit gedurende zijn dienstverband bij [verweerder] steeds verder uit de hand liep, waarbij hij ook regelmatig drugs gebruikte. Het door [verzoeker] ingebrachte ambulanceverslag (3.5) onderschrijft het gemelde (verslavings-)gedrag. In het verslag valt ook te lezen dat [verzoeker] alle hulp weigert. Mede gelet op het feit dat [verweerder] dit niet langer betwist, neemt de kantonrechter aan dat [verzoeker] ten tijde van het ontslag kampte met een alcoholverslaving.
had [verweerder] een alcoholverslaving of een structureel alcoholprobleem bij [verzoeker] moeten vermoeden?
6.6.
De kantonrechter stelt op basis van de beschikbare WhatsApp-correspondentie (zie 3.4 en 3.7) vast dat [verzoeker] zich gedurende het (korte) dienstverband meerdere malen via WhatsApp heeft ziek,- en/of afgemeld bij [verweerder]. Zo schrijft [verzoeker] onder andere:
“ Jo [verweerder] ik ben beland op een feestje ik ga niet heel veel waard zijn vandaag sorry man maar ik ga niet komen”,
“ Hi ik heb het weer verkankerd ik neem wel om betaald een dag vrij”,
“ Jo [verweerder] ik blijf thuis vandaag ik heb de hele nacht niet geslapen ik me lichaam voelt alsof het aangereden is overal pijn en ik ben de hele nacht al aan het overgeven (..) Ga dat mezelf niet aan doen”,
“Yoo weet dat het last minute is maar ik probeer al een uur m’n nest uit te komen maar voel me echt te beroerd. Probeer je niet te naaien ofzo maar ga het echt niet redden vandaag ben echt doodziek sorry”
6.7.
Niet valt in te zien hoe [verweerder] bovengenoemde berichten heeft kunnen opvatten als ‘incidentele ziekte met griepachtige klachten’, zoals hij stelt. Ziekmeldingen als deze kwamen namelijk met regelmaat voor en [verzoeker] was doorgaans niet langer dan één dag(deel) afwezig, terwijl het een feit van algemene bekendheid is dat griepachtige verschijnselen doorgaans een stuk langduriger van aard zijn. In het samenstel van omstandigheden had naar het oordeel van de kantonrechter voor [verweerder] duidelijk moeten zijn dat de ziekmeldingen een uiting waren van een onderliggend alcoholprobleem bij [verzoeker]. Daarvoor is het volgende redengevend. [verweerder] heeft niet gemotiveerd betwist dat partijen na de aan [verzoeker] verleende waarschuwingen steeds hebben gesproken over de door [verzoeker] gestelde reden van het te laat komen, namelijk de overmatige alcoholconsumptie door [verzoeker] in de avond/nacht daarvoor, zodat de kantonrechter van de juistheid hiervan zal uitgaan. [verweerder] heeft in de eerste waarschuwingsbrief aan [verzoeker] (3.3) ook opgenomen dat de waarschuwing wordt verstrekt in verband met het (wederom) te laat zijn van [verzoeker] en het ‘
met een dranklucht op de werkvloer verschijnen’. Op de mondelinge behandeling heeft [verweerder] verder zelf aangegeven dat hij ermee bekend was dat [verzoeker] bij zijn vorige werkgever na slechts één proefdag had gehoord dat hij niet terug hoefde te komen omdat hij naar drank stonk.
6.8.
Verder blijkt uit het dossier dat [verweerder] meer dan eens grappen heeft gemaakt over de alcoholproblematiek van [verzoeker] en in de groepsapp van het werk zelfs een filmpje heeft gedeeld waarin [verzoeker], zeer overduidelijk zichtbaar onder invloed, van een trap afvalt en verdwaasd onderaan de trap achterblijft. De kantonrechter stelt tot slot vast dat niet in geschil is dat de onderlinge verhoudingen op het werk meer dan gewoonlijk persoonlijk waren. Zo heeft [verweerder] [verzoeker] geholpen met zijn geld- en huisvestingsproblemen en was [verzoeker] betrokken in de familiaire kring van [verweerder]. Niet valt in te zien hoe [verweerder] op de hoogte was van het wel en wee van [verzoeker] in brede zin, met uitzondering van de alcoholproblematiek, vooral gezien het feit dat niet in geschil is dat de enige twee andere collega’s van [verzoeker], [betrokkene 2] en Dennis, wél op de hoogte waren van zijn verslavingsproblematiek. De bekendheid van [verweerder] wordt naar het oordeel van de kantonrechter ook bevestigd door het feit dat hij de door [verzoeker] ingebrachte getuigenverklaringen (3.11 en 3.10) niet heeft betwist, waardoor de kantonrechter vaststelt dat [verweerder] op de hoogte was van het drank- (en drugs)probleem van [verzoeker] én dit ook met meerdere personen heeft besproken.
6.9.
Daar komt bij dat dat [verzoeker] zich niet alleen regelmatig ziekmeldde, maar ook regelmatig te laat of, zoals [verweerder] op de mondelinge behandeling heeft aangegeven, zelfs twee keer in het geheel niet op het werk is verschenen (zie ook hetgeen is opgenomen in de waarschuwingsbrief onder 3.6). Dat het te laat komen en/of niet verschijnen voornamelijk te wijten zou zijn aan een ‘motivatie- of disciplineprobleem’, zoals [verweerder] (ook) heeft betoogd, acht de kantonrechter in het licht van het voorgaande niet aannemelijk. Dit verhoudt zich ook niet met de eigen stellingen van [verweerder], die heeft benadrukt dat [verzoeker] zijn werkzaamheden goed verrichtte en ook bereid was om waar nodig overuren te maken.
[verweerder] heeft [verzoeker] onvoldoende ondersteuning geboden
6.10.
Gezien de hiervoor genoemde omstandigheden moet naar het oordeel van de kantonrechter worden aangenomen dat [verweerder], als hij het al niet wist, had kunnen, dan wel moeten vermoeden dat er sprake was van een alcoholverslaving bij [verzoeker]. De kantonrechter merkt deze alcoholverslaving aan als ziekte. Weliswaar geldt het ontslagverbod bij ziekte niet in geval van een ontslag op staande voet, maar het betreft wel een omstandigheid die meegenomen moet worden bij de beoordeling van de dringende reden. Indien er sprake is van verslaving aan alcohol en drugs, dan wordt dat namelijk gezien als een chronische ziekte. Een werkgever dient een verslaafde werknemer te ondersteunen voor het oplossen van zijn verslaving. Dat betekent aanspreken op alcohol- en drugsgebruik en hulp bieden, opdat de werknemer meer kans heeft van de verslaving af te komen. Gelegenheid bieden om van de verslaving af te komen betekent het bieden van professionele begeleiding en genoeg tijd voor herstel. Na melding van de verslaving zal degene ziekgemeld worden bij de bedrijfsarts, die in de regel de STECR-richtlijn Verslaving en Werk zal volgen.
6.11.
Van enige ondersteuning door [verweerder] is, naast het cadeau geven van een wekker, niet gebleken. Enige documentatie van de arbodienst gedurende het dienstverband van [verzoeker] ontbreekt in het geheel, hetgeen voor rekening en risico van [verweerder] dient te komen. Het had wat de kantonrechter betreft voorts in ieder geval op de weg van [verweerder] gelegen om [verzoeker] voorafgaand aan het ontslag op staande voet te bevragen en om contact te zoeken met zijn bedrijfsarts om zich te laten adviseren over wat er aan de hand was, dan wel zou kunnen zijn.
de aan [verzoeker] verleende waarschuwingen zijn onvoldoende consistent
6.12.
Daar komt nog bij dat [verweerder] bij het ontslag enerzijds ook zwaar zegt te tillen aan de waarschuwingen die hij gedurende het dienstverband aan [verzoeker] heeft verstrekt, maar anderzijds keer op keer heeft nagelaten om een voldoende duidelijke gevolgtrekking te verbinden aan deze waarschuwingen. Zo is [verweerder] na de eerste drie waarschuwingen (alsnog) overgegaan tot verlenging van de arbeidsovereenkomst van [verzoeker]. Dit verenigt zich, zoals [verzoeker] terecht stelt, niet met de stelling van [verweerder] dat de gedragingen van [verzoeker] zodanig ernstig zijn dat van hem niet kon worden gevergd de arbeidsovereenkomst nog langer te laten voortduren. In de laatste officiële waarschuwing heeft [verweerder] wel gewaarschuwd voor een ontslag, maar voordat [verweerder] daar werkelijk toe is overgegaan, is [verzoeker] onbetwist nog enkele keren te laat gekomen zonder dat [verweerder] tot ontslag op staande voet is overgegaan. Daarmee gaf [verweerder] niet bepaald het signaal af dat hij het gedrag van [verzoeker] daadwerkelijk hoog opnam.
[verweerder] had [verzoeker] moeten horen voorafgaand aan het ontslag op staande voet
6.13.
Des te opmerkelijker is het dat [verweerder] er vervolgens voor heeft gekozen direct tot het ontslag op staande voet over te gaan zonder [verzoeker] hierover te horen. Indien in dat geval een naderhand naar voren gebrachte omstandigheid ertoe leidt dat geen dringende reden aanwezig is, moet dit risico voor de werkgever blijven. [5] De kantonrechter vindt het daarbij zeer onzorgvuldig dat hij [verzoeker] niet persoonlijk heeft gehoord, maar in plaats daarvan wél contact heeft opgenomen, dan wel heeft laten opnemen, met verschillende familieleden en zelfs de verhuurder van [verzoeker] en zich tegen al deze personen negatief heeft uitgelaten over [verzoeker]. Dit zwartmaken van [verzoeker] acht de kantonrechter in strijd met het goed werkgeverschap zoals vastgelegd in artikel 7:611 BW Pro.
[verzoeker] heeft naar tevredenheid gefunctioneerd
6.14.
Als laatste omstandigheid acht de kantonrechter van belang dat [verweerder] heeft erkend dat [verzoeker] inhoudelijk altijd naar tevredenheid heeft gefunctioneerd in zijn functie.
conclusie
6.15.
Alles afwegende is de conclusie dat [verweerder] op 26 oktober 2025 geen aanleiding kon zien om over te gaan tot een ontslag op staande voet en dat hij een andere interventie had moeten plegen. Er was op dat moment geen sprake van een dringende reden die maakte dat van [verweerder] in redelijkheid niet kon worden gevergd dat de arbeidsovereenkomst in stand bleef. De conclusie is daarom dat het verzoek van [verzoeker] tot vernietiging van het ontslag wordt toegewezen, omdat hiervoor is geoordeeld dat het ontslag niet rechtsgeldig is.
loon(door)betaling en wettelijke verhoging
6.16.
[verzoeker] heeft recht op loon, omdat het ontslag op staande voet wordt vernietigd en de arbeidsovereenkomst dus voortduurt. De vordering van [verzoeker] tot loonbetaling zal daarom eveneens worden toegewezen tot het einde van de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, dus tot 26 januari 2026. De gevorderde wettelijke verhoging zal ook worden toegewezen, omdat [verweerder] te laat heeft betaald. De wettelijke verhoging zal worden gematigd tot 20%, omdat [verzoeker] op de mondelinge behandeling duidelijk te kennen heeft gegeven dat hij [verweerder] niet ‘leeg wil trekken’.
salarisspecificaties
6.17.
Het verzoek onder IV wordt toegewezen omdat [verweerder] daar geen verweer tegen heeft gericht. De kantonrechter ziet geen aanleiding om de verzochte dwangsom toe te wijzen, omdat zij ervan uitgaat dat [verweerder] deze veroordeling vrijwillig zal nakomen.
transitievergoeding
6.18.
Nu de arbeidsovereenkomst inmiddels van rechtswege is geëindigd en niet is verlengd, heeft [verzoeker] op grond van artikel 7:673 lid 1 sub a onder Pro 3 BW recht op de transitievergoeding. Hij heeft onweersproken gesteld dat deze vergoeding € 1.337,02 bedraagt, zodat de kantonrechter dat bedrag zal toewijzen. De wettelijke rente hierover is toewijsbaar vanaf een maand na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd (artikel 7:686a lid 1 laatste volzin), te weten 26 februari 2026. Partijen zijn het er immers over eens dat de arbeidsovereenkomst is geëindigd per 25 januari 2026 (6.23).
aanzegvergoeding
6.19.
Op grond van artikel 7:668 lid Pro 1, onderdeel a, BW moet [verweerder] [verzoeker] schriftelijk uiterlijk een maand voordat een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van rechtswege eindigt, informeren over het al dan niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst.
Uit artikel 7:668 lid 3 BW Pro volgt dat [verweerder] aan [verzoeker] een vergoeding verschuldigd is gelijk aan het bedrag van het loon voor één maand, als [verweerder] deze verplichting in het geheel niet is nagekomen.
6.20.
De kantonrechter is van oordeel dat [verweerder] de aanzegverplichting van artikel 7:668 lid Pro 1, onderdeel a, BW in het geheel niet is nagekomen. Vast is komen te staan dat [verweerder] [verzoeker] niet schriftelijk uiterlijk een maand voor het aflopen van het contract voor bepaalde tijd heeft geïnformeerd over het al dan niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst. Dit betekent dat [verweerder] zal worden veroordeeld tot betaling van een bedrag aan loon voor één maand, te weten € 2.647,05 bruto.
contractuele relatiebeding
6.21.
Het verzoek onder XIII zal worden toegewezen, omdat [verweerder] daar geen verweer tegen heeft gevoerd.
de proceskosten
6.22.
De proceskosten komen voor rekening van [verweerder], omdat hij ongelijk krijgt.
Het voorwaardelijk tegenverzoek
6.23.
De voorwaarde waaronder [verweerder] zijn voorwaardelijke tegenverzoek heeft ingesteld, namelijk dat het ontslag op staande voet wordt vernietigd, is vervuld, zodat de kantonrechter toekomt aan de beoordeling hiervan. Het verzoek is evenwel niet-ontvankelijk. Hoewel [verweerder] op de mondelinge behandeling heeft erkend dat de arbeidsovereenkomst van rechtswege is geëindigd op 25 januari 2026, heeft hij zijn voorwaardelijk ontbindingsverzoek niet ingetrokken. Gelet op het feit dat de arbeidsovereenkomst reeds is geëindigd, zal het voorwaardelijk tegenverzoek onder I, voor zover dit verzoek ziet op de verzochte ontbinding zoals door [verzoeker] primair aangevoerd niet-ontvankelijk worden verklaard.
6.24.
De proceskosten komen voor rekening van [verweerder], omdat hij ongelijk krijgt. De kantonrechter ziet aanleiding de proceskosten in het tegenverzoek op nihil te stellen.

7.De beslissing

De kantonrechter
in het verzoek
7.1.
vernietigt het ontslag op staande voet,
7.2.
veroordeelt [verweerder] tot betaling aan [verzoeker] van het achterstallig salaris ter hoogte van € 2.647,05 bruto per maand exclusief emolumenten voor de periode van 26 oktober 2025 tot 26 januari 2026, vermeerderd met de wettelijke verhoging van 20% en de wettelijke rente vanaf de dag van verschuldigdheid tot de dag van algehele voldoening;
7.3.
veroordeelt [verweerder] om uiterlijk 14 dagen na betekening van deze beschikking over te gaan tot het overleggen aan [verzoeker] van deugdelijke salarisspecificaties vanaf 26 oktober 2025 tot 26 januari 2026,
7.4.
veroordeelt [verweerder] tot betaling van de wettelijke transitievergoeding aan [verzoeker] ad
€ 1.337,02 bruto binnen veertien dagen na deze beschikking, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 26 februari 2026 tot de dag van algehele voldoening,
7.5.
veroordeelt [verweerder] tot betaling aan [verzoeker] van de aanzegvergoeding ad
€ 2.647,05 bruto binnen veertien dagen na deze beschikking, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf de dag van verschuldigdheid tot de dag van algehele voldoening,
7.6.
verklaart voor recht dat het in de arbeidsovereenkomst opgenomen contractuele relatiebeding niet geldig is,
7.7.
veroordeelt [verweerder] in de proceskosten, die aan de zijde van [verzoeker] worden vastgesteld op € 93,00 voor griffierecht, € 814,00 voor salaris gemachtigde en € 135,00 voor nakosten, voor zover daadwerkelijk nakosten door [verzoeker] worden gemaakt,
7.8.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad. [6]
7.9.
wijst het meer of anders verzochte af,
in het voorwaardelijk tegenverzoek
7.10.
verklaart de verzoeken van [verweerder] niet-ontvankelijk,
7.11.
veroordeelt [verweerder] tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van [verzoeker] tot en met vandaag vaststelt op nihil.
Deze beschikking is gegeven door mr. E.L. Grosheide, kantonrechter, maar in haar afwezigheid op bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken door mr. S.N. Schipper, kantonrechter.

Voetnoten

1.Artikel 7:677 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW).
2.Artikel 7:678 lid 1 BW Pro.
4.HR 8 oktober 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO9549.
6.Uitvoerbaar bij voorraad betekent dat de veroordelingen in de beschikking uitgevoerd moeten worden, ook als eventueel in hoger beroep wordt gegaan.