Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:2564

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
24 februari 2026
Publicatiedatum
12 maart 2026
Zaaknummer
AWB - 25 _ 199
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 Wet mrbArt. 35 Wet mrb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting terecht opgelegd voor parkeren op openbare weg

Belanghebbende was houder van een bestelauto waarvan het kenteken meerdere keren was geschorst. Op 27 februari 2024 stond de bestelauto geparkeerd op een parkeerplaats naast een winkelcentrum. De inspecteur legde een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting en een boete op, waarbij de boete later werd vernietigd vanwege persoonlijke omstandigheden van belanghebbende.

Belanghebbende voerde aan dat de parkeerplaats geen openbare weg was en dat de naheffing in strijd was met het evenredigheidsbeginsel vanwege zijn psychische problemen. De rechtbank overwoog dat de parkeerplaats toegankelijk was voor het openbare rijverkeer en daarmee tot de openbare weg behoorde, ongeacht het particuliere eigendom.

De rechtbank stelde vast dat belanghebbende tijdens de schorsingsperiode met de bestelauto op de openbare weg had gereden en dat de naheffingsaanslag daarom terecht was opgelegd. De persoonlijke omstandigheden konden niet leiden tot vernietiging van de naheffing. Het beroep werd ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.

Uitkomst: De naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting is terecht opgelegd omdat de parkeerplaats tot de openbare weg behoort.

Uitspraak

Rechtbank noord-holland

Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 25/199

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 februari 2026 in de zaak tussen

[belanghebbende] , wonende te [woonplaats] , belanghebbende

(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en

de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft aan belanghebbende een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting opgelegd, ten bedrage van € 711, alsmede bij beschikking een boete van € 355.
Bij uitspraak op bezwaar heeft verweerder de naheffingsaanslag gehandhaafd en de boetebeschikking vernietigd.
Belanghebbende heeft daartegen beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 februari 2026 te Haarlem. Aldaar is de gemachtigde van belanghebbende verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [naam 1] en mr. [naam 2] .

Overwegingen

Feiten
1. Belanghebbende was van 27 oktober 2021 tot en met 20 juni 2024 houder van het voertuig (hierna: de bestelauto). Belanghebbende heeft het kenteken van de bestelauto drie keer geschorst van 23 februari 2023 tot 23 april 2023, van 4 juli 2023 tot 1 augustus 2023 en van 10 oktober 2023 tot 21 juni 2024.
2. Op 27 februari 2024 om 13.29 uur stond de bestelauto geparkeerd op een parkeerplaats naast [X] in [woonplaats] (hierna: de parkeerplaats), het parkeerterrein voor het Winkelcentrum [Y] . Verweerder heeft de naheffingsaanslag en de boete opgelegd. Daarbij is rekening gehouden met het tijdsbestek in de naheffingsperiode dat de bestelauto niet was geschorst en waarvoor dus al motorrijtuigenbelasting is voldaan.
3. Belanghebbende heeft tegen de naheffingsaanslag en de boete bezwaar gemaakt. Bij uitspraak op bezwaar heeft verweerder de naheffingsaanslag gehandhaafd, maar de boete vanwege persoonlijke en financiële omstandigheden vernietigd. Belanghebbende heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld.
Geschil4. In geschil is of de naheffingsaanslag terecht is opgelegd.
5. Belanghebbende stelt zich op het standpunt dat de naheffingsaanslag ten onrechte is opgelegd en heeft daarvoor aangevoerd dat de bestelauto niet op de openbare weg stond. Belanghebbende ging er van uit dat deze parkeerplaats geen openbare weg is, maar een onderdeel van het particuliere parkeerterrein bij het winkelcentrum . Op de website www.parkopedia.nl staat dat het parkeerterrein ’s avonds ook is afgesloten. Verder kampt belanghebbende met psychische problemen, waarvoor hij na het moment van parkeren onder andere verplicht is opgenomen en onder bewind is geplaatst. Onder die omstandigheden acht belanghebbende het opleggen van een naheffingsaanslag in strijd met het evenredigheidsbeginsel.
Belanghebbende concludeert tot gegrondverklaring van het beroep, vernietiging van de uitspraak op bezwaar en vernietiging van de naheffingsaanslag.
6. Verweerder stelt zich op het standpunt dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd en heeft daarvoor met verwijzing naar foto’s aangevoerd dat de parkeerplaats tot de openbare weg behoort omdat het desbetreffende parkeerterrein toegankelijk is voor het openbare rijverkeer. Dat de parkeerplaats particulier eigendom is maakt dit niet anders. De persoonlijke omstandigheden kunnen volgens verweerder geen reden zijn voor het achterwege laten van de heffing van motorrijtuigenbelasting.
Verweerder concludeert tot ongegrondverklaring van het beroep.
Beoordeling van het geschil
7. Aangaande de vraag of de naheffingsaanslag terecht is opgelegd overweegt de rechtbank dat motorrijtuigenbelasting wordt geheven als het belastbare feit zich voordoet. Het belastbare feit voor de motorrijtuigenbelasting is in dit geval het houden van een bestelauto. De belasting wordt echter bij wijze van uitzondering niet geheven als het kenteken van het voertuig is geschorst, mits gedurende de schorsing met het voertuig geen gebruik wordt gemaakt van de openbare weg. Wordt tijdens een schorsing toch gebruik gemaakt van de openbare weg, dan kan, op grond van artikel 35, eerste lid, van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 (hierna: Wet mrb), de belasting worden nageheven. De openbare weg is elke voor het openbaar rijverkeer of ander verkeer openstaande weg en elk zodanig pad, de in de weg of het pad liggende bruggen en duikers alsmede de tot de weg behorende paden en bermen of zijkanten (artikel 5 van Pro de Wet mrb). Of de weg met genoemde aanhorigheden een particulier eigendom is, is daarbij niet van belang.
8. Op zitting heeft de gemachtigde toegelicht dat belanghebbende door zijn psychische problemen (grote) financiële aankopen doet waardoor hij onder andere is komen te beschikken over een groot wagenpark. Deze beroepsprocedure ziet op de naheffingsaanslag voor de onderhavige bestelauto. Belanghebbende heeft, zo blijkt uit de toelichting op zitting, de bestelauto rond de jaarwisseling van 2023 op 2024 naar de parkeerplaats gereden om daar te parkeren. Tussen partijen is niet in geschil dat dit parkeerterrein waarop belanghebbende de bestelauto had geparkeerd niet is voorzien van borden of hekken, slagbomen of andere fysieke barrières die een vrije toegang van het verkeer tot de parkeerplaats verhinderen. De rechtbank is daarom van oordeel dat de parkeerplaats toegankelijk is voor het openbare rijverkeer. De parkeerplaats behoort dus tot de openbare weg. Niet alleen stond de bestelauto dus geparkeerd op de openbare weg, maar belanghebbende heeft daaraan voorafgaand ook tijdens deze schorsing met de bestelauto gereden op de openbare weg. Op grond van artikel 35 van Pro de Wet mrb bestaat daarom aanleiding tot het naheffen van motorrijtuigenbelasting. Dat belanghebbende, toen hij de bestelauto op de parkeerplaats parkeerde, zich niet realiseerde dat de parkeerplaats volgens de Wet mrb behoort tot de openbare weg, is geen reden af te zien van naheffing. Dat het belastbare feit zich heeft voorgedaan, leidt ertoe dat belanghebbende als houder van de bestelauto in de heffing wordt betrokken. Verweerder heeft daarom terecht een naheffingsaanslag opgelegd. Weliswaar is artikel 35, eerste lid, van de Wet mrb een discretionaire bevoegdheid (zogenoemde “kan-bepaling”), maar naar verweerder op zitting terecht heeft aangevoerd wordt ter voorkoming van willekeur in een geval als het onderhavige altijd een naheffingsaanslag opgelegd. Dat verweerder dus niet heeft afgezien van het opleggen van de naheffingsaanslag, is niet onrechtmatig (zie ook de uitspraak van deze rechtbank van 24 december 2021, ECLI:NL:RBNHO:2021:11829, onder 14).
9. Belanghebbende heeft te kampen met psychische problemen. In dit kader heeft belanghebbende een beroep gedaan op het evenredigheidsbeginsel. Voor zover belanghebbende bedoelt te betogen dat de schorsingen van het kenteken en daarop volgende overtredingen van de schorsingsvoorwaarden hem vanwege zijn psychische problemen niet kunnen worden tegengeworpen, kan dit niet leiden tot vernietiging van de naheffingsaanslag. De gemachtigde van belanghebbende heeft op zitting toegelicht dat belanghebbende in de naheffingsperiode met de bestelauto op de openbare weg heeft gereden waaronder tijdens de derde schorsing naar de betreffende parkeerplaats aan de openbare weg. Voor gebruik van de openbare weg is motorrijtuigenbelasting verschuldigd. Daartoe is belanghebbende met de naheffingsaanslag nu alsnog gehouden. Naar het oordeel van de rechtbank is het opleggen van de naheffingsaanslag daarom niet onevenredig aan het daarmee te bereiken doel, namelijk het heffen en innen van periodiek verschuldigde maar niet betaalde motorrijtuigenbelasting. Verweerder heeft op zitting echter wel toegelicht dat hij heeft onderkend dat de schorsingen van het kenteken en daarop volgend het overtreden van die schorsingsvoorwaarden het gevolg zijn van de psychische problemen van belanghebbende en daarom, bij wijze van uitzondering, de boetebeschikking bij de uitspraak op bezwaar heeft vernietigd.
10. Gelet op het vorenstaande dient het beroep ongegrond te worden verklaard.
Proceskosten
11. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.E.A. Chao, rechter, in aanwezigheid van
H. van Lingen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 februari 2026.
griffier voorzitter
Een afschrift van deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert, is een afschrift per post verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam (belastingkamer).
U kunt digitaal beroep instellen via www.rechtspraak.nl. Daar klikt u op “Formulieren en inloggen”. Hoger beroep instellen kan ook door verzending van een brief aan het gerechtshof Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.
Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:
bij het hogerberoepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.
het hogerberoepschrift moet, indien het op papier wordt ingediend, ondertekend zijn. Verder moet het ten minste het volgende vermelden:
de naam en het adres van de indiener;
de datum van verzending;