ECLI:NL:RBNHO:2026:2488

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
8 januari 2026
Publicatiedatum
11 maart 2026
Zaaknummer
C/15/372161 / JU RK 25-1682
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:260 BWArt. 1:265c lid 2 BWArt. 1:265j lid 3 BWWet maatschappelijke ondersteuning
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing met onderschrijving perspectiefbesluit

De rechtbank Noord-Holland heeft op 8 januari 2026 uitspraak gedaan over het verzoek van de gecertificeerde instelling Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering tot verlenging van de ondertoezichtstelling (OTS) en de machtiging tot uithuisplaatsing (MUHP) van een minderjarige. De minderjarige verblijft sinds vijf jaar bij zijn grootouders, waar ook zijn vader woont. De moeder oefent het ouderlijk gezag uit, maar de communicatie en samenwerking tussen haar en de andere betrokkenen verloopt moeizaam.

De GI heeft een perspectiefbesluit genomen dat de minderjarige bij de grootouders zal opgroeien, omdat de moeder onvoldoende in staat is gebleken om afspraken na te komen en structureel samen te werken. De rechtbank onderschrijft dit perspectiefbesluit en stelt vast dat het belang van de minderjarige gediend is met voortzetting van de huidige situatie. De moeder ontvangt sinds kort ondersteuning vanuit de Wmo, maar er is nog hulp nodig om de communicatie tussen de betrokkenen te verbeteren.

De rechtbank verlengt de OTS en MUHP tot 15 januari 2027 en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Het perspectiefbesluit betekent dat de minderjarige in ieder geval tot zijn meerderjarigheid bij de grootouders zal verblijven en niet zal worden teruggeplaatst bij de moeder. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na dagtekening van de beschikking.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing met een jaar en onderschrijft het perspectiefbesluit dat de minderjarige bij de grootouders zal opgroeien.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Haarlem
Zaaknummer: C/15/372161 / JU RK 25-1682
Datum uitspraak: 8 januari 2026
Beschikking van de meervoudige kamer over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering,
hierna te noemen de GI,
gevestigd te Velserbroek,
over
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige] .
De rechtbank merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [plaats] ,
en
[de vader],
hierna te noemen: de vader,
wonende in [plaats] ,
hierna tezamen ook te noemen: de ouders,
en
[de grootouders],
hierna te noemen: de grootouders,
wonende in [plaats] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 8 november 2025, ingekomen bij de rechtbank op 21 november 2025;
  • het toetsingsadvies van de Raad voor de Kinderbescherming zoals bedoeld in artikel 1:265j lid 3 van het Burgerlijk Wetboek van 24 november 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 8 januari 2026. Hierbij zijn verschenen en gehoord:
- de vader;
  • de grootouders vaderszijde (vz);
  • de GI, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de GI] .
Hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, is de moeder – zonder bericht van afwezigheid – niet ter zitting verschenen.
1.3.
[de minderjarige] is in de gelegenheid gesteld om voorafgaand aan de zitting zijn mening over het verzoek aan de kinderrechter kenbaar te maken, maar heeft hier geen gebruik van gemaakt.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
2.2.
Bij beschikking van 15 januari 2021 van de kinderrechter in deze rechtbank is
[de minderjarige] onder toezicht gesteld. Deze maatregel is daarna steeds verlengd, voor het laatst tot 15 januari 2026.
2.3.
Bij beschikking van 15 januari 2021 heeft de kinderrechter ook een machtiging tot
uithuisplaatsing van [de minderjarige] bij de grootouders vz verleend tot 15 mei 2021. Deze machtiging is daarna steeds verlengd, voor het laatst tot 15 januari 2026.
2.4.
[de minderjarige] verblijft op grond van voornoemde machtiging bij de grootouders (vz). De vader woont ook bij de grootouders.
2.5.
Op 6 november 2025 heeft de GI een perspectiefbesluit genomen dat inhoudt dat [de minderjarige] bij zijn grootouders vz zal opgroeien.
2.6.
[de minderjarige] verblijft de ene week van vrijdag uit school tot na het avondeten bij de moeder en de andere week een volledig weekend.

3.Het verzoek van de GI

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg, te weten bij de grootouders vz, te verlengen voor de duur van één jaar en het perspectiefbesluit, inhoudende dat [de minderjarige] niet bij de moeder, maar bij de grootouders vz zal opgroeien, te onderschrijven. De GI verzoekt de beslissingen uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De GI heeft het verzoek als volgt gemotiveerd.
3.2.
In de beschikking van 9 januari 2025 staat dat het komende jaar duidelijk moet worden waar [de minderjarige] zal opgroeien en wat de rol van de moeder en de grootouders vz in zijn leven zullen zijn. In juni 2024 is het Terug Naar Huis Onderzoek (TNHO) toegekend. In de aanloop naar dit onderzoek is Intensieve Ambulante Gezinsbegeleiding (IAG) ingezet. Gedurende dit traject is gebleken dat het voor de moeder moeilijk was om afspraken na te komen, om beschikbaar te zijn en te blijven en om bereikbaar te zijn voor instanties. Met name om deze reden is IAG in februari 2025 gestopt en daarmee ook het TNHO. Dit betekent dat geen zicht is verkregen op de opvoedvaardigheden en de draaglast van de moeder. Ook waardeert de moeder bepaalde zorgen, zoals haar middelengebruik, anders dan de GI. De GI heeft naar aanleiding hiervan vervolgens het (perspectief)besluit genomen dat [de minderjarige] verder zal opgroeien bij de grootouders vz. De GI merkt dat [de minderjarige] behoefte heeft aan duidelijkheid in dit kader en verzoekt de rechtbank om dit perspectiefbesluit te onderschrijven. Op dit moment is het van belang dat alle betrokkenen in het belang van [de minderjarige] bereid zijn een samenwerking met elkaar aan te gaan. In dit kader zullen gesprekken plaatsvinden met alle betrokkenen, waarin alle lopende zaken met betrekking tot [de minderjarige] zullen worden besproken. Het is hierbij van belang dat de communicatie binnen het systeem verbetert om te voorkomen dat [de minderjarige] in een loyaliteitsconflict raakt en wordt belast met volwassenproblematiek. Mocht de communicatie tussen de partijen niet verbeteren, dan zal Parallel Solo Ouderschap overwogen worden. Ook is de GI voornemens om het komende jaar toe te werken naar een overdracht naar het vrijwillige kader.

4.De standpunten van de belanghebbenden

4.1.
De vader heeft naar voren gebracht achter de verzoeken van de GI en het genomen perspectiefbesluit te staan. Ook de vader ervaart de communicatie met de moeder als lastig en het lukt ook hem niet om afspraken met haar te maken. De vader is bezig om het gezamenlijke gezag over [de minderjarige] te verkrijgen.
4.2.
De grootouders vz hebben naar voren gebracht dat zij in staat en bereid zijn om zo lang als nodig voor [de minderjarige] te zorgen. Wel lopen ook de grootouders aan tegen het gebrekkige contact met de moeder en het maken van afspraken met haar. De grootouders hopen dat dit verbetert.

5.De beoordeling door de rechtbank

ten aanzien van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing
5.1.
De rechtbank is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] Ook op dit moment wordt [de minderjarige] ernstig in zijn ontwikkeling bedreigd. De concrete ontwikkelingsbedreiging is nu nog gelegen in het ontbreken van een constructieve samenwerkingsrelatie tussen de moeder enerzijds en de vader en de grootouders vz anderzijds. [de minderjarige] woont al vijf jaar bij zijn grootouders vz, samen met zijn vader. In al die tijd is de onderlinge communicatie en samenwerking tussen de moeder enerzijds en grootouders vz en vader anderzijds moeizaam gebleven. Zonder begeleiding van de GI lukt het partijen nog steeds niet om constructief met elkaar te communiceren en samen te werken. [de minderjarige] heeft wekelijk omgang met zijn moeder. Het is dan ook in het belang van [de minderjarige] noodzakelijk dat deze belangrijke personen om hem heen op een harmonieuze wijze met elkaar in contact staan om te voorkomen dat [de minderjarige] in een loyaliteitsconflict terecht komt en wordt belast met volwassenproblematiek. Het maken en nakomen van afspraken blijkt de moeder echter lastig af te gaan. De rechtbank acht het positief dat de moeder in dit kader sinds kort ondersteuning ontvangt en accepteert vanuit de Wmo [2] . Ook is de komende periode hulp nodig in het verder vormgeven en versterken van de onderlinge communicatie en verstandhouding tussen de moeder, de vader en de grootouders vz. De hoop is dat de ondersteuning door de Wmo begeleidster van de moeder verder kan bijdragen aan een positieve verandering in de samenwerking en communicatie tussen moeder, vader en grootouders vz. De rechtbank acht het daarom van belang dat de GI als regievoerder betrokken blijft om ervoor te zorgen dat succesvol aan dit doel wordt gewerkt en de nodige hulpverlening in dit kader wordt in- en/of doorgezet. De rechtbank zal dan ook de ondertoezichtstelling verlengen voor de duur van één jaar, zoals verzocht.
5.2.
Ook is de rechtbank van oordeel dat een verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] noodzakelijk is in het belang van zijn verzorging en opvoeding. [3] Zoals eerder overwogen, woont [de minderjarige] al vijf jaar bij zijn grootouders. Gedurende deze periode is het de moeder niet gelukt om structureel samen te werken met de GI, omdat zij steeds in en uit contact gaat. Er is daarom nog steeds onvoldoende zicht op de opvoedvaardigheden en draagkracht van de moeder. Dit maakt dat een thuisplaatsing niet in het belang van [de minderjarige] kan worden geacht. De rechtbank acht het van belang dat het verblijf van [de minderjarige] bij de grootouders vz, die hem rust, structuur en veiligheid bieden, wordt voortgezet en gewaarborgd. De rechtbank zal daarom ook de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] verlengen voor de duur van één jaar, zoals verzocht.
ten aanzien van het perspectiefbesluit
5.3.
Uit de uitspraak van de Hoge Raad van 1 september 2023 (ECLI:NL:HR:2023:1148) volgt dat de wet niet voorziet in een zelfstandige rechtsingang waarin een perspectiefbesluit als zodanig aan de rechter ter beoordeling kan worden voorgelegd. In deze uitspraak heeft de Hoge Raad echter ook overwogen dat de rechter een perspectiefbesluit wel zal moeten beoordelen indien dit noodzakelijk is in verband met beslissingen, maatregelen en verzoeken die (mede) voortvloeien uit of samenhangen met het standpunt van de GI over het opgroeiperspectief van de minderjarige. Dit is hier aan de orde bij de beoordeling van het verzoek tot verlenging van de machtiging uithuisplaatsing van [de minderjarige] . Hierna zal dan ook worden overgegaan tot het beoordelen van het perspectiefbesluit in het licht bezien van de door de GI verzochte verlenging van de machtiging uithuisplaatsing.
5.4.
Bij beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 9 januari 2025 heeft de rechtbank de GI de opdracht gegeven om te bepalen waar [de minderjarige] verder zal opgroeien en wat de rol van de moeder en de grootouders hierin zal zijn. In dit kader heeft de GI (opnieuw) een TNHO ingezet. Dit traject is vroegtijdig gestaakt, vanwege het onvermogen van de moeder om in contact te blijven met de hulpverlening, afspraken te maken en de gemaakte afspraken na te komen. Inmiddels heeft [de minderjarige] behoefte aan duidelijkheid over zijn opgroeiperspectief. De GI heeft daarom besloten dat [de minderjarige] verder zal opgroeien bij de grootouders vz. De rechtbank stelt vast dat de zorgen bij de moeder al lange tijd spelen en dat de inzet van de nodige hulpverlening niet tot een wezenlijke en duurzame verbetering heeft geleid. Het valt niet te verwachten dat hier (op korte termijn) verandering in zal komen. [de minderjarige] verblijft inmiddels geruime tijd bij de grootouders vz, die hem een veilige en stabiele basis bieden. Om [de minderjarige] de nodige rust en duidelijkheid te geven over zijn opgroeiperspectief, zal de rechtbank het perspectiefbesluit van de GI, inhoudende dat hij niet bij de moeder, maar bij de grootouders vz verder zal opgroeien, onderschrijven. Dit betekent dat [de minderjarige] in ieder geval tot zijn meerderjarigheid bij de grootouders vz zal verblijven en dat er niet zal worden toegewerkt naar een terugplaatsing bij de moeder.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van
[de minderjarige]tot 15 januari 2027;
6.2.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van
[de minderjarige]in een voorziening voor pleegzorg, te weten bij de grootouders vz, tot 15 januari 2027;
6.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. C.E. Voskens, mr. A.K. Mireku en mr. M.H. Simons, kinderrechters, en in het openbaar uitgesproken op 8 januari 2026, in aanwezigheid van
mr. J.E. van Veen als griffier, op schrift gesteld op 22 januari 2026
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW Pro.
2.Wet maatschappelijke ondersteuning.
3.Artikel 1:265c, tweede lid, BW.