Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 februari 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Helder, hierna: het college
Samenvatting
Procesverloop
Het college heeft een nieuwe beslissing op bezwaar genomen (het onderhavige bestreden besluit van 25 maart 2025), waarbij het college op grond van nader verricht onderzoek de aanvraag op een gewijzigde grondslag heeft afgewezen, namelijk dat het recht op bijstand over de periode in geding niet kan worden vastgesteld.
Het college heeft op 11 juni 2025 op het beroep gereageerd.
zij niet ter zitting aanwezig zullen zijn’.
Beoordeling door de rechtbank
“Eiseres is het niet eens met de beslissing op bezwaar. Eiseres is van mening dat op basis van de voorhanden zijnde informatie het recht op bijstand in de betreffende periode kan worden vastgesteld. Daarnaast meent eiseres dat het onderzoek, dat is verricht na de uitspraak van uw rechtbank en vóór het bestreden besluit onvolledig en onzorgvuldig is. Eiseres is ook ten onrechte niet gehoord voor het nemen van de beslissing op bezwaar. Eiseres maakt aanspraak op vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.”Het oordeel van de rechtbank
onvolledig en onzorgvuldig’ is. Eiseres heeft daar geen enkele aanvulling op gegeven en is ook ter zitting niet verschenen om een toelichting te geven. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, is het de rechtbank een raadsel waarop wordt gedoeld. Dit geldt eveneens voor de stelling dat het recht op bijstand zou kunnen worden vastgesteld, dit is evenmin toegelicht of onderbouwd.
De rechtbank heeft kennis genomen van het onderzoeksrapport van 25 maart 2025 en is van oordeel dat het onderzoek zorgvuldig is verricht. Bij eiseres zijn stukken opgevraagd en er zijn haar vragen gesteld die zijn beantwoord. Vervolgens is in het rapport de ontvangen informatie beoordeeld en is de conclusie toegelicht. Het is daarbij niet gebleken dat er informatie ontbreekt of op onjuiste wijze is beoordeeld. Het bestreden besluit is gebaseerd op dit onderzoeksrapport, waarbij is gemotiveerd welke informatie tot de conclusie leidt dat het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld over de onderhavige periode. De rechtbank kan dit volgen. Deze beroepsgronden kunnen dan ook niet slagen.
Het onderzoek, waarbij eiseres overigens niet (opnieuw) is gehoord over de bevindingen, heeft geleid tot het nemen van een nieuw besluit op bezwaar op een gewijzigde grondslag. Dat maakt dat er geen reden was om eiseres niet in de gelegenheid te stellen om te worden gehoord. Door eiseres niet in de gelegenheid te stellen om te worden gehoord alvorens tot het nemen van het besluit over te gaan, gaat het college voorbij aan het feit dat dit een fundamenteel recht is en een actieve plicht van het bestuursorgaan betreft. Het enkele feit dat zij ter zitting op de rechtbank zou kunnen worden gehoord is in dat kader in beginsel onvoldoende. Dat betekent dat de hoorplicht van artikel 7:2 van Pro de Awb is geschonden.
Het college heeft terecht de aanvraag van eiseres om in aanmerking te komen voor een bijstandsuitkering afgewezen.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- draagt het college op het betaalde griffierecht van € 53,- aan eiseres te vergoeden, en
- veroordeelt het college tot betaling van € 934,- aan proceskosten aan eiseres.