Eiseres, werkzaam als schoonmaakster, vroeg een WIA-uitkering aan na langdurige ziekte. Het UWV wees de aanvraag af omdat zij volgens medisch en arbeidskundig onderzoek volledig inzetbaar was (0% arbeidsongeschiktheid). Eiseres voerde aan dat haar klachten aan bekken, nek, polsen, psychische gesteldheid en slaapproblemen onvoldoende waren meegewogen en dat zij een urenbeperking behoefde.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig en volledig was uitgevoerd door verzekeringsartsen, die de beperkingen adequaat hadden vastgesteld en gemotiveerd. De arbeidsdeskundige concludeerde dat de functies die aan eiseres werden voorgehouden binnen haar belastbaarheid vielen. De rechtbank verwierp het bezwaar tegen de geschiktheid van functies, behalve voor de functie productiemedewerker industrie vanwege taalbeheersing.
De arbeidsdeskundige stelde een alternatieve functie voor die geen taalvereisten kent, wat de rechtbank aanvaardde. De rechtbank concludeerde dat het UWV de aanvraag terecht heeft afgewezen omdat eiseres geen verlies van verdiencapaciteit heeft. Het beroep werd ongegrond verklaard, het griffierecht en proceskosten werden aan eiseres toegekend.