ECLI:NL:RBNHO:2026:2256

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
5 februari 2026
Publicatiedatum
5 maart 2026
Zaaknummer
11965045
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:669 lid 1 BWArt. 7:669 lid 3 BWArt. 7:671b lid 9 sub a BWArt. 7:673 lid 1 BWArt. 150 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens duurzaam verstoorde arbeidsverhouding zonder billijke vergoeding

De werkgever, De Zwaluw Logistiek B.V., verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst met de werknemer [verweerder] wegens een duurzaam verstoorde arbeidsverhouding. De kantonrechter oordeelt dat de arbeidsrelatie zodanig verstoord is dat voortzetting niet redelijk is en wijst het ontbindingsverzoek toe op de g-grond. Herplaatsing is niet mogelijk en het opzegverbod tijdens ziekte staat niet aan ontbinding in de weg omdat de werknemer niet arbeidsongeschikt is.

De werknemer verzoekt tevens een billijke vergoeding toe te kennen wegens ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever, maar dit wordt afgewezen omdat onvoldoende bewijs is geleverd dat de werkgever de arbeidsverhouding willens en wetens heeft verstoord. Beide partijen hebben bijgedragen aan de verstoorde relatie. De kantonrechter wijst de transitievergoeding toe en bepaalt de ontbindingsdatum op 1 april 2026.

Daarnaast behandelt de kantonrechter het relatiebeding. De werknemer vindt het beding te ruim en onwerkbaar, met name vanwege het ontbreken van een duidelijke lijst van klanten en relaties. De kantonrechter oordeelt dat De Zwaluw een lijst moet verstrekken van klanten en relaties die onder het beding vallen, met een beperking dat klanten die al zaken deden met een nieuwe werkgever van de werknemer niet onder het beding vallen. Verder wordt het verzoek om het beding verder te beperken afgewezen.

De kantonrechter bepaalt dat partijen ieder hun eigen proceskosten dragen en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden zonder billijke vergoeding, met toekenning van een transitievergoeding van €7.987,08 bruto en een gedeeltelijke vernietiging van het relatiebeding.

Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 april 2026 zonder billijke vergoeding, met toekenning van een transitievergoeding en gedeeltelijke beperking van het relatiebeding.

Uitspraak

RECHTBANKNOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Alkmaar
Zaaknummer / rekestnummer: 11965045 \ AO VERZ 25-91
Beschikking van 5 februari 2026
in de zaak van
DE ZWALUW LOGISTIEK B.V.,
te Blokker,
verzoekende partij,
verwerende partij in het tegenverzoek,
hierna te noemen: De Zwaluw,
gemachtigde: mr. A. Koopman,
tegen
[verweerder],
te [plaats] ,
verwerende partij,
verzoekende partij in het tegenverzoek,
hierna te noemen: [verweerder] ,
gemachtigde: mr. A. Kloet.
De zaak in het kort
In deze zaak verzoekt de werkgever om ontbinding van de arbeidsovereenkomst met de werknemer onder toekenning van een transitievergoeding. De kantonrechter wijst het verzoek toe omdat er een redelijke grond is voor ontbinding, te weten een duurzaam verstoorde arbeidsrelatie. Het tegenverzoek van werknemer om toekenning van een billijke vergoeding wordt afgewezen, omdat de arbeidsovereenkomst niet als gevolg van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten door de werkgever wordt ontbonden. De tegenverzoeken van werknemer met betrekking tot het overeengekomen relatiebeding worden deels toegewezen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift
- het verweerschrift, met een tegenverzoek
- aanvullende stukken van De Zwaluw van 2 januari 2026
- de mondelinge behandeling van 8 januari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt en ten behoeve waarvan door De Zwaluw pleitnotities zijn overgelegd.
1.2.
De beschikking is bepaald op vandaag.

2.Feiten

2.1.
De Zwaluw is een Europese logistieke dienstverlener die een totaalpakket aan logistieke diensten aan haar klanten aanbiedt, waaronder transport, distributie, opslag van producten op pallets en douaneformaliteiten. [betrokkene 1] (hierna: [betrokkene 1] ) is bestuurder van De Zwaluw.
2.2.
[verweerder] , geboren [geboortedatum] 1996, is sinds 13 april 2021 in dienst bij De Zwaluw. De functie van [verweerder] is Logistics Engineer met een loon van € 4.467,05 bruto per maand exclusief 8% vakantietoeslag.
2.3.
De vader van [verweerder] , [betrokkene 2] (hierna: [betrokkene 2] ) is van 2012 tot 14 juli 2025 in dienst geweest bij een zusteronderneming van De Zwaluw (Transmission Hoorn B.V.) en was laatstelijk werkzaam als Financieel Directeur van de groep waartoe De Zwaluw en Transmission Hoorn behoren. [betrokkene 2] zou per 1 september 2025 met vroegpensioen gaan. Op 1 mei 2025 heeft [betrokkene 2] zich ziekgemeld vanwege een arbeidsconflict met [betrokkene 1] , waarna hij na tussenkomst van een mediator per 14 juli 2025 met pensioen is gegaan. [betrokkene 2] is na zijn uitdiensttreding minderheidsaandeelhouder gebleven.
2.4.
Op 13 mei 2025 heeft [betrokkene 3] (broer van [verweerder] , zoon van [betrokkene 2] het bedrijf [bedrijf] B.V. (hierna: [bedrijf] ) opgericht. [bedrijf] houdt zich bezig met de ontwikkeling van software voor logistieke bedrijven. [betrokkene 2] is sindsdien middellijk bestuurder van [bedrijf] . De Zwaluw heeft een geschil met [bedrijf] , omdat zij meent dat de software die [bedrijf] aanbiedt een kopie is van de software oplossingen die De Zwaluw en haar zusterbedrijven gebruiken voor hun operaties.
2.5.
Op of omstreeks 12 juni 2025 heeft [betrokkene 1] aan [verweerder] laten weten dat het conflict dat zij met [betrokkene 2] heeft wat haar betreft niets met [verweerder] te maken heeft en dat [verweerder] als medewerker van De Zwaluw wordt gewaardeerd.
2.6.
Op of omstreeks18 juni 2025 heeft [verweerder] [betrokkene 1] gevraagd of hij de bedrijfsauto die zijn vader gebruikte mocht overnemen. [betrokkene 1] heeft hier afwijzend op gereageerd.
2.7.
Van 20 juni tot 12 juli 2025 is [verweerder] op vakantie geweest.
2.8.
Op 8 augustus 2025 heeft tussen [verweerder] en [betrokkene 1] de volgende e-mailwisseling plaatsgevonden:
[verweerder] : “
Ik begreep vandaag van [betrokkene 4] dat jij mij niet meer vertrouwt en dat ik daarom geen rechten meer heb om mijn dagelijkse werkzaamheden te doen. (…) Ik zou graag willen horen wat de redenen zijn van wantrouwen, gezien ik dat nog niet eerder van jou zelf heb gehoord en er ook geen enkele reden voor is.”[betrokkene 1] : “
[betrokkene 4] komt zo even bij jou langs om onderstaande ter corrigeren. Het klopt nl niet wat jij zegt”.
2.9.
Bij e-mail van 27 augustus 2025 heeft [verweerder] zich ziek gemeld, waarbij hij het volgende heeft geschreven:
“Via deze weg wil ik nogmaals melding maken van een voor mij persoonlijk ernstig en belastend probleem op de werkvloer. Sinds begin juni ervaar ik structureel gedrag binnen De Zwaluw (…) dat ik als pesten en buitensluiten ervaar. Dit gedrag heeft geleid tot een onveilig werkklimaat, met als gevolg dat ik mij ernstig gestrest en overspannen voel. Sinds juni zijn er zonder uitleg of legitieme redenen rechten en verantwoordelijkheden van mij afgenomen. Ik word uitgesloten van vergaderingen, de band tussen mijn leidinggevenden en collega’s en mij is in hele korte tijd enorm veranderd en afstandelijker geworden, collega’s nemen taken over zonder overleg en ik voel mij genegeerd door jou als werkgever. (…)”
2.10.
Per e-mail van dezelfde dag heeft [betrokkene 1] hierop als volgt gereageerd:

Dank voor je bericht en erg vervelend te horen dat het zo hoog is opgelopen bij jou. Wij zouden graag met jou in gesprek gaan om te kunnen spreken over het door jou ervaren gevoel van pesten en buitensluiten. Wij vinden het nogmaals erg vervelend dat jij dit zo ervaart en nemen deze melding dan ook uiterst serieus. (…) voor de goede orde bevestig ik hiermee dan ook nog maar even dat het feit dat je vorige week niet aanwezig kon zijn bij de Action bespreking was vanwege de vakantieperiode in Blokker (…). Het feit dat je vanuit huis niet meer in kan loggen heeft te maken met aanpassingen in ons security beleid omdat we nu onderdeel zijn van een beursgenoteerde onderneming. De procedures zullen de komende tijd dan ook nog veel strenger aangepast worden (…). Deze veranderingen en (strenger) procedures gelden voor iedereen. (…) We horen graag of jij openstaat voor een gesprek hierover waarin we jouw zorgen hopelijk kunnen wegnemen. In de tussentijd begrijpen wij dat je de vaste vertrouwenspersoon niet wenst te spreken en hiervoor hebben wij een andere persoon aangewezen (…).”
2.11.
Op 28 augustus 2025 heeft de bedrijfsarts teruggekoppeld dat werkhervatting voorlopig niet mogelijk is, dat aanvullende informatie van De Zwaluw nodig is om een terugkeerplan op te stellen en dat in een latere, stabielere fase een gesprek tussen [verweerder] en een neutrale vertrouwenspersoon kan plaatsvinden.
2.12.
Bij e-mail van 29 augustus 2025 heeft [verweerder] [betrokkene 1] laten weten dat en waarom hij geen gebruik kan maken van de andere persoon die als vertrouwenspersoon is voorgesteld en die tevens directielid is:
(…) Ik heb in het verleden meerdere negatieve ervaringen met hem gehad, waaronder racistische opmerkingen richting mijn vriendin (die uit Zuid Afrika komt). Ook wanneer [betrokkene 5] aanwezig was in ons kantoor vond hij het altijd nodig om racistische “grappen” te maken. Zo had hij het altijd over een contactpersoon van een klant die hij “zwarte kut hoer” noemde omdat zij iets niet goed geregeld had. (…) daarnaast heb ik van hemzelf en van collega’s ook het een en ander gehoord. Zo zou hij onder andere een zwangere vrouw hebben aangenomen maar nadat zij aangaf dat ze zwanger was heeft [betrokkene 5] haar opgebeld dat ze niet meer hoeft te komen omdat ze zwanger was. (…)”.
2.13.
Nadat De Zwaluw was overgestapt naar een nieuwe Arbodienst, is [verweerder] op consult bij de nieuwe bedrijfsarts geweest. Die koppelde op 16 september 2025 terug dat
[verweerder] nog niet inzetbaar is en heeft mediation geadviseerd in verband met het conflict.
2.14.
Bij e-mail van 18 september 2025 heeft de gemachtigde van De Zwaluw een mediator voorgesteld.
2.15.
Nadat partijen over en weer mediators hadden voorgesteld, is op of omstreeks 23 september 2025 overeenstemming over een mediator bereikt waarna een mediationtraject is opgestart.
2.16.
Op 4 november 2025 heeft de mediator de mediation zonder resultaat beëindigd.
2.17.
Op 4 december 2025 heeft de bedrijfsarts gerapporteerd dat geen sprake is van arbeidsongeschiktheid ten gevolge van ziekte of gebrek.
2.18.
De Zwaluw heeft e-mailverkeer (periode januari, februari, maart 2025) tussen [verweerder] en [betrokkene 2] overgelegd, waarin zij zich tegenover elkaar beklagen over (bepaalde medewerkers van) De Zwaluw.

3.Het verzoek, het verweer en het tegenverzoek

3.1.
De Zwaluw verzoekt de arbeidsovereenkomst met [verweerder] te ontbinden vanwege een verstoorde arbeidsverhouding, onder toekenning van een transitievergoeding en een proceskostenveroordeling.
3.2.
De Zwaluw heeft aan het verzoek ten grondslag gelegd – samengevat – dat door het structurele en duurzame wantrouwen en onvrede van [verweerder] over De Zwaluw de arbeidsverhouding dermate ernstig en duurzaam verstoord is geraakt. In plaats van dat [verweerder] zijn onvrede heeft uitgesproken zodat partijen daar iets aan konden doen, heeft hij zelf een arbeidsconflict gecreëerd met gebruikmaking van een ziekmelding. De Zwaluw heeft geen vertrouwen meer in een constructieve voortzetting van de arbeidsrelatie, nu alle pogingen om de samenwerking te verbeteren (onder andere met mediation) geen oplossing hebben gebracht. Herplaatsing is niet mogelijk en ligt niet in de rede.
3.3.
[verweerder] verweert zich tegen het verzoek en verzoekt om afwijzing van de verzochte ontbinding, omdat er geen redelijke ontslaggrond is vanwege het geldende opzegverbod tijdens ziekte. Voor het geval de arbeidsovereenkomst toch wordt ontbonden, verzoekt [verweerder] om De Zwaluw te veroordelen tot betaling van de transitievergoeding en een billijke vergoeding van een jaarsalaris en tot het opmaken en verstrekken van een deugdelijke eindafrekening.
3.4.
Verder verzoekt [verweerder] om: (I) De Zwaluw te veroordelen om aan [verweerder] een lijst te verstrekken van (potentiële) klanten en relaties die onder het relatiebeding vallen; (II) voor recht te verklaren dat [verweerder] het relatiebeding niet overtreedt wanneer hij bij een nieuwe werkgever in dienst treedt die zaken doet met (potentiële) klanten en relaties van De Zwaluw, wanneer deze (potentiële) klanten en relaties al zaken doen met die nieuwe werkgever op het moment dat [verweerder] daar in dienst treedt; (III) het relatiebeding te beperken tot een verbod om (potentiële) klanten en relaties van De Zwaluw te bewegen over te stappen naar een met De Zwaluw concurrerend bedrijf; (IV) De Zwaluw te veroordelen in de proceskosten.

4.De beoordeling van het verzoek

4.1.
Het gaat in deze zaak allereerst om de vraag of de arbeidsovereenkomst tussen partijen moet worden ontbonden en zo ja, of aan [verweerder] een billijke vergoeding moet worden betaald. De kantonrechter oordeelt dat de arbeidsovereenkomst moet worden ontbonden zonder toekenning van een billijke vergoeding aan [verweerder] . Dat oordeel wordt hierna toegelicht.
De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden op de g-grond
4.2.
Een arbeidsovereenkomst kan alleen worden ontbonden als daar een redelijke grond voor is. In de wet is bepaald wat een redelijke grond is. [1] Onder een redelijke grond voor ontbinding wordt onder andere verstaan een verstoorde arbeidsverhouding, zodanig dat van de werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Dat een verstoring van de arbeidsverhouding (grotendeels) aan de werkgever is te wijten, hoeft niet in de weg te staan aan ontbinding. [2] Ook is voor ontbinding vereist dat herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn niet mogelijk is of niet in de rede ligt. [3]
4.3.
[verweerder] heeft ter zitting laten weten dat hij zich niet langer tegen de verzochte ontbinding verzet en zijn primaire verweer (afwijzing van het verzoek) laat varen. Omdat partijen het erover eens zijn dat de arbeidsverhouding dusdanig verstoord is geraakt dat een terugkeer niet reëel is, oordeelt de kantonrechter dat er een redelijke grond is voor ontbinding (g-grond). Herplaatsing van [verweerder] binnen een redelijke termijn ligt daardoor niet in de rede.
4.4.
Ten overvloede overweegt de kantonrechter dat het opzegverbod tijdens ziekte niet aan de ontbinding in de weg staat, nu de bedrijfsarts op 4 december 2025 heeft geoordeeld dat geen sprake is van arbeidsongeschiktheid ten gevolge van ziekte of gebrek. [4]
Er is geen billijke vergoeding verschuldigd
4.5.
De kantonrechter ziet onvoldoende aanleiding om aan [verweerder] een billijke vergoeding toe te kennen. Een billijke vergoeding kan worden toegekend als de ontbinding van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. Dat zal zich alleen voordoen in uitzonderlijke gevallen en als een werkgever de verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst in ernstige mate schendt. Bij de beoordeling of de ontbinding het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever, moeten alle omstandigheden van het geval, in onderling verband en samenhang, in aanmerking worden genomen. In dit geval is geen sprake van dergelijk ernstig verwijtbaar handelen of nalaten. Dat wordt als volgt toegelicht.
4.6.
Volgens [verweerder] heeft De Zwaluw ernstig verwijtbaar gehandeld door hem er vanwege het conflict met zijn vader uit te pesten en daarmee de arbeidsverhouding willens en wetens ernstig te verstoren. De Zwaluw zou [verweerder] vanaf juni 2025 stelselmatig en zonder deugdelijk motivering anders hebben behandeld dan zijn collega’s, hem essentiële toegangsrechten en bevoegdheden hebben afgepakt, en hem hebben uitgesloten van relevante vergaderingen. Zo heeft De Zwaluw: (1) [verweerder] geweigerd om de bedrijfsauto van zijn vader over te nemen terwijl zijn directe collega wel een bedrijfsauto heeft; (2) zijn rechten als Administrator, toegang tot de L-schijf en de mogelijkheid om thuis/extern te werken afgepakt; (3) zijn deelname aan de Action-meeting geweigerd en signalen van [verweerder] hierover genegeerd. Ook tijdens zijn ziekte heeft De Zwaluw onzorgvuldig gehandeld door het advies van de eerste bedrijfsarts naast zich neer te leggen en hem onder druk te zetten om, onder dreiging van een loonstop, mee te werken aan exit-mediation, aldus nog steeds [verweerder] .
4.7.
De Zwaluw heeft de verwijten gemotiveerd weersproken. Voor wat betreft de bedrijfsauto (1) heeft De Zwaluw naar voren gebracht dat [verweerder] daar vanwege zijn junior functie niet voor in aanmerking kwam (en zeker niet voor een directie-auto zoals zijn vader die gebruikte) en dat de vergelijking met de directe collega niet opgaat omdat die collega een senior functie bekleedt. Over de ICT-rechten/bevoegdheden (2) is toegelicht dat de (IT-)beveiligingsmaatregelen na overname door een Japans beursgenoteerd bedrijf zijn aangescherpt. Als gevolg daarvan is opnieuw onder de loep genomen wie welke rechten en bevoegdheden (nodig) heeft. Volgens De Zwaluw heeft [verweerder] voor zijn functie geen toegang tot de L-schijf (klanttarieven) nodig. Voor wat betreft het thuiswerken geldt volgens De Zwaluw dat slechts enkele medewerkers mogen thuiswerken en dat de rest, waaronder [verweerder] , dat niet mag. Daarin is volgens De Zwaluw geen verandering gekomen. Over de Action-vergadering (3) heeft De Zwaluw naar voren gebracht dat [verweerder] aanwezig moest zijn op de vestiging in Blokker waar de bezetting vanwege de zomervakantie laag was.
4.8.
Het had vervolgens op de weg van [verweerder] gelegen (op wie de bewijslast rust van het gestelde ernstig verwijtbaar handelen/nalaten [5] ) om zijn stellingen nader te onderbouwen, maar dat is niet (voldoende) gebeurd. Ter onderbouwing van zijn stelling dat De Zwaluw hem er bewust heeft willen uitwerken, heeft [verweerder] nog een vacature voor de functie van IT Medewerker overgelegd. De Zwaluw betwist echter dat het om een vacature ter vervanging van [verweerder] gaat en heeft toegelicht dat zij vanwege verdergaande digitalisering in de logistiek veel personeel op dat gebied zoekt. De Zwaluw heeft er terecht op gewezen dat uit de vacature niet kan worden opgemaakt van welke datum die is. Zonder nadere onderbouwing van [verweerder] kan daardoor niet worden aangenomen dat de vacature bewust is uitgezet om [verweerder] te vervangen/eruit te werken.
4.9.
Gelet op het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat niet is komen vast te staan dat [verweerder] stelselmatig ongelijk is behandeld of structureel is (weg-)gepest. Het geringe aantal, de ernst en de duur van de (door [verweerder] genoemde maar door De Zwaluw weersproken) gedragingen zijn daarbij ook meegewogen. Dat neemt niet weg dat voorstelbaar is dat door het tussen De Zwaluw en [betrokkene 2] gerezen conflict [6] een lastige situatie voor partijen is ontstaan. Het was aan De Zwaluw geweest om hierover open en constructief met [verweerder] in gesprek te gaan, maar dat is niet (voldoende) gebeurd. [7] Daar staat tegenover dat [verweerder] de zaken met zijn e-mails van 27 en 29 augustus 2025 [8] ook onnodig op scherp heeft gesteld, waarmee hij aan het ontstaan van de verstoring heeft bijgedragen. In de daaropvolgende periode lijkt het aan de wil van beide partijen te hebben ontbroken om (nog) tot herstel van de arbeidsverhouding te komen. Gelet hierop kan niet worden aangenomen dat De Zwaluw de arbeidsverhouding willens en wetens duurzaam heeft verstoord.
4.10.
De handelwijze van De Zwaluw tijdens [verweerder] ’s ziekteperiode levert geen ernstige verwijtbaarheid op. Het is gelet op de toelichting van De Zwaluw niet aannemelijk geworden dat De Zwaluw het advies van de eerste bedrijfsarts bewust heeft omzeild door van Arbo-dienst te wisselen. Bovendien volgt uit het advies van de eerste bedrijfsarts niet dat De Zwaluw medisch ongeschikt was om (ruim twee weken later) mee te werken aan mediation. De Zwaluw heeft betwist dat zij [verweerder] onder druk heeft gezet om mee te werken aan exit mediation. Op de (heimelijk door [verweerder] gemaakte) geluidsopname van zijn gesprek met de bedrijfsarts is weliswaar te horen dat de bedrijfsarts exit-mediation heeft genoemd, maar dit lijkt voort te komen uit de onvrede die [verweerder] bij de bedrijfsarts over De Zwaluw heeft geuit. Er blijkt in elk geval niet uit dat die suggestie uit de koker van De Zwaluw kwam.
Ontbindingsdatum en transitievergoeding
4.11.
De conclusie is dat de arbeidsovereenkomst zal worden ontbonden. Het einde van de arbeidsovereenkomst zal worden bepaald op 1 april 2026. Dat is de datum waarop de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging zou zijn geëindigd, verminderd met de duur van deze procedure. [9]
4.12.
De Zwaluw is aan [verweerder] een transitievergoeding verschuldigd. [10] Voor de hoogte van de transitievergoeding gaat de kantonrechter uit van het door De Zwaluw in haar berekening gehanteerde maandloon inclusief 8% vakantietoeslag van € 4.824,41 bruto en als einddatum 1 april 2026. De transitievergoeding komt daarmee uit op een bedrag van
€ 7.987,08 bruto. [verweerder] komt uit op een bedrag van € 8.310,- bruto, omdat hij met een (hoger) maandloon van € 5.017,39 bruto inclusief 8% vakantietoeslag heeft gerekend. Dit bedrag strookt echter niet met het maandloon zoals vermeld op de overgelegde salarisspecificatie. Bij gebreke van een toelichting of onderbouwing op dit punt, zal daarom aan het door [verweerder] gevorderde bedrag voorbij worden gegaan.
4.13.
De Zwaluw hoeft geen gelegenheid te krijgen het verzoek in te trekken, omdat aan de ontbinding geen billijke vergoeding wordt verbonden.
Proceskosten
4.14.
De kantonrechter zal bepalen dat partijen ieder hun eigen proceskosten moeten betalen, omdat de aard van de zaak daartoe aanleiding geeft en geen sprake is van (ernstig) verwijtbaar handelen of nalaten van één van beide partijen.

5.De beoordeling van het tegenverzoek

5.1.
Op de verzoeken van [verweerder] tot betaling van een transitie- en billijke vergoeding is hiervoor al beslist.
5.2.
Het verzoek van [verweerder] om De Zwaluw te veroordelen om een deugdelijke eindafrekening op te maken en uit te betalen wordt toegewezen.
5.3.
Voor wat betreft de verzoeken van [verweerder] met betrekking tot het relatiebeding heeft [verweerder] aangevoerd dat De Zwaluw een groot transportbedrijf is met een enorme lijst aan klanten en relaties waarvan het [verweerder] niet duidelijk is welke (rechts)personen hieronder vallen. Het is voor [verweerder] niet werkbaar als hij steeds bij De Zwaluw zou moeten checken of hij contact met een bepaalde relatie mag hebben of niet. Het beding is ook te verstrekkend, waardoor het voor [verweerder] onmogelijk is om in de transportsector te gaan werken. Volgens [verweerder] delen alle transportbedrijven in de omgeving dezelfde klanten. Het zou daardoor onredelijk zijn als [verweerder] bij een nieuwe werkgever ook geen contact mag hebben met (potentiële) klanten en relaties van De Zwaluw die al zaken deden met de nieuwe werkgever voordat [verweerder] daar in dienst treedt.
5.4.
De Zwaluw heeft zich tegen de verzoeken verzet. Zij heeft toegelicht dat zij [verweerder] niets in de weg wil leggen voor een nieuwe baan en dat zij er geen bezwaar tegen heeft als [verweerder] bij een ander logistiek bedrijf gaat werken, maar dat zij niet wil dat [verweerder] klanten bij De Zwaluw gaat wegtrekken. De Zwaluw betwist dat er grote overlap is met het klantenbestand van logistieke bedrijven. Indien De Zwaluw een klantlijst aan [verweerder] moet verstrekken, is er gegronde vrees dat [verweerder] deze doorspeelt aan [bedrijf] die met hun gestolen systemen naar de klanten van De Zwaluw zal gaan.
5.5.
Het relatiebeding staat in artikel 9 van Pro de arbeidsovereenkomst onder het kopje ‘Geheimhouding en boeteclausule’ en luidt als volgt:
“Zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van werkgever is het werknemer gedurende 24 maanden na beëindiging van de arbeidsovereenkomst verboden zijn diensten aan te bieden aan of werkzaam te zijn voor of bij klanten of relaties van werkgever of een met haar gelieerde onderneming, c.q. direct of indirect betrokken te zijn bij een onderneming, die aan klanten of relaties van werkgever zaken levert of diensten verleent. Werknemer verbindt zich voorts in generlei opzicht te bevorderen, direct of indirect, dat een klant of relatie van werkgever naar een met werkgever concurrerend bedrijf overgaat.
Onder klant of relatie wordt verstaan elke natuurlijke of rechtspersoon, alsmede zijn/haar werknemers, met wie werkgever gedurende 24 maanden voorafgaande aan het einde van de arbeidsovereenkomst zakelijke contacten heeft onderhouden.
Onder klant of relatie van werkgever wordt in dit geval tevens verstaan de potentiële klant of relatie, met wie werkgever gedurende 12 maanden voorafgaande aan het einde van de arbeidsovereenkomst zakelijke contacten heeft onderhouden.
(…)
Bij iedere overtreding door werknemer van het relatiebeding verbeurt werknemer ten behoeve van werkgever zonder sommatie of ingebrekestelling een direct opeisbare boete van € 5.000,00 (zegge: vijfduizend euro) per overtreding, vermeerderd met een bedrag van € 500,00 (zegge: vijfhonderd euro) voor iedere dag of gedeelte van een dag dat de overtreding voortduurt (…)”
5.6.
De kantonrechter is met [verweerder] eens dat dit beding erg ruim geformuleerd is. Het is op grond daarvan niet alleen verboden om contact te hebben met bestaande relaties en klanten van De Zwaluw, maar ook met potentiële klanten en relaties van De Zwaluw, potentiële klanten en relaties van aan De Zwaluw gelieerde ondernemingen, met medewerkers van die (potentiële) klanten en relaties en met bedrijven die aan klanten of relaties van De Zwaluw leveren of diensten verlenen.
Afgifte relatielijst
5.7.
Het is gelet op deze reikwijdte en het overeengekomen boetebeding voorstelbaar dat [verweerder] zich belemmerd voelt bij het vinden van een nieuwe baan in de logistieke sector. De kantonrechter vindt het ook aannemelijk dat [verweerder] niet alle klanten en relaties die onder het relatiebeding vallen bij name kent. Voldoende duidelijk is dat [verweerder] in een nieuwe betrekking in de logistieke sector niet behoorlijk kan functioneren, wanneer hij niet weet met welke bedrijven en personen hij geen contact mag hebben. Daarmee is het belang van [verweerder] bij afgifte van de relatielijst gegeven. Indien De Zwaluw ernstige bezwaren heeft tegen de verstrekking van de relatielijst, kan zij ervoor kiezen om [verweerder] te ontslaan uit zijn verplichtingen voortvloeiend uit het relatiebeding.
5.8.
De Zwaluw zal een lijst moeten afgeven aan [verweerder] met de klanten en relaties die volgens haar onder het overeengekomen relatiebeding vallen (en met inachtneming met wat onder 5.9 hierna wordt overwogen). Het staat De Zwaluw vrij om, indien zij het ontslag uit de verplichtingen uit het relatiebeding wil voorkomen en desondanks geen lijst van alle klanten vrij wil geven, een lijst van de relaties af te geven tot wie zij het beding alsnog wil beperken. Bedoelde verplichting geldt niet in het geval De Zwaluw [verweerder] binnen de hierna genoemde termijn schriftelijk bevestigt dat hij door haar ontslagen is uit zijn verplichtingen voortvloeiend uit het relatiebeding.
Beperking relatiebeding
5.9.
Verder is de kantonrechter met [verweerder] eens dat het onredelijk is als hij bij een nieuwe werkgever geen contact zou mogen hebben met klanten en relaties van De Zwaluw die al klant of relatie van die nieuwe werkgever waren op het moment dat [verweerder] daar in dienst treedt. De kantonrechter ziet dan ook aanleiding het relatiebeding zodanig te beperken dat die klanten en relaties daar niet onder vallen. Aangezien De Zwaluw zich op het standpunt stelt dat er nauwelijks overlap is met het klantenbestand van andere logistieke bedrijven, valt ook niet in te zien welk belang De Zwaluw heeft bij handhaving van dit deel van het beding, dat zwaarder weegt dan het belang van [verweerder] bij de uitoefening van zijn grondrecht op een vrije arbeidskeuze.
5.10.
Voor een verdere beperking van het relatiebeding ziet de kantonrechter nu geen aanleiding, omdat [verweerder] onvoldoende heeft toegelicht of onderbouwd welk (zwaarwichtig) belang hij daar op dit moment bij heeft. [verweerder] heeft ter zitting meegedeeld dat hij geenzicht heeft op een (concrete) andere baan.
5.11.
De conclusie is dat het verzoek tot afgifte van de lijst wordt toegewezen en dat het verzoek om het relatiebeding te beperken slechts deels wordt toegewezen. De verzochte verklaring voor recht wordt afgewezen, omdat [verweerder] niet heeft toegelicht welk afzonderlijk belang hij daarbij nog heeft.
Proceskosten
5.12.
De kantonrechter zal bepalen dat partijen ieder hun eigen proceskosten moeten betalen, omdat beide partijen op punten ongelijk krijgen en geen sprake is van (ernstig) verwijtbaar handelen of nalaten van één van beide partijen.

6.De beslissing

De kantonrechter
op het verzoek
6.1.
ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 april 2026,
6.2.
veroordeelt De Zwaluw tot betaling aan [verweerder] van een transitievergoeding van € 7.987,08 bruto,
6.3.
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt,
6.4.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad [11] ,
op het tegenverzoek
6.5.
bepaalt dat De Zwaluw een deugdelijke eindafrekening zal opmaken waarbij opgebouwd vakantiegeld en opgebouwde maar niet genoten-vakantiedagen worden uitbetaald,
6.6.
vernietigt het relatiebeding in artikel 9.1 van de arbeidsovereenkomst gedeeltelijk, in die zin dat daaronder niet vallen klanten en relaties van De Zwaluw of aan haar gelieerde ondernemingen die al klant of relatie van de toekomstige werkgever van [verweerder] waren op de datum van indiensttreding van [verweerder] bij die werkgever,
6.7.
veroordeelt De Zwaluw om binnen drie weken na betekening van deze beschikking aan [verweerder] een lijst te verstrekken van de klanten en relaties die onder het tussen partijen overeengekomen (en in rov 5.9 beperkte) relatiebeding vallen, tenzij De Zwaluw binnen genoemde termijn schriftelijk aan [verweerder] bevestigt dat zij hem ontslaat uit zijn verplichtingen voortvloeiend uit bedoeld relatiebeding;
6.8.
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt,
6.9.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad [12] ,
6.10.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.I.V. Scherpenhuijsen Rom en in het openbaar uitgesproken op 5 februari 2026.

Voetnoten

1.Artikel 7:669 lid 3 van Pro het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW).
2.Hoge Raad van 30 november 2018, ECLI:NL:HR:2018:2218 (Servicenow Nederland).
3.Artikel 7:669 lid 1 BW Pro.
4.Zie 2.17 bij Feiten.
5.Artikel 150 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).
6.Zie 2.3 bij Feiten.
7.Zie 2.8 bij Feiten.
8.Zie 2.9 en 2.12 bij Feiten.
9.Artikel 7:671b lid 9 sub a BW.
10.Artikel 7:673 lid 1 BW Pro.
11.Uitvoerbaar bij voorraad betekent dat de veroordelingen in de beschikking uitgevoerd moeten worden, ook als eventueel in hoger beroep wordt gegaan.
12.Uitvoerbaar bij voorraad betekent dat de veroordelingen in de beschikking uitgevoerd moeten worden, ook als eventueel in hoger beroep wordt gegaan.