ECLI:NL:RBNHO:2026:2209

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
25 februari 2026
Publicatiedatum
4 maart 2026
Zaaknummer
HAA 25/1958
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5.1, tweede lid, WooArt. 5.2, eerste lid, WooArt. 8:29, eerste lid, AwbArt. 8:29, vijfde lid, AwbArt. 8:29, zesde lid, Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond tegen gedeeltelijke weigering Woo-verzoek inzake avondklokcommunicatie

Eiser verzocht op grond van de Wet open overheid (Woo) om openbaarmaking van alle informatie over het kort geding en spoedappel inzake de avondklok, met name sms- en Whatsapp-communicatie van bewindspersonen op 16 februari 2021. De minister heeft dit verzoek deels ingewilligd en deels geweigerd op basis van uitzonderingsgronden en omdat bepaalde informatie buiten de reikwijdte van het verzoek viel.

Eiser stelde beroep in tegen het besluit, stellende dat de zoekslag onvolledig was, dat niet alle relevante telefoons waren doorzocht, dat zoekfilters onjuist waren toegepast en dat opvolgende berichten niet waren meegenomen. De rechtbank oordeelde dat de minister de zoekslag adequaat had uitgevoerd, dat de beperking tot relevante bewindspersonen gerechtvaardigd was, en dat het gebruik van zoektermen noodzakelijk en proportioneel was gezien de omvang van de communicatie.

Daarnaast werd geoordeeld dat de minister terecht uitzonderingsgronden toepaste, zoals bescherming van persoonlijke levenssfeer en vertrouwelijkheid van communicatie met de landsadvocaat. Ook werd bevestigd dat documenten buiten de reikwijdte van het verzoek terecht niet openbaar zijn gemaakt. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waardoor het bestreden besluit in stand blijft en eiser geen proceskostenvergoeding ontvangt.

Uitkomst: Het beroep tegen het gedeeltelijk weigeren van het Woo-verzoek inzake avondklokcommunicatie is ongegrond verklaard en het besluit van de minister blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 25/1958

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 februari 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit Haarlem, eiser

(gemachtigde: mr. S.K. Setz),
en

De minister van Justitie en Veiligheid, Directie Wetgeving en Juridische Zaken

(gemachtigden: mr. L. Harak en mr. M. Alkan).

Samenvatting

1.1.
Deze uitspraak gaat om het verzoek om informatie op grond van de Wet open overheid (Woo) van 26 januari 2024 over het kortgeding inzake de avondklok en het daaropvolgende spoedappel. De minister heeft dit Woo-verzoek voor zover dit betrekking heeft op alle sms- en Whatsapp-communicatie van en aan bewindspersonen (ministers en staatsecretarissen) van 16 februari 2021 (gedeeltelijk) ingewilligd. Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank het besluit van de minister.
1.2.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het bestreden besluit in stand kan blijven. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
1.3.
De wettelijke regels en beleidsregels die van belang zijn voor deze zaak, staan in de bijlage bij deze uitspraak.

Procesverloop

2.1.
De minister is met het besluit van 22 juli 2024 (hierna: deelbesluit 1) deels tegemoetgekomen aan het Woo-verzoek voor zover dat betrekking heeft op alle sms- en Whatsapp-communicatie van en aan bewindspersonen (ministers en staatssecretarissen) van 16 februari 2021. Met het bestreden besluit van 6 maart 2025 (hierna: het bestreden besluit) heeft de minister het bezwaar van eiser deels gegrond verklaard, deelbesluit 1 op een aantal onderdelen herroepen en voor het overige heeft de minister het bezwaar ongegrond verklaard en deelbesluit 1 gehandhaafd. Hiertegen heeft eiser op 4 april 2025 beroep ingesteld. De minister heeft op 20 november 2025 op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.2.
De rechtbank zou het beroep in eerste instantie behandelen op de zitting van
1 december 2025. Vanwege ziekte van de gemachtigde van eiser heeft de rechtbank het beroep op 14 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen eiser, de gemachtigde van eiser, de gemachtigden van de minister en [naam 1] .

Inleiding

Woo-verzoek
3.1.
Op 26 januari 2024 heeft eiser bij de minister van Algemene Zaken (AZ) verzocht om openbaarmaking op grond van de Woo van alle informatie die betrekking heeft op het kort geding (vonnis 16 februari 2021) en het daaropvolgende spoedappel (arrest 26 februari 2021) inzake de avondklok. Eiser verzoekt daarbij om inzichtelijkheid in het proces van identificeren en inventariseren (waar en hoe is gezocht). Samengevat verzoekt eiser om alle binnen de rijksoverheid aanwezig zijnde (1) notities (schriftelijke stukken, memo’s, adviezen en soortgelijke stukken); (2) correspondentie (interne en externe e-mail, sms, whatsapp en post); en (3) contactmomenten (intern en extern, telefonisch en fysiek als ook geluidsopnames, transcripties, notulen of anderszins vastleggingen) en een overzicht van (voormalig) bewindspersonen en topambtenaren. Het verzoek ziet nadrukkelijk ook op correspondentie en contactmomenten met het gerechtshof Den Haag. Daarnaast verzoekt eiser om (4) alle declaraties en bijbehorende specificaties die betrekking hebben op de (voorbereidende) werkzaamheden van de landsadvocaat mr. [naam 2] en diens collega’s en (5) alle sms- en Whatsappcommunicatie van en aan bewindspersonen (ministers en staatssecretarissen) van 16 februari 2021.
Doorzending
3.2.
Op 1 februari 2024 heeft de minister van AZ eiser bericht dat zijn Woo-verzoek is doorgezonden aan het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), het ministerie van Justitie en Veiligheid (J&V) en het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), omdat de informatie waar eiser naar vraagt niet in het bezit is van het ministerie van AZ maar mogelijk berust onder deze bestuursorganen. Daarom zullen deze bestuursorganen het Woo-verzoek van eiser verder behandelen.
Afspraken
3.3.
Tussen 18 april 2024 en 15 mei 2024 hebben eiser en de minister telefonisch en per e-mail contact gehad over de behandeling van het Woo-verzoek. Hierbij is afgesproken dat het Woo-verzoek in 5 deelbesluiten zal worden afgehandeld. Verder is afgesproken dat deelbesluit 1 betrekking heeft op randnummer 5, te weten alle sms- en Whatsapp-communicatie van en aan bewindspersonen (ministers en staatsecretarissen) van 16 februari 2021.

Totstandkoming van het bestreden besluit

Deelbesluit 1
4.1.
Met deelbesluit 1 heeft de minister het Woo-verzoek (gedeeltelijk) ingewilligd. De zoekslag heeft geresulteerd in 10 documenten van en aan voormalig minister van Justitie en Veiligheid, de heer [naam 3] . De zoektermen die daarvoor zijn toegepast zijn ‘Avondklok’, ‘Avond klok’ en ‘Ak’. Bij alle documenten heeft de minister aangegeven dat deze gedeeltelijk of in het geheel niet gaan over de door eiser aangegeven aangelegenheid. Deze informatie heeft onder meer betrekking op corona-adviezen, corona-maatregelen, corona-rellen en handhaving van de avondklok. Tevens bevatten sommige documenten partijpolitieke conversaties tussen de bewindspersonen van een bepaalde politieke partij. Omdat deze informatie buiten de reikwijdte van het Woo-verzoek valt, is de openbaarmaking van de documenten 2, 4, 6, 9 en 10 integraal geweigerd en is deze informatie uit de documenten 1, 3, 5, 7 en 8 verwijderd. Daarnaast heeft de minister bij de documenten 1, 3, 5, 7, en 8 de weigeringsgrond van artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder e, van de Woo
(de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer)(hierna: 5.1.2.e) toegepast en bij de documenten 3, 5, 7 en 8 ook de weigeringsgrond van artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder i, van de Woo
(het belang van het goed functioneren van de Staat, andere publiekrechtelijke lichamen of bestuursorganen)(hierna: 5.1.2.i) toegepast.
Bestreden besluit
4.2.
Met het bestreden besluit heeft de minister het bezwaar gegrond verklaard ten aanzien van de toepassing van de weigeringsgrond 5.1.2.i, de onvolledigheid van de zoekslag en de tegenstrijdige berichtgeving. Ten aanzien van die onderdelen heeft de minister deelbesluit 1 herroepen en voor het overige heeft de minister het bezwaar ongegrond verklaard en deelbesluit 1 gehandhaafd. Er heeft een nieuwe zoekslag plaatsgevonden binnen de telefoons van de voormalige ministers van Justitie en Veiligheid, de heer [naam 3] en mevrouw [naam 4] , waarbij de volgende zoektermen (aanvullend) zijn toegepast: ‘kort geding’, ‘spoedappel’, ‘avondklok’, ‘ak’, ‘landsadvocaat’, ‘la’, ‘gerechtshof’ en ‘Veldhuis’. Ook zijn er ten aanzien van deze zoektermen variaties toegepast zoals het weglaten of toevoegen van spaties. De systemen waarin is gezocht zijn niet hoofdletter- of leestekengevoelig. Uit deze zoekslag zijn 53 nieuwe documenten naar boven gekomen en de 10 ‘oude’ documenten zijn opnieuw beoordeeld. De openbaarmaking van documenten 1 en 2 is integraal geweigerd met toepassing van de weigeringsgronden 5.1.2.e en omdat sprake is van partijpolitieke informatie. Document 21 is deels openbaar gemaakt met toepassing van de weigeringsgronden 5.1.2.e, 5.1.2.i en artikel 5.2, eerste lid, van de Woo
(intern beraad/persoonlijke beleidsopvattingen)(hierna: 5.2.1) en omdat een deel van de informatie buiten de reikwijdte van het Woo-verzoek valt. Document 39 is deels openbaar gemaakt met toepassing van de weigeringsgrond 5.1.2.e. De overige documenten (3 t/m 20, 22 t/m 38 en 40 t/m 63) zijn deels openbaar gemaakt met toepassing van de weigeringsgrond 5.1.2.e en omdat een deel van de informatie buiten de reikwijdte van het Woo-verzoek valt.
Ter zitting opgehelderde onduidelijkheden
4.3.
De 10 documenten uit deelbesluit 1 zitten verspreid tussen de 63 documenten uit het bestreden besluit. Volgens de minister heeft er in het bestreden besluit een herbeoordeling van de documenten 1 t/m 10 uit deelbesluit 1 plaatsgevonden. Bij de voorbereiding is het de rechtbank opgevallen dat uit de inventarislijst volgt dat alleen een herbeoordeling van de documenten 1, 3, 5, 7, 8, 9 en 10 uit deelbesluit 1 heeft plaatsgevonden en dat het erop lijkt dat er geen herbeoordeling heeft plaatsgevonden van de documenten 2, 4, 6 uit deelbesluit 1. De minister heeft ter zitting toegelicht dat deze documenten in deelbesluit 1 niet openbaar zijn gemaakt, omdat deze informatie buiten de reikwijdte van het Woo-verzoek valt. Omdat deze documenten volledig buiten de reikwijdte van het Woo-verzoek vallen, hadden ze eigenlijk geen nummer moeten krijgen. Per abuis is dit in deelbesluit 1 toch gebeurd. Om die reden heeft er ook geen herbeoordeling van deze documenten plaatsgevonden in het bestreden besluit.
4.4.
Op de inventarislijst die hoort bij het bestreden besluit staat bij document 7 dat deze
reedsopenbaar is. In de inventarislijst bij document 7 staan echter ook uitzonderingsgronden genoemd (5.1.2.e en buiten reikwijdte Woo-verzoek). Bovendien betreft dit een herbeoordeling van document 3 uit deelbesluit 1 en op de inventarislijst die hoort bij deelbesluit 1 staat dat dit document
deelsopenbaar is gemaakt. Ter zitting heeft de minister toegelicht dat sprake is van een tikfout en dat het document inderdaad deels openbaar is gemaakt.
4.5.
Na het door eiser ingestelde beroep heeft de minister in eerste instantie alleen de op de zaak betrekking hebbende openbare stukken toegezonden aan de rechtbank. Na een extra beoordeling heeft de minister nog enkele stukken die in het openbare dossier horen toegezonden aan de rechtbank. Tegelijkertijd heeft de minister de ongelakte stukken van het bestreden besluit en de verzoeken om zienswijze inclusief bijlagen en reacties toegezonden aan de rechtbank. Tot slot heeft de minister op verzoek van de rechtbank de ongelakte stukken die horen bij deelbesluit 1, de inventarislijst en de 63 gelakte documenten die horen bij het bestreden besluit aan de rechtbank toegezonden. De rechtbank is ten aanzien van deze stukken uitgegaan van het bepaalde in artikel 8:29, zesde lid, van de Awb en ervan uitgegaan dat de toestemming bedoeld in artikel 8:29, vijfde lid, van de Awb van rechtswege is verleend. Ter zitting is echter gebleken dat de minister de verzoeken om zienswijze inclusief bijlagen en reacties, voor zover er persoonlijke telefoonnummers en e-mailadressen staan opgenomen, met een beroep op 8:29, eerste lid, van de Awb aan de rechtbank heeft toegezonden. Naar aanleiding van deze situatie heeft de rechtbank ter zitting het volgende met partijen afgesproken. Ten aanzien van de verzoeken om zienswijze inclusief bijlagen en reacties beoordeelt de rechtbank of er persoonlijke telefoonnummers en e-mailadressen zijn weggelakt, en dus of de minister de gelakte passages had mogen weglakken op grond van het bepaalde in 5.1.2.e.

Beoordeling

5. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Beperken van het Woo-verzoek op inhoud
6.1.
Eiser voert aan dat het Woo-verzoek ten onrechte is beperkt op inhoud, omdat hij ten aanzien van randnummer 5 van zijn verzoek bewust heeft verzocht om ‘alle sms- en Whatsapp-communicatie’. Primair stelt eiser dat niet de volledige 4 terabyte aan sms- en Whatsapp-communicatie is betrokken in het verzoek en subsidiair stelt eiser dat in ieder geval niet alle sms- en Whatsapp-communicatie van 16 februari 2021 is betrokken.
6.2.
Deze beroepsgrond slaagt niet. Artikel 4.1, vierde lid, van de Woo bepaalt dat de verzoeker bij zijn verzoek de aangelegenheid of het daarop betrekking hebbende document, waarover hij informatie wenst te ontvangen, moet vermelden. Dat betekent dat verzoeker in beginsel kan volstaan met het noemen van specifieke documenten. De rechtbank is echter van oordeel dat ook in dit laatste geval uit de Woo voortvloeit dat ook dan de aangelegenheid waarover het verzoek gaat duidelijk moet zijn. Dat betekent dat als de verzoeker bij zijn verzoek de betreffende aangelegenheid niet noemt, hij bij zijn verzoek alleen kan volstaan met het noemen van een specifiek document als uit het verzoek of de naam of inhoud van dat document duidelijk blijkt welk document wordt bedoeld en daaruit ook al zelf de aangelegenheid blijkt waarover het verzoek gaat. Als dat niet het geval is en het specifiek genoemde document bijvoorbeeld over meerdere aangelegenheden gaat, mag van verzoeker worden verwacht dat hij of zij desgevraagd te kennen geeft over welke aangelegenheid hij of zij wenst dat informatie openbaar wordt gemaakt. [1] In dit geval verzoekt eiser bij randnummer 5 van zijn verzoek om alle sms- en Whatsapp-communicatie. Zoals uit het voorgaande volgt dienen deze documenten wél betrekking te hebben op een aangelegenheid. Uit de overige randnummers genoemd in het Woo-verzoek komt naar voren dat het informatieverzoek betrekking heeft op het kortgeding aangaande de avondklok (vonnis 16 februari 2021) en het daaropvolgende spoedappel (arrest 26 februari 2021). Nu het Woo-verzoek ten aanzien van randnummer 5 ziet op de datum 16 februari 2021 is de rechtbank van oordeel dat de minister middels deze context de aangelegenheid op goede gronden heeft beperkt tot het voorgenoemde.
Beperken van het Woo-verzoek op bewindspersonen
7.1.
Eiser voert aan dat twee staatssecretarissen ten onrechte niet zijn meegenomen bij de zoekslag. Volgens eiser hadden de telefoons van deze staatssecretarissen ongeacht hun portefeuille doorzocht moeten worden, zodat eiser kan achterhalen of ook niet-portefeuillehouders iets hebben gedaan en zo ja, wat.
7.2.
Ook deze beroepsgrond slaagt niet. In het bestreden besluit heeft de minister zich op het standpunt gesteld dat er gelet op de aangelegenheid – het kortgeding aangaande de avondklok (vonnis 16 februari 2021) en het daaropvolgende spoedappel (arrest 26 februari 2021) – en de verdeling van de portefeuilles onder de ministers en staatssecretarissen aanleiding bestond om een zoekslag uit te voeren in de telefoons van de twee voormalige ministers van Justitie en Veiligheid en dat er geen aanleiding bestond om een zoekslag uit te laten voeren binnen de telefoons van de voormalige staatssecretarissen van Justitie en Veiligheid en minister voor Rechtsbescherming. Hun portefeuilles hadden namelijk geen aanraking met het onderwerp waar de aangelegenheid van dit Woo-verzoek op ziet. De rechtbank is van oordeel dat eiser in beroep niet aannemelijk heeft gemaakt dat bij een zoekslag binnen de telefoons van de voormalige staatssecretarissen van Justitie en Veiligheid en minister voor Rechtsbescherming relevante informatie aanwezig is, de rechtbank ziet daarvoor ook geen aanknopingspunten.
Beperking van het Woo-verzoek op zoekfilters
8.1.
Eiser maakt primair bezwaar tegen de toepassing van zoekfilters. Het is immers volgens hem niet zo dat er in sms- en/of Whatsapp-communicatie altijd gebruik gemaakt wordt van bepaalde woorden. Daarnaast is eiser van mening dat er buiten de toegepaste zoektermen om nog vele andere zoektermen denkbaar zijn, zoals ‘viruswaarheid’, ‘(corona) maatregelen’ en ‘spertijd’. Eiser is het er niet mee eens dat het feit dat deze termen erg breed zijn, reden is om deze zoektermen niet toe te passen.
8.2.
Deze beroepsgrond slaagt evenmin. De rechtbank is met de minister van oordeel dat het niet mogelijk is om zonder toepassing van zoektermen de documenten te verzamelen die zien op de aangelegenheid waar het Woo-verzoek betrekking op heeft. Zoals de minister heeft toegelicht is bij de zoekslag naar de sms- en WhatsApp-communicatie van en aan de voormalig minister van justitie en Veiligheid, de heer [naam 3] , gebruik gemaakt van de zoektermen ‘Avondklok’, ‘Avond klok’ en ‘Ak’. Dit heeft geresulteerd in de vondst van 40.000 pagina’s aan losse communicatie en 10 mogelijk relevante documenten. Bij de nieuwe zoekslag in de bezwaarfase die heeft plaatsgevonden binnen de telefoons van de voormalige ministers van Justitie en Veiligheid, de heer [naam 3] en mevrouw [naam 4] , zijn de volgende zoektermen (aanvullend) toegepast: ‘kort geding’, ‘spoedappel’, ‘avondklok’, ‘ak’, ‘landsadvocaat’, ‘la’, ‘gerechtshof’ en ‘Veldhuis’. Ook zijn er ten aanzien van deze zoektermen variaties toegepast zoals het weglaten of toevoegen van spaties. De systemen waarin is gezocht zijn niet hoofdletter- of leestekengevoelig. Uit deze zoekslag zijn 63 documenten naar boven gekomen, waaronder de 10 ‘oude’ documenten die opnieuw zijn beoordeeld. De rechtbank is van oordeel dat de door de minister verrichte zoekslag volledig is geweest en acht de stelling van de minister dat er niet meer sms- en Whatsapp-communicatie is niet ongeloofwaardig. De gehanteerde zoektermen betreffen zeer algemene zoektermen die gezamenlijk het onderwerp dekken. Het is niet aannemelijk dat de door eiser voorgestelde zoektermen meer documenten zullen opleveren die binnen de reikwijdte van het verzoek vallen. Eiser heeft ook niet aangevoerd welke documenten naar zijn mening missen. Volgens vaste jurisprudentie [2] is het vervolgens aan eiser om aannemelijk te maken dat er – in tegenstelling tot de uitkomsten van het onderzoek door de minister – toch meer sms- en Whatsapp-communicatie is die onder de voormalige ministers berusten en die ziet op het Woo-verzoek. De rechtbank is van oordeel dat eiser hierin niet is geslaagd.
Beperking van het Woo-verzoek ten aanzien van opvolgende berichten
9.1.
Eiser voert aan dat het Woo-verzoek is beperkt op inhoud door geen rekening te houden met opvolgende berichten. Eiser is van mening dat de beoordeling niet middels het gebruik van zoektermen had moeten plaatsvinden, maar dat alle berichten op inhoud hadden moeten worden beoordeeld. Daarnaast meent eiser dat het ministerie inmiddels wel in het bezit is van een techniek die dit probleem kan omzeilen.
9.2.
Ook deze beroepsgrond slaagt niet. In het bestreden besluit heeft de minister toegelicht dat de sms- en Whatsapp-communicatie niet als gesprekken wordt opgeslagen, maar dat binnenkomende en uitgaande berichten door elkaar heen worden opgeslagen. Ten tijde van het uitlezen van de telefoon was de minister niet in het bezit van een techniek die het mogelijk maakte om de communicatie in volledige gesprekken uit te draaien. Dit heeft als gevolg dat de communicatie door elkaar heen is opgeslagen. Zoals aan eiser is medegedeeld bestaat het volledige document met alle losse communicatie uit circa 40.000 pagina’s. Het reconstrueren van het originele gesprek middels het samenbrengen van alle losse communicatie is gelet hierop redelijkerwijs niet uitvoerbaar. De Woo is hier ook niet voor bedoeld. Er kan dan ook niet worden vermeden dat middels zoektermen communicatie wordt verzameld waarin zoektermen voorkomen die zien op de aangelegenheid.
9.3.
In het verweerschrift heeft de minister nader toegelicht dat er bij het uitlezen van de telefoon van een van de voormalige ministers van Justitie en Veiligheid gebruik is gemaakt van een software die het niet mogelijk maakt om berichten als een lopend gesprek op te slaan. Het is niet mogelijk om de telefoon opnieuw uit te lezen middels een ander systeem. Gelet hierop is er ten aanzien hiervan dus geen techniek beschikbaar om het probleem te omzeilen. Middels het gebruik van zoektermen komen gedeelten van gesprekken naar boven. In sommige gevallen hebben de berichten ervoor of erna wel betrekking op het bericht dat middels de zoekterm naar boven is gekomen. In enkele gevallen is dit echter niet het geval. Zoals reeds toegelicht is het niet mogelijk om geheel zonder het gebruik van zoektermen tot een uitvoerbare zoekslag te komen die de reikwijdte van het Woo-verzoek dekt. Dit mede gelet op de grote hoeveelheid aan documenten en een onvermogen om te filteren op data. Ook indien alle documenten handmatig langs zouden worden gelopen is het redelijkerwijs onmogelijk om van alle losstaande berichten een reconstructie te maken van de verschillende gevoerde gesprekken. Gelet hierop is er geen andere mogelijkheid dan te volstaan met het toepassen van de gehanteerde zoektermen. Hierbij merkt de minister op dat hij niet alleen de berichten die de gehanteerde zoektermen bevatten heeft beoordeeld, maar bij de beoordeling tevens rekening heeft gehouden met de berichten die direct ervoor en erna waren opgenomen. Op deze wijze heeft de minister zoveel mogelijk de gesprekken inzichtelijk gemaakt.
9.4.
Gelet op de toelichting van de minister is de rechtbank van oordeel dat de gemaakte zoekslag voldoende inzichtelijk is gemaakt en dat de minister redelijkerwijs al het mogelijke heeft gedaan om de verzochte sms- en Whatsapp-communicatie te achterhalen. Daarbij acht de rechtbank van belang dat uit de toelichting volgt dat de minister niet alleen de berichten die de gehanteerde zoektermen bevatten heeft beoordeeld, maar bij de beoordeling tevens rekening heeft gehouden met de berichten die direct ervoor en erna waren opgenomen.
Toepassing van uitzonderingsgronden
10.1.1.
Eiser voert aan dat de weigeringsgrond 5.1.2.e niet bedoeld is voor informatie die ziet op beroepsmatig handelen. Eiser vermoedt dat deze uitzonderingsgrond echter wel is toegepast op dergelijke informatie.
10.1.2.
Deze beroepsgrond slaagt niet. De rechtbank heeft de ongelakte documenten bekeken en de weigeringsgrond 5.1.2.e is uitsluitend toegepast op persoonsgegevens die (indirect) te herleiden zijn tot een persoon, zoals namen, e-mailadressen en telefoonnummers. Er is geen toepassing gegeven aan deze uitzonderingsgrond op andere informatie dan dit, inclusief namen van personen die vanuit hun functie optreden in de openbaarheid.
10.2.1.
Eiser voert aan dat informatie in document 21 ten onrechte is geweigerd op grond van 5.1.2.i en 5.2.1. Dit omdat volgens eiser niet kan worden gesteld dat berichten van de landsadvocaat per definitie onder dergelijke uitzonderingsgronden vallen.
10.2.2.
Ook deze beroepsgrond slaagt niet. De rechtbank stelt vast dat de minister de openbaarmaking van document 21 primair heeft geweigerd op grond van 5.1.2.i. De rechtbank heeft de ongelakte versie van dit document bekeken en stelt vast dat het een bericht bevat van de landsadvocaat dat is opgesteld in het kader van advisering en bijstand in een gerechtelijke procedure. Het bericht betreft een analyse van hoe de zitting is gegaan en geeft inzicht in de standpuntbepaling, de mogelijke alternatieven en de procespositie van de minister in de gerechtelijke procedure inzake de avondklok. Het is van groot belang dat de minister in vertrouwen overleg kan voeren met de landsadvocaat om op die wijze een processtrategie te kunnen bepalen. [3] De rechtbank is van oordeel dat openbaarmaking van dit bericht een belemmering vormt in het contact tussen de minister en de landsadvocaat, die leidt tot een onevenredige benadeling van de minister in zijn procespositie. De minister heeft daarom op document 21 de weigeringsgrond 5.1.2.i kunnen toepassen.
10.3.1.
Eiser voert aan dat documenten 1 en 2 uit het bestreden besluit onterecht zijn geweigerd met toepassing van 5.1.2.i.
10.3.2.
Deze grond slaagt ook niet. De rechtbank stelt vast dat de openbaarmaking van de documenten 1 en 2 uit het bestreden besluit niet primair is geweigerd op grond van 5.1.2.i. Dit staat weliswaar in de inventarislijst, maar uit de motivering van het bestreden besluit volgt dat deze weigeringsgrond volledigheidshalve (subsidiair) is genoemd indien deze informatie wel onder het bereik van de Woo zou vallen. De minister heeft zich echter primair op het standpunt gesteld dat de documenten 1 en 2 partijpolitieke informatie bevatten. Partijpolitieke informatie betreffen berichten van bewindslieden met partijgenoten over onderwerpen die hun partij aangaan. In dit geval hebben deze berichten betrekking op partijpolitieke standpunten, voorstellen en vragen. Omdat de Woo uitsluitend ziet op publieke informatie en partijpolitieke informatie niet valt onder het begrip publieke informatie, valt deze informatie buiten het bereik van de Woo, aldus de minister. De rechtbank kan de minister hierin volgen en hetgeen eiser heeft aangevoerd leidt niet tot een ander oordeel
Buiten reikwijdte Woo-verzoek
11.1.
Eiser verzoekt als laatste aan de rechtbank om te controleren of documenten die (gedeeltelijk) zijn geweigerd omdat de informatie buiten de reikwijdte van het verzoek valt, naar behoren zijn beoordeeld.
11.2.
De minister heeft zich op het standpunt gesteld dat alle documenten op minimaal alineaniveau zijn beoordeeld. De informatie die is weggelakt als ‘buiten reikwijdte’ betreft informatie die geen betrekking heeft op de aangelegenheid waar het Woo-verzoek op ziet. Daarnaast heeft de minister ter zitting toegelicht dat een aantal documenten volledig buiten de reikwijdte van het Woo-verzoek vallen en dat deze documenten in deelbesluit 1 per abuis een nummer hebben gekregen. De rechtbank heeft de ongelakte documenten bekeken en is van oordeel dat de minister de openbaarmaking van de documenten gedeeltelijk heeft kunnen weigeren omdat de informatie buiten de reikwijdte van het verzoek valt.

Conclusie en gevolgen

12. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.J. van Keken, rechter, in aanwezigheid van
drs. A.F. Hermus-Zoetmulder, griffier.Uitgesproken in het openbaar op 25 februari 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving

Algemene wet bestuursrecht
Artikel 8:29:
Partijen die verplicht zijn inlichtingen te geven dan wel stukken over te leggen, kunnen, indien daarvoor gewichtige redenen zijn, het geven van inlichtingen dan wel het overleggen van stukken weigeren of de bestuursrechter mededelen dat uitsluitend hij kennis zal mogen nemen van de inlichtingen onderscheidenlijk de stukken.
Gewichtige redenen zijn voor een bestuursorgaan in ieder geval niet aanwezig, voor zover ingevolge de Wet open overheid de verplichting zou bestaan een verzoek om informatie, vervat in de over te leggen stukken, in te willigen.
De bestuursrechter beslist of de in het eerste lid bedoelde weigering onderscheidenlijk de beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is.
Indien de bestuursrechter heeft beslist dat de weigering gerechtvaardigd is, vervalt de verplichting.
Indien de bestuursrechter heeft beslist dat de beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is, kan hij slechts met toestemming van de andere partijen mede op de grondslag van die inlichtingen onderscheidenlijk die stukken uitspraak doen. Indien de toestemming wordt geweigerd, wordt de zaak verwezen naar een andere kamer.
Inzake een beroep tegen een besluit op grond van de Wet open overheid neemt, in zo verre in afwijking van het eerste en derde lid, uitsluitend de bestuursrechter kennis van de stukken waarvan op grond van de Wet open overheid om openbaarmaking of verstrekking is verzocht. De toestemming, bedoeld in het vijfde lid, is van rechtswege verleend.
Wet open overheid:
Artikel 5.1, tweede lid:
2. Het openbaar maken van informatie blijft eveneens achterwege voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen de volgende belangen:
de betrekkingen van Nederland met andere landen en staten en met internationale organisaties;
de economische of financiële belangen van de Staat, andere publiekrechtelijke lichamen of bestuursorganen, in geval van milieu-informatie slechts voor zover de informatie betrekking heeft op handelingen met een vertrouwelijk karakter;
de opsporing en vervolging van strafbare feiten;
e inspectie, controle en toezicht door bestuursorganen;
de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer;
de bescherming van andere dan in het eerste lid, onderdeel c, genoemde concurrentiegevoelige bedrijfs- en fabricagegegevens;
de bescherming van het milieu waarop deze informatie betrekking heeft;
de beveiliging van personen en bedrijven en het voorkomen van sabotage;
het goed functioneren van de Staat, andere publiekrechtelijke lichamen of bestuursorganen.
Artikel 5.2, eerste lid:
1. In geval van een verzoek om informatie uit documenten, opgesteld ten behoeve van intern beraad, wordt geen informatie verstrekt over daarin opgenomen persoonlijke beleidsopvattingen. Onder persoonlijke beleidsopvattingen worden verstaan ambtelijke adviezen, visies, standpunten en overwegingen ten behoeve van intern beraad, niet zijnde feiten, prognoses, beleidsalternatieven, de gevolgen van een bepaald beleidsalternatief of andere onderdelen met een overwegend objectief karakter.

Voetnoten

1.Zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 26 november 2025, r.o. 5-5.6 (ECLI:NL:RVS:2025:5734).
2.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 12 juli 2023, r.o. 7.2 (ECLI:NL:RVS:2023:2689).
3.Vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 19 januari 2022, r.o. 9.2-9.4 (ECLI:NL:RVS:2022:133) en de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 28 februari 2023, r.o. 18-20 en 27 (ECLI:NL:RBMNE:2023:783).