3.3.1Bewijsmotivering
Inleiding
Naar aanleiding van informatie van het Team Criminele Inlichtingen over de medeverdachte [naam medeverdachte 1] (hierna: [naam medeverdachte 1] ) is de Koninklijke Marechaussee een onderzoek gestart onder de naam Signet.
Onderzoek Signet bestaat uit twaalf zaaksdossiers. In het onderzoek heeft het openbaar ministerie zeven verdachten aangemerkt.
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat hij medepleger is van voorbereidingshandelingen gericht op de invoer van een grote hoeveelheid cocaïne met een (privé)vliegtuig via de luchthaven Lelystad.
De overige zaaksdossiers in onderzoek Signet zijn niet aan de verdachte ten laste gelegd, maar maken deel uit van zijn dossier.
Voorbereidingshandelingen gericht op de invoer van cocaïne via de luchthaven Lelystad
De rechtbank stelt op basis van het dossier en het verhandelde ter zitting vast dat [naam medeverdachte 1] zich samen met anderen, waaronder [naam 1] (hierna: [naam 1] ) en [naam 2] (hierna: [naam 2] ) in de periode van 25 maart 2023 tot en met
13 november 2023 bezighield met het voorbereiden en bevorderen van de invoer van 2.000 kilogram cocaïne met een (privé)vliegtuig via de luchthaven Lelystad. De voorbereidingen bestonden uit, onder meer, besprekingen in persoon, telefonisch en via berichten, over de data waarop de cocaïne zou kunnen arriveren op de luchthaven, over de betalingen voor, onder meer, het gebruiken van een loods op de luchthaven Lelystad, over het aanschaffen van materiaal, en uit het maken van video-opnamen van de loods, het aanschaffen van een pilotenuniform, twee personenauto’s en een trekker om een vliegtuig mee te verslepen en het doen van (borg)betalingen. Op drie verschillende data – te weten 7 oktober 2023, 14 oktober 2023 en 26 november 2023 – stonden vluchten gepland om de cocaïne in te voeren. Deze transporten zijn uiteindelijk niet doorgegaan.
Betrokkenheid van de verdachte
De rechtbank stelt op basis van de bewijsmiddelen vast dat de verdachte op 13 september 2023 in Amsterdam een ontmoeting had met [naam medeverdachte 1] en [naam 1] . Na die ontmoeting vertrokken de verdachte en [naam medeverdachte 1] samen naar het [hotelnaam] Hotel in Lelystad waar zij een ontmoeting hadden met medeverdachten [naam medeverdachte 2] (hierna: [naam medeverdachte 2] ), [naam medeverdachte 3] (hierna: [naam medeverdachte 3] ) en [naam medeverdachte 4] (hierna: [naam medeverdachte 4] ). Na deze ontmoeting ging de verdachte samen met [naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 3] naar de loods aan de [adres] bij de luchthaven Lelystad. Deze loods werd gehuurd door [naam medeverdachte 3] . In het beveiligde gebied van de luchthaven werden de verdachte en [naam medeverdachte 1] rondgeleid door [naam medeverdachte 3] , terwijl de verdachte foto’s en video-opnamen maakte. Vervolgens gingen zij gezamenlijk terug naar het [hotelnaam] Hotel waar [naam medeverdachte 2] en [naam medeverdachte 4] nog aanwezig waren. De verdachte voerde vervolgens in de auto van [naam medeverdachte 1] een telefoongesprek met een onbekend gebleven man die aangaf dat het gemaakte beeldmateriaal onvoldoende was en dat de verdachte opnieuw naar de luchthaven moest gaan om een video te maken ‘met een papiertje (fon) Ferrari en de datum (fon)’. De verdachte ging daarop samen met [naam medeverdachte 3] terug naar de loods. De verdachte liep vervolgens met een wit papier voor zich uit en maakte ondertussen video-opnamen. Daarna verlieten zij samen het beveiligde gebied van de luchthaven.
De verdachte heeft ter terechtzitting voornoemde feiten en omstandigheden erkend. Hij heeft evenwel ontkend dat hij wist dat deze foto’s en video-opnamen voorbereidingen betroffen voor de invoer van cocaïne. De verdachte heeft verklaard dat hij zijn vliegbrevet wilde halen en dat hij daarom de loods op de luchthaven Lelystad wilde bezichtigen. De piloot zou hem in de loods alles uitleggen over de opleiding. In de auto heeft hij gewoon meegepraat met [naam medeverdachte 1] ook al wist hij niet steeds waar [naam medeverdachte 1] het over had.
De rechtbank overweegt dat [naam medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij geld van [naam 2] had gekregen voor [naam medeverdachte 3] , zodat iemand, naar later bleek de verdachte, de loods op het vliegveld in Lelystad mocht bezichtigen om te zien of het mogelijk was om het plan van [naam medeverdachte 4] , [naam medeverdachte 3] en [naam medeverdachte 2] om drugs binnen te brengen op die luchthaven, daadwerkelijk uit te voeren. [naam medeverdachte 1] heeft de verdachte daartoe op 13 september 2023 in Amsterdam opgehaald en is met hem naar hotel [hotelnaam] in Lelystad gereden. Vervolgens zijn zij door [naam medeverdachte 3] naar het pand op de luchthaven Lelystad gebracht. [naam medeverdachte 3] heeft de verdachte zijn gegevens, visitekaartje, documenten op A4tjes en een rondleiding gegeven. De verdachte heeft een video gemaakt.
De rechtbank ziet geen aanleiding aan de juistheid van de verklaring van [naam medeverdachte 1] te twijfelen, nu [naam medeverdachte 1] er geen (kenbaar) belang bij heeft om de verdachte te belasten en hij ook zichzelf belast in deze verklaring.
Daarbij komt dat deze verklaring van [naam medeverdachte 1] bevestiging vindt in de bewijsmiddelen. Immers, in OVC-gesprekken tussen [naam medeverdachte 1] en de verdachte op 13 september 2023 in de auto van [naam medeverdachte 1] , waarin [naam medeverdachte 1] en de verdachte de rondleiding en het filmen bespreken, vertelt [naam medeverdachte 1] aan de verdachte dat ‘
het van een groot iemand in Colombia’ is. Later zegt een onbekend persoon aan de telefoon tegen de verdachte, die nog in de auto bij [naam medeverdachte 1] zit, dat de verdachte moet teruggaan om een video te maken met ‘
die Ferrari met de datum’ en dat het niet voor de onbekende man zelf is, maar ‘
het is voor (…) daarboven’. De verdachte zegt dan tegen deze onbekende man: ‘
Op video heb ik laten zien (…) ingang naar de buitenkant waar hij gaat landen (…) en waar die geparkeerd wordt, waar hij uithaalt (…)’.
De rechtbank overweegt dat het een feit van algemene bekendheid is dat cocaïne (onder meer) afkomstig is uit Colombia en dat de term ‘uithalen’ wordt gebruikt voor de situatie waarbij iemand verdovende middelen uit een vliegtuig of container of iets dergelijks haalt. Uit voornoemde gesprekken leidt de rechtbank verder af dat de verdachte in opdracht van iemand van hogerhand is teruggegaan naar de loods om een nieuwe video te maken.
De rechtbank is van oordeel dat het – mede in het licht van de overige onderzoeksbevindingen – niet anders kan dan dat deze OVC-gesprekken zien op het voorbereiden van een transport waarbij het de bedoeling was om cocaïne in te voeren op de luchthaven Lelystad en dat de handelingen van de verdachte ook daarop gericht waren en dat hij, gelet op zijn uitlatingen in voornoemde OVC-gesprekken, niet enkel meepraatte met [naam medeverdachte 1] , terwijl hij niet wist waar het over ging, zoals hij heeft gesteld.
Daarbij overweegt de rechtbank dat de verdachte, ook desgevraagd, niet heeft geconcretiseerd wat hij met [naam medeverdachte 3] op het vliegveld heeft besproken over de vlieglessen of het behalen van een vliegbrevet. In voornoemde OVC-gesprekken wordt, behoudens de opmerking van [naam medeverdachte 1] dat ‘hij zijn zoontje vliegles gaat geven’ en dat de verdachte antwoordde dat hij dat vroeger ook wilde, ook niet gesproken over vlieglessen of een vliegbrevet voor de verdachte. Bovendien bevond zich in de door [naam medeverdachte 3] gehuurde loods op de luchthaven Lelystad geen vliegschool en blijkt uit de (openbaar toegankelijke) website van het bedrijf van [naam medeverdachte 3] ‘ [bedrijfsnaam] ’ dat dit geen vliegschool betreft. De Koninklijke Marechaussee heeft op grond van onderzoek vastgesteld dat [naam medeverdachte 3] geen piloot is en dat hij ook niet bevoegd is om vliegles te geven (Map E01- p. 415 e.v.). De verklaring van de verdachte dat hij alleen gefilmd zou hebben in de loods om zeker te weten dat alles in orde was met de vlieglessen, wekt bevreemding nu de verdachte desgevraagd ook heeft verklaard verder helemaal geen onderzoek, online of anderszins, te hebben gedaan naar het bestaan van de vliegschool.
De rechtbank acht de verklaring van de verdachte dan ook niet aannemelijk en acht, gelet op het voorgaande, wettig en overtuigend bewezen dat hij wist dat hij op 13 september 2023 foto’s en video-opnamen op de luchthaven Schiphol maakte ter voorbereiding en ter bevordering van de invoer van verdovende middelen.
Medeplegen
De rechtbank is van oordeel dat de verdachte in de ten laste gelegde periode voorbereidingshandelingen heeft verricht die zagen op de invoer van 2.000 kilogram cocaïne op de luchthaven Lelystad. De verdachte had daarbij een belangrijke rol, omdat hij medeverdachten voorzag van essentiële informatie om het transport via de luchthaven Lelystad voor te bereiden en te bevorderen. De rechtbank acht zijn bijdrage daarmee van voldoende gewicht om de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en zijn mededaders bewezen te achten. Nu de verdachte met zijn handelingen op 13 september 2023 als medepleger nauw en bewust heeft samengewerkt met de medeverdachten tot de voorbereiding en bevordering van de invoer van cocaïne in de periode van 25 maart 2023 tot en met 13 november 2023 zal de rechtbank die periode bewezen verklaren, en niet enkel 13 september 2023, zoals de officier van justitie heeft voorgesteld.