ECLI:NL:RBNHO:2026:1339
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling mate van arbeidsongeschiktheid in WIA-uitkeringszaak
Eiseres, voormalig administratief medewerkster, is het niet eens met de door het UWV vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid in het kader van de Wet WIA. Na een initiële vaststelling van 63,15% werd dit na bezwaar verhoogd naar 71,60%. Eiseres betwist deze vaststelling en voert aan dat zij door onder meer een doorgemaakte covid-infectie meer beperkingen heeft.
De rechtbank heeft het medisch dossier en de rapporten van de verzekeringsarts bezwaar en beroep en de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep zorgvuldig bestudeerd. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft meerdere onderzoeken en hoorzittingen verricht en alle relevante medische informatie betrokken, waaronder de door eiseres ingebrachte contra-expertise.
De rechtbank oordeelt dat het rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep zorgvuldig en deugdelijk is opgesteld en dat de aanvullende beperkingen in het rapport van de contra-expert onvoldoende zijn gemotiveerd en niet aansluiten bij de onderzoeksbevindingen. De rechtbank volgt daarom het oordeel van de verzekeringsarts bezwaar en beroep en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid wordt ongegrond verklaard en de vaststelling van 71,60% blijft gehandhaafd.