ECLI:NL:RBNHO:2025:9758
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- J.M. Janse van Mantgem
- Rechtspraak.nl
Geen overtreding bij aanbrengen woonvoorzieningen in bedrijfsruimte zonder zelfstandige bewoning
In deze bestuursrechtelijke zaak stond centraal of het aanbrengen van woonvoorzieningen zoals een douche, keuken en toilet in een bedrijfsruimte leidde tot het ontstaan van een zelfstandige woning, waarvoor een omgevingsvergunning vereist is. Het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer had handhavend opgetreden door een last onder dwangsom op te leggen aan eiser, omdat volgens het college sprake was van een overtreding van het bestemmingsplan en de Wabo.
De voorzieningenrechter stelde vast dat het pand de bestemming 'bedrijf' heeft en dat bewoning niet is toegestaan. Tijdens inspecties werden woonvoorzieningen aangetroffen, maar er was geen aanwijzing dat de ruimte daadwerkelijk als woning werd gebruikt of ingericht. Eiser maakte aannemelijk dat de voorzieningen waren aangebracht voor een massagesalon, waarvoor de ruimte verbouwd zou worden, maar die vestiging nooit heeft plaatsgevonden.
Juridisch werd beoordeeld dat het veranderen van een bouwwerk vergunningsvrij kan zijn, tenzij het aantal woningen wijzigt. De voorzieningenrechter concludeerde dat het aanbrengen van voorzieningen weliswaar bewoning mogelijk maakt, maar het gebruik als bedrijfsruimte niet onmogelijk maakt en er geen zelfstandige woning is ontstaan. Daarom was geen sprake van een overtreding en was het handhavend optreden onterecht.
Het beroep van eiser werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het primaire besluit herroepen. Eiser mocht de voorzieningen laten zitten zonder dwangsom te riskeren. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het handhavingsbesluit wordt vernietigd omdat geen sprake is van een zelfstandige woning en dus geen overtreding.