De rechtbank Noord-Holland heeft op 5 augustus 2025 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte die zich schuldig heeft gemaakt aan gewoontewitwassen van ruim twee miljoen euro, handel in grote hoeveelheden cocaïne en XTC, en het bezit van wapens en munitie.
De verdachte werd beschuldigd van zeven feiten, waarvan feit 5 (voorhanden hebben van een wapen van categorie II en III in 2023) niet bewezen werd verklaard en vrijspraak volgde. De overige feiten werden wettig en overtuigend bewezen verklaard, waaronder het medeplegen van gewoontewitwassen, meerdere drugshandel gerelateerde feiten en wapenbezit.
De rechtbank baseerde zich op procesafspraken tussen het Openbaar Ministerie en de verdediging, waarbij verdachte afstand deed van bewijsverweren en hoger beroep. De strafoplegging volgde het afdoeningsvoorstel en resulteerde in een gevangenisstraf van 76 maanden, met aftrek van het voorarrest.
De rechtbank motiveerde de straf met de ernst van de feiten, de belangrijke rol van verdachte in het criminele circuit, de omvang van de drugshandel en het wapenbezit, en het feit dat verdachte financieel gewin nastreefde. Verdachte had eerder soortgelijke veroordelingen, maar deze wogen niet mee wegens tijdsverloop.
De straf kan onmiddellijk worden ten uitvoer gelegd en voldoet aan de eisen van een eerlijk proces, waarbij verdachte vrijwillig instemde met de procesafspraken en rechtsbijstand had.