Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De vordering
€ 480.000,-en dat aan de veroordeelde de verplichting zal worden opgelegd tot betaling aan de Staat van dat bedrag ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
2.Het verloop van de procedure
3.Het standpunt van de officier van justitie
4.Het standpunt van de verdediging
al jarenlang”voor hem werken. De minimale periode moet volgens de officier van justitie daarom op twee jaar worden gesteld. Het uitgangspunt dat de veroordeelde gedurende deze periode maandelijks twee kilo cocaïne heeft verkocht, is gebaseerd op de cocaïne die op 4 november 2024 in zijn woning is aangetroffen en het chatbericht van 3 januari 2021 waarin hij heeft gezegd: “
ik zit nu nog ff goed bro heb vorige week boli gehaald en nu deze colo over maand heb ik weer 2 nodig bro”.
€ 44.500,-(4,45 kilo cocaïne vermenigvuldigd met € 10.000,-).
6.Vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel
€ 44.500,-en de rechtbank zal hem veroordelen tot betaling van dit bedrag aan de Staat.
890dagen.
7.Toepasselijke wettelijke bepaling
8.Beslissing
€ 44.500,- (vierenveertigduizend vijfhonderd euro);
€ 44.500,- (vierenveertigduizend vijfhonderd euro)ter ontneming van door hem wederrechtelijk verkregen voordeel;