Uitspraak
1.[gedaagde sub 1] ,
2.
[gedaagde sub 2],
Rechtbank Noord-Holland
De zaak betreft een geschil over een huurovereenkomst voor een bedrijfsruimte in Alkmaar, waarbij de verhuurder de ontbinding van de overeenkomst en ontruiming vordert vanwege een huurachterstand. De huurders erkennen de achterstand en stemmen in met ontbinding, maar betwisten de betaling van toekomstige huur en schadevergoeding.
De kantonrechter oordeelt dat de huurovereenkomst doorloopt tot 28 februari 2027, omdat de tussentijdse opzegging te laat is gedaan. De gevorderde huurachterstand wordt vastgesteld op €21.169,05, welke door de huurders niet wordt betwist. De vordering tot contractuele boete wordt deels toegewezen tot €2.700,00, terwijl toekomstige boetes worden afgewezen wegens onzekerheid.
De buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen conform het wettelijke tarief. De ontbinding van de huurovereenkomst wordt toegewezen met een ontruimingstermijn van veertien dagen. Daarnaast worden de huurders veroordeeld tot betaling van huur over de periode na ontbinding tot ontruiming en tot een schadevergoeding van maximaal drie maanden huur na ontruiming, met een schadestaatprocedure voor verdere schade.
De proceskosten worden toegewezen aan de verhuurder, maar met een lager tarief vanwege onvoldoende specificatie van de vordering. De veroordelingen worden hoofdelijk uitgesproken. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurders worden veroordeeld tot ontruiming en betaling van huurachterstand, boetes, incassokosten, toekomstige huur en schadevergoeding.