Uitspraak
uitspraak van de meervoudige douanekamer van 19 juni 2025 in de zaak tussen
[eiseres] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseres,
de inspecteur van de Douane, verweerder.
Inleiding
Feiten
Geschil en standpunten van partijen
Eiseres concludeert tot gegrondverklaring van het beroep en vernietiging van de uitspraak op bezwaar en de utb. Eiseres verzoekt de rechtbank verweerder te veroordelen in de vergoeding van de integrale proceskosten in verband met het onzorgvuldige onderzoek. Verder verzoekt eiseres om een vergoeding van het betaalde griffierecht en de door haar geleden immateriële schade vanwege de onredelijk lange duur van de procedure.
- de catalogus 2016 tot en met 2019, door eiseres verstrekt, in het bijzonder de daarin opgenomen foto’s en beschrijving van artikelen;
- zichtmonsters;
- uitslagen van monsteronderzoeken door het Douanelaboratorium;
- de omschrijving en foto’s van artikelen met dezelfde omschrijving;
- nader door eiseres verstrekte informatie.
Verweerder stelt dat hij niet heeft geëxtrapoleerd, alle producten zijn aan de hand van de catalogus van eiseres bekeken. Verweerder stelt zich ook op het standpunt dat hij de utb voldoende heeft gemotiveerd. Voor iedere productgroep is aangegeven op basis van welke bronnen tot een gewijzigde indeling is gekomen, de onderliggende stukken zijn verstrekt, evenals een onderliggende motivering. Het was voor eiseres duidelijk op basis waarvan de indelingscorrecties hebben plaatsgevonden. Eiseres heeft overeenkomstig het Unierechtelijk verdedigingsbeginsel kunnen reageren op het voornemen en de utb, aldus verweerder.
Verweerder komt verder voor een aantal artikelen terug van de gecorrigeerde indeling en volgt alsnog eiseres. Verweerder heeft eiseres op 6 juni 2024 ambtshalve terugbetaald en de utb verminderd tot een bedrag van € 146.514,40 aan invoerrechten, en de rente op achterstallen tot een bedrag van € 14.404,87. Op 13 maart 2025 heeft verweerder kenbaar gemaakt dat de utb verder verminderd moet worden naar € 82.466,39. Ter zitting heeft verweerder toegelicht dat na de uitspraak van de rechtbank een beschikking zal worden genomen, waarin ook het oordeel van de rechtbank zal worden verwerkt. Voor de overige producten handhaaft verweerder onder nadere motivering de utb.
Verweerder concludeert dat het beroep van eiseres gegrond is en dat het griffierecht en de proceskosten van bezwaar en beroep voor zijn rekening dienen te komen. Omdat geen sprake is van bijzondere omstandigheden in de zin van artikel 2, derde lid van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) is volgens verweerder geen afwijking van de forfaitaire proceskostenvergoeding gerechtvaardigd.
Beoordeling van het geschil
Heeft het onderzoek zorgvuldig plaatsgevonden?
Tariefindeling
Artikelen met een “9”-code
Artikelen per productgroep
Verlengde verjaringstermijn
Conclusie
Vergoeding van immateriële schade
Proceskosten en griffierecht
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar voor zover dat voortvloeit uit de inleiding en uit de overwegingen 7, 18, 19, 21, 45, 47, 52 en 53 van deze uitspraak;
- vernietigt de utb voor hetzelfde bedrag;
- veroordeelt verweerder tot vergoeding van de proceskosten tot een bedrag van € 4.662;
- veroordeelt verweerder tot vergoeding van de immateriële schade van eiseres tot een bedrag van € 87;
- veroordeelt de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid) tot vergoeding van de immateriële schade van eiseres tot een bedrag van € 1.913;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 365 te vergoeden aan eiseres.
Informatie over hoger beroep
Bijlage
Festive, carnival or other entertainment articles, which in view of their intended use are generally made of nondurable material. They include :
excludes:
Chapter 6).”
not more specifically coveredby other headings of the Nomenclature, used for table, kitchen or other household purposes; it includes the same goods for use in hotels, restaurants, boardinghouses, hospitals, canteens, barracks, etc.
providedthat they retain the character of iron or steel articles.
Articles for kitchen usesuch as saucepans, steamers, pressure cookers, preserving pans, stew pans, casseroles, fish kettles; basins; frying pans, roasting or baking dishes and plates; gridirons, ovens
notdesigned to incorporate heating elements; kettles; colanders; frying baskets; jelly or pastry moulds; water jugs; domestic milk cans; kitchen storage tins and canisters (bread bins, tea caddies, sugar tins, etc.); salad washers; kitchen type capacity measures; plate racks, funnels.
Articles for table usesuch as trays, dishes, plates, soup or vegetable dishes, sauce tureens; sugar basins, butter dishes; milk or cream jugs; horsd’oeuvres dishes; coffee pots and percolators (but
not includingdomestic percolators provided with a heat source (
heading 73.21)), tea pots; cups, mugs, tumblers; eggcups, finger bowls; bread or fruit dishes and baskets; tea pot or similar stands; teastrainers, cruets; kniferests; wine cooling buckets, etc., wine pouring cradles; serviette rings, table cloth clips.
Other household articlessuch as wash coppers and boilers; dustbins and mobile garbage bins (including those for outside use), buckets, coal scuttles and hods; watering-cans; ashtrays; hot water bottles; bottle baskets; movable boot-scrapers; stands for flat irons; baskets for laundry, fruit, vegetables, etc.; letter-boxes; clothes hangers, shoe trees; luncheon boxes”
other thanthose covered by the preceding headings of this Chapter, or by Note 1 to Section XV, or articles specified or included in
Chapter 82or
83or more specifically covered elsewhere in the Nomenclature.
inter alia:
excluded(
headings 73.23and
73.24)).
Glassware for indoor decorationand other glassware (including ta for churches and the like), such as vases ornamental fruit bowls, statuettes, fancy articles (animals, flowers, foliage, fruit, etc.), table-centres (
other thanthose of heading 70.09), aquaria, incense burners, etc, and souvenirs bearing views.