ECLI:NL:RBNHO:2025:671
Rechtbank Noord-Holland
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Vaststelling aanvangsmoment en benoeming bewindvoerder in schuldsaneringsregeling
De rechtbank Noord-Holland behandelt de zaak betreffende de toepassing van de schuldsaneringsregeling na een arrest van het gerechtshof Amsterdam, waarin de schuldenaar werd toegelaten tot de schuldsanering en de zaak werd verwezen voor verdere behandeling. Het hof had niet het aanvangsmoment van de looptijd bepaald, waardoor de rechtbank dit ambtshalve vaststelt.
De rechtbank stelt vast dat de schuldenaar in het minnelijk traject geen afloscapaciteit had en dat op 21 november 2024 een nulaanbod aan de schuldeisers is gedaan. Dit nulaanbod wordt gelijkgesteld aan een eerste aflossing in de zin van artikel 349a lid 1 Faillissementswet, waardoor dit moment als aanvang van de looptijd van de schuldsanering wordt vastgesteld. De looptijd bedraagt 18 maanden en eindigt op 21 mei 2026.
Daarnaast benoemt de rechtbank mr. M.P. de Valk tot rechter-commissaris en een bewindvoerder, kent een voorschot toe op het salaris van de bewindvoerder en geeft last tot het openen van aan de schuldenaar gerichte post gedurende dertien maanden. Het vonnis is gewezen door mr. J. van der Kluit en op 23 januari 2025 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het aanvangsmoment van de schuldsanering wordt vastgesteld op 21 november 2024 en een rechter-commissaris en bewindvoerder worden benoemd.