Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2025:671

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
23 januari 2025
Publicatiedatum
23 januari 2025
Zaaknummer
C/15/25/21 R
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 349a lid 1 Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling aanvangsmoment en benoeming bewindvoerder in schuldsaneringsregeling

De rechtbank Noord-Holland behandelt de zaak betreffende de toepassing van de schuldsaneringsregeling na een arrest van het gerechtshof Amsterdam, waarin de schuldenaar werd toegelaten tot de schuldsanering en de zaak werd verwezen voor verdere behandeling. Het hof had niet het aanvangsmoment van de looptijd bepaald, waardoor de rechtbank dit ambtshalve vaststelt.

De rechtbank stelt vast dat de schuldenaar in het minnelijk traject geen afloscapaciteit had en dat op 21 november 2024 een nulaanbod aan de schuldeisers is gedaan. Dit nulaanbod wordt gelijkgesteld aan een eerste aflossing in de zin van artikel 349a lid 1 Faillissementswet, waardoor dit moment als aanvang van de looptijd van de schuldsanering wordt vastgesteld. De looptijd bedraagt 18 maanden en eindigt op 21 mei 2026.

Daarnaast benoemt de rechtbank mr. M.P. de Valk tot rechter-commissaris en een bewindvoerder, kent een voorschot toe op het salaris van de bewindvoerder en geeft last tot het openen van aan de schuldenaar gerichte post gedurende dertien maanden. Het vonnis is gewezen door mr. J. van der Kluit en op 23 januari 2025 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het aanvangsmoment van de schuldsanering wordt vastgesteld op 21 november 2024 en een rechter-commissaris en bewindvoerder worden benoemd.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND toepassing schuldsaneringsregeling na hoger beroep

Handel, Kanton en Insolventie
Zittingsplaats Haarlem
insolventienummer: C/15/25/21 R
vonnis van 23 januari 2025
in de zaak van:
[schuldenaar],
geboren op [geboortedatum] 1995 te [plaats 1],
wonende te [plaats 2],
schuldenaar.

1.De procedure

1.1.
Bij arrest van het gerechtshof te Amsterdam van 21 januari 2025 is de toepassing
van de schuldsanering op schuldenaar uitgesproken. Het hof heeft de zaak naar de rechtbank verwezen om te worden voortgezet.

2.De beoordeling

2.1.
Het hof heeft in zijn arrest niet onderzocht of aanleiding bestaat om een eerder aanvangsmoment van de looptijd van de schuldsanering te bepalen dan de datum van het arrest. Gelet op het arrest van de Hoge Raad van 20 december 2024 [1] zal de rechtbank ambtshalve een eerder aanvangsmoment vaststellen.
2.2.
Vast staat dat schuldenaar in het minnelijk traject van schuldhulpverlening geen afloscapaciteit had. De schuldhulpverlener heeft daarom op 21 november 2024 een zogenaamd ‘nulaanbod’ aan de schuldeisers gedaan. Zoals volgt uit het hiervoor genoemde arrest van de Hoge Raad, kan de vaststelling dat schuldenaar geen afloscapaciteit heeft, gelijk worden gesteld met een eerste aflossing in de zin van artikel 349a lid 1 van de Faillissementswet. Het ‘nulaanbod’ is daarmee een duidelijk aanknopingspunt voor het alternatieve aanvangsmoment van de looptijd van de schuldsanering. De rechtbank zal daarom het aanvangsmoment van de schuldsaneringsregeling bepalen op de datum dat de schuldhulpverlener het ‘nulaanbod’ aan de schuldeisers heeft gedaan, te weten 21 november 2024. De looptijd van de schuldsanering bedraagt 18 maanden en eindigt daarom op 21 mei 2026.
2.3.
De rechtbank zal verder nog beslissen over de benoeming van een rechter-commissaris en een bewindvoerder, over het voorschot op het salaris van de bewindvoerder en het openen van aan schuldenaar gerichte post.

3.De beslissing

De rechtbank:
3.1.
stelt het aanvangsmoment van de looptijd van de schuldsaneringsregeling vast op 21 november 2024,
3.2.
benoemt tot rechter-commissaris mr. M.P. de Valk,
en tot bewindvoerder
[bewindvoerder]
3.3.
kent bij toereikend actief, gedurende de looptijd van de schuldsaneringsregeling aan de bewindvoerder een voorschot op het salaris toe overeenkomstig het Besluit salaris bewindvoerder,
3.4.
geeft last aan de bewindvoerder tot het openen van aan de schuldenaar gerichte post gedurende een termijn van dertien maanden
Dit vonnis is gewezen door mr. J. van der Kluit en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier op 23 januari 2025.