ECLI:NL:RBNHO:2025:6534

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
15 mei 2025
Publicatiedatum
16 juni 2025
Zaaknummer
11634589 \ CV EXPL 25-999
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:233 BWArt. 3 Richtlijn 93/13/EEGArt. 237 RvArt. 242 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding huurovereenkomst en ontruiming wegens huurachterstand bij sociale huurwoning

De verhuurder heeft de huurder gedagvaard wegens niet-nakoming van de huurovereenkomst, met name een huurachterstand van meer dan drie maanden. De huurder is niet verschenen, waarna verstek is verleend. De kantonrechter heeft ambtshalve de toepasselijkheid van de algemene huurvoorwaarden getoetst op oneerlijke bedingen, waaronder huurprijswijziging, incassokosten en proceskosten.

De huurprijswijzigingsbeding, incassokosten en rente zijn niet oneerlijk bevonden, maar het beding over proceskosten boven het liquidatietarief is wel onredelijk bezwarend. Dit heeft echter geen invloed op de proceskostenveroordeling, die conform wettelijke bepalingen wordt vastgesteld.

De kantonrechter wijst de vordering van de verhuurder toe, ontbindt de huurovereenkomst en legt een ontruimingstermijn van veertien dagen na betekening op. De huurder wordt veroordeeld tot betaling van de huurachterstand, wettelijke rente, een gebruiksvergoeding voor het gebruik na 1 april 2025 en de proceskosten. De veroordelingen zijn uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurder veroordeeld tot ontruiming en betaling van huurachterstand, rente, gebruiksvergoeding en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad
Zaaknr./rolnr.: 11634589 \ CV EXPL 25-999
Uitspraakdatum: 15 mei 2025
Verstekvonnis in de zaak van:
de stichting,
Stichting Woningbeheer De Vooruitgang
te Volendam
verhuurder
de eisende partij, hierna: de verhuurder
gemachtigden: [gemachtigde 1] en [gemachtigde 2], gerechtsdeurwaarders
tegen
[gedaagde]
te [plaats]
huurder
de gedaagde partij, hierna: de huurder
niet verschenen

1.De procedure

1.1.
De verhuurder heeft de huurder gedagvaard. Tegen de huurder is verstek verleend.

2.De vordering

2.1.
De verhuurder vordert ontbinding van de huurovereenkomst met betrekking tot de aan de huurder verhuurde woonruimte, ontruiming van het gehuurde en veroordeling van de huurder tot betaling van de huurachterstand tot en met maart 2025, vermeerderd met buitengerechtelijke incassokosten, de wettelijke rente, een gebruiksvergoeding voor iedere maand dat het gehuurde in gebruik blijft en de proceskosten.
2.2.
De verhuurder legt aan de vordering ten grondslag dat de huurder tekortschiet in de nakoming van de huurovereenkomst, welke tekortkoming ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde rechtvaardigt.

3.De beoordeling

Ambtshalve toetsing van:de Huurovereenkomst en de Algemene Huurvoorwaarden Huurovereenkomst Zelfstandige Woonruimte 9 oktober 2019(hierna: de algemene voorwaarden)
3.1.
Gelet op de hoogte van de huur bij aanvang van de huurovereenkomst is sprake van sociale huur. In de huurovereenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing verklaard.
3.2.
Omdat het hier gaat om een professionele verhuurder en een consument-huurder, moet de kantonrechter ambtshalve beoordelen of in de algemene voorwaarden bedingen zijn opgenomen die oneerlijk zijn ten opzichte van een consument (in de zin van artikel 3 van Pro de Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (hierna: de richtlijn)). Dit kan immers gevolgen hebben voor (de hoogte van) de vordering. Artikel 6:233 onder Pro a van het Burgerlijk Wetboek (BW) bepaalt dat een beding dat onredelijk bezwarend is, vernietigbaar is.
3.3.
Bedingen waaraan de huurder gebonden is zonder dat daarover afzonderlijk is onderhandeld, zijn oneerlijk als deze in strijd met de goede trouw het evenwicht tussen de rechten en plichten die de huurder op grond van de overeenkomst heeft, aanzienlijk verstoren in het nadeel van de huurder. [1] Het gaat om een beoordeling van de bedingen op het moment dat de overeenkomst werd gesloten. Of de verhuurder de huurder ook daadwerkelijk aan die bedingen houdt, of in de praktijk alleen naleving van wettelijke bepalingen verlangt, is niet relevant. Als een beding wegens onredelijkheid wordt vernietigd, kan de verhuurder niet terugvallen op een eventuele wettelijke regeling over het zelfde onderwerp.
3.4.
Gelet op het voorgaande heeft de kantonrechter het huurprijswijzigingsbeding, het beding betreffende de buitengerechtelijke incassokosten en de rente getoetst en deze zijn niet oneerlijk.
Proceskosten
3.5.
Het beding in artikel 13.1 van de algemene voorwaarden ziet op de proceskosten. Voor zover de verhuurder op grond hiervan aanspraak kan maken op gerechtelijke kosten die boven het liquidatietarief uitkomen, is dit beding oneerlijk. Dit heeft echter geen gevolg voor de proceskostenveroordeling in deze procedure, omdat de (kanton)rechter op grond van de artikelen 237 en 242 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering de (grotendeels) in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten moet veroordelen en deze proceskosten niet lager mogen worden vastgesteld dan het liquidatietarief.
Ontbinding, ontruiming, huurachterstand en gebruiksvergoeding
3.6.
De vordering wordt toegewezen, omdat deze de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt. Daarbij is van belang dat de huurachterstand meer dan drie maanden bedraagt.
3.7.
Gelet op de ingrijpende gevolgen voor de huurder wordt de ontruimingstermijn gesteld op veertien dagen na betekening van dit vonnis.
Conclusie en proceskosten
3.8.
De huurder wordt in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld.

4.De beslissing

De kantonrechter:
4.1.
ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst;
4.2.
veroordeelt de huurder om het perceel aan het adres [adres] te ([postcode]) [plaats] binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis te ontruimen, te verlaten met alle zich daarin en/of daarop bevindende personen en/of zaken – voor zover deze laatste niet het eigendom van de verhuurder zijn – en onder overgave der sleutels ter vrije beschikking van de verhuurder te stellen;
4.3.
veroordeelt de huurder om aan de verhuurder te betalen een bedrag van € 2.163,30, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 2.058,94 vanaf 20 maart 2025 tot aan de dag van volledige betaling;
4.4.
veroordeelt de huurder om aan de verhuurder te betalen een bedrag van € 608,38 per maand, voor iedere maand dat de huurder het gehuurde vanaf 1 april 2025 in gebruik houdt;
4.5.
veroordeelt de huurder in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van de verhuurder begroot op:
€ 145,45 wegens dagvaardingskosten,
€ 385,00 wegens griffierecht en
€ 204,00 wegens salaris gemachtigde;
4.6.
verklaart deze veroordeling(en) tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
4.7.
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Dijk en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter

Voetnoten

1.Hoge Raad 10 februari 2023, ECLI:NL:HR:2023:198, r.o. 3.8.2.