ECLI:NL:RBNHO:2025:5617
Rechtbank Noord-Holland
- Verstek
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijke toewijzing vordering wegens schending precontractuele informatieplichten bij overeenkomst op afstand
In deze civiele bodemzaak oordeelt de kantonrechter over een vordering voortvloeiend uit overeenkomsten op afstand. De eisende partij heeft niet voldoende en expliciet onderbouwd dat zij heeft voldaan aan de op haar rustende precontractuele informatieplichten jegens de gedaagde partij. Hoewel verwezen wordt naar eerdere contractsluitingen en bijlagen, blijkt uit de stukken niet dat de informatieplicht volledig is nageleefd, met name ten aanzien van de wijze van betaling en het herroepingsrecht.
De kantonrechter constateert dat de eisende partij wel informatie heeft verstrekt over enkele onderdelen van de informatieplicht, maar dat de essentiële informatie over betaling en herroeping ontbreekt. Deze tekortkomingen leiden tot een sanctie conform artikel 6:230m lid 1 sub g en h BW en artikel 6:230v lid 7 BW. De sanctie houdt in dat de overeenkomsten gedeeltelijk worden vernietigd voor 50% van de oorspronkelijke hoofdsom.
De vordering wordt daarom slechts voor de helft toegewezen, wat neerkomt op een bedrag van € 1.087,34 plus buitengerechtelijke kosten en wettelijke rente. De vordering tot vergoeding van verschenen rente wordt afgewezen wegens berekening over een te hoog bedrag. De proceskosten worden grotendeels aan de gedaagde partij opgelegd, met uitzondering van de kosten voor de akte die voor rekening van de eisende partij komen. De kantonrechter wijst erop dat het ontbreken van een duidelijke onderbouwing in toekomstige zaken kan leiden tot afwijzing van vorderingen.
Uitkomst: De vordering wordt gedeeltelijk toegewezen met een sanctie van 50% op de hoofdsom wegens schending van informatieplichten.